Onderzoeksschip Simon Stevin gespot op de Schelde

Het zeewetenschappelijk onderzoeksvaartuig Simon Stevin voer recent richting Antwerpen voor een niet alledaagse opdracht. In het kader van het ‘PLUXIN’ project, wat staat voor ‘plastic flux for innovation and business opportunities in Flanders’, namen enkele onderzoekers simultane staalnames op onder andere de Schelde. Deze staalnames dienen voor de analyse van micro- en macroplastics.

In dit project wordt de flux onderzocht van plastics van Vlaanderen naar de Noordzee. De staalnames worden verder aangevuld met ‘remote sensing’ metingen om finaal tot een model te komen dat de plastic flux helpt kwantificeren en voorspellen.

Het VLIZ dat instaat voor de organisatie en de planning van het zeewetenschappelijk onderzoek dat gebeurt met de Simon Stevin, is partner in dit project. De staalnames voor dit project gebeuren in nauwe samenwerking tussen de onderzoekers en de bemanning van het schip. Via de verschillende A-frames en de dekkraan aan boord zet de bemanning meerdere instrumenten uit op hetzelfde moment.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met steun van VLAIO en heeft heel wat partners: VLIZ, De Blauwe Cluster, VITO, UGent, UAntwerpen en KULeuven. Meer info over dit project.

Bekijk zeker het timelapse filmpje

Timelapse film

Grote zoekactie op zee naar bootvluchtelingen

Op 26 november kwam op het MRCC in Oostende rond 7u ’s ochtends de melding binnen dat er achttien mensen in nood waren op zee, vermoedelijk bootvluchtelingen.  

Omdat de exacte locatie en het type bootje niet gekend waren, was deze zoekopdracht van bij de start bijzonder moeilijk. De dichte mist zorgde er bovendien voor dat het zoeken werd naar een speld in een hooiberg. Door die mist kon de helikopter ook niet uitvliegen.

de operationele werkvloer van het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende

Direct werd een grootschalige ‘Search and Rescue’ opgestart met verschillende vaartuigen (de R6, SPN09, Sirius en Pollux), maar rond de middag werd deze zonder resultaat stopgezet.

AREYOUWATERPROOF lanceert virtual reality belevingen voor het grote publiek

Areyouwaterproof, het samenwerkingsverband dat hard werk levert om te sensibiliseren rond maritieme opleidingen en jobs, heeft in samenwerking met Omni-c virtual reality belevingen uitgewerkt.  Via deze belevingen wil areyouwaterproof de verschillende doelgroepen kennis laten maken met de maritieme sectoren, de bemanning en de vaartuigen.

Op evenementen, opendeurdagen, jobbeurzen en schoolbezoeken werden de levensechte beelden met een 360° bril al ingezet om mensen hun zeebenen te laten testen. Door de huidige veiligheidsmaatregelen staan evenementen on hold en zullen de virtual reality brillen even niet gebruikt kunnen worden.  Daarom stellen de partners een alternatief voor.


Areyouwaterproof brengt de belevingen graag digitaal naar jou! Altijd al eens willen varen?
Wel daar kunnen wij voor zorgen!
Kijk je ogen uit in onze virtual reality belevingen.
Wij zorgen ervoor dat je niet nat wordt!


De belevingen zijn te vinden op het YouTube-kanaal van areyouwaterproof.
Door de computermuis of smartphone te bewegen, krijg je een 360° zicht op verschillende maritieme activiteiten.  De beelden geven je een unieke blik op een beloodsing op volle zee, de werkzaamheden aan boord van een kabelinstallatieschip, de activiteiten van de binnenvaart, de werken op de werf van de stormvloedkering, de werkzaamheden om de bodem te peilen aan boord van een hydrografisch vaartuig en je kan de vis bijna ruiken aan boord van een vissersvaartuig. 

Een beleving vanuit je woonkamer is niet hetzelfde om je zeebenen te testen, maar areyouwaterproof belooft van zodra het kan de brillen weer aan te bieden op relevante evenementen, opendeurdagen, jobbeurzen en schoolbezoeken.

BELOODSING
BINNENVAART
KABELINSTALLATIESCHIP – ISAAC NEWTON
STORMVLOEDKERING
VISSERIJ
VLAAMSE HYDROGRAFIE

In gesprek met projectleider, Johan Verstraeten


Tijdens de week van de ingenieur gingen wij op zoek naar enkele ingenieurs binnen ons agentschap. Maak kennis met Johan Verstraeten, industrieel ingenieur van opleiding. Hij is projectleider bij Kust. Wij zochten uit wat dat precies inhoudt.



Sinds wanneer werk je voor MDK?

Ik ben in 1998 gestart bij het toenmalige Administratie Waterwegen en Zeewezen. De keuze voor AWZ kwam er nadat ik slaagde voor de examens van Selor, het toenmalige wervingssecretariaat van de overheid.  Zo kreeg ik de kans om mij kandidaat te stellen voor een vacature bij hydrografie in Oostende, zowel de job inhoud als het idee om dichter bij de zee te wonen, spraken mij wel aan.

Voordien werkte ik bij Defensie, bij de divisie Infrastructuur. Daar werkte ik mee aan projecten voor de inrichting van gebouwen.

Welk ‘soort’ ingenieur ben je: industrieel, handels, bio, burgerlijk?

Ik ben afgestudeerd als Industrieel Ingenieur met specialisaties elektriciteit en automatisering.

Met mijn talent voor wiskunde en wetenschappen, gecombineerd met een stevige interesse in informatica en software ontwikkeling was mijn keuze om Industrieel Ingenieur te studeren snel gemaakt.  Mijn interesses werden zo aangevuld met het analyseren van problemen, oplossingen bedenken en de verdere uitwerking.

Kan je kort je job omschrijven?

Als projectleider bij het team Vlaamse Hydrografie hou ik me bezig met alles wat komt kijken bij peilingen voor de navigatiekaarten. Ik stuur zowel een team van eigen mensen, als de aannemer aan. Ik maak ook de planning op van de te peilen gebieden.

Met de peilingen verzamelen we miljoenen cijfers. Op kantoor gebeurt er een reductie van deze gegevens en krijgen we een ‘gekuiste’ versie van de peilingsdata. Met die gegevens maken we peilplannen en navigatiekaarten. Peilplannen zijn een eerste bron van informatie en zijn vooral van belang voor info over de havengeulen. De collega-loodsen en collega’s van de afdeling Maritieme Toegang gebruiken die bijvoorbeeld.

De peilingen zijn belangrijk voor een veilige scheepvaart. Het team Vlaamse Hydrografie is op die manier ook een belangrijke schakel in de nautische keten.

We voeren daarnaast ook peilingen van de vooroever uit. Die zijn dan in het kader van de strandsuppleties om onze kustbescherming te garanderen. 

Wat vind je leuk aan je job?

De zaken die op het terrein, aan boord, gebeuren vind ik het boeiendst. Voor nieuwe installaties, uittesten van apparatuur of onderhoud ga ik zelf ook nog wel eens mee aan boord. Dat is voor mij overwegend op de Noordzee.  Al zou ik wel graag nog wat meer tijd vinden om mee aan boord te gaan.

Op zee doen we de peilingen zelf, in de havens en de vaargeulen zetten we ook een aannemer in. We willen wel meer peilingen zelf gaan uitvoeren. We hebben immers de nodige expertise in huis om gefundeerde keuzes te maken over de toestellen die we kunnen inzetten. Voor de peilingen die we zelf uitvoeren, kunnen we rekenen op de collega’s van Vloot voor de vaartuigen en bemanning. Een goede samenwerking dus!

Op welk project uit je carrière ben je het meest trots?

Van 2014 tot en met 2019 hebben we meetapparatuur getest om metingen in slib en slijk te kunnen doen. Dat was een samenwerking met de afdeling Maritieme Toegang, het Waterbouwkundig Laboratorium en Vloot. Gedurende die vijf jaar deden we meetcampagnes van 15 à 20 dagen. Met de resultaten hiervan gaan we nu aan de slag voor toekomstige metingen.

In gesprek met projectingenieur, Isabelle D’Hooghe


Tijdens de week van de ingenieur gingen wij op zoek naar enkele ingenieurs binnen ons agentschap. Maak kennis met Isabelle D’Hooghe, burgerlijk ingenieur van opleiding. Zij is projectingenieur bij Kust. Wij zochten uit wat dat precies inhoudt.



Sinds wanneer werk je voor MDK?

Ik ben in 2006 aan de slag gegaan als projectingenieur bij afdeling Kust.
Ik werkte eerst op projecten in de jachthavens: renovatie van glooiingen, het bouwen van een veerinfrastructuur, het inrichten van wegen en gebieden, het voorzien van basisinfrastructuur.  Nu volg ik binnen het Team Infrastructuur Kust projecten op die te maken hebben met kustbescherming en kustbeleving. 

Daarvoor werkte ik bij het technisch controlebureau Seco.

Welk ‘soort’ ingenieur ben je: industrieel, handels, bio, burgerlijk?

Ik ben burgerlijk ingenieur bouwkunde.
De liefde voor de wiskunde heeft me deze richting uitgestuurd.  Ik kom uit een ingenieursfamilie, maar dan in de richting Scheikunde.  Bij mij groeide in de eerste jaren van de opleiding de passie voor de bouwkunde heel sterk.  Deze passie voor de bouwkunde en in het bijzonder de waterbouwkunde, heb ik tot vandaag nog steeds.

Kan je kort je job omschrijven?

Als projectingenieur volg ik een project op van aan de studie tot en met de volledige uitvoering. We schrijven de bestekken, volgen de studies op en sturen de aannemers aan.

In het Team Infrastructuur Kust gaat het vooral over bouwkundige projecten voor de bescherming en de beleving van de kust, enkele voorbeelden zijn kaaimuren, glooiingen, sluizen en de fiets- en wandelpaden.

Ons team bestaat uit zeven projectingenieurs, vier toezichters en drie mensen voor de technische ondersteuning.  Bij de opvolging van de projecten sturen de projectingenieurs de projectteams aan.

We krijgen de kans om gelijkaardige projecten te bezoeken, onze kennis te verruimen zowel tijdens de studie als de uitvoering van een project.  Zo ben ik naar Duitsland (Eemskering) en naar Engeland (Thames Barrier) gegaan om me te verdiepen in het bouwen van een stormvloedkering.

Ik ben lid van het I-Storms netwerk, een netwerk van mensen betrokken bij de bouw of de operatie van stormvloedkeringen. De congressen zijn een verrijking.

Wat vind je leuk aan je job?

Het realiseren van mooie en uitdagende projecten samen met een projectteam.

In het project stormvloedkering wordt er intern intens samengewerkt met de toezichters, de medewerkers van de inspectie, de boekhouding, ….
Maar we werken ook samen met medewerkers van buiten ons agentschap, zoals de afdeling Elektromechanica en Telematica (agentschap Wegen en Verkeer), de afdeling Expertise Beton en Staal (departement Mobiliteit en openbare Werken), geotechniek, studiebureaus, het technisch controlebureau en aannemers.

We delen onze kennis bijvoorbeeld ook met de toekomst, onze schoolgaande jeugd. We hebben een doe-expo samengesteld waar bezoekers iets kunnen leren over het klimaat, maar ook over de verschillende materialen die we gebruiken bij de bouw van de stormvloedkering en hoe die zal werken.
Voor de derde graad lager onderwijs hebben we zelfs een pakket op maat uitgewerkt.

De bewustmaking van het belang van zorg voor ons klimaat vind ik erg belangrijk. Bij ons thuis gebruiken we de auto enkel voor verplaatsingen boven de 10 kilometer.  Alles onder de 10 kilometer wordt sowieso met de fiets of te voet gedaan.

Op welk project uit je carrière ben je het meest trots?

De stormvloedkering in Nieuwpoort is een uniek project, zowel voor mezelf als voor ons agentschap, en voor Vlaanderen.  Het is een mooi project, waarin veel technische aspecten aan bod komen, zowel tijdens de studie als tijdens de uitvoering, en dat bovendien ook een groot maatschappelijk belang kent.  Het is een uitdaging en een mooie kans om hieraan te mogen meewerken. De stormvloedkering is nodig om Nieuwpoort en het achterland te beschermen tegen zware stormvloeden en tegen de stijging van de zeespiegel.

De studie van de stormvloedkering is in 2012 opgestart. De uiteindelijke oplevering is voorzien in 2025. Aan de stormvloedkering werken er meer dan 100 mensen samen om het project te realiseren, namelijk aannemers, studiebureaus, overheidsdiensten, controlebureaus, …


Wil je meer weten over de stormvloedkering, klik dan hier.

In gesprek met Scheepsbouw – R&D Manager, Piet Leeuwerck


Tijdens de week van de ingenieur gingen wij op zoek naar enkele ingenieurs binnen ons agentschap. Maak kennis met Piet Leeuwerck, burgerlijk ingenieur van opleiding. Hij is Scheepsbouw – R&D Manager bij Vloot. Wij zochten uit wat dat precies inhoudt.



Sinds wanneer werk je voor MDK?

In juli 2002 begon ik aan mijn carrière bij de overheid.  Ik reageerde op een advertentie in Jobat. Ze zochten een scheepsbouwkundig ingenieur met minimum 6 jaar relevante ervaring in studiebureaus en op scheepswerven.  Ik was verkocht van zodra ik het Zeewezengebouw in Oostende binnengestapt kwam, het uitzicht op de havengeul van Oostende en de prachtige Raveelschilderingen in het gebouw.

Welk ‘soort’ ingenieur ben je: industrieel, handels, bio, burgerlijk?

Ik ben burgerlijk ingenieur van opleiding. Ik studeerde eerst vijf jaar Burgerlijk Ingenieur Bouwkunde en daarna nog twee jaar Scheepsbouwkunde.

Na mijn studies werkte ik eerst als assistent aan de universiteit van Luik.  Daarna kwam ik op de scheepswerf Béliard Polyship in Oostende terecht.

Mijn vader was ingenieur-architect en was mijn grote voorbeeld.
Het ingenieursfacet van de job vond ik altijd al boeiend. Ik was altijd al aangetrokken door de zee en schepen. De zee staat voor mij symbool voor de natuur in alle facetten: schoonheid, rust, maar ook kracht en geweld.

Ik herinner mij nog goed de beelden van de schipbreuk van de Torrey Canyon, een grote tanker die in twee brak. Als ingenieur kunnen we de grenzen altijd een beetje verleggen door ervoor te zorgen dat vaartuigen beter bestand zijn tegen dat geweld van de zee. Maar uiteindelijk zal de zee altijd het laatste woord hebben en daar moet men zich echt van bewust zijn.

Kan je kort je job omschrijven?

Ik sta in voor het overzien van de bouw van onze vaartuigen van A tot Z.
De A staat dan voor het uitschrijven van een goed bestek, waarbij we bepaalde performanties eisen. Dat gaat van het gedrag van het vaartuig in zeegang, over het geluidsniveau aan boord tot een laag energieverbruik. Een goed bestek vraagt een zware inspanning, maar we verwachten dan ook dat onze leveranciers topkwaliteit leveren. Door mijn ervaring op een scheepswerf, wist ik waar de pijnpunten in bestekken lagen. Toen ik bij Vloot aan de slag ging heb ik werk gemaakt van een nieuwe manier van bestekken opmaken waarbij de focus ligt op performantie.
De Z staat dan voor de definitieve oplevering.

Maar tussen de A en Z zijn er nog vele stappen.
En die weg bewandel ik niet alleen.  Ik laat mij ondersteunen door mijn management assistente, de superintendents, nautisch personeel en het juridisch team.  Een ploeg met toffe en competente collega’s!

Eens de bouw van start gaat, doe ik regelmatig werfbezoeken. Voor de detailinspecties gaan in latere fases ook technische en nautische mensen mee.  Tijdens die werfbezoeken kunnen we snel problemen detecteren en samen met de scheepswerf naar een oplossing zoeken.

Eens de vaartuigen geleverd zijn, vindt de voorlopige oplevering plaats. Dan gebeuren de laatste checks en inspecties, met het afleveren van de nodige certificaten.  De complete bemanning maakt dan voor het eerst kennis met het nieuwe vaartuig en krijgt de nodige opleidingen.  Het duurt dan nog twee jaar vooraleer het vaartuig definitief is opgeleverd.

In mijn volledige carrière bij Vloot volgde ik een veertigtal nieuwbouwprojecten en twee renovatieprojecten van de Mercator op voor MDK.

Wat vind je leuk aan je job?

Elk nieuw project is een nieuwe uitdaging. We zoeken altijd naar betere systemen, bijvoorbeeld op vlak van milieu en duurzaamheid.  Ik ben ook blij dat we als overheid voor nieuwe technologieën mogen kiezen. Ik zit op de eerste rij om de evolutie van deze technologieën op een scheepswerf mee te volgen.

Voor het toekomstige elektrische veer “Raveel Ontmoet Ensor” ligt de uitdaging erin om materiaal aan boord te brengen dat bestand is tegen zeewater.  Je kan niet zomaar iedere elektronica gebruiken in deze omstandigheden. Dat vraagt het nodige onderzoek.

Wat ik ook fijn vind, is dat mijn job absoluut geen one man show is.
Een nieuwbouwproject is het werk van een volledig team. Ik raadpleeg heel wat mensen bij het begin van een nieuw project.  We vertrekken met een sneuvelnota.  Dat zijn de krijtlijnen van wat een vaartuig zeker moet kunnen.  Deze nota bespreken we met de directie, met de operationele directeur, met de technische mensen en eventueel met klanten.  Daarna stel ik een bestek op.  Dat wordt opnieuw besproken met de belanghebbenden vooraleer het op de markt gezet wordt.

Ik geef trouwens gastcolleges voor studenten en geef altijd mee dat de Vlaamse overheid echt wel een boeiende werkgever is.  In het kader van de voorbeeldfunctie van de overheid moeten we durven innoveren en op de kar van nieuwe technologieën springen.  Alternatieve en milieuvriendelijke energiebronnen aan boord van onze schepen toepassen, is daar een voorbeeld van.  De evolutie zien van denkwerk naar fysische werken en verwezenlijkingen die een meerwaarde bieden voor onze maatschappij, dat vind ik super.

Op welk project uit je carrière ben je het meest trots?

Moeilijke vraag!  Ik ben gepassioneerd door mijn werk en ben trots op alle projecten die ik overzag. Maar als ik er eentje moet kiezen, dan is het wel de legendarische dame die we in een nieuw kleedje gestoken hebben, de renovatie van de Mercator.

Dankzij de toepassing van het Handvest van Barcelona konden we bij de renovatie moderne technologieën toepassen, en tegelijkertijd ervoor zorgen dat het schip er hetzelfde uitzag als vroeger.  Bepaalde materialen kun je nu niet meer gebruiken, zoals henneptouw bijvoorbeeld, gezien het permanente onderhoud die dit vergt.  Dan moet je dus op zoek naar een alternatief dat duurzamer is maar toch dezelfde uitstraling heeft als vroeger.  Voor de schilderwerken van de romp hebben we verf gehanteerd die gebruikt wordt bij ijsbrekers. Heel duurzaam dus.

Week van de ingenieur

Van 16 tot en met 22 november 2020 is het “week van de ingenieur”.
Wij contacteerden in ons agentschap een aantal ingenieurs die met plezier iets vertellen over hun job.  Je kan hun verhalen deze week lezen op onze blog.

Een ingenieur lost technische, rekenkundige en bouwkundige uitdagingen op een concrete manier op. Pragmatisme en stiptheid zijn belangrijk. De nieuwe technologieën van vandaag vereisen van de ingenieur echter dat hij of zij niet alleen rationeel kan werken, maar ook creativiteit aan de dag kan leggen. Een ingenieur werkt zelden alleen aan een project, maar maakt meestal deel uit van een team dat bestaat uit andere ingenieurs en experten die op andere gebieden gekwalificeerd zijn.

Er bestaan verschillende types ingenieurs.
Je hebt burgerlijke, industriële, bio- en handelsingenieurs.
Maar wat is nu precies het verschil?  En welke afkorting gebruik je nu?

Wat alle ingenieurs gemeenschappelijk hebben is dat ze complexe problemen kunnen oplossen door er op een wetenschappelijke manier naar te kijken. Dat kunnen problemen van technische, organisatorische, technologische of natuurwetenschappelijke aard zijn. Elk type probleem vraagt een andere aanpak en een andere expertise. Binnen elke ingenieursopleiding heb je nog verschillende specialisaties.

  • Een burgerlijk ingenieur zet ideeën om in een ontwerp en bestudeert en test hoe deze ontwikkeld kunnen worden.  Hier gebruik je ir. als afkorting.
  • Een bio-ingenieur wordt ook wel de ingenieur van de levende materie genoemd.  De nadruk in de opleiding ligt op bodem, lucht, water, dier en plant. Hier gebruik je ir. als afkorting.
  • Een handelsingenieur is een deskundige op commercieel en bedrijfstechnisch gebied.  Als handelsingenieur kan je een brug slaan tussen de wereld van de economen en die van de andere deelnemers aan het maatschappelijk verkeer.
  • Een industrieel ingenieur slaat de brug tussen theorie en praktijk.  Hij of zij is meestal praktischer ingesteld dan een burgerlijk ingenieur.  Industrieel ingenieurs ontwikkelen nieuwe ideeën tot een werkbare, efficiënte toepassing.  Hier gebruik je ing. als afkorting.

Hoewel het ingenieursberoep nog steeds een mannenwereld is, vinden toch ook meer en meer vrouwen hun weg naar het beroep.
Dat kunnen we enkel toejuichen!


Digitale editie VTS-comité IALA groot succes.

Van 21 september tot 15 oktober was het opnieuw tijd voor de halfjaarlijkse bijeenkomst van het VTS-comité van de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA). De talrijke internationale deelnemers werkten goed samen en er werden belangrijke stappen gezet, onder meer rond de herziening van de VTS-opleidingen en de update van de VTS-richtlijnen.

Tijdens de halfjaarlijkse IALA-bijeenkomsten worden internationale afspraken gemaakt over Vessel Traffic Services (VTS). Normaal vindt de bijeenkomst één keer per jaar plaats in het IALA-hoofkwartier in Parijs en één keer op een andere locatie. COVID-19 zorgde ervoor dat het dit jaar anders moest. De vergaderingen van de verschillende werkgroepen verliepen volledig online. Tot 5 uur per dag online vergaderen is best intensief en vraagt ook om een andere aanpak om documenten te delen. Doordat deelnemers wereldwijd deelnamen in verschillende tijdzones, hebben velen tot diep in de nacht of vanaf de vroege uren mee vergaderd.

Meer deelnemers

Stefaan Priem, hoofd van de Vlaamse opleiding voor verkeersleiders: “Het VTS-comité was dit jaar aan zijn 49ste editie toe. Er namen 172 deelnemers uit 34 verschillende landen deel. Dat is een absoluut record. Doordat het event dit jaar digitaal plaatsvond, viel de drempel om naar een mogelijk verre bestemming af te reizen weg. Van die 172 deelnemers, waren er bovendien 67 nieuwe. Die nieuwe gezichten en stemmen zorgden voor heel wat nuttige input. We willen er nu alles aan doen om dit ‘vers bloed’ aan boord te houden en de nieuwe deelnemers ook tussen de halfjaarlijkse bijeenkomsten door bij onze werking te betrekken.”

“De resultaten van de vele meetings en presentaties worden verzameld in een rapport, dat eind dit jaar aan de IALA Council wordt voorgelegd. Het document behandelt tal van onderwerpen die van belang zijn voor VTS, zoals een vooruitblik naar de toekomst, een herziening van de standaarden en richtlijnen. Specifiek voor de werkgroep waarin ik zetelde – de werkgroep Training, die instaat voor rekrutering, opleiding en certificering van VTS personeel, werden richtlijn voor VTS-opleidingen herzien. Die aanbevelingen zouden in de toekomst bindend en minder vrijblijvend worden.”

Goed begrip van scheepvaartcijfers is cruciaal om statistieken correct te interpreteren

Op 20 oktober 2020 vieren we voor de derde keer de internationale Dag van de Statistiek. De Verenigde Naties riepen die dag in het leven om te benadrukken hoe belangrijk betrouwbare cijfers en statistieken zijn voor een beredeneerde beleidsvorming. Dat beaamt ook het Beheer- en Exploitatieteam van de Schelderadarketen.
Het Beheer- en Exploitatieteam (BET) is verantwoordelijk voor het operationeel, functioneel en technisch beheer van de systemen van de Schelderadarketen. Het BET houdt heel wat data van scheepsreizen bij. Het is van cruciaal belang dat onderzoekers niet zomaar met die data aan de slag gaan, maar dat ze goed begrijpen hoe de gegevens vergaard zijn, wat hun eventuele beperkingen zijn en welke mogelijkheden ze bieden. Enkel op die manier is een goede interpretatie en zinvolle statistiek mogelijk. Wim Smets, Vlaamse Hoofdbeheerder bij BET: “Onze data worden via verschillende systemen vergaard, waarvan twee primaire databronnen ons Business Intelligence Platform voeden. Enerzijds heb je het Automatic Identification System (AIS) dat de positieberichten van schepen registreert, anderzijds het Informatie Verwerkend Systeem (IVS), dat reisinformatie bevat van de vaarweggebruikers die opgevolgd worden door onze diensten. In het IVS worden ook de gegevens van het Centraal Broker Systeem verwerkt. Die data gaan we vervolgens gebruiken voor projecten, rapportages en studies van Maritieme Dienstverlening en Kust en het Nederlandse Rijkswaterstaat. Daarnaast vragen instanties als het Waterbouwkundig Laboratorium en De Vlaamse Waterweg nv regelmatig data bij ons op.”

Correct interpreteren
Het lastige met statistieken en cijfergegevens is dat ze vaak voor interpretatie vatbaar zijn, weet Wim Smets. “Neem nu bijvoorbeeld de evolutie van het aantal incidenten op de Schelde. Het is duidelijk dat het aantal incidenten met slachtoffers en het aantal ernstige verstoringen van het scheepvaartverkeer sterk verminderd is sinds de inwerkingstelling van de Schelderadarketen in 1991. Maar het is heel moeilijk om de evolutie doorheen de jaren heel concreet te maken. Zo hangt veel af van het soort incidenten. Een bepaald geval kan door de ene persoon als een incident beschouwd en geregistreerd worden, maar door de andere niet. Het is dus van groot belang om goede afspraken te maken over de invoer van data, zodat op alle verkeerscentrales op dezelfde manier omgegaan wordt met het registreren van incidenten. Door de GNA zijn afspraken gemaakt om verschillende interpretaties te vermijden. Bovendien kun je de situatie in Zeebrugge niet vergelijken met pakweg Hansweert. De vaarweg en de scheepvaart zijn er heel verschillend. Er kan al snel heel wat discussie over ontstaan over de cijfers die je aanlevert.”
“Nog zo’n misleidende statistiek is de evolutie in de verdeling zeevaart – binnenvaart. Rond 2011 zien we een duidelijke kentering in de cijfers: er is meer binnenvaart dan zeevaart. Dat lijkt logisch omdat er vanuit het beleid sterk werd ingezet op binnenvaart. Het totale aantal schepen is de jongste twintig jaar gestegen, maar het aantal reizen van zeeschepen is afgenomen. Je zou dus kunnen denken dat er minder getransporteerd wordt over zee. Maar je moet er rekening mee houden dat de tonnages van de schepen steeds groter worden, en dat er dus per schip veel meer getransporteerd wordt. Daar kun je enkel zicht op krijgen als je er de statistieken van de havens bijneemt. Tegelijkertijd zijn ook de cijfers voor de binnenvaart voor interpretatie vatbaar. Het gaat om reizen geregistreerd via het IVS, maar begin jaren 2000 werden nog niet alle verplaatsingen van binnenschepen geregistreerd in dat systeem. Zelfs vandaag is het in een drukke zone als Zandvliet niet haalbaar om alle binnenvaartreizen te registreren in het IVS, soms omvat dit enkel de oversteek van de Schelde of een transport tussen twee kades. Je zou als extra check kunnen kijken naar AIS, maar ook dat systeem is niet honderd procent waterdicht. Een transponder op een schip durft al eens te haperen.”

Op deze kaart werden de gegevens van schepen ontvangen via AIS geplot. Paars toont de afvaarten, groen de opvaarten.


Gegevens combineren
Hoe meer gegevens gecombineerd worden, hoe betrouwbaarder de resultaten zullen zijn, stelt Wim Smets. “Ons AIS genereert gegevens die verzameld worden via transponders op de schepen. Zo’n transponder is een elektronisch apparaat dat om de twee seconden een boodschap uitzendt. Elke dag ontvangen we gemiddeld 12 miljoen AIS-berichten. We beschikken dus over gigantische hoeveelheden data, waar ons serverpark gelukkig voor uitgerust is. AIS-transponders zijn sinds 2005 verplicht voor de zeevaart, maar waren dat voor de binnenvaart pas veel later. Die info moet je meenemen als je de gegevens van beide periodes zou vergelijken. Wij bekijken steeds of we nog andere gegevens kunnen integreren in onze berekeningen. Deze aanvullende gegevens komen niet enkel uit onze eigen databronnen, maar kunnen ook door andere ketenpartners aangeleverd worden.”
“Nu kan het wel eens gebeuren dat er iets mis gaat met zo’n transponder, en dat er foutieve geografische gegevens van een schip worden doorgestuurd. Als je bijvoorbeeld ziet dat een schip in de haven van Zeebrugge ligt en een halfuur later aanmeert in Zuid-Amerika, weet je dat er iets niet in de haak is. Deze filtering gebeurt automatisch. Voor andere data die via AIS worden doorgegeven, is zo’n automatische filtering heel wat moeilijker. Als daar een vreemd resultaat uitkomt, moeten we bekijken hoe dat te verklaren valt. We proberen dit soort fouten zoveel mogelijk actief op te sporen, en zo onze processen te verbeteren.”

Deze grafiek toont het aantal op- en afvaarten in het werkingsgebied van de Schelderadarketen tussen januari 2000 en september 2020. De data werden gegenereerd via het IVS. In 2009 was er een duidelijke terugval van het aantal reizen, te verklaren door de financiële crisis van eind 2008. De ‘dip’ in 2020 valt te verklaren door het feit dat niet het volledige jaar werd meegenomen, maar slechts de periode tot september.

In gesprek met een management assistant

Naar aanleiding van de week van het werkgeluk, zetten we elke dag een ander personeelslid van MDK in de kijker. Vandaag is het de beurt aan Isabelle Vanden Eycken, management assistant in Oostende

“Mijn job biedt veel afwisseling met oog voor innovatie.
De maritieme wereld is zeer boeiend.”

Sinds wanneer werk je voor MDK?
Ik ben in 1999 gestart bij afdeling Kust die toen nog onder de Administratie Waterwegen en Zeewezen viel.

Kan je kort je job omschrijven?
Bij Vloot doe ik de ondersteuning voor het management. In eerste instantie was dit voor de toenmalige algemeen-directeur, Johan Onraedt. Maar dit combineerde ik met de nieuwbouwprojecten onder toeziend oog van Piet Leeuwerck. Nieuwbouw heeft dagelijks te maken met uitdagende projecten. Wij zetten volop in op innovatie, zoals het ontwerpen en bouwen van elektrische vaartuigen, onderzoek naar vaartuigen op waterstof en autonoom varen.

Hoe ben je bij MDK terechtgekomen?
Zoals eerder gezegd, werkte ik al bij afdeling Kust voor MDK bestond.
In februari 2017 was het tijd voor een nieuwe uitdaging en maakte ik de overstap van afdeling Kust naar Vloot. Ik bleef dus wel actief binnen het agentschap.

Wat vind je leuk aan je job?
Mijn job biedt veel afwisseling met oog voor innovatie. De maritieme wereld is zeer boeiend. In mijn huidige functie moet je zelfstandig zijn en in team kunnen werken. Maar moet je ook organisatietalent hebben, flexibel en stressbestendig zijn. Allemaal dingen die me goed liggen!

Heeft corona een impact op je job gehad?
Het grootste verschil is het thuiswerk. Gelukkig kan ik mijn job thuis goed uitvoeren. Dankzij de applicatie Teams kan er online vergaderd worden en zijn er vlotte contacten met de scheepswerven en de collega’s.

Heb je tijdens corona nog contact gehad met je collega’s?
Ondanks de coronacrisis blijft de maritieme sector doorgaan. Wij hebben zowel telefonisch, via e-mail en de vele Teams overleggen contact gehouden. Mijn motto is “Keep up the teamspirit!”.

Hoe zie jij je toekomst bij MDK?
Ik ben tevreden met mijn job en ervaar veel werkplezier. Ik leer nog elke dag bij. Het is leuk werken met een aangename baas die zoveel kennis overdraagt over scheepsbouw. Nieuwe technieken worden onderzocht en toegepast om steeds bij te dragen tot een beter milieu. Ondanks de huidige crisis moet de maritieme sector blijven doorgaan. Als ik bij de nieuwbouwprojecten de evolutie van het ontwerp tot de bouw van een vaartuig volg, kijk ik al uit naar het eindresultaat.

Heb je iets geleerd uit deze periode?
Positief blijven. Het is belangrijk om aandacht te schenken aan de coronamaatregelen om elkaars gezondheid te beschermen en deze veiligheidsmaatregelen goed te blijven opvolgen.