Mobiliteit en Openbare werken trekt groene kaart

Leidend ambtenaren ondertekenen engagementsverklaring klimaatcel

Brussel 21 januari 2020 – De Lijn, Lantis, De Werkvennootschap, het agentschap Wegen en Verkeer, De Vlaamse Waterweg nv, het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken bundelen de krachten om de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid tegen 2030 te halen. De doelstellingen zijn ambitieus: minstens 40% minder CO2-uitstoot en 27% minder energieverbruik t.o.v. 2015. Om die samenwerking kracht bij te zetten, ondertekenden vandaag alle leidend ambtenaren, met ondersteuning van bevoegd minister Lydia Peeters, een engagementsverklaring in het Errerahuis in Brussel.

Vlnr: Philip de Hollogne (Kabinet minister Lydia Peeters), Roger Kesteloot (De Lijn), Tom Roelants (agentschap Wegen en Verkeer); Wouter Casteels (De Werkvennootschap), Nathalie Balcaen (agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust), Hans Bruyninckx (Directeur Europees Milieu Agentschap), Filip Boelaert (departement Mobiliteit en Openbare Werken), Chris Danckaerts (De Vlaamse Waterweg nv).

“De uitdagingen zijn groot, zeker voor “het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)”, verduidelijkt de minister. “Daarom willen de verschillende entiteiten van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken het klimaatdossier concreet, ambitieus en toonaangevend aanpakken, zowel op beleidsniveau als binnen de eigen werking.”

Kennis delen en initiatieven nemen via klimaatcel

De entiteiten van het beleidsdomein hebben op klimaatvlak niet stil gezeten de afgelopen jaren. Nu bundelen ze al hun krachten in een overkoepelende klimaatcel waar kennis gedeeld wordt en allerlei initiatieven samen opgestart. “Zo kunnen we als eigenaar van meer dan 40 overheidsvaartuigen bijvoorbeeld kennis delen over het gebruik van alternatieve brandstoffen aan boord van schepen met de Vlaamse Waterweg”, legt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en tevens initiatiefneemster van de klimaatcel uit.

De klimaatcel gaat voortdurend op zoek naar nieuwe technologieën en studies om ze mogelijk ook in de werking van het beleidsdomein MOW te gebruiken. “VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) is bezig met studies rond vaste CO2, gaat Nathalie Balcaen verder. “Ik had daar nog nooit van gehoord maar we gaan nu onderzoeken of we deze stof bijvoorbeeld kunnen gebruiken als wegbedekking voor het Agentschap Wegen en Verkeer of voor allerlei zeeweringswerken.  Een win-win: minder CO2 in de lucht en meteen een grondstof voor de (wegen)bouw.” Alle aanwezigen op het ondertekeningsmoment kregen zo’n steentje vast CO2 mee naar huis. “Zo dragen wij allemaal letterlijk ons steentje bij”, aldus Balcaen.

De samenwerking binnen het beleidsdomein MOW verloopt via een vernieuwende structuur met 6 kenniscellen en 15 projecten. Die zijn vastgelegd door het managementcomité van het beleidsdomein en maken dat we grote uitdagingen met gebundelde krachten en vanuit één visie samen aanpakken. Zo zullen we beleidsplannen en beleidsmaatregelen samen ontwikkelen, uitvoeren en opvolgen, vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het hele beleidsdomein”, zegt Filip Boelaert, secretaris-generaal van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Gedrag veranderen

Ook Dr. Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieu Agentschap was getuige van dit ambitieuze startmoment van het beleidsdomein “Uiteraard sta ik positief tegenover een ambitieus plan om mobiliteit op een andere manier te gaan invullen,”  verduidelijkt Dr. Hans Bruyninckx. “ Ik woon nu in Kopenhagen waar 83% van de bevolking wandelt, fietst of gebruik maakt van het openbaar vervoer. Hier in Brussel, is dat een heel ander verhaal. Maar als het in Kopenhagen lukt- moet het hier ook lukken. We moeten ons gedrag veranderen, anders komen we écht in grote problemen. Dat is bovendien niet enkel goed voor het klimaat, maar ook voor luchtkwaliteit, geluidspollutie, onze gezondheid, en de leefbaarheid van onze steden.”

Minister Lydia Peeters vindt het logisch dat het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid een voortrekkersrol speelt in het behalen van de klimaatdoelstellingen. “Dat staat ook letterlijk in de engagementsverklaring die de leidend ambtenaren vandaag ondertekenden”, aldus minister Lydia Peeters. “Het beleidsdomein MOW heeft de kracht, de wil en de kennis om minimaal de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid mee te realiseren. Maar we zullen verder gaan in onze ambities zodat we vanuit die rol ook anderen inspireren: andere Vlaamse departementen, organisaties, maar ook het brede publiek Onze verregaande ambities zullen blijken uit de aard en grootte van onze acties, maar eveneens door de innovatieve technologieën die we inzetten. Dit alles om op termijn klimaatneutraal te kunnen werken.”

Philip de Hollogne, woordvoerder van minister Lydia Peeters, verving de minister tijdens de plechtigheid.

Enkele voorbeelden van concrete beleidsmaatregelen (in onderzoek, opgestart of al in uitvoering)

  • Vervangen van maritieme seinen en lichten door ledlampen
  • Toekennen van hogere scores bij aanbestedingen met een duidelijke energiewinst en minder CO2-uitstoot
  • Advies om percentages gerecycleerd materiaal te gebruiken in betonconstructies
  • Sensibilisering bemanningen schepen rond ‘ecovaren’ waardoor minder brandstof wordt verbruikt
  • Ontwikkeling van energieneutrale projecten (vb Zeesluis in Zeebrugge)
  • Campagnes rond ‘mental shift’
  • Samenwerkingen met bv Blue Bike en Cambio
  • Uitbreiding van het netwerk ‘walstroom’ langs onze bevaarbare rivieren (schepen kunnen groenere elektriciteit vanop het land gebruiken in plaats van hun dieselmotoren te laten draaien)
  • Vergroening van binnenvaart, inclusief onderzoek naar alternatieve brandstoffen
  • Geactualiseerd Sigmaplan, Masterplan Kustveiligheid en Rivierverruiming Maas
  • Pompinstallaties en waterkrachtcentrales op het Albertkanaal
  • Actieplan Droogte en Wateroverlast (korte termijn) of het Waterschaarste en Droogterisicobeheerplan (lange termijn)
  • Investering in elektrische bussen bij het openbaar vervoer

Maar ook binnen de eigen werking van het beleidsdomein MOW is er aandacht voor verlaagde CO2uitstoot en energie-efficiëntie. Enkele voorbeelden:

  • het bestaande wagenpark vervangen door groenere alternatieven (elektrische fietsen, abonnement openbaar vervoer) en elektrische wagen
  • installatie thermostatische kranen
  • energiezuinig bouwen/verbouwen
  • waterrecuperatie
  • zelf energie opwekken
  • gebruik van groene stroom
  • sensibilisering eigen personeel

 

Sleepdiensten varen mee met rivierloodsen

Een optimale dienstverlening vereist een goede samenwerking tussen de verschillende ketenpartners waaronder sleepbedrijven.

Daarom is een project opgestart waarbij personeelsleden van de sleepbedrijven Boluda Towage en Antwerp Towage N.V. meevaren met de rivierloodsen vanaf Vlissingen Rede tot en met de kade/sluis te Antwerpen. Hierbij kan men onderling expertise delen en de samenwerking versterken. Ook krijgt men hierbij een andere kijk op het sleepbootgebruik.

Dit moet leiden tot het versterken van de ketenwerking.

Een blik achter de schermen…

De scheepvaart staat niet stil. Ook niet tijdens de feestdagen.

Bedankt aan al onze collega’s die ook tijdens deze periode, elke dag, op of naast het water, het beste van zichzelf geven!

 

Ook de veren varen uit om pendelaars of feestgangers op hun bestemmingen te brengen. Sommige werden tijdens deze periode ook in een feestelijk jasje gestoken. 🎆

 

Warme feestdagen gewenst! 🎄

Bedanking voor veergebruikers na afronding werken Meulestedebrug

Op 19 december 2019 eindigde de eerste fase van de herstellingswerken. Deze werken zijn verlopen zoals gepland. De gebruikers van het veer in Langerbrugge werden getrakteerd op een ontbijtkoek en een kleine attentie. Daarmee willen afdeling Bovenschelde van De Vlaamse Waterweg nv en VLOOT van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust hen bedanken voor het geduld tijdens de werken aan de Meulestedebrug. Tijdens de herstelling van de Meulestedebrug legden beide partners een extra veerboot in. Ruim 50.000 extra automobilisten benutten deze minder-hindermaatregel.

VLOOT zag dat het aanzienlijk drukker was aan het veer. “Wij telden ruim 50.000 extra gebruikers in Langerbrugge. De aanschuifrijen waren langer dan normaal, maar door de inzet van een tweede veerboot, bleef de wachttijd al bij al beperkt”, stelt Yves Goossens, algemeen directeur van VLOOT vast. Ook het aantal veergebruikers in Terdonk steeg in diezelfde periode. De bemanningen van VLOOT die ervoor zorgden dat dit dubbel veer mogelijk was, worden ook heel nadrukkelijk bedankt voor hun flexibiliteit en hun extra inspanningen.

De Vlaamse Waterweg nv, North Sea Port Gent en VLOOT lieten begin december ook een bevraging los op de veergebruikers. Zowat 52% van de bevraagde veergebruikers in Langerbrugge kozen naar aanleiding van de werken voor de veerboot voor hun verplaatsingen. Ook in Terdonk gaf 38% van de veergebruikers aan het veer te nemen door de werken. Verder gaf 62% van de veergebruikers aan het veer quasi dagelijks te nemen en dit hoofdzakelijk voor woon-werkverplaatsingen.

“We hebben ingezet op zoveel mogelijk minder-hinder maatregelen en een actieve communicatie in samenwerking met alle betrokken diensten”, bevestigt Lieven Dejonckheere, afdelingshoofd Bovenschelde bij De Vlaamse Waterweg nv. “De Meulestedebrug is een cruciale verkeersas voor de stad en de haven, maar dit herstel konden we niet uitstellen. Er is hinder geweest, maar dankzij de extra veerboot, de fiets- en voetgangersbrug en de alternatieve routes die we samen met stad Gent en VLOOT realiseerden, kon dit beperkt worden. Tijdens de tweede fase zullen we deze uitstekende samenwerking met alle partners verderzetten.”

Klik hier voor enkele sfeerbeelden.

Forse stijging aantal veergebruikers in Gent

In samenwerking met De Vlaamse Waterweg legt Vloot in Langerbrugge tijdens de spits een extra veerboot in naar aanleiding van de werken aan de Meulestedebrug.  Zo willen we samen met De Vlaamse Waterweg de hinder tijdens de werkzaamheden beperken.

Na de eerste week werd vastgesteld dat in totaal 25.854 gebruikers kozen voor de veerdienst in Langerbrugge. Dit is een quasi verdubbeling van het aantal veergebruikers. Ook de veerdienst in Terdonk zette heel wat meer passagiers over met een totaal van 8.671. Dit is een stijging van 40%.

Om de wachttijden te beperken, wordt het veer in Langerbrugge nog tot en met 20 december 2019 verdubbeld tussen 7 en 19 uur. Een vijftal kilometer verderop vind je als alternatief de veerdienst van Terdonk.

Fietsers en voetgangers kunnen gebruik maken van een tijdelijke brug.

European Coast Guard Functions Forum: focus op samenwerking en opleiding

Van 12 tot en met 15 november 2019 vond de algemene vergadering van het European Coast Guard Functions Forum (EUCGFF) plaats in Venetië.

Dit forum is opgestart in 2009 en wordt ondersteund door de Europese Commissie, die hiermee de banden wil aanhalen tussen de kustwachtautoriteiten van verschillende lidstaten. De focus ligt op multilaterale samenwerking en het ontwikkelen van een opleidingsnetwerk.

In Venetië werd de tool for cooperation voorgesteld, een leidraad die de verschillende kustwachtfuncties in kaart brengt mét de opleidingsbehoefte die hiermee gepaard gaat. Op die manier zouden de kustwachtfuncties in de Europese Unie kunnen geharmoniseerd worden.

Verschillende kustwachtfuncties

Onze kustwachtpartners vaardigden drie vertegenwoordigers af naar Italië:Leen Depuydt, voorzitter van het beleidsorgaan Kustwacht en directeur noodplanning van het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken,  Pascal Depoorter, secretaris Kustwacht en Nadia Bos, afdelingshoofd van Scheepvaartbegeleiding. Om de belangen van onze kustwachtpartners te verdedigen, hebben ze de noodtoestand door extreme overstromingen mogen trotseren. Het zogenoemde ‘acqua alta’ bereikte een hoogte van 187 centimeter boven het gemiddelde zeeniveau met elektriciteitsstoringen en zware materiële schade tot gevolg.

Meer lezen over de trainingstool? https://ecgff-trainingportal.efca.europa.eu/

Bijzonder transport met beaching

De “Topaz Installer” van P&O Maritime Logistics, een firma gevestigd in Dubai, zal voor de eerste maal beachen op het strand ten oosten van strandpost 6.

Bij hoog water zal de Topaz Installer – een 93 m lang en 24 m breed schip – het strand ten oosten van strandpost 6 zo dicht mogelijk naderen om vervolgens bij eb volledig op het zand te blijven liggen.
Hiervoor worden ankers en kabels geplaatst (op het strand en in de zee) die met het schip zullen worden verbonden en worden 2 sleepboten ingezet ter assistentie.
Het doel van de beaching trial is het aantonen van de “Engineered Grounding”-capaciteit alsook het demonstreren van de koelcapaciteit van de motoren, de firefighting capaciteit en van crew evacuatie op het strand.

Het schip zal worden ingezet voor de installatie van kabels van windmolenparken naar land.

De dienstverlening, knowhow en expertise binnen MDK is bij deze transporten van essentieel belang.

Afdeling Kust heeft hierbij mee de locatie bepaald en de hydrografische producten en peilkaarten aangeleverd voor de klant.
De locatie werd gekozen aan de hand van de volgende parameters: afwezigheid van grote golfbrekers, vlakke aanloop en toegangsweg naar het strand.
Afdeling Scheepvaartbegeleiding (MRCC) staat in voor de coördinatie en opstellen van de voorwaarden waaronder het transport veilig kan doorgaan.

Het loodswezen heeft hierbij expertise en deskundigheid geleverd doorheen de volledige opmaak. Gedurende de uitvoering zullen de kustloodsen de Topaz Installer bijstaan met nautisch advies.

Dit uniek manoeuvre trekt heel wat kijklustigen en pers aan.

Samenwerking én digitalisering zet zich door binnen de nautische wereld

Sinds 2017 werken verschillende leden van de nautische keten van de Westerschelde al samen binnen het zogenaamde ‘HavenNeutraal Platform’ (HNP). Het ging toen om een initiatief dat opgezet werd door de partners in de nautische keten. Die keten is het geheel van activiteiten binnen de scheepvaart om een schip op een veilige manier op zijn bestemming te brengen. We spreken van een ‘keten’ omdat de meeste activiteiten op elkaar volgen en in samenwerking met verschillende partijen die soms een ‘overdracht’ doen (voorbeeld zeeloods -> rivierloods -> sleepboot -> sluis).

Door het proces concreet als een gelinkte keten te benaderen in plaats van aparte onderdelen met een afgebakende taak en eigen kennis, creëren we meer efficiëntie, meer transparantie en een hogere betrouwbaarheid van de dienstverlening.

Missie: efficiëntie

De nautische keten is in theorie een vrij eenvoudig principe, maar in de praktijk vinden we een complex geheel van interacties terug tussen alle spelers in de keten. Daarom richtten al deze spelers het HavenNeutraal Platform op met als missie:

“Het optimaliseren van de efficiëntie van de nautische keten op vlak van data-uitwisseling, voor de zeevaart en de binnenvaart in het gebied op en rond de Westerschelde.”

Neutraal overlegplatform door en voor de nautische keten

Het HavenNeutraal Platform is een overlegplatform, onafhankelijk van een specifieke haven en moet ervoor zorgen dat gegevens sneller, veiliger en makkelijker tussen haar verschillende partners kunnen uitgewisseld worden. Met als doel om de zeevaart en de binnenvaart op en rond de Westerschelde zo optimaal en efficiënt te laten verlopen. Daarover is een formele samenwerkingsovereenkomst ondertekend, waarbij de partners beloven om nog meer in te zetten op beschikbaarheid en betrouwbaarheid van data en nóg meer te gaan samenwerken.

De partners zijn: het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, Rijkswaterstaat, De Vlaamse Waterweg, de Nederlandse Loodsencorporatie Regio Scheldemonden, Port of Antwerp, North Sea Port en Port of Zeebrugge en Port of Oostende.

Via verschillende projectgroepen binnen het HNP gaan partners aan de slag om bijvoorbeeld te onderzoeken hoe nieuwe applicaties of systemen op elkaar afgestemd kunnen worden. Belangrijk is daarbij dat alle betrokken partners correcte en betrouwbare gegevens aanleveren. Dat kan allemaal binnen het HavenNeutraal Platform. Ook onderzoek naar de uniformiteit van de terminologie binnen de nautische keten behoort tot de taken van het HNP.

Van proefproject naar formele samenwerking

Alle partners erkennen en onderschrijven het belang van verbreding en verdieping van data-uitwisseling en ondertekenden daarom een formele samenwerkingsovereenkomst. Daarbij komt ook dat het sleepbedrijf Antwerp Towage / Multraship de primeur krijgt om als derde partij gebruik te maken van de zogenaamde Third Party Interface.

Deze interface voor derden is een nieuwe ontwikkeling die het mogelijk maakt om data uit te wisselen met andere partijen dan de originele partners binnen de nautische keten. En dat op een veilige en gecontroleerde manier. De ambitie is natuurlijk om op termijn andere mogelijk nautische organisaties en bedrijven aan te sluiten op de Third Party Interface. “Het komt de uniformiteit en dus ook de efficiëntie alleen maar ten goede. De koppeling met Antwerp Towage/Multraship geeft het begin aan van een uitbreiding van de data-uitwisseling. We nodigen alle relevante partijen binnen de nautische keten uit voor een gesprek. We zijn er allen van overtuigd dat we op deze manier de werking van de keten kunnen verbeteren.”, besluit Nathalie Balcaen, huidig voorzitter van HNP.

Meer informatie: http://www.agentschapmdk.be/HNP

Contact: Nathalie Balcaen (nathalie.balcaen@mow.vlaanderen.be) en Nadia Bos (nadia.bos@mow.vlaanderen.be)



 

                                        

  

De Vlaamse Waterweg en MDK werken samen aan veilig en vlot scheepvaartverkeer

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) en de Vlaamse Waterweg breiden hun samenwerking nog verder uit. Hydrografische peilingen van de zeebodem en een deel van de Schelde behoren tot de taken van afdeling Kust en Vloot, beide afdelingen van MDK.  Sinds 2009 is er ook een samenwerking met de Vlaamse Waterweg voor peilingen van de Boven-Zeeschelde, Rupel, Beneden-Dijle, Beneden-Nete en Durme. Beide partijen zullen in de toekomst nog intensiever samenwerken.

Op vraag van De Vlaamse Waterweg zal MDK bijkomende zones kunnen peilen. De resultaten van nieuwe en historische peilingen, maar ook LIDAR-metingen (Laser Imaging Detection And Ranging-metingen) van het gebied van De Vlaamse Waterweg zullen daarnaast opgenomen worden in de bathymetrische database van MDK. In deze database zijn hydrografische peilingen en LIDAR-metingen terug te vinden maar bijvoorbeeld ook wanneer een peiling of meting is uitgevoerd en met welk toestel. Zowel De Vlaamse Waterweg als de Vlaamse Hydrografie van MDK hebben toegang tot deze database. Tot slot is er ook afgesproken dat MDK de peilingen en de nautische gegevens van het gebied van De Vlaamse Waterweg mag gebruiken om te verwerken in de ECS (Electronic Chart System)-kaarten. Dit zijn kaarten die zowel door Vlaamse als Nederlandse loodsen gebruikt worden.

Dit is een Multibeam peiling van een stuk van de Boven Zeeschelde ter hoogte van Temse. Uitgevoerd eind januari 2019 door MDK in opdracht van DVW.

MAiDEN – monitoring visit

Op vrijdag 28 juni 2019 tekenden de MAiDEN projectpartners present voor een zogeheten ‘monitoring visit’. MAiDEN staat voor MAritime Information Data Exchange Network. Dit project wordt gesubsidieerd door het agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME) van de Europese Unie (EU) en moet een vlottere uitwisseling van informatie tussen de deelnemende partners mogelijk maken. Vijf kustwachtpartners werken hiervoor samen: het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK), Defensie, Douane, Scheepvaartpolitie en het Directoraat-Generaal (DG) Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst (FOD) Mobiliteit. De diensten van de gouverneur van West-Vlaanderen en het secretariaat Kustwacht zorgen voor de nodige ondersteuning.

Het project ging van start op 1 maart 2018 en kent een looptijd van twee jaar. Ondertussen zitten we al meer dan halfweg, het perfecte moment om een tussentijdse stand van zaken op te maken. Daarom kwam de subsidiërende Europese instantie EASME polshoogte nemen in Brussel. Vertegenwoordigers van alle projectpartners zorgden voor de nodige tekst en uitleg bij de werkzaamheden van de verschillende werkgroepen. Naast enkele vragen over de financiële regeling, zijn de specialisten ter zake wat dieper ingegaan op een aantal technische kwesties rond geautomatiseerde informatie-uitwisseling. Er werd ook al vooruit gekeken en van gedachten gewisseld over de organisatie van het ‘final event’ ter afsluiting van het project. Globaal gezien toonde EASME zich tevreden met de geboekte resultaten tot op heden. Een goed rapport dus voor onze projectpartners die ondertussen hard doorwerken om de deadline van maart 2020 te halen!