Nieuwe ebbedeuren voor Mercatorsluis Oostende

Vanaf 1 maart vernieuwt het agentschap van Maritieme Dienstverlening en Kust de afwaartse ebbedeuren van de Mercatorsluis in Oostende, dat zijn de ebbedeuren richting zee. De sluis zal hierdoor gedurende 2 à 3 weken volledig gestremd zijn. Vaartuigen zullen in die periode enkel bij hoog water in en uit het dok kunnen varen. Doordat de werken buiten het vaarseizoen gebeuren blijft de hinder voor de pleziervaart beperkt.

De huidige ebbedeuren zijn aan vervanging toe. Er gaat te veel water door de deuren waardoor het dok niet meer op peil gehouden kan worden.

Op deze tekening kan je zien wat de ebbe- en vloeddeuren van een sluis zijn.

Duin voor dijk

Stormweer aan de kust zorgt in Raversijde vaak voor extreme zandoverlast op de kustbaan en de tramsporen. Een duin voor dijk moet daar een structurele oplossing vormen. Ons agentschap en stad Oostende starten in maart met de aanleg ervan.

Ons land heeft een zandige kust. Het strand zorgt voor een natuurlijke bescherming tegen overstromingen. Tegelijkertijd is er zo ruimte voor recreatie en natuur. Wind zorgt ervoor dat het zand beweegt, van west naar oost langs de kust maar ook landinwaarts. Zand dat zich richting het land beweegt kan duinen gaan vormen, wat opnieuw goed is voor de bescherming tegen overstromingen. Waar er geen duinen zijn, maar waar bijvoorbeeld dijken de bescherming vormen, kan het zand voor overlast zorgen bij hevige storm.

Vooral in Raversijde kost het jaarlijks heel wat inspanningen om de kustbaan en de tramsporen vrij te maken van overgewaaid zand. De betonnen muurtjes die nu al op de zeedijk staan, houden een deel van het opwaaiend zand tegen maar zijn onvoldoende bij hevige storm.

Een duin voor dijk moet er in de toekomst meer zand vasthouden op het strand bij stormweer en hevige wind. Tegelijk zal de groeiende duin hier zorgen voor meer gevarieerde natuur en betere bescherming tegen overstromingen. Over een lengte van ongeveer 700 meter planten we voor de dijk verschillende vakken van 10 maal 10 meter aan met rijshouthagen en helmgras.

Proefproject

De vakken met helmgras zullen door de wind natuurlijk aangroeien met zand waardoor op termijn een duinstrook ontstaat. Dit zorgt ervoor dat het zand op het strand blijft, wat een goede zaak is voor de zeewering. De zone met de duin voor dijk is voor het agentschap MDK en Stad Oostende tegelijkertijd ook een proefproject.

“ In eerste instantie willen we nagaan in welke mate de duinenstrook zand kan opvangen. We weten dat er een groot potentieel is om het zand op te vangen maar concrete cijfers ontbreken. Graag zouden we in de vakken experimenteren met verschillende samenstellingen” vertelt projectingenieur Daphné Thoon. “Variatie brengen in de hoogte of dichtheid van de rijshouthagen of in de dichtheid van het helmgras kan ons meer informatie geven over de ideale aanlegmethode van het duin. Samen met de academische wereld zullen we met dit proefproject lessen trekken op vlak van zandtransport en de natuurontwikkeling zodat we deze oplossing in de toekomst ook kunnen toepassen in andere zones langs onze kust .”

De aanplant van het helmgras start op 1 maart en moet tegen eind maart afgewerkt zijn. De aangeplante vakken zullen nog niet meteen hun volledige zandvangende capaciteit hebben. Tussen de dijk en de vakken met helmgras zal daarom een geul van ongeveer één meter diep dienen als eerste zandvang.

Nieuwe vloer op de zeedijk

Tegelijkertijd met de duin voor dijk vernieuwen we ook de zeedijkvloer tussen de Westlaan en de Diksmuidestraat. De betonnen new jerseys die al aanwezig zijn op de zeedijk plaatsen we na de heraanleg van de vloer terug. Waar er nog geen new jerseys staan, plaatsen we nieuwe. Die moeten verhinderen dat er zand doorwaait op de sporen en de kustbaan. Ze vormen meteen ook een veilige afscheiding tussen de gebruikers van de zeedijk en de tramsporen. Na de paasvakantie starten we aan het stuk tussen de Westlaan tot aan de Dorpstraat. Na de zomervakantie is het de beurt aan de zone tussen de Dorpstraat en de Diksmuidestraat. Voor wandelaars en fietsers zal een omleiding voorzien zijn.

Project met Europese steun

Het project in Raversijde is een proefproject binnen het Interreg Project SARCC – Sustainable and Resilient Coastal Cities. De projectpartners gaan hier op zoek naar natuurgebaseerde oplossingen (nature based solutions) om schade veroorzaakt door overstromingen aan de kust te voorkomen. Zowel het agentschap MDK als stad Oostende zijn partner in het Europees project.

Suppletie Duinbergen vroeger van start

Onder een stralende lentezon en met heel wat kijklustigen is gisteren een week vroeger dan gepland de strandsuppletie in Duinbergen gestart. Tot aan de Paasvakantie brengt het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust ruim 900.000m³ zand aan op het strand tussen de Parkstraat en de Zeerobbenlaan.

Vanuit de haven van Zeebrugge loopt een persleiding over het hele strand rond de Baai van Heist tot net voorbij Duin 45. Hier is aannemer Jan De Nul gisteren gestart met opspuiten. De werken zullen stelselmatig opschuiven tot net voorbij de Zeerobbenlaan.

De sleephopperzuiger Pedro Álvares Cabral spuit vanuit de haven zand via de persleiding op het strand. Doordat het schip vanuit de haven kan werken zijn de werken minder afhankelijk van het getij en kan de suppletie vlugger en vlotter verlopen.

Waarom suppleren we?

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert afdeling Kust sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaan we uit van het principe “zacht waar het kan, hard waar het moet”. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Zandsuppleties blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing.

Om ervoor te zorgen dat het veiligheidsniveau behouden wordt, namelijk bescherming bieden tegen een 1000-jarige stormvloed, zijn regelmatig onderhoudssuppleties nodig.

Werken Havenstraat – Franchommelaan in Blankenberge

In september 2020 startte het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) aan de noodzakelijke maatregelen om Blankenberge en het achterland te beschermen tegen zware stormvloeden. Bij de bouw van de nieuwe kaaimuren in de Franchommelaan en de Havenstraat werden we in het najaar vorig jaar geconfronteerd met onvoorziene omstandigheden. Hierdoor lagen de werken noodgedwongen een hele periode stil. Dat betekent ook dat de voorziene einddatum van juni 2021 niet meer haalbaar is en februari 2022 wordt. Het goede nieuws is dat de aannemer na bijkomend onderzoek begin dit jaar de werken opnieuw heeft kunnen aanvatten. 

Aanpassing aan ontwerp

“Zowel in de Franchommelaan als in de Havenstraat stelden we een probleem vast met het aanvulzand achter de damwanden”, vertelt projectingenieur Niels Vanmassenhove.“Daarom werd beslist om eerst nog extra grond op te voeren vooraleer de verharding aan te brengen. Zo kan de verharding in de toekomst niet verzakken.”
Bij het plaatsen van de damwand zelf in de Havenstraat botste de aannemer op een tweede probleem. De grondlagen in het water blijken grote afwijkingen te vertonen ten opzichte van de grondlagen op het land. Om later stabiliteitsproblemen aan de kaaimuur te voorkomen, moet de damwand er terug uit en is een aanpassing aan het ontwerp nodig. De damwand moet langer worden, zodat hij dieper in de grond kan. Hetzelfde moet gebeuren met de ankerwand aan de voorzijde van het windscherm. Voor die ankerwand is bovendien extra verankering nodig.

Impact

  • De einddatum van de werken verschuift van juni 2021 naar februari 2022
  • We onderzoeken momenteel om in de zomervakantie, behalve tijdens het bouwverlof, enkele geluidsarme activiteiten uit te kunnen voeren maar dat staat nog niet vast.
  • In de zomervakantie zullen de parkeerplaatsen aan de Barcadère en de Havenstraat niet beschikbaar zijn. Het Lokaal Bestuur zoekt momenteel naar een alternatief.
  • De Havenstraat blijft volledig afgesloten. Voetgangers kunnen door het Leopoldpark tot in de Franchommelaan of zeedijk. Fietsers en auto’s dienen de aangeduide omleidingsroute te volgen.
  • Voor de jachtclubs voorzien we in het voorjaar tijdelijke steigers zodat zij toch van het vaarseizoen kunnen genieten.
  • Van 22/2/2021 tot 26/2/2021 moeten er palen in de bodem geklopt worden. Dit zal heel wat geluidshinder met zich meebrengen. Het inkloppen gebeurt telkens van 9u tot 17u.

Desondanks deze vertraging, zet het agentschap MDK zich volop in om aan veilig en mooi Blankenberge te werken.

Meer info over het project vind je hier.

Start suppletiewerken in Bredene 

Op het strand van Bredene voert DC Industrial (DCI) binnenkort alle materiaal aan voor een onderhoudssuppletie. In opdracht van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) zal vanaf 15 februari zo’n 350.000m³ zand aangevoerd worden. Dit is nodig om de kustlijn tussen Bredene en de Vosseslag te beschermen tegen het geweld van de zee.

350 000 m³ zand als onderhoudssuppletie 

Begin volgende week starten de voorbereidende werken voor de zandopspuitingen. De aanvoer van de persleidingen en ander materiaal zal voornamelijk via Oosteroever in Oostende verlopen.  Vanaf 15 februari tot aan de paasvakantie zal  aannemer DCI in opdracht van MDK extra zand  aanbrengen op het strand, iets minder dan 350.000m³ om precies te zijn.  Het gaat om een onderhoudssuppletie, zodat het veiligheidsniveau om ons te beschermen tegen zeer zware stormvloed in deze zone en de robuustheid van de duinengordel behouden blijft. De suppletie start ter hoogte van strandpost 6 (Bredene Hippodroom) richting strandpost 3.  

De aanvoer van het zand gebeurt met twee sleephopperzuigers. Deze kunnen enkel aankoppelen aan de zinkerleiding op het strand rond hoog water. Om gebruik te maken van beide hoogwaters op een dag, wordt er dag en nacht gewerkt. De planning van de werken is daarnaast ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Tegen de start van de paasvakantie zouden de werken klaar moeten zijn.  

‘Zacht waar het kan, hard waar het moet’ 

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert MDK sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaat MDK uit van het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Het technische team en de ingenieurs brengen de meest kwetsbare zones in kaart door het strandpeil op frequente tijdstippen te meten.  

Zandopspuitingen blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing. Bovendien creëren we met suppleties een natuurlijke omgeving waar naast de mens ook planten en dieren hun plaats kunnen hebben. 

Onbemand peilen: hydrografie van de toekomst

Autonoom varen zit sinds een paar jaar in de lift. Ook ons agentschap  zet hier volop op in. In 2019 startten we een intern innovatieproject rond het thema van onbemand varen, met de focus op hydrografie. Projectleider Samuel Deleu van het team Vlaamse Hydrografie deed hiervoor een internationale bevraging met als einddoel in 2022 de eerste peilingen  met een eigen onbemand vaartuig te kunnen uitvoeren.

“Het einddoel van ons project is een eigen onbemand vaartuig kunnen inzetten om de zeebodem gedetailleerd op te meten of te peilen,” licht Samuel toe. “Een hydrografisch moederschip zou het Unmanned Surface Vehicle (USV) vervoeren en uitzetten op locatie om simultaan te peilen. Mogelijks bekijken we in een latere fase of de inzet van een USV vanuit de haven in volledige autonome modus haalbaar en interessant is.. Voor het zover is, moeten we uitzoeken welke verschillende innovaties operationeel en financieel mogelijk zijn.” 

Eerste stappen zijn al gezet

De eerste stappen richting peilen met een onbemand vaartuig zijn al gezet. Het team Vlaamse Hydrografie heeft sinds vorig jaar een klein Unmanned Surface Vehicle (USV), de Q-boat om stromingsmetingen uit te voeren in het Zwin. Daarnaast zal het team met de Q-boat singlebeam dieptemetingen uitvoeren in de Vlaamse kustjachthavens. Met zijn vrij kleine diepgang en zijn grote wendbaarheid is de Q-boat ideaal om gebieden met een lage waterstand of moeilijk bereikbare zones te peilen. Ook andere overheidsinstellingen tonen interesse in het gebruik van de Q-boat. “Dit jaar rustten we de Q-boat uit met een multibeam systeem. Voor het vervoer ervan en om het in het water te laten, lieten we een aanhangwagen op maat ontwerpen”, vertelt Samuel.

Onbemand peilen op zee

“Het belangrijkste werkterrein van het team Vlaamse Hydrografie is echter de Noordzee. De Q-boat is hiervoor niet geschikt,” legt Samuel uit. “Een onbemand vaartuig voor op zee moet aan bepaalde golfkrachten kunnen weerstaan enerzijds om de kwaliteit van de metingen te kunnen garanderen en anderzijds naar veiligheid toe. Het voorbije jaar deden we een uitgebreide marktverkenning. We bekeken alle USV’s die geschikt zijn voor de open zee. We beoordeelden de vaartuigen op een aantal criteria zoals rompvorm, materiaal, snelheid, grootte en gewicht, datakwaliteit, software, gebruikerservaringen, ondersteuning, veiligheid, het Launch and Recovery System (LARS of het systeem om het in en uit het water te hijsen), en de prijs,” verduidelijkt Samuel.

 “Tijdens de marktverkenning bleek dat de aanbieders voor een USV voor open zee niet zo talrijk zijn”, stelt Samuel. “De markt voor kleine USV’s voor inzet in beschutte gebieden is veel groter, op zee gelden natuurlijk heel andere omstandigheden waar we goed moeten over nadenken. Ook buitenlandse hydrografische diensten denken na over hoe ze USV’s gaan gebruiken in de toekomst. Bij het team Vlaamse Hydrografie is het echt de bedoeling om die dagdagelijks te kunnen inzetten.”

Dubbele winst

Het inzetten van USV’s zou een efficiëntieslag voor hydrografische activiteiten betekenen.

“Op die manier zouden we maximaal kunnen profiteren van dagen met goed ‘peilweer’,” oppert Samuel. “Je moet weten dat het voor een peiling op zee al snel slechte weerscondities zijn. Hoge golven zorgen ervoor dat we met de meetapparatuur geen kwaliteitsvolle metingen meer kunnen doen. Door op de dagen met goede weersomstandigheden te peilen met een USV én op hetzelfde moment met het moederschip, kunnen we een veel groter gebied in kaart brengen. Dat zou een enorme efficiëntiewinst opleveren.” 

Next steps

Op basis van de marktbevraging en de gebruikerservaring zal een eigen autonoom vaartuig aangekocht worden. In 2021 zet het projectteam hiervoor een bestek op de markt. “Wij hopen in 2022 de eerste testvaarten te kunnen doen met ons eigen autonoom vaartuig”, besluit Samuel. 

Eerste 100% duurzame zandsuppleties – primeur voor Vlaanderen

Op het strand van Raversijde start op 1 februari een onderhoudssuppletie. We brengen 500.000m³ extra zand aan om de bescherming tegen zware stormvloed weer op peil te brengen. Voor het eerst in ons land gebeurt dit op 100% duurzame wijze. Het materieel dat aannemer Jan De Nul inzet beantwoordt aan de strengste duurzaamheidsnormen.

Ons agentschap bevestigt met deze aanpak en de keuze voor Jan De Nul opnieuw hoe het een voortrekker is binnen de Vlaamse overheid om de reductiedoelstellingen voor België te halen.

Binnen de Vlaamse Klimaatstrategie 2050 streeft ons land een reductie van 85% van broeikasgasemmissie na in vergelijking met 2005.  

Als de maritieme overheidspartner willen we op alle mogelijke manieren inzetten op het beperken van onze milieu-impact. Bij de bestekken die we in de markt zetten, besteden we dan ook bijzondere aandacht aan milieucriteria. Dat leidt vandaag al tot concrete CO₂-reductie door de milieuvriendelijke uitvoering van de bagger- en suppletiewerken op basis van de initiatieven van de aannemers waarmee we samenwerken,” zegt administrateur-generaal Nathalie Balcaen. 

Voor de baggerwerken in Raversijde zet Jan De Nul Group in op duurzame brandstof. Het baggerschip Pedro Álvares Cabral zal tijdens de werken op 100% duurzame drop-in biobrandstof varen. Dat is een duurzame vervanger van fossiele diesel, gemaakt van oliën uit plantaardige afvalstromen en dus niet van voedselgewassen. ‘Drop-in’ houdt in dat motoren niet aangepast moeten worden om deze biobrandstof te kunnen gebruiken.  

Deze duurzame variant reduceert niet alleen de CO₂-uitstoot, er belandt ook fors minder fijnstof in de lucht. De verbranding gebeurt heel wat efficiënter dan de verbranding van conventionele diesel. Omdat drop-in biobrandstof afvalstromen als grondstof gebruikt, is het ook nog eens bevorderlijk voor de circulaire economie.  

Voor de grondwerken op het strand mobiliseert Jan De Nul de meest geavanceerde bulldozers en graafkranen, allemaal voorzien van uitlaatgasfiltersystemen. En het projectmanagementteam ter plaatse zal kunnen beschikken over de nieuwste generatie van ecologische werfkantoren, voorzien van goed isolerende materialen en een warmtepomp.

Lees hier het volledige persbericht.

De timing voor deze en andere onderhoudssuppleties dit jaar vind je hier.

Grote puzzel van helmgras om zandvangende capaciteit te meten

Op het strand op Oosteroever in Oostende staand sinds 2020 houten palen. Die bakenen een zone af om spontane duingroei alle kansen te geven. Om dat proces van duingroei te versnellen, planten we in één zone tussen de palen helmgras aan. De zone vormt meteen ook het terrein voor wetenschappelijk onderzoek van de KULeuven.

De zone met helmgras zal door de wind natuurlijk aangroeien met zand. Op termijn zal een duinstrook ontstaan die zorgt dat het zand op het strand blijft. Dat is een goede zaak voor de zeewering. We weten al dat helmgras een goede zandvanger is. Maar welke patroon van plantjes het beste werkt om zand vast te houden en zo de vorming van embryonale duinen te stimuleren is nog een vraagteken.

De KULeuven koppelde hier een masterproef aan. Jennifer Derijckere, masterstudente industrieel ingenieur aan de Brugse campus, zal gedurende zes maanden de impact van het helmgras op het strand onderzoeken. De proefopstelling bestaat uit zes verschillende vakken van elk 20 vierkante meter. In elk vak planten we het helmgras volgens een ander patroon.

De X-as is evenwijdig aan de Spinoladijk, de Y-as is loodrecht op de Spinoladijk.
Zone 1: zes plantjes per vierkante meter
Zone 2: negen plantjes per vierkante meter. Elke vierkante meter wordt grafisch nogmaals opgesplitst in vier vakken van een halve m². In drie vlakken komt telkens één plantje te staan, in het vierde vak komen zes plantjes. Bij de volgende vierkante meter wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak gevuld is.
Zone 3: negen plantjes per vierkante meter, telkens op een gelijke afstand van elkaar.
Zone 4: negen plantjes per vierkante meter, maar nu staan de rijen geschrankt ten opzichte van elkaar.
Zone 5: negen plantjes per vierkante meter in een random opstelling. Na de aanplant van de eerste m²  wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak aangeplant is.
Zone 6: 15 plantjes per vierkante meter.

VERLOOP VAN HET ONDERZOEK

Eens de plantjes er staan is het tijd voor het effectieve onderzoek. De metingen gebeuren bij wind uit zee. Er komen dan bij elke zone zes zandvangers: twee vóór, twee in het midden en twee na de zone. Uit de zandvangers kan afgeleid worden hoeveel massa aan zand over een bepaalde afstand gedurende een bepaalde tijd is opgevangen.

Naast de zandvangers komen op drie verschillende hoogtes in de vegetatie windmeters: net boven het oppervlak, op de helft van de hoogte van de plant en boven de plant. De mate waarin de aanwezigheid van helm de windsnelheid beïnvloedt, speelt een cruciale rol in de duinaangroei, vooral in de beginfase. Daarom gebruikt Jennifer mobiele windmeters, die tijdens de ene meting tussen twee planten kunnen staan en tijdens een andere meting achter de plant.

Zowel de zandvangers als de windmeter worden op het einde van een meetdag weggehaald.

BUILDING WITH NATURE

Dit project past binnen een wereldwijde tendens om over te stappen naar een natuurlijkere manier van zeewering. Het Building with Nature principe maakt positief gebruik van de krachten van de natuur: de wind en de golven. Zo ontstaat een dynamische en veerkrachtige kust, die bestand is tegen stormen en klimaatwijziging. 

Onderzoeksdijk op het strand van Raversijde

Wie in de komende weken op het strand van Raversijde gaat wandelen, zal misschien wat raar opkijken. In januari start het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) er met de bouw van een kunstmatige dijk. De dijk van 20 op 20 meter komt op het strand tussen laag- en hoogwater. Zeven jaar lang zullen verschillende partijen onderzoek voeren naar de golfslag en -kracht op de dijk. Het uiteindelijke doel: meer inzicht krijgen in de impact van stormen op onze infrastructuren om onze kustbescherming nog efficiënter te maken.

Op het strand ter hoogte van Domein Raversijde, tussen laag- en hoogwater zal dit voorjaar een kunstmatige dijk verrijzen. Het gaat om innovatief onderzoek dat voortvloeit uit het Crest-project (Climate Resilient Coast).  Om meer inzicht te krijgen op de impact van stormen op onze infrastructuren zoals dijken, is de voorspelling van golfslag tijdens stormen een noodzaak. De inzichten moeten leiden tot een nog efficiëntere kustbescherming in de toekomst.

Dijk op het strand

Het lijkt vreemd om een dijk op het strand te plaatsen. Toch is de locatie voor de onderzoeksdijk niet zomaar gekozen. Enkel bij extreem zwaar stormweer slaan de golven over de bestaande zeedijk. Om op korte termijn de impact van de golven op de zeedijk te kennen, bouwen we de testdijk op het strand. De zone vóór Domein Raversijde heeft bijna geen droog strand. De Universiteit Gent en het Waterbouwkundig Laboratorium zullen zeven jaar lang de golfslag en -kracht monitoren.  We verwachten dat er tijdens  het onderzoek zo’n veertig relevante stormen op de testdijk zullen inbeuken. Het dijklichaam zal ongeveer 20 meter op 20 meter zijn. We bouwen de dijk uit gewapend beton op in een bouwkuip van damplanken en buispalen. Dat is nodig om in het droge te kunnen werken. In het dijklichaam zullen we een aantal typerende dwarsdoorsnedes simuleren.  Sensoren in de dijk zullen de golfoverslag en -kracht opmeten. Daarnaast zal een golfmeetboei in dieper water de opkomende golfcondities opmeten. Drie meetpalen in het intergetijdengebied, de zone die boven water blijft bij laagwater en onder water komt bij hoogwater, zullen tot slot de golftransformaties tot aan de testdijk opmeten. Alle data komt binnen in een labokeet op de zeedijk.

Samenwerken werkt

Dit innovatieve onderzoeksproject is een samenwerking tussen verschillende partijen. MDK staat in voor de bouw van de dijk en de meetapparatuur. De Universiteit Gent en het Waterbouwkundig Laboratorium zullen aan de slag gaan met de verzamelde gegevens.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters benadrukt hoe belangrijk dergelijk innovatief onderzoek is voor onze kustbescherming: “Gelet op de zeespiegelstijging en de grote gevolgen voor onze kustlijn is dit een meer dan noodzakelijk onderzoek. Door meer inzicht te krijgen op de processen van golfoverslag en golfkracht, zal het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in de toekomst de kustveiligheid met nog grotere efficiëntie kunnen opzetten.”

3D constructie van de dijk
Opstart van de werken op 05/01/2021

Hoe Brihang onze meetpaal veroverde

Het is begin 2020 als Brihang ons team Vlaamse Hydrografie contacteert met een eerder ongewone vraag. Of hij op de meetpaal die voor de kust van Knokke staat, een videoclip mag opnemen. Daar moeten we toch even over nadenken, samen met onze aannemers GEOxyz en Fabricom. De meetpalen zijn niet toegankelijk voor het publiek en een uitgebreide veiligheidsopleiding is normaal nodig om deze te betreden. Een veiligheidsopleiding? Geen enkel probleem voor Brihang. Hij trok met plezier naar het opleidingscentrum van de VDAB en leerde er paalklimmen op zee. Daarna is het enkel nog wachten op de perfecte weersomstandigheden en de mooiste zonsondergang van het jaar. Begin november stond er regulier onderhoud van meetpaal 2 op het programma en ging Brihang met ons mee aan boord. Het resultaat is deze mooie videoclip. Toegegeven, we zijn niet helemaal onpartijdig, maar volgens sommigen de beste videoclip van het jaar ;).

Bovendien is het een leuke manier om iedereen kennis te laten maken met onze unieke meetinstallaties voor onze kust.

Maar wist Brihang wat de functie van de meetpaal was vóór hij bij ons team Vlaamse Hydrografie terecht kwam? Wij zochten het uit.

“Ik zie die meetpaal al mijn hele leven staan voor de kust van Knokke,” zo vertelt hij. “Ik heb me altijd al afgevraagd wat het was of waar het voor diende. Ik dacht wel dat het iets te maken had met metingen voor het weer. In Knokke gaat ook de legende dat redders naar die paal zwemmen en er dan afspringen. Maar ik weet niet of dat klopt. Toen we een locatie zochten voor opnames van de clip voor Ver Weg dacht ik dat het wel tof zou zijn om daarop te staan. Na wat opzoekwerk kwamen we bij jullie terecht.”

Hoe verliepen de opnames van de clip?

Ik volgde vooraf een opleiding bij de VDAB om met alle beschermingsmiddelen te leren klimmen in een paal op zee. Op de dag zelf had ik toch wat schrik, maar iedereen aan boord heeft me goed geholpen. Uiteindelijk was het minder beangstigend dan gedacht. Ik heb gelukkig ook geen last van hoogtevrees. Eens boven, kwam ik in een soort controlekamer. Daar mocht dan het harnas uit. Dan kon ik van boven op de paal gaan staan, die is goed omringd met een balustrade. Nadat de technici het onderhoud hadden gedaan zijn zij terug aan boord van het schip gegaan en is het schip weggevaren. Ik dacht even dat ik daar helemaal alleen was maar er bleek gelukkig toch nog iemand in de controlekamer te zitten. De clip is opgenomen met een drone die vanuit het appartement op de zeedijk bestuurd werd. We filmden in één beweging. We hebben lang moeten wachten op het perfecte weer, maar het resultaat is helemaal hoe ik het in mijn hoofd had.

De meetpaal 2 waarop Brihang zijn clip opnam maakt deel uit van het Meetnet Vlaamse Banken. Wat dat precies is leggen we hieronder graag uit.

Het Meetnet Vlaamse Banken: wat is dat?

Het Meetnet Vlaamse Banken, dat zijn:

  • 6 meetpalen
  • 16 golfmeetboeien
  • 5 getijdestations
  • 3 meteoparken
  • 4 windmeetlocaties aan de kust
  • 3 stroommeetlocaties in de havens

De meetpalen en boeien op zee zijn uitgerust met geavanceerde sensoren en meettoestellen. Die verzamelen belangrijke gegevens zoals windsnelheid en -richting, zichtbaarheid, temperatuur, getij, golfhoogte en golfrichting. De getijstations, meteoparken en meetlocaties langs de kust meten daar de wind, getij en stroming en verschillende andere meteoparameters.

Alle data van het meetnet komen via een computernetwerk in het datacenter in Oostende terecht. Van daaruit wordt het verdeeld naar de verschillende gebruikers. “Het datacenter verwerkt vierentwintig uur per dag en zeven dagen op zeven alle ingewonnen informatie,” licht projectleider Johan Vercruysse toe. “Zeevarenden hebben zo onmiddellijk toegang tot de actuele informatie om hun activiteit veilig te laten verlopen.

Wist je dat? Het Meetnet is genoemd naar de groep onregelmatige zandbanken die zich voor de westelijke helft van de Vlaamse kust bevinden en de scheepvaart in dat gebied sterk bemoeilijken.

Het Meetnet Vlaamse Banken: voor wie?

De gegevens uit het Meetnet Vlaamse Banken zijn nuttig voor iedereen die werken of onderzoek uitvoert op zee of langs de kust. MDK gebruikt de data vooral bij studies voor de infrastructuurprojecten  langs de kust. Maar ook de meteorologen die dagelijks het kustweerbericht  maken, gebruiken input van het Meetnet.

Daarnaast is er ook een uitwisseling van data met internationale meetnetten, onderzoeksinstellingen, universiteiten,…

Het Meetnet Vlaamse Banken: hoe werkt het?

Golfmeetboeien verzamelen, zoals het woord het zegt, gegevens over de golven. We gebruiken in het Meetnet directionele en niet-directionele golfmeetboeien. Een directionele boei meet naast de golfhoogte ook nog de golfrichting. De data van de boeien komt via radiosignalen en ontvangstapparatuur in Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge uiteindelijk in het datacenter in Oostende terecht.  Onze MDK-collega’s van Vloot zorgen voor gespecialiseerde vaartuigen en bemanning om de boeien met de nodige bebakening uit te leggen, te vervangen en terug binnen te halen. Het effectieve onderhoud van de boeien gebeurt aan de wal door RHB Belgium, in opdracht van het team Vlaamse Hydrografie.

Onderhoud van een golfmeetboei

Het onderhoud van de meetpalen gebeurt door een aannemer, Fabricom. Op basis van de vereisten gesteld door de Vlaamse Hydrografie staan zij in voor routine onderhoud en herstellingen van de meettoestellen en het onderhoud van de meetpalen zelf. Belangrijk bij het plannen van onderhoud van de meetpalen is dat de overstap van het vaartuig naar de ladder aan de meetpaal veilig kan gebeuren.

Onderhoud van een meetpaal

Het Meetnet Vlaamse Banken: een korte geschiedenis

De opbouw van het Meetnet Vlaamse Banken startte in 1976, voor de uitbouw van de haven in Zeebrugge. Bij de uitvoering van de waterbouwkundige werken moest men beschikken over de hydrometeotoestand van het ogenblik en over verwachtingen voor de komende dagen. Daarvoor werden dagelijks mariene meteoberichten opgemaakt.

In 1984 bouwde men in zee vijf vaste meetpalen langs de vaargeulen naar Zeebrugge en de Westerschelde. In 1993 is op de Westhinderbank een platform geïnstalleerd, ter vervanging van het bemande lichtschip dat op deze locatie lag. Het meetboeiennet, het meteopark en het netwerk van meetpalen werden op elkaar afgestemd en in het meetsysteem opgenomen. Het systeem kreeg de naam Meetnet Vlaamse Banken.

Meer info: www.meetnetvlaamsebanken.be