Stormvloedkering Nieuwpoort: bouwkuip rechteroever droog gezet

De voorbije maanden kon je in de havengeul de bouwkuip aan de rechteroever zien verschijnen. 53 stalen buispalen en evenveel damplanken zorgen ervoor dat de arbeiders straks het landhoofd in het droge kunnen opbouwen. In de kuip zijn nog eens 42 buispalen geheid als fundering voor het landhoofd. Ondertussen is ook al het onderwaterbeton gestort en is de bouwkuip droog gezet.

In de paasvakantie wordt verder gewerkt op weekdagen, tussen 7u en 17u. Vanaf dan wordt de wapening voor de vloerplaat geplaatst in de bouwkuip. De aannemer voert het materiaal aan via het militair domein. De aanvoer zal zoveel mogelijk buiten de diensturen van het veer gebeuren.
Het weer en onvoorziene zaken kunnen deze planning wijzigen.
De meest actuele informatie is steeds te vinden op de website van afdeling Kust.

De weg naar het Oosterstaketsel blijft uit veiligheid afgesloten. Wandelaars kunnen vanuit het natuurdomein nog steeds via de houten trap over de duinen richting Middelkerke wandelen. Hou daarbij rekening met de signalisatie van Defensie in functie van schietoefeningen. 
Ook het veer blijft bereikbaar. De dienstregeling van het veer is niet gewijzigd. 
Bekijk hier de omleidingsroute voor wandelaars.

En ondertussen op linkeroever…

Het landhoofd op linkeroever is afgewerkt. In het najaar vorig jaar werd daar de stalen wand aan de havenzijde verwijderd. Als het landhoofd op rechteroever klaar is, zal tussen beide landhoofden de betonnen drempel en het keerlichaam geïnstalleerd worden.

Nieuwpoort verwelkomt nieuwe antennemast

Deze week plaatst het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) de nieuwe antennemast in Nieuwpoort naast het oud Loodswezengebouw. MDK doet hierbij beroep op aannemer De Wandeler die de opbouw verzorgt. De nieuwe mast bundelt niet enkel de telecominstallaties, de mast bevat ook de seinen voor de regeling van het scheepvaartverkeer door de stormvloedkering. Het plaatsen van de zendmast zal voor heel wat bekijks zorgen, gezien de omvang van de constructie. 

Nieuwe mast naast het gebouw

De oude zendmast stond jarenlang op het oud Loodswezengebouw, nu zal de antenne een plaats krijgen naast het gebouw. De mast zal opgetrokken worden uit staal en de voet van de mast zal in een latere fase ingekleed worden met zitbanken uit architectonisch beton. Doordat de de antennemast naast het gebouw komt, kan de vrije dakruimte benut worden als terras voor de nieuwe uitbating in het gebouw. 

Verdere plannen

Het Loodswezen op de linkeroever van de IJzermonding in Nieuwpoort ligt er al even wat verlaten bij. Het complex uit 1958 huisvestte vroeger de seindiensten en het personeel dat instond voor de installaties van het radiobaken, de mistklok op het westerstaketsel en de misthoorn op het Oosterstaketsel.

De effectieve plaatsing van de mast zal drie dagen duren, de verhuis van alle installaties van de huidige mast naar de nieuwe nog enkele maanden. Er is geen hinder voor omliggend scheepvaartverkeer.

LNG-bunkering op de rivier.

De ecologische voetafdruk van de scheepvaart moet drastisch naar beneden. Daarom bekijkt de sector alternatieven voor fossiele brandstoffen, zoals vloeibaar aardgas of LNG. De omschakeling naar LNG is al bezig en biedt gunstige perspectieven. Tegelijk brengt ze ook heel wat uitdagingen mee.

De International Maritime Organization, een onderdeel van de Verenigde Naties, legt standaarden op voor de CO₂-uitstoot in de scheepvaart. Ook de scheepvaartsector is immers gebonden aan emissieregels en moet volop vergroenen om haar ecologische voetafdruk te verminderen. Maar omschakelen naar alternatieve brandstoffen doe je niet op één dag. We spraken met Vivian Baetens, adviseur voor de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA).

De GNA staat in voor de het toelatingsbeleid van alle scheepvaartverkeer in het Scheldegebied en is een samenwerking tussen ons agentschap en Rijkswaterstaat Zee en Delta. Binnen het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer is de Permanente Commissie het hoogste orgaan en de PC geeft aan de GNA de toestemming voor dit proefproject.

Bewust vergroenen

Baetens: “We merken dat de bewustwording rond vergroening stijgt, en dat de markt vragende partij is om samen oplossingen te zoeken. Enerzijds worden er steeds meer maatregelen genomen om de uitstoot van fossiele brandstoffen in te perken. Zo zorgen scrubbers of gaswassers er bijvoorbeeld voor dat uitlaatgassen veel minder zwaveloxide bevatten en wordt er gekozen voor brandstoffen met een lager zwavelgehalte. Anderzijds kijkt de scheepvaart ook naar alternatieven voor fossiele brandstoffen, zoals vloeibaar aardgas, ammoniak en waterstof. De technologie rond LNG staat echter veel verder dan die rond ammoniak of waterstof. Daarom trekt de sector momenteel volop de LNG-kaart.”

Veiligheid voorop

“Bunkeren, het leveren van brandstof aan schepen, gebeurt al jarenlang op de ankerplaats Everingen op de Westerschelde. Daar worden zeeschepen door middel van een binnenvaartschip opnieuw van brandstof voorzien. Tot voor kort ging het steeds om fossiele brandstof, maar in 2020 startten we een eerste proefproject met LNG-bunkering op. We bekeken met een bunkermaatschappij hoe ze LNG konden leveren op ankerplaatsen in de Everingen.”

“Daar komen heel wat nautisch-operationele en juridische aspecten bij kijken. Het bunkerschip moet bij Rijkswaterstaat een vergunning aanvragen om LNG te mogen bunkeren. Het zeevaartschip dat de brandstof ontvangt, moet dan weer een vergunning aanvragen bij de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. Omdat het om grote hoeveelheden gas gaat, staat de veiligheid van zo’n operatie altijd voorop. Zo werd de Veiligheidsregio Zeeland bij het goedkeuringsproces betrokken. Om na te gaan of de werkzaamheden binnen de veiligheidsgrenzen vallen, bekeken we gegevens over de pompsnelheid, de diameter van de bunkerslang en de noodprocedures tijdens een bunkeroperatie.”

Pilootproject

“Daarnaast gingen we ook internationaal op zoek naar best practices van LNG-bunkering. We vonden echter nergens voorbeelden van schepen die op een rivier voor anker liggen, onder invloed van het getij. LNG bunkeren gebeurt meestal in een rustige baai, aangemeerd in een haven of op een andere beschutte plek. Bovendien gaat het in het buitenland meestal om zeegaande bunkerschepen, die toch een andere grootte, manoeuvreerbaarheid en bemanning hebben dan de binnenvaartschepen die wij gebruiken. Onze locatie in Everingen, waar het getij en de wind volop hun gang gaan, betekent een extra uitdaging en maakt ons pilootproject uniek.”

De Titan LNG, die eind 2020 de eerste LNG-bunkering verzorgde, heeft nu voor één jaar toestemming om zeeschepen in de Everingen van LNG te voorzien. Na dat jaar worden de werkzaamheden geëvalueerd en wordt bekeken of de vergunning verlengd kan worden. Intussen kreeg de GNA ook van een tweede bunkermaatschappij een verzoek binnen, ook hier kregen we groen licht van de PC.

Nog een weg te gaan

LNG biedt zeker heel wat perspectieven voor een groenere toekomst voor de scheepvaart. Toch zijn er nog praktische obstakels te overwinnen. “Om op LNG te kunnen varen, moet de machinekamer van een zeeschip worden aangepast. Een LNG-installatie wordt meestal tijdens de bouw van nieuwe schepen geïnstalleerd, deze schepen varen dan volledig op LNG. Maar er zijn ook rederijen die bewust kiezen om achteraf een aanpassing te doen. Zij kiezen dan vaker voor het ‘dual fuel’-concept, zodat ze de keuze hebben tussen LNG en fossiele brandstoffen. De vraag naar LNG-bunkering zit dus echt wel in de lift. En hoe meer mogelijkheden we aanbieden om LNG te bunkeren, hoe meer schepen zullen overschakelen”, besluit Baetens.

Ook MDK kijkt naar de toekomst

Om een vlotte en veilige scheepvaart op de Schelde en haar aanloopgebieden in zee te garanderen, werken Vlaanderen en Nederland samen. De GNA bestaat uit verschillende Vlaamse Nautisch Dienstchefs en Nederlandse GNA-adviseurs van Rijkswaterstaat Zee en Delta en het agentschap MDK. Ook het agentschap hecht een grote waarde aan vergroening. Zo heeft MDK zelf verschillende projecten lopen om de dienstverlening duurzamer te maken. Een voorbeeld hiervan zijn de elektrische veerboten die een CO2-neutrale oeververbinding realiseren in de stadskern. Het agentschap is ook trekker van de Kenniscel Klimaat binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken. In deze kenniscel staat ervaringsuitwisseling rond klimaatsverandering centraal.  

Gespecialiseerde verkooppunten nemen verkoop nautische publicaties over

Vanaf 1 april 2021 biedt het team Vlaamse Hydrografie de nautische publicaties niet langer aan via de eigen hydrowinkel.

Een aantal gespecialiseerde winkels neemt de verkoop aan particulieren over. Welke publicaties waar te koop zijn vind je in onderstaande tabel. (https://www.afdelingkust.be/nl/verkooppunten-nautische-publicaties)

Voor iedereen die op zee gaat is een zeekaart noodzakelijk. Zeekaarten bevatten alle informatie die van belang is voor een veilige navigatie op zee en aanliggende wateren. Het team Vlaamse Hydrografie maakt enerzijds nationale en internationale enkelvoudige grote kaartbladen en anderzijds ook kaartensets en overzichtskaarten.

De gekarteerde symbolen en hun verklaring zijn terug te vinden in de publicatie INT 1.

Met nieuwe ontwikkelingen in ons zeegebied is het nodig kaarten up-to-date te houden. Op iedere gepubliceerde kaart staat aangeduid tot welk nummer van de (BaZ) de bijwerking is doorgevoerd. Deze Berichten aan Zeevarenden blijven beschikbaar op de website van de Vlaamse Hydrografie.  Periodiek worden nieuwe edities van kaarten uitgegeven indien bijwerkingen via BaZ te omvangrijk worden.  Deze nieuwe edities zullen vanaf nu enkel aangekocht kunnen worden via de verkooppunten.

Hydrowinkel

“Vroeger hadden we een fysieke hydrowinkel in onze kantoren in Oostende. Mensen kwamen daar hun zeekaarten en andere publicaties kopen”, vertelt Koen Vanstaen, directeur van het team Vlaamse Hydrografie. “Een aantal jaar terug zijn we gestart met onze webshop. Het is een heel bewuste keuze om de verkoop nu over te laten aan gespecialiseerde winkels, ook nu meer van hen een webwinkel hebben. Op die manier kunnen wij ons als Vlaamse Hydrografie focussen op het maken en publiceren van kwaliteitsvolle kaarten en publicaties.”

Meer info over alle nautische publicaties: www.vlaamsehydrografie.be

Wil je zelf ook verkooppunt worden voor de producten van het team Vlaamse Hydrografie? Neem dan contact met ons op via hydrowinkel@mow.vlaanderen.be

Meisjes en vrouwen in het maritiem onderwijs

In het schooljaar 2020-2021 zien we meisjes en vrouwen in alle maritieme onderwijsinstellingen. Areyouwaterproof maakte een overzicht.

De Scheepvaartschool

De Scheepvaartschool biedt maritieme opleiding aan in de binnenvaart, de beperkte kustvaart en de zeevaart. Op een totaal van 108 leerlingen zijn er 7 meisjes die een maritieme richtingen volgen.

Koninklijk Werk IBIS

Sinds het schooljaar 2019-2020 worden er ook meisjes aangenomen. Momenteel zitten er 10 meisjes in het lager onderwijs, maar in de toekomst komt hier verandering in. IBIS bouwt graag mee aan een toekomst met meer vrouwen in het maritiem werkveld.

Maritiem Instituut Mercator

Het Maritiem Instituut Mercator in Oostende heeft maritieme richtingen in het Technisch-, Beroeps- en Deeltijds onderwijs.

Daarnaast bieden ze de opleiding Maritieme Wetenschappen aan in samenwerking met Athena Centrum.

In totaal volgen er 142 leerlingen een maritieme opleiding, waarvan 6 meisjes.

Hogere Zeevaartschool

De Hogere Zeevaartschool in Antwerpen is de enige hogeschool in België die opleidingen aanbiedt op bachelor en master niveau.

Er zijn 423 studenten ingeschreven, waarvan 64 vrouwen.

CVO Scala

Het CVO Scala in Oostende biedt maritieme opleidingen aan voor volwassenen.

Van de 47 cursisten is er 1 vrouw ingeschreven.

SYNTRA Midden-Vlaanderen

De binnenvaartopleidingen voor volwassenen worden gestuurd door het SYNTRA Midden-Vlaanderen.

De opleiding Matroos Binnenvaart heeft 36 cursisten ingeschreven, waarvan 9 vrouwen.

Daarnaast zijn er nog 3 vrouwen ingeschreven voor de versnelde voorbereiding voor het vaarbewijs.

VDAB Zeebrugge

In het maritiem competentiecentrum van de VDAB Zeebrugge kan je internationaal erkende certificaten behalen, zowel op vlak van navigatie, machinekamer, communicatie, safety als security.

In het jaar 2020 volgden er 7 vrouwen een Basic Safety training of een opleiding via de werkgever.

Wereld Meteorologiedag

Vandaag, 23 maart, is het Wereld Meteorologiedag. Een ideale gelegenheid om een kijkje achter de schermen van het Meetnet Vlaamse Banken en het kustweerbericht te nemen. In primeur delen we ook de opvallendste resultaten van onze gebruikersbevraging van het kustweerbericht. 

Wist je dat onze eerste mariene meteoberichten dateren uit 1976? Voor de uitbouw van de haven van Zeebrugge was er nood aan actuele informatie over de huidige condities en verwachtingen voor de komende dagen. Dat was de start van het Meetnet Vlaamse Banken.  Het Meetnet bestond toen uit een netwerk van golfmeetboeien op zee en een meteopark aan de wal. In 1984 kwamen daar vijf vaste meetpalen langs de vaargeulen naar Zeebrugge en de Westerschelde bij. In 1993 is op de Westhinderbank een platform geïnstalleerd, ter vervanging van het bemande lichtschip dat op deze locatie lag. 

Vandaag bestaat het Meetnet Vlaamse Banken uit: 

  • 6 meetpalen 
  • 16 golfmeetboeien  
  • 5 getijdestations 
  • 3 meteoparken 
  • 4 windmeetlocaties aan de kust 
  • 3 stroommeetlocaties in de havens 

Lees verder onder de foto’s…

meetpaal

De meetpalen en boeien op zee zijn uitgerust met geavanceerde sensoren en meettoestellen. Die verzamelen belangrijke gegevens zoals windsnelheid en -richting, zichtbaarheid, temperatuur, getij, golfhoogte en golfrichting. De getijstations, meteoparken en meetlocaties langs de kust meten daar de wind, getij en stroming en verschillende andere meteoparameters. Alle data van het meetnet komen via een computernetwerk in het datacenter in Oostende terecht. Van daaruit wordt het verdeeld naar de verschillende gebruikers. Het datacenter verwerkt vierentwintig uur per dag en zeven dagen op zeven alle ingewonnen informatie en stelt deze gratis ter beschikking. Zeevarenden hebben zo onmiddellijk toegang tot de actuele informatie via www.meetnetvlaamsebanken.be om hun activiteit veilig te laten verlopen. 

Het Kustweerbericht 

De mariene meteorologen van het Oceanografisch Meteorologisch Station (OMS) in Oostende zijn vaste gebruikers van de gegevens die binnenkomen via het Meetnet Vlaamse Banken. De mensen van het OMS staan in voor nauwkeurige en gedetailleerde meteovoorspellingen in de Noordzee en voor de vaargeulen: het kustweerbericht. Vier keer per dag sturen zij een update van de voorspellingen uit aan professionele gebruikers. De berichten zijn in eerste instantie bedoeld voor een veilige begeleiding van de scheepvaart naar de Vlaamse havens en voor iedereen die werken uitvoert op zee of aan de kust. Maar ook watersporters en de toeristische sector kunnen de gegevens raadplegen via www.kustweerbericht.be. Het OMS is een samenwerking tussen het agentschap MDK en het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) 

Vorige zomer konden de gebruikers van het kustweerbericht deelnemen aan een bevraging. Het doel was om te polsen naar de ervaringen van de gebruikers van de website om deze zo verder te kunnen optimaliseren. 1.266 mensen namen de tijd om de bevraging in te vullen. De belangrijkste resultaten daaruit hebben we gebundeld in de onderstaande infografiek.

Het agentschap MDK gaat de komende maanden verder aan de slag met de verzamelde input. Dit moet in 2022 uiteindelijk leiden tot een nieuwe website voor het kustweerbericht rekening houdend met de noden van de gebruikers. 

Gevaarlijk goed aan boord? Digitaal melden verplicht!

Vanaf 1 maart 2021 is het op alle Vlaamse waterwegen voor binnenvaartschippers die gevaarlijke goederen vervoeren verplicht om reis- en ladinggegevens digitaal te melden.

Vaar je met gevaarlijke goederen door Vlaanderen? Dan wordt verwacht dat jij je melding digitaal doorgeeft. In het kader van veiligheid is het namelijk essentieel dat gegevens van gevaarlijke goederen aan de overheid gemeld worden. Dit is van groot belang in geval van calamiteiten.

De Vlaamse overheid heeft de ambitie om de digitale meldplicht in te voeren voor alle schepen die in Vlaanderen varen. De verplichting voor schepen met gevaarlijke goederen is hierin een eerste belangrijke stap.

Tijd voor actie!

Aan alle schippers die ADN-goederen vervoeren en al digitaal melden, doe zo verder! Meld je nog niet digitaal? Dan vragen we je om zo snel mogelijk actie te ondernemen zodat ook jij je gegevens digitaal kan delen. Je kan dit doen met de gangbare softwarepakketten.

6 maanden tijd om digitaal melden in te voeren

Van 1 maart tot 31 augustus 2021 zal er nog geen handhaving gebeuren op de digitale meldplicht. Zo krijgt iedere schipper de nodige tijd om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Gebruik deze tijd om digitale meldsoftware aan boord te halen als je die nog niet hebt.

Surf naar www.visuris.be/adnmeldplicht voor meer informatie over de digitale meldplicht.

Duin voor dijk

Stormweer aan de kust zorgt in Raversijde vaak voor extreme zandoverlast op de kustbaan en de tramsporen. Een duin voor dijk moet daar een structurele oplossing vormen. Ons agentschap en stad Oostende starten in maart met de aanleg ervan.

Ons land heeft een zandige kust. Het strand zorgt voor een natuurlijke bescherming tegen overstromingen. Tegelijkertijd is er zo ruimte voor recreatie en natuur. Wind zorgt ervoor dat het zand beweegt, van west naar oost langs de kust maar ook landinwaarts. Zand dat zich richting het land beweegt kan duinen gaan vormen, wat opnieuw goed is voor de bescherming tegen overstromingen. Waar er geen duinen zijn, maar waar bijvoorbeeld dijken de bescherming vormen, kan het zand voor overlast zorgen bij hevige storm.

Vooral in Raversijde kost het jaarlijks heel wat inspanningen om de kustbaan en de tramsporen vrij te maken van overgewaaid zand. De betonnen muurtjes die nu al op de zeedijk staan, houden een deel van het opwaaiend zand tegen maar zijn onvoldoende bij hevige storm.

Een duin voor dijk moet er in de toekomst meer zand vasthouden op het strand bij stormweer en hevige wind. Tegelijk zal de groeiende duin hier zorgen voor meer gevarieerde natuur en betere bescherming tegen overstromingen. Over een lengte van ongeveer 700 meter planten we voor de dijk verschillende vakken van 10 maal 10 meter aan met rijshouthagen en helmgras.

Proefproject

De vakken met helmgras zullen door de wind natuurlijk aangroeien met zand waardoor op termijn een duinstrook ontstaat. Dit zorgt ervoor dat het zand op het strand blijft, wat een goede zaak is voor de zeewering. De zone met de duin voor dijk is voor het agentschap MDK en Stad Oostende tegelijkertijd ook een proefproject.

“ In eerste instantie willen we nagaan in welke mate de duinenstrook zand kan opvangen. We weten dat er een groot potentieel is om het zand op te vangen maar concrete cijfers ontbreken. Graag zouden we in de vakken experimenteren met verschillende samenstellingen” vertelt projectingenieur Daphné Thoon. “Variatie brengen in de hoogte of dichtheid van de rijshouthagen of in de dichtheid van het helmgras kan ons meer informatie geven over de ideale aanlegmethode van het duin. Samen met de academische wereld zullen we met dit proefproject lessen trekken op vlak van zandtransport en de natuurontwikkeling zodat we deze oplossing in de toekomst ook kunnen toepassen in andere zones langs onze kust .”

De aanplant van het helmgras start op 1 maart en moet tegen eind maart afgewerkt zijn. De aangeplante vakken zullen nog niet meteen hun volledige zandvangende capaciteit hebben. Tussen de dijk en de vakken met helmgras zal daarom een geul van ongeveer één meter diep dienen als eerste zandvang.

Nieuwe vloer op de zeedijk

Tegelijkertijd met de duin voor dijk vernieuwen we ook de zeedijkvloer tussen de Westlaan en de Diksmuidestraat. De betonnen new jerseys die al aanwezig zijn op de zeedijk plaatsen we na de heraanleg van de vloer terug. Waar er nog geen new jerseys staan, plaatsen we nieuwe. Die moeten verhinderen dat er zand doorwaait op de sporen en de kustbaan. Ze vormen meteen ook een veilige afscheiding tussen de gebruikers van de zeedijk en de tramsporen. Na de paasvakantie starten we aan het stuk tussen de Westlaan tot aan de Dorpstraat. Na de zomervakantie is het de beurt aan de zone tussen de Dorpstraat en de Diksmuidestraat. Voor wandelaars en fietsers zal een omleiding voorzien zijn.

Project met Europese steun

Het project in Raversijde is een proefproject binnen het Interreg Project SARCC – Sustainable and Resilient Coastal Cities. De projectpartners gaan hier op zoek naar natuurgebaseerde oplossingen (nature based solutions) om schade veroorzaakt door overstromingen aan de kust te voorkomen. Zowel het agentschap MDK als stad Oostende zijn partner in het Europees project.

Het agentschap MDK presenteert de jaarcijfers van een bewogen werkjaar.

Het kalenderjaar 2020 zit erop. Het was een jaar als geen ander. Ondanks de wereldwijde pandemie en de uitdagingen die dit met zich meebracht, bleef het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) haar diensten leveren en samenwerken met al haar stakeholders, in de nautische keten en daarbuiten. Dit vertaalt zich naar volgende concrete cijfers.

2020 in cijfers

Veiligheid voorop

Het Masterplan Kustveiligheid werd verder uitgevoerd om de 67 kilometer lange kust te beschermen tegen zware stormvloed. MDK investeert in de nodige maatregelen om de kust en het achterliggende land te beschermen tegen overstromingen vanuit zee. Het agentschap handelt daarbij volgens het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. Waar het aangewezen is, creëert MDK een breder en hoger strand of extra aanplanting voor sterkere duinen, waar het niet anders kan voorziet het agentschap stormmuren of een stormvloedkering.

Zandsuppleties blijven echter nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Bovendien creëren suppleties een natuurlijke omgeving waar naast de mens ook planten en dieren hun plaats kunnen hebben. In totaal werd er in 2020, 899.973 m³ zand toegevoegd aan onze stranden.

Ook Nieuwpoort kende in 2020 heel wat bedrijvigheid waar ijverig verder gewerkt werd aan de bouw van de stormvloedkering. Hiervoor werden in 2020 maar liefst 1.230 m³ beton, 198.987 kg wapeningsstaal, 1.253.566 kg damplanken en 2.169.025 kg buispalen gebruikt.

Stormvloedkering Nieuwpoort

Veilige scheepvaart

Een onmisbare schakel die achter de schermen bijdraagt aan een optimale werking van de nautische keten is het team Vlaamse Hydrografie. En dat was het afgelopen jaar niet anders, zij voerden peilingen uit van de zeebodem en de Schelde, peilden naar wrakken om hun plaats in de vaargeulen te bepalen en brachten al deze informatie samen op zee- en Scheldekaarten. Deze kaarten zijn vitale informatie voor de scheepvaart. Het team Vlaamse Hydrografie deed het afgelopen jaar 517 peilingen op zee en 410 op de Schelde. Ze maakten zo’n 936 elektronische kaarten voor de scheepvaart.

Onze loodsen voerden samen maar liefst een totaal van 53.110 loodsreizen uit in 2020 en bleven dus ook in deze moeilijke tijd doorwerken. Concreet gaat dit over 4.180 loodsreizen op het kanaaltraject, 6.001 op het kusttraject, 21.221 op het riviertraject en 21.634 op het zeetraject. We stellen ondanks de pandemie dus slechts een lichte daling vast ten opzichte van het aantal loodsreizen in 2019 (59.644). De rol van een loods als nautisch expert is niet te onderschatten. Schepen worden steeds groter, langer en in 2020 ook dieper. Het agentschap en betrokken partners staan klaar om in 2021 proefvaarten te doen met schepen tot 16 meter diepgang naar de haven van Antwerpen.

Voor veilige en vlotte scheepvaart op de Westerschelde werken de bevoegde Vlaamse en Nederlandse overheden nauw samen onder het verdragsrechtelijk verankerd “Gemeenschappelijk Nautisch Beheer”. In 2021 viert de Schelderadarketen (SRK) haar dertigjarig jubileum. De 29 radartorens van de SRK zorgen voor de radarbeelden op basis waarvan verkeersleiders in 5 verkeerscentrales (Zeebrugge en Zandvliet in Vlaanderen, Vlissingen, Terneuzen en Hansweert in Nederland) het scheepvaartverkeer kunnen begeleiden aan wal.

Veiligheid op zee

In 2020 kwamen er 283 noodoproepen binnen bij het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende. Het MRCC coördineert alle (mogelijke) reddingsoperaties op zee en vanaf de waterlijn en zet daarbij zowel vliegende als varende eenheden in. Dit aantal is ook gedaald tegenover het vorige jaar, een grote factor is de corona-uitbraak met heel wat recreatieve beperkingen en bijvoorbeeld een tijdelijk verbod op pleziervaart.

MRCC

Meer dan 2 miljoen passagiers over water

Het agentschap zet via Vloot, ook heel wat diverse overheidsvaartuigen in. Naast vaartuigen voor beloodsingen, de ondersteuning van de kustwachtpartners, het onderhouden van de vaarwegmarkering, ter ondersteuning voor hydrografisch en zeewetenschappelijk onderzoek, verzorgt het agentschap 7 veerdiensten in Vlaanderen. Ondanks de bijzondere veiligheidsmaatregelen (tijdelijke onderbreking van toeristisch/recreatieve veren aan de kust, het veer tussen Bazel en Hemiksem en het Sint-Annaveer, alsook de capaciteitsbeperking) vervoerden de veren in 2020, 2.393.079 passagiers. Dit zijn ruim een miljoen minder passagiers dan in 2019 wat te verklaren is door de coronamaatregelen, veel meer telewerken, minder recreatieve verplaatsingen en de scholen die gedeeltelijk afstandsonderwijs inrichtten.

Het agentschap kon 2020 afsluiten met een opsteker want op 1 januari 2021 kwam DeWaterbus onder haar bevoegdheid. Dit is een belangrijke eerste stap om verder te investeren in personenmobiliteit over het water in Vlaanderen.

Samen tegen corona

Er werden het voorbije jaar grote inspanningen geleverd door alle 1.228 medewerkers van het agentschap om de werking te blijven garanderen. De nautische keten kon het voorbije jaar 100% operationeel blijven dankzij versterkte samenwerkingen waarin het agentschap MDK een spilfiguur mocht spelen. Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters gaf MDK in maart de opdracht om een grensoverschrijdende Taskforce Nautische Keten bij elkaar te roepen om te waken over de werking van de volledige nautische keten tijdens deze bijzonder uitdagende periode.

Deze taskforce bundelde de verschillende ketenpartners die nodig zijn om een schip vanop volle zee veilig tot aan de kade in elk van de havens in Vlaanderen te krijgen. De zeehavens zijn belangrijke schakels in onze economie. Medewerkers en partners in de nautische en logistieke keten vervullen dan ook een cruciale rol in de processen om voeding, medisch materiaal en essentiële producten naar de leveranciers en bevolking te krijgen. Het agentschap werkt hiervoor nog steeds nauw samen met De Vlaamse Waterweg, afdeling Maritieme Toegang van het departement Mobiliteit en Openbare Werken, Rijkswaterstaat (NL) en het Nederlands Loodswezen, de vier zeehavens: Port of Antwerp, North Sea Port, Port of Zeebrugge en Port of Oostende, én de verenigingen van havenloodsen en sleepbedrijven.

Blik vooruit op 2021

Het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust blijft in het volgende jaar uiteraard ijveren voor veilig en vlot scheepvaartverkeer en een optimale nautische ketenwerking, personenmobiliteit over water en een performante kustbescherming. MDK zet verder in op innovatie en trekt waar mogelijk de duurzaamheidskaart: van groenere suppleties en baggerwerken, tot havenseinen en boeien met ledverlichting en elektrische veren. Het agentschap streeft daarnaast naar een versterkte en structurele samenwerking met haar stakeholders via het Raadgevend Comité dat voor het eerst zal samenkomen in 2021.

Onderzoeksschip Simon Stevin gespot op de Schelde

Het zeewetenschappelijk onderzoeksvaartuig Simon Stevin voer recent richting Antwerpen voor een niet alledaagse opdracht. In het kader van het ‘PLUXIN’ project, wat staat voor ‘plastic flux for innovation and business opportunities in Flanders’, namen enkele onderzoekers simultane staalnames op onder andere de Schelde. Deze staalnames dienen voor de analyse van micro- en macroplastics.

In dit project wordt de flux onderzocht van plastics van Vlaanderen naar de Noordzee. De staalnames worden verder aangevuld met ‘remote sensing’ metingen om finaal tot een model te komen dat de plastic flux helpt kwantificeren en voorspellen.

Het VLIZ dat instaat voor de organisatie en de planning van het zeewetenschappelijk onderzoek dat gebeurt met de Simon Stevin, is partner in dit project. De staalnames voor dit project gebeuren in nauwe samenwerking tussen de onderzoekers en de bemanning van het schip. Via de verschillende A-frames en de dekkraan aan boord zet de bemanning meerdere instrumenten uit op hetzelfde moment.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met steun van VLAIO en heeft heel wat partners: VLIZ, De Blauwe Cluster, VITO, UGent, UAntwerpen en KULeuven. Meer info over dit project.

Bekijk zeker het timelapse filmpje

Timelapse film