Eerste 100% duurzame zandsuppleties – primeur voor Vlaanderen

Op het strand van Raversijde start op 1 februari een onderhoudssuppletie. We brengen 500.000m³ extra zand aan om de bescherming tegen zware stormvloed weer op peil te brengen. Voor het eerst in ons land gebeurt dit op 100% duurzame wijze. Het materieel dat aannemer Jan De Nul inzet beantwoordt aan de strengste duurzaamheidsnormen.

Ons agentschap bevestigt met deze aanpak en de keuze voor Jan De Nul opnieuw hoe het een voortrekker is binnen de Vlaamse overheid om de reductiedoelstellingen voor België te halen.

Binnen de Vlaamse Klimaatstrategie 2050 streeft ons land een reductie van 85% van broeikasgasemmissie na in vergelijking met 2005.  

Als de maritieme overheidspartner willen we op alle mogelijke manieren inzetten op het beperken van onze milieu-impact. Bij de bestekken die we in de markt zetten, besteden we dan ook bijzondere aandacht aan milieucriteria. Dat leidt vandaag al tot concrete CO₂-reductie door de milieuvriendelijke uitvoering van de bagger- en suppletiewerken op basis van de initiatieven van de aannemers waarmee we samenwerken,” zegt administrateur-generaal Nathalie Balcaen. 

Voor de baggerwerken in Raversijde zet Jan De Nul Group in op duurzame brandstof. Het baggerschip Pedro Álvares Cabral zal tijdens de werken op 100% duurzame drop-in biobrandstof varen. Dat is een duurzame vervanger van fossiele diesel, gemaakt van oliën uit plantaardige afvalstromen en dus niet van voedselgewassen. ‘Drop-in’ houdt in dat motoren niet aangepast moeten worden om deze biobrandstof te kunnen gebruiken.  

Deze duurzame variant reduceert niet alleen de CO₂-uitstoot, er belandt ook fors minder fijnstof in de lucht. De verbranding gebeurt heel wat efficiënter dan de verbranding van conventionele diesel. Omdat drop-in biobrandstof afvalstromen als grondstof gebruikt, is het ook nog eens bevorderlijk voor de circulaire economie.  

Voor de grondwerken op het strand mobiliseert Jan De Nul de meest geavanceerde bulldozers en graafkranen, allemaal voorzien van uitlaatgasfiltersystemen. En het projectmanagementteam ter plaatse zal kunnen beschikken over de nieuwste generatie van ecologische werfkantoren, voorzien van goed isolerende materialen en een warmtepomp.

Lees hier het volledige persbericht.

De timing voor deze en andere onderhoudssuppleties dit jaar vind je hier.

Grote puzzel van helmgras om zandvangende capaciteit te meten

Op het strand op Oosteroever in Oostende staand sinds 2020 houten palen. Die bakenen een zone af om spontane duingroei alle kansen te geven. Om dat proces van duingroei te versnellen, planten we in één zone tussen de palen helmgras aan. De zone vormt meteen ook het terrein voor wetenschappelijk onderzoek van de KULeuven.

De zone met helmgras zal door de wind natuurlijk aangroeien met zand. Op termijn zal een duinstrook ontstaan die zorgt dat het zand op het strand blijft. Dat is een goede zaak voor de zeewering. We weten al dat helmgras een goede zandvanger is. Maar welke patroon van plantjes het beste werkt om zand vast te houden en zo de vorming van embryonale duinen te stimuleren is nog een vraagteken.

De KULeuven koppelde hier een masterproef aan. Jennifer Derijckere, masterstudente industrieel ingenieur aan de Brugse campus, zal gedurende zes maanden de impact van het helmgras op het strand onderzoeken. De proefopstelling bestaat uit zes verschillende vakken van elk 20 vierkante meter. In elk vak planten we het helmgras volgens een ander patroon.

De X-as is evenwijdig aan de Spinoladijk, de Y-as is loodrecht op de Spinoladijk.
Zone 1: zes plantjes per vierkante meter
Zone 2: negen plantjes per vierkante meter. Elke vierkante meter wordt grafisch nogmaals opgesplitst in vier vakken van een halve m². In drie vlakken komt telkens één plantje te staan, in het vierde vak komen zes plantjes. Bij de volgende vierkante meter wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak gevuld is.
Zone 3: negen plantjes per vierkante meter, telkens op een gelijke afstand van elkaar.
Zone 4: negen plantjes per vierkante meter, maar nu staan de rijen geschrankt ten opzichte van elkaar.
Zone 5: negen plantjes per vierkante meter in een random opstelling. Na de aanplant van de eerste m²  wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak aangeplant is.
Zone 6: 15 plantjes per vierkante meter.

VERLOOP VAN HET ONDERZOEK

Eens de plantjes er staan is het tijd voor het effectieve onderzoek. De metingen gebeuren bij wind uit zee. Er komen dan bij elke zone zes zandvangers: twee vóór, twee in het midden en twee na de zone. Uit de zandvangers kan afgeleid worden hoeveel massa aan zand over een bepaalde afstand gedurende een bepaalde tijd is opgevangen.

Naast de zandvangers komen op drie verschillende hoogtes in de vegetatie windmeters: net boven het oppervlak, op de helft van de hoogte van de plant en boven de plant. De mate waarin de aanwezigheid van helm de windsnelheid beïnvloedt, speelt een cruciale rol in de duinaangroei, vooral in de beginfase. Daarom gebruikt Jennifer mobiele windmeters, die tijdens de ene meting tussen twee planten kunnen staan en tijdens een andere meting achter de plant.

Zowel de zandvangers als de windmeter worden op het einde van een meetdag weggehaald.

BUILDING WITH NATURE

Dit project past binnen een wereldwijde tendens om over te stappen naar een natuurlijkere manier van zeewering. Het Building with Nature principe maakt positief gebruik van de krachten van de natuur: de wind en de golven. Zo ontstaat een dynamische en veerkrachtige kust, die bestand is tegen stormen en klimaatwijziging. 

DeWaterbus, sinds 1 januari onder onze vleugels

Sinds begin januari vaart DeWaterbus met het nieuwe logo de Schelde op- en af. Op 1 januari 2021 droeg Havenschepen Annick De Ridder de geliefde veerdienst van Port of Antwerp contractueel over aan de goede zorgen van het Vlaams agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK).
Vorig jaar besliste de Vlaamse Regering al dat alle personenmobiliteit over water in Vlaanderen onder de bevoegdheid van het agentschap MDK zou vallen. Eind november kondigde de Vlaams minister bevoegd voor mobiliteit Lydia Peeters de overdracht aan. “Een nieuw jasje, maar verder blijft alles hetzelfde voor de gebruiker,” benadrukken de verschillende partijen.

Basisbereikbaarheid

Port of Antwerp droeg op 1 januari 2021 officieel DeWaterbus over aan MDK. Met deze overdracht werd uitvoering gegeven aan het besluit van de Vlaamse Regering dat alle persoonsgebonden watermobiliteit in Vlaanderen onderbrengt bij MDK. Havenschepen Annick De Ridder legt uit: “DeWaterbus heeft als initiatief van Port of Antwerp echt haar plaats gevonden in het woon-werkverkeer. De 1.417.269 passagiers zijn een bewijs van het succesverhaal dat we samen met uitbater Aqualiner hebben geschreven. We zijn dan ook blij dat het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust de toekomst van DeWaterbus voor de vele gebruikers verzekert.”

Drukke verbinding

Met het vooruitzicht van de nieuwe werken aan de Oosterweelverbinding in april 2021, is een vlotte verplaatsing over het water van uitermate groot belang, beklemtoont Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “We zijn erg blij dat we DeWaterbus onder onze vleugels kunnen brengen. Het agentschap MDK heeft alle nautische expertise in huis als maritiem agentschap en zal deze drukke verbinding over water garanderen, die voor tal van mensen dagelijks een cruciale schakel in hun woon-werkverkeer vormt. Samen met alle partijen gaan we voor een optimale service naar de gebruiker toe.”

Voor de gebruiker verandert niets            

Ook de CEO’s van Aqualiner, uitbaters van DeWaterbus, Gerbrand Schutten en Maurice Swets beklemtonen dat er voor de gebruiker niets verandert:
“Wij zien heel erg uit naar de samenwerking met het Vlaams agentschap MDK en zijn ervan overtuigd dat we een mooie toekomst op het water tegemoet gaan. In de eerste plaats willen we onze expertise op gebied van snelle openbaar vervoer veerverbindingen graag inbrengen voor heel Vlaanderen. Daarbij hebben we de afgelopen jaren veel onderzoek verricht en ervaring opgedaan in het verduurzamen van schepen, en dat is kennis die we uiteraard volop gaan delen met MDK en al onze varende collega’s. Immers; alleen door een intensieve samenwerking met alle betrokkenen, kunnen we succesvol zijn en de waterwegen nog beter benutten als alternatief voor het drukke wegennet. In dat verband willen we het Havenbedrijf Antwerpen overigens bijzonder hartelijk danken voor de zeer prettige samenwerking van de afgelopen jaren. Zonder hun planvisie en ondersteuning was het simpelweg nooit gelukt om van DeWaterbus zo’n succesvol mobiliteitsalternatief te maken!”.

Consulteer de dienstregeling hier: www.dewaterbus.be of www.agentschapmdk.be/DeWaterbus.

DeWaterbus in een nieuw jasje

LNG bunkeren op de Westerschelde

Primeur

Bunkeren betekent brandstof leveren aan vaartuigen. Dit gebeurt doorgaans in de zeehavens. In de scheepvaart is een overgang bezig naar schonere brandstoffen. Tot een paar jaar geleden werd er alleen met fossiele brandstoffen gevaren. Sinds een aantal jaren is Liquefied Natural Gas (LNG) ook beschikbaar voor zeeschepen.

In het gebied van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB) loopt nu een proefproject om LNG te bunkeren op ankerplaatsen op de Westerschelde. Dus op de rivier in plaats van in de haven, en dat is een primeur.

Omdat er geen ervaring is met LNG-bunkeren op stroom levert de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) een vergunning voor één jaar af. Na evaluatie van deze proef kan al dan niet doorgegaan worden met LNG bunkeren op de rivier.

Titan LNG heeft de aanvraag gedaan en de GNA heeft samen met de Veiligheidsregio Zeeland een advies opgesteld. De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart heeft dit advies goedgekeurd. Ook de gemeente Borssele is op de hoogte gebracht.

“We zijn klaar voor het LNG bunkeren op de rivier. Dit heeft voor het eerst succesvol plaatsgevonden op 30 december,” zegt Eric Adan van de GNA, “Het gebruik van LNG zorgt ervoor dat er geen uitstoot van zwaveloxiden (SOx ) is. Ook is er een grote vermindering van andere schadelijke stoffen, zoals stikstofoxiden (NOx). De vraag naar LNG-bunkering kwam van de markt. Tot nog toe ging het daar enkel om bunkeren van  fossiele brandstoffen vooraleer schepen hun reis vervolgen.”

bunkeren van LNG op de Westerschelde op 30/12/2020

Bijzondere voorwaarden

Bunkeren kan enkel op de ankerplaatsen ‘Charlie’ en ‘Delta’ van de Everingen onder de volgende voorwaarden:

  • Windkracht: max 6 bft;
  • Golfhoogte: max 1,2 m;
  • Het bunkerschip moet afgemeerd zijn met voldoende trossen en springen;
  • Veiligheidszone van 75 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarbinnen geen ander scheepvaartverkeer plaatsvindt;
  • Zone van 150 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarin alle verkeer voorzichtig moet passeren.

Het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer is een verdragsrechtelijke samenwerking tussen de Vlaamse en de Nederlandse overheid en staat in voor veilig en vlot scheepvaartverkeer in het Scheldegebied.
Meer info: www.vts-scheldt.net

Onderzoeksdijk op het strand van Raversijde

Wie in de komende weken op het strand van Raversijde gaat wandelen, zal misschien wat raar opkijken. In januari start het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) er met de bouw van een kunstmatige dijk. De dijk van 20 op 20 meter komt op het strand tussen laag- en hoogwater. Zeven jaar lang zullen verschillende partijen onderzoek voeren naar de golfslag en -kracht op de dijk. Het uiteindelijke doel: meer inzicht krijgen in de impact van stormen op onze infrastructuren om onze kustbescherming nog efficiënter te maken.

Op het strand ter hoogte van Domein Raversijde, tussen laag- en hoogwater zal dit voorjaar een kunstmatige dijk verrijzen. Het gaat om innovatief onderzoek dat voortvloeit uit het Crest-project (Climate Resilient Coast).  Om meer inzicht te krijgen op de impact van stormen op onze infrastructuren zoals dijken, is de voorspelling van golfslag tijdens stormen een noodzaak. De inzichten moeten leiden tot een nog efficiëntere kustbescherming in de toekomst.

Dijk op het strand

Het lijkt vreemd om een dijk op het strand te plaatsen. Toch is de locatie voor de onderzoeksdijk niet zomaar gekozen. Enkel bij extreem zwaar stormweer slaan de golven over de bestaande zeedijk. Om op korte termijn de impact van de golven op de zeedijk te kennen, bouwen we de testdijk op het strand. De zone vóór Domein Raversijde heeft bijna geen droog strand. De Universiteit Gent en het Waterbouwkundig Laboratorium zullen zeven jaar lang de golfslag en -kracht monitoren.  We verwachten dat er tijdens  het onderzoek zo’n veertig relevante stormen op de testdijk zullen inbeuken. Het dijklichaam zal ongeveer 20 meter op 20 meter zijn. We bouwen de dijk uit gewapend beton op in een bouwkuip van damplanken en buispalen. Dat is nodig om in het droge te kunnen werken. In het dijklichaam zullen we een aantal typerende dwarsdoorsnedes simuleren.  Sensoren in de dijk zullen de golfoverslag en -kracht opmeten. Daarnaast zal een golfmeetboei in dieper water de opkomende golfcondities opmeten. Drie meetpalen in het intergetijdengebied, de zone die boven water blijft bij laagwater en onder water komt bij hoogwater, zullen tot slot de golftransformaties tot aan de testdijk opmeten. Alle data komt binnen in een labokeet op de zeedijk.

Samenwerken werkt

Dit innovatieve onderzoeksproject is een samenwerking tussen verschillende partijen. MDK staat in voor de bouw van de dijk en de meetapparatuur. De Universiteit Gent en het Waterbouwkundig Laboratorium zullen aan de slag gaan met de verzamelde gegevens.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters benadrukt hoe belangrijk dergelijk innovatief onderzoek is voor onze kustbescherming: “Gelet op de zeespiegelstijging en de grote gevolgen voor onze kustlijn is dit een meer dan noodzakelijk onderzoek. Door meer inzicht te krijgen op de processen van golfoverslag en golfkracht, zal het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in de toekomst de kustveiligheid met nog grotere efficiëntie kunnen opzetten.”

3D constructie van de dijk
Opstart van de werken op 05/01/2021

Beste wensen

Onze beste wensen voor het nieuwe jaar! We wensen jou een mooi, succesvol en bovenal gezond 2021.
De werking van de nautische keten garanderen, instaan voor jouw kustveiligheid, personenmobiliteit over water in Vlaanderen verzorgen? Ook dit jaar staan we, samen, voor jou klaar!

Bedankt collega’s!

De scheepvaart staat niet stil, ook niet tijdens deze feestdagen. Bedankt aan al onze collega’s die ook tijdens deze periode, iedere dag (en nacht), op of naast het water, het beste van zichzelf geven!

Een kleine blik achter de schermen:

Beste wensen vanwege alle MDK-collega’s! ✨

Het Single Window for Inland Navigation vanaf 4 januari 2021 live

Afgelopen zomer hebben we het luid en breed aangekondigd: het Single Window for Inland Navigation komt eraan! Intussen is dit nieuwe platform door verschillende softwareleveranciers en binnenvaartondernemers uitvoerig getest en maken we ons op voor een officiële productiegang op 4 januari 2021.

Als je als binnenvaartondernemer al digitaal meldt, vraagt de overgang naar het Single Window for Inland Navigation weinig moeite. Het enige wat je moet doen is je gegevens correct invullen en steeds minstens twee routepunten ingeven. Zo zullen alle havens en vaarwegautoriteiten op je route meteen ingelicht worden van je komst en kunnen zij hun interne werking afstemmen. Meld je nog niet digitaal? Dan is het aangeraden om meldsoftware aan boord te halen.

Minder administratie Minder administratie dankzij het Single Window for Inland Navigation

Minder administratie dankzij het Single Window for Inland Navigation

Vanaf 4 januari 2021 hoef je als binnenvaartondernemer je reis-, lading- en scheepsgegevens niet meer via VHF of aan een loket te melden. Vanaf dan meld je de gegevens één keer, digitaal (via meldsoftware). Dit zorgt voor een efficiëntere afhandeling van je administratie en een vlotte en juiste facturatie.

Meer weten over SWINg? Surf naar www.swing-platform.be

Onderzoeksschip Simon Stevin gespot op de Schelde

Het zeewetenschappelijk onderzoeksvaartuig Simon Stevin voer recent richting Antwerpen voor een niet alledaagse opdracht. In het kader van het ‘PLUXIN’ project, wat staat voor ‘plastic flux for innovation and business opportunities in Flanders’, namen enkele onderzoekers simultane staalnames op onder andere de Schelde. Deze staalnames dienen voor de analyse van micro- en macroplastics.

In dit project wordt de flux onderzocht van plastics van Vlaanderen naar de Noordzee. De staalnames worden verder aangevuld met ‘remote sensing’ metingen om finaal tot een model te komen dat de plastic flux helpt kwantificeren en voorspellen.

Het VLIZ dat instaat voor de organisatie en de planning van het zeewetenschappelijk onderzoek dat gebeurt met de Simon Stevin, is partner in dit project. De staalnames voor dit project gebeuren in nauwe samenwerking tussen de onderzoekers en de bemanning van het schip. Via de verschillende A-frames en de dekkraan aan boord zet de bemanning meerdere instrumenten uit op hetzelfde moment.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met steun van VLAIO en heeft heel wat partners: VLIZ, De Blauwe Cluster, VITO, UGent, UAntwerpen en KULeuven. Meer info over dit project.

Bekijk zeker het timelapse filmpje

Timelapse film

Binnenkort overal duurzame boeien op de Westerschelde

Boeien zijn essentieel om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde mee in goede banen te leiden. Een deel van de boeien in de Westerschelde is van staal en heeft zijn beste tijd gehad. Binnenkort worden ze vervangen door kunststof boeien. Die zijn makkelijker in onderhoud, goedkoper en milieuvriendelijker.

In 1959 sloten Vlaanderen en Nederland een verdrag in verband met het beheer en onderhoud van lichtboeien en bakens op de Westerschelde. De Westerschelde is Nederlands grondgebied, maar is ook een cruciale doorgang voor het scheepvaartverkeer naar de havens van Antwerpen en gent (North Sea Port). Daarom heeft Vlaanderen er alle belang bij dat het scheepvaartverkeer op de Westerschelde goed verloopt en draagt het bij in de kosten voor de boeien. Er liggen dus zowel Vlaamse als Nederlandse boeien in de Westerschelde.

Laatste stalen boeien verdwijnen

“Jaarlijks maken Vlaanderen en Nederland een stand van zaken over de toestand van de boeien op”, zegt Jeroen Hollaers, Nederlands secretaris van de Permanente Commissie van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer. “We bekijken welke boeien onderhoud nodig hebben of aan vervanging toe zijn. In Nederland is de Westerschelde de enige plek waar nog stalen boeien te vinden zijn. Op alle andere vaarwegen werden die vervangen door kunststof boeien. Het zijn de boeien die op de Vlaamse ligplaatsen liggen die nog niet zijn vervangen. We zijn nu met onze Vlaamse collega’s tot een akkoord gekomen om ook de ‘Vlaamse’ stalen boeien in te wisselen voor exemplaren in kunststof.”

Boeien leasen

Binnen Rijkswaterstaat is de Vaarwegmarkeringsdienst bevoegd voor het beheer en onderhoud van boeien op Nederlands grondgebied. “Waar de oude stalen boeien in de jaren 80 door Vlaanderen werden aangekocht en door ons werden onderhouden, kiezen we nu voor een andere formule. Het Vlaamse Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust zal 94 kunststof boeien bij ons huren. Een soort van leasingcontract, zeg maar”, vertelt Laura Snoep van de Vaarwegmarkeringsdienst. “Vlaanderen betaalt alleen voor de huur en het onderhoud. Als een boei stuk is, zorgen wij voor de vervanging. Deze oplossing is lucratief, veilig en betrouwbaar.”

Voordelen kunststof boeien

Kunststof boeien bieden heel wat voordelen vergeleken met stalen boeien. Snoep: “Om te beginnen zijn ze goedkoper in aankoop en vragen ze minder onderhoud, wat op zijn beurt de kosten drukt. Een stalen boei is één geheel. Als ze schade oploopt, bijvoorbeeld door aanvaring met een schip, moet je de volledige boei vervangen. Een kunststof boei bestaat uit vier segmenten. Bij schade kan je vaak makkelijk een segment vervangen. Een boei is gemiddeld één keer om de drie jaar aan onderhoud toe. Stalen boeien met je daarvoor uit het water halen, terwijl dat bij een kunststof boei gewoon vanop het water kan.”

Veel stalen boeien hebben het einde van hun levensduur bereikt; ze beginnen storingen te vertonen en vallen uit. “Dat is gevaarlijk”, zegt Snoep. “Het is dus ook in het belang van de veiligheid dat we ze vervangen. Bovendien zijn kunststof boeien beter voor het milieu: in tegenstelling tot kunststof boeien moeten stalen exemplaren regelmatig gereinigd of opnieuw geverfd worden met schadelijke stoffen.”

Nog een plus is de levensduur. “Aanvankelijk werd gedacht dat een kunststof boei zo’n acht jaar mee zou gaan. In de praktijk liggen sommige kunststof boeien al achttien jaar in het water. Ze gaan dus veel langer mee dan verwacht. Ten slotte wil het oog ook wat: de Westerschelde zal er iets netter uitzien wanneer er alleen nog kunststof boeien in dobberen.”  

Ook binnen de Vlaamse overheid is Herman Van Driessche, wnd. Hoofd van Vloot en bevoegd voor de bebakening tevreden met deze oplossing. “Het was een grote oefening binnen MDK waarbij we de experten hebben geraadpleegd. Het is een weloverwogen beslissing om op deze manier verder samen te werken en heeft voor beide partijen voordelen. De échte winnaars van dit verhaal? Toch wel het milieu en de veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer op de Westerschelde. De modulaire kunststofboeien passen binnen de klimaatambitie van MDK.
Hoe een oud verdrag toch nog aan de basis kan liggen voor een innovatieve samenwerking.

Rechts in de kraan zie je een kunststof boei, op het dek staan twee stalen boeien.

Bundeling krachten North Sea Port en MDK voor extra veer in Havenregio Gent

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) via haar rederij Vloot en North Sea Port zetten extra personeel in om het extra veer ter hoogte van Langerbrugge te bemannen. De veerdienst is sinds eind oktober op weekdagen verdubbeld tussen 7 en 19 uur om de lokale verkeershinder te beperken. Aanleiding hiervoor waren de onverwachte herstellingswerken aan de Meulestedebrug nadat een binnenschip ertegen voer. In het kader van de ‘minder-hindermaatregelen’ nam De Vlaamse Waterweg in nauw overleg met de stad Gent, North Sea Port, Voka en MDK onmiddellijk heel wat maatregelen om drukke verkeerspunten te ontlasten en wachttijden te beperken.

Meulestedebrug ‘under construction’

De Meulestedebrug liep op 24 oktober ernstige schade op door een aanvaring. De brug diende onmiddellijk afgesloten te worden met heel wat verkeershinder als gevolg. De Vlaamse Waterweg liet de tijdelijke vaste voetgangersbrug, die nog gebruikt werd tijdens de herstellingswerken in april, opnieuw installeren. Zo konden fietsers en voetgangers opnieuw oversteken via de tijdelijke brug die vlak naast de Meulestedebrug ligt. Ondertussen liet De Vlaamse Waterweg in een persbericht weten dat de brug nog voor de zomer hersteld zal zijn. Tot dan heeft het wegverkeer tot 3,5 ton twee mogelijkheden: ofwel rijden bestuurders om via de R4, ofwel kunnen zij het veer van Langerbrugge of Terdonk nemen. Zwaar wegverkeer moet verplicht omrijden via de R4.

Minder hinder door inzet twee veerboten én sterke samenwerking

Op dit moment varen in Langerbrugge twee veerboten op weekdagen tussen 7 en 19 uur. North Sea Port en MDK leidden extra personeelsleden op om deze dienstverlening tijdelijk mogelijk te maken. “Door de inzet van een tweede veerboot slagen we erin om een vlotte dienstregeling te garanderen en de wachttijden te beperken,” duidt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap MDK. “Maar we doen dit niet alleen. Hiervoor kunnen we rekenen op twee collega’s van North Sea Port en heel wat collega’s van Vloot die vanuit andere locaties inspringen.” Ook de veerdienst in Terdonk enkele kilometers verder, is een volwaardig alternatief is. Is de wachtrij in Langerbrugge aan de lange kant? Overweeg zeker om voor het veer in Terdonk te kiezen!

Het extra veer in Langerbrugge vaart op weekdagen tussen 7 en 19 uur om de wachttijden te beperken. In het weekend geldt de normale dienstregeling. Het extra veer vaart niet vanaf 25 december 2020 tot en met 3 januari 2021. Denk ook aan het veer in Terdonk als alternatief.