Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.

De Permanente Commissie voor Toezicht op de Scheldevaart (PC) wil de nautische veiligheid op de Westerschelde vergroten.

Op advies van de Commissie Nautische Veiligheid Scheldegebied (CNVS) gelden scherpere veiligheidsmaatregelen voor de binnenvaartpassagiersschepen op de Westerschelde.

Zo vraagt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) lijsten op van binnenvaartpassagiersschepen die verwacht worden in de verschillende havens. Dit helpt om een beter overzicht te krijgen van het aantal binnenvaartpassagiersschepen op de rivier. De Westerschelde is een open zeearm met getij en druk verkeer. Vanwege de bijzonderheden op dit vaarwater adviseert de GNA eventueel een loods aan boord te nemen die de kapitein helpt de haven veilig te bereiken.

Kapiteins krijgen momenteel folders mee met de specifieke eigenschappen van de Westerschelde. Daarnaast zijn gesprekken voorzien met de sector om simulatortrainingen en/of klassikale toelichtingen aan te bieden over de bijzonderheden van dit vaarwater. Deze maatregelen moeten bijdragen aan de veiligheid op de Westerschelde.

Vroegtijdig aanmelden.

Op dit moment melden schepen zich via de marifoon op het moment van betreden van het GNB-gebied. Zowel de Nederlandse als Vlaamse overheid onderzoekt of het mogelijk is een meldingsplicht 48 uur voor het betreden van het GNB-gebied in te voeren. Op basis van de verkregen gegevens kan de GNA voor ieder binnenvaartpassagiersschip een risicoanalyse uitvoeren. Indien de analyse aantoont dat er een groot risico is, dan kan de GNA voor het betreden van het GNB-gebied een loods voorschrijven om de veiligheid te garanderen.

Vooruitlopend hierop zal de GNA, bij ernstige twijfel, vanaf nu op basis van veiligheidsrisico’s verbonden aan de vaart van een bepaald binnenvaartpassagiersschip, een ad hoc loodsplicht opleggen.

Viking Idun

Aanleiding voor deze voorgenomen maatregelen is het incident met de Viking Idun op 1 april 2019. Dit binnenvaartpassagiersschip kwam bij Terneuzen in aanvaring met een tanker. De Onderzoeksraad voor Veiligheid voert een onderzoek uit naar deze aanvaring. Resultaten daarvan worden eind september 2019 verwacht. De voorgenomen maatregelen van de PC worden met de Onderzoeksraad voor Veiligheid afgestemd.

 

 

De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart is het hoogste orgaan in de organisatie van het Gemeenschappelijk Nautisch beheer. Ze is verantwoordelijk voor de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in het Scheldegebied.

Het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB) betekent dat Vlaanderen en Nederland op nautisch vlak samenwerken in het Scheldegebied om vlot en veilig scheepvaartverkeer te organiseren van en naar de Scheldehavens. De nautische samenwerking is juridisch verankerd in het GNB-verdrag.

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) zorgt samen met de verkeersleiders (Vessel Traffic Services (VTS)) voor de dagelijkse vlotte en veilige afhandeling van de scheepvaart in het Scheldegebied.

De Commissie Nautische Veiligheid Scheldegebied (CNVS) bestaat uit Vlaamse en Nederlandse autoriteiten die betrokken zijn bij het scheepvaartverkeer op de Westerschelde, de leiding van de GNA, vertegenwoordigers van de beide loodswezens en de Vessel Traffic Services.

 

 

Flows maakte een portret van onze Administrateur-generaal

In de reeks weekendportretten van Flows bezoekt journalist Paul Verbraeken elke week een maritieme of logistieke “BV”. In deze editie komen we meer te weten over onze eigen administrateur-generaal. We lezen over haar studies, het combineren van een groot gezin met professionele ambities, haar ervaring en de toekomst die ze ziet voor het agentschap.

Het volledige interview vindt u in Flows.

Vlaanderen is maritiem.

Geachte,

Van bij de start van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in 2006 sta ik als administrateur-generaal aan het roer.  Op 31 juli neem ik afscheid van dit agentschap.

Tijdens mijn boeiende en rijk gevulde carrière bekleedde ik zowel op zee als aan de wal diverse managementfuncties in de private en de publieke sector.  Nu zal ik het wat rustiger aan gaan doen.

Op 1 augustus draag ik de leiding van het agentschap over aan dr. ir. Nathalie Balcaen. Het agentschap is bij haar in goede handen en ik wens haar bij deze alle succes toe voor de toekomst.

Ik dank ook alle medewerkers, klanten, partners en collega’s met wie ik heb samengewerkt voor hun jarenlange inzet. Het is vooral door hun onverdroten ijver, passie en vertrouwen dat we samen de vele mooie projecten en initiatieven hebben kunnen realiseren.

Het zou onrecht doen aan zovelen om al deze realisaties hier te trachten noemen. Nochtans hebben enkelen het aangedurfd een publicatie te maken van de belangrijkste verwezenlijkingen en samenwerkingsverbanden van ons agentschap sinds 2006. Het is een mooi kijkboek geworden dat een overzicht geeft van de arbeid en het vakmanschap van velen ten voordele van veilig en vlot scheepvaartverkeer en een robuuste kust. Daarnaast is het ook een teken van geloof in de toekomst die vandaag reeds begonnen is.

Het gaat u allen goed !

Jacques D’Havé
Administrateur generaal
Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust

 

Via volgende link kan u de publicatie digitaal consulteren.

 

MDK-actueel 31 staat op de website

MDK-Actueel 31Het septembernummer van de MDK-Actueel is er vers van de pers. De layout is licht gewijzigd naar aanleiding van de nieuwe huisstijl van de Vlaamse overheid. Wie de MDK-Actueel op papier ontvangt, mag deze elk moment in zijn brievenbus verwachten. De digitale versie is sinds vandaag ook beschikbaar op de website van MDK.

Inhoud:

  • Nieuwe veerboot
  • Doop Castor
  • Noorzeeterminal
  • Speciale transporten
  • Brug Het Wrakhout
  • Zeedijk Wenduine
  • Concessie RYCO
  • Blauwe Loper