LNG-bunkering op de rivier.

De ecologische voetafdruk van de scheepvaart moet drastisch naar beneden. Daarom bekijkt de sector alternatieven voor fossiele brandstoffen, zoals vloeibaar aardgas of LNG. De omschakeling naar LNG is al bezig en biedt gunstige perspectieven. Tegelijk brengt ze ook heel wat uitdagingen mee.

De International Maritime Organization, een onderdeel van de Verenigde Naties, legt standaarden op voor de CO₂-uitstoot in de scheepvaart. Ook de scheepvaartsector is immers gebonden aan emissieregels en moet volop vergroenen om haar ecologische voetafdruk te verminderen. Maar omschakelen naar alternatieve brandstoffen doe je niet op één dag. We spraken met Vivian Baetens, adviseur voor de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA).

De GNA staat in voor de het toelatingsbeleid van alle scheepvaartverkeer in het Scheldegebied en is een samenwerking tussen ons agentschap en Rijkswaterstaat Zee en Delta. Binnen het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer is de Permanente Commissie het hoogste orgaan en de PC geeft aan de GNA de toestemming voor dit proefproject.

Bewust vergroenen

Baetens: “We merken dat de bewustwording rond vergroening stijgt, en dat de markt vragende partij is om samen oplossingen te zoeken. Enerzijds worden er steeds meer maatregelen genomen om de uitstoot van fossiele brandstoffen in te perken. Zo zorgen scrubbers of gaswassers er bijvoorbeeld voor dat uitlaatgassen veel minder zwaveloxide bevatten en wordt er gekozen voor brandstoffen met een lager zwavelgehalte. Anderzijds kijkt de scheepvaart ook naar alternatieven voor fossiele brandstoffen, zoals vloeibaar aardgas, ammoniak en waterstof. De technologie rond LNG staat echter veel verder dan die rond ammoniak of waterstof. Daarom trekt de sector momenteel volop de LNG-kaart.”

Veiligheid voorop

“Bunkeren, het leveren van brandstof aan schepen, gebeurt al jarenlang op de ankerplaats Everingen op de Westerschelde. Daar worden zeeschepen door middel van een binnenvaartschip opnieuw van brandstof voorzien. Tot voor kort ging het steeds om fossiele brandstof, maar in 2020 startten we een eerste proefproject met LNG-bunkering op. We bekeken met een bunkermaatschappij hoe ze LNG konden leveren op ankerplaatsen in de Everingen.”

“Daar komen heel wat nautisch-operationele en juridische aspecten bij kijken. Het bunkerschip moet bij Rijkswaterstaat een vergunning aanvragen om LNG te mogen bunkeren. Het zeevaartschip dat de brandstof ontvangt, moet dan weer een vergunning aanvragen bij de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. Omdat het om grote hoeveelheden gas gaat, staat de veiligheid van zo’n operatie altijd voorop. Zo werd de Veiligheidsregio Zeeland bij het goedkeuringsproces betrokken. Om na te gaan of de werkzaamheden binnen de veiligheidsgrenzen vallen, bekeken we gegevens over de pompsnelheid, de diameter van de bunkerslang en de noodprocedures tijdens een bunkeroperatie.”

Pilootproject

“Daarnaast gingen we ook internationaal op zoek naar best practices van LNG-bunkering. We vonden echter nergens voorbeelden van schepen die op een rivier voor anker liggen, onder invloed van het getij. LNG bunkeren gebeurt meestal in een rustige baai, aangemeerd in een haven of op een andere beschutte plek. Bovendien gaat het in het buitenland meestal om zeegaande bunkerschepen, die toch een andere grootte, manoeuvreerbaarheid en bemanning hebben dan de binnenvaartschepen die wij gebruiken. Onze locatie in Everingen, waar het getij en de wind volop hun gang gaan, betekent een extra uitdaging en maakt ons pilootproject uniek.”

De Titan LNG, die eind 2020 de eerste LNG-bunkering verzorgde, heeft nu voor één jaar toestemming om zeeschepen in de Everingen van LNG te voorzien. Na dat jaar worden de werkzaamheden geëvalueerd en wordt bekeken of de vergunning verlengd kan worden. Intussen kreeg de GNA ook van een tweede bunkermaatschappij een verzoek binnen, ook hier kregen we groen licht van de PC.

Nog een weg te gaan

LNG biedt zeker heel wat perspectieven voor een groenere toekomst voor de scheepvaart. Toch zijn er nog praktische obstakels te overwinnen. “Om op LNG te kunnen varen, moet de machinekamer van een zeeschip worden aangepast. Een LNG-installatie wordt meestal tijdens de bouw van nieuwe schepen geïnstalleerd, deze schepen varen dan volledig op LNG. Maar er zijn ook rederijen die bewust kiezen om achteraf een aanpassing te doen. Zij kiezen dan vaker voor het ‘dual fuel’-concept, zodat ze de keuze hebben tussen LNG en fossiele brandstoffen. De vraag naar LNG-bunkering zit dus echt wel in de lift. En hoe meer mogelijkheden we aanbieden om LNG te bunkeren, hoe meer schepen zullen overschakelen”, besluit Baetens.

Ook MDK kijkt naar de toekomst

Om een vlotte en veilige scheepvaart op de Schelde en haar aanloopgebieden in zee te garanderen, werken Vlaanderen en Nederland samen. De GNA bestaat uit verschillende Vlaamse Nautisch Dienstchefs en Nederlandse GNA-adviseurs van Rijkswaterstaat Zee en Delta en het agentschap MDK. Ook het agentschap hecht een grote waarde aan vergroening. Zo heeft MDK zelf verschillende projecten lopen om de dienstverlening duurzamer te maken. Een voorbeeld hiervan zijn de elektrische veerboten die een CO2-neutrale oeververbinding realiseren in de stadskern. Het agentschap is ook trekker van de Kenniscel Klimaat binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken. In deze kenniscel staat ervaringsuitwisseling rond klimaatsverandering centraal.  

Diepterecord verbroken in Deurganckdok

De eerste proefvaart in het kader van een mogelijke uitbreiding van de maximale diepgang van de Westerschelde is met succes uitgevoerd. Op zondag 28 februari 2021 is de MSC Regulus de haven van Antwerpen binnengekomen met een diepgang van 15,7 meter, een nieuw record. Het is de eerste in een reeks proefvaarten waar de diepgang zal worden opgevoerd tot 16 meter. Deze diepgang is nodig om in de toekomst de allergrootste containerschepen te kunnen blijven ontvangen. Het proefproject is een samenwerking tussen Port of Antwerp, het Vlaams en Nederlands Loodswezen, de Vessel Traffic Services, de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en rederij MSC.

MSC Regulus vaart Port of Antwerp binnen.


De huidige maximumdiepgang van de Westerschelde voor containerschepen die naar Antwerpen opvaren, bedraagt 15,5 meter. Om in de toekomst de allergrootste zeeschepen toe te laten om Antwerpen als eerste aanloophaven te kiezen, is een diepgang bij opvaart van 16 meter nodig. Daarom werd besloten om een reeks proefvaarten uit te voeren waarbij de maximale diepgang gradueel wordt opgevoerd naar 16 meter. Door deze verhoging wordt de laadcapaciteit van de schepen aanzienlijk groter. Vijf decimeter extra kan circa 1000 TEU winst opleveren.

De opvaart voor diepliggende schepen wordt bepaald door het getij. Tijdens de hogere waterstand spreekt men van een ‘tijvenster’ waarbij een dieper schip kan op- of afvaren. Om vlot en veilig scheepvaartverkeer te garanderen, voerde het agentschap MDK eerst een zorgvuldig theoretisch onderzoek. Zowel de berekening van de tijvensters als de simulaties hebben aangetoond dat scheepvaart met een diepgang van 16 meter mogelijk is op de Westerschelde.

De graduele verhoging van de diepgang wordt door zowel Vlaamse als Nederlandse loodsen getest. Na elke diepgangtest volgt een evaluatie en worden de ervaringen uitgewisseld waarbij ook de GNA betrokken is. Na zes proefvaarten volgt een eindevaluatie en wordt een finale beslissing genomen over de opvaart van schepen met een diepgang van 16 meter.

“De graduele verhoging van scheepvaart tot een maximum diepgang van 16 meter betekent een aanzienlijke optimalisatie van de laadcapaciteit. Jarenlange ervaring, nautisch expertise en een sterke samenwerking over de landsgrenzen heen maken deze testvaarten mogelijk en verhogen de economische welvaart in Vlaanderen. De nautische keten wordt steeds robuuster en zoekt – met succes – de grenzen op van wat veilig haalbaar is,” aldus Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap MDK én Permanent Commissaris van Toezicht op de Scheldevaart.

Lees het volledige persbericht.

Semiautonome vaart op traject tussen Zeebrugge en Antwerpen

Op 15 februari zijn de eerste vaarten gestart met een op afstand bestuurd schip tussen de haven van Zeebrugge en de haven van Antwerpen.

Seafar, Citymesh en het schip Deseo zetten de eerste stappen om een geautomatiseerd binnenschip in te zetten tussen de havens van Zeebrugge en Antwerpen. Ook ons agentschap ondersteunt dit project. Vlaanderen heeft de ambitie uitgesproken om pionier te zijn in innovaties op de waterweg. Dit project sluit perfect aan bij de toekomstvisie van deze regio.

Proefproject

Seafar ontwikkelde de technologie om geautomatiseerde schepen vanuit een gecentraliseerd controlecentrum aan te sturen. De operatoren in dit centrum hebben een reeks van hoogtechnologische systemen op basis van artificiële intelligentie, sensorfusie en objectdetectie ter beschikking om een veilige navigatie te garanderen.

Seafar wil geautomatiseerde en autonome vaart mogelijk maken door de operaties van het schip vanuit een Shore Control Center op te volgen en waar nodig door menselijke tussenkomst in te grijpen. Het resultaat is een graad van veiligheid evenwaardig aan conventionele vaart.

Filmpje van Seafar over de semiautonome vaart

Communicatie: betrouwbaar en stabiel

Citymesh zorgt voor een betrouwbare en stabiele communicatieverbinding tussen het schip en het Shore Control Center, met behulp van een hybride wifi-netwerk, privé LTE/5G en een openbaar 4G-netwerk. Zo blijft het semi-autonome schip overal op het water geconnecteerd.

Op deze manier kan dit project aantonen dat een schip, ondersteund door een controlecentrum aan de wal, kan navigeren met een beperkte bemanning. Varen met een gereduceerde bemanning met ondersteuning van een SCC (Shore Control Center) is de eerste stap naar autonome vaart.

Vergunning verleend: veiligheid voorop

In samenwerking met Departement MOW, de Vlaamse Waterweg, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het loket Smart Shipping van RWS heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit een vergunning verleend om de technologie en processen te testen.

“Om de veiligheid voor alle vaarweggebruikers te garanderen, zijn de voorwaarden voor zo’n testvaart uitgewerkt,“ zegt Rebecca Andries van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. “Zo vaart een ervaren bemanning mee die de controle meteen kan overnemen als dat nodig is. De Westerschelde is één van de drukst bevaren rivieren ter wereld, de veiligheid primeert.”

Impact

De samenwerking heeft als doel om de mogelijkheden rond geautomatiseerd varen te valideren, alsook de overheden te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe navigatie methoden.

Het geautomatiseerd varen biedt een oplossing aan het groeiende bemanningsprobleem, en biedt de mogelijkheid om de competitiviteit van het watergebonden transport te vergroten. Eveneens is het project een voorbereiding op de ontwikkeling van een nieuwe generatie, geautomatiseerde en groene schepen.

Vlaams Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Innovaties met betrekking tot automatisering in de binnenvaart helpen de sector vooruit en we willen hier met Vlaanderen een voortrekkersrol in opnemen. Het project geautomatiseerd varen biedt namelijk een antwoord op de mobiliteitsuitdagingen van de toekomst. Het sterkt onze maatschappij om op zo’n een vooruitstrevende manier te digitaliseren en te innoveren.“

Het proefproject met de ‘Deseo’ krijgt de steun van de Blauwe Cluster, het Agentschap Innoveren & Ondernemen, het departement MOW en Rijkswaterstaat.

Single Window For Inland Navigation vlot gestart

Het Single Window for Inland Navigation werd op 4 januari 2021 gelanceerd. Sindsdien worden de digitale meldingen van binnenvaartondernemers via dit slimme communicatieplatform gedeeld met alle vaarweg- en havenautoriteiten op de vaarroute. Het gebruik van het Single Window for Inland Navigation verloopt tot nu toe zeer vlot. Bedankt aan iedereen die digitaal meldt!

Opgelet digitale melders:

> Dien jouw melding in ruim vóór de start van je reis zodat de haven- en waterwegautoriteiten op jouw vaarroute de gegevens tijdig ontvangen.

> Voeg zeker routepunten toe om aan te geven via welk traject je vaart zodat de juiste autoriteiten je melding ontvangen.

> Omwille van lokale reglementeringen moet je je op sommige plaatsen nog via VHF identificeren en jouw reeds gemelde gegevens bevestigen. We werken er echter hard aan om ook die meldingen te vereenvoudigen of zelfs weg te werken.

Met het Single Window for Inland Navigation zorgen De Vlaamse Waterweg nv, Port of Antwerp, Port Oostende, Port of Zeebrugge, North Sea Port, agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en Gemeenschappelijk Nautisch Beheer voor meer veiligheid en een vereenvoudiging van de administratie in de binnenvaart.

Meer weten over dit innovatieve project? Ga naar www.swing-platform.be.

LNG bunkeren op de Westerschelde

Primeur

Bunkeren betekent brandstof leveren aan vaartuigen. Dit gebeurt doorgaans in de zeehavens. In de scheepvaart is een overgang bezig naar schonere brandstoffen. Tot een paar jaar geleden werd er alleen met fossiele brandstoffen gevaren. Sinds een aantal jaren is Liquefied Natural Gas (LNG) ook beschikbaar voor zeeschepen.

In het gebied van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB) loopt nu een proefproject om LNG te bunkeren op ankerplaatsen op de Westerschelde. Dus op de rivier in plaats van in de haven, en dat is een primeur.

Omdat er geen ervaring is met LNG-bunkeren op stroom levert de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) een vergunning voor één jaar af. Na evaluatie van deze proef kan al dan niet doorgegaan worden met LNG bunkeren op de rivier.

Titan LNG heeft de aanvraag gedaan en de GNA heeft samen met de Veiligheidsregio Zeeland een advies opgesteld. De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart heeft dit advies goedgekeurd. Ook de gemeente Borssele is op de hoogte gebracht.

“We zijn klaar voor het LNG bunkeren op de rivier. Dit heeft voor het eerst succesvol plaatsgevonden op 30 december,” zegt Eric Adan van de GNA, “Het gebruik van LNG zorgt ervoor dat er geen uitstoot van zwaveloxiden (SOx ) is. Ook is er een grote vermindering van andere schadelijke stoffen, zoals stikstofoxiden (NOx). De vraag naar LNG-bunkering kwam van de markt. Tot nog toe ging het daar enkel om bunkeren van  fossiele brandstoffen vooraleer schepen hun reis vervolgen.”

bunkeren van LNG op de Westerschelde op 30/12/2020

Bijzondere voorwaarden

Bunkeren kan enkel op de ankerplaatsen ‘Charlie’ en ‘Delta’ van de Everingen onder de volgende voorwaarden:

  • Windkracht: max 6 bft;
  • Golfhoogte: max 1,2 m;
  • Het bunkerschip moet afgemeerd zijn met voldoende trossen en springen;
  • Veiligheidszone van 75 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarbinnen geen ander scheepvaartverkeer plaatsvindt;
  • Zone van 150 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarin alle verkeer voorzichtig moet passeren.

Het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer is een verdragsrechtelijke samenwerking tussen de Vlaamse en de Nederlandse overheid en staat in voor veilig en vlot scheepvaartverkeer in het Scheldegebied.
Meer info: www.vts-scheldt.net

Het Single Window for Inland Navigation vanaf 4 januari 2021 live

Afgelopen zomer hebben we het luid en breed aangekondigd: het Single Window for Inland Navigation komt eraan! Intussen is dit nieuwe platform door verschillende softwareleveranciers en binnenvaartondernemers uitvoerig getest en maken we ons op voor een officiële productiegang op 4 januari 2021.

Als je als binnenvaartondernemer al digitaal meldt, vraagt de overgang naar het Single Window for Inland Navigation weinig moeite. Het enige wat je moet doen is je gegevens correct invullen en steeds minstens twee routepunten ingeven. Zo zullen alle havens en vaarwegautoriteiten op je route meteen ingelicht worden van je komst en kunnen zij hun interne werking afstemmen. Meld je nog niet digitaal? Dan is het aangeraden om meldsoftware aan boord te halen.

Minder administratie Minder administratie dankzij het Single Window for Inland Navigation

Minder administratie dankzij het Single Window for Inland Navigation

Vanaf 4 januari 2021 hoef je als binnenvaartondernemer je reis-, lading- en scheepsgegevens niet meer via VHF of aan een loket te melden. Vanaf dan meld je de gegevens één keer, digitaal (via meldsoftware). Dit zorgt voor een efficiëntere afhandeling van je administratie en een vlotte en juiste facturatie.

Meer weten over SWINg? Surf naar www.swing-platform.be

Binnenkort overal duurzame boeien op de Westerschelde

Boeien zijn essentieel om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde mee in goede banen te leiden. Een deel van de boeien in de Westerschelde is van staal en heeft zijn beste tijd gehad. Binnenkort worden ze vervangen door kunststof boeien. Die zijn makkelijker in onderhoud, goedkoper en milieuvriendelijker.

In 1959 sloten Vlaanderen en Nederland een verdrag in verband met het beheer en onderhoud van lichtboeien en bakens op de Westerschelde. De Westerschelde is Nederlands grondgebied, maar is ook een cruciale doorgang voor het scheepvaartverkeer naar de havens van Antwerpen en Gent (North Sea Port). Daarom heeft Vlaanderen er alle belang bij dat het scheepvaartverkeer op de Westerschelde goed verloopt en draagt het bij in de kosten voor de boeien. Er liggen dus zowel Vlaamse als Nederlandse boeien in de Westerschelde.

Laatste stalen boeien verdwijnen

“Jaarlijks maken Vlaanderen en Nederland een stand van zaken over de toestand van de boeien op”, zegt Jeroen Hollaers, Nederlands secretaris van de Permanente Commissie van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer. “We bekijken welke boeien onderhoud nodig hebben of aan vervanging toe zijn. In Nederland is de Westerschelde de enige plek waar nog stalen boeien te vinden zijn. Op alle andere vaarwegen werden die vervangen door kunststof boeien. Het zijn de boeien die op de Vlaamse ligplaatsen liggen die nog niet zijn vervangen. We zijn nu met onze Vlaamse collega’s tot een akkoord gekomen om ook de ‘Vlaamse’ stalen boeien in te wisselen voor exemplaren in kunststof.”

Boeien leasen

Binnen Rijkswaterstaat is de Vaarwegmarkeringsdienst bevoegd voor het beheer en onderhoud van boeien op Nederlands grondgebied. “Waar de oude stalen boeien in de jaren 80 door Vlaanderen werden aangekocht en door ons werden onderhouden, kiezen we nu voor een andere formule. Het Vlaamse Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust zal 94 kunststof boeien bij ons huren. Een soort van leasingcontract, zeg maar”, vertelt Laura Snoep van de Vaarwegmarkeringsdienst. “Vlaanderen betaalt alleen voor de huur en het onderhoud. Als een boei stuk is, zorgen wij voor de vervanging. Deze oplossing is lucratief, veilig en betrouwbaar.”

Voordelen kunststof boeien

Kunststof boeien bieden heel wat voordelen vergeleken met stalen boeien. Snoep: “Om te beginnen zijn ze goedkoper in aankoop en vragen ze minder onderhoud, wat op zijn beurt de kosten drukt. Een stalen boei is één geheel. Als ze schade oploopt, bijvoorbeeld door aanvaring met een schip, moet je de volledige boei vervangen. Een kunststof boei bestaat uit vier segmenten. Bij schade kan je vaak makkelijk een segment vervangen. Een boei is gemiddeld één keer om de drie jaar aan onderhoud toe. Stalen boeien met je daarvoor uit het water halen, terwijl dat bij een kunststof boei gewoon vanop het water kan.”

Veel stalen boeien hebben het einde van hun levensduur bereikt; ze beginnen storingen te vertonen en vallen uit. “Dat is gevaarlijk”, zegt Snoep. “Het is dus ook in het belang van de veiligheid dat we ze vervangen. Bovendien zijn kunststof boeien beter voor het milieu: in tegenstelling tot kunststof boeien moeten stalen exemplaren regelmatig gereinigd of opnieuw geverfd worden met schadelijke stoffen.”

Nog een plus is de levensduur. “Aanvankelijk werd gedacht dat een kunststof boei zo’n acht jaar mee zou gaan. In de praktijk liggen sommige kunststof boeien al achttien jaar in het water. Ze gaan dus veel langer mee dan verwacht. Ten slotte wil het oog ook wat: de Westerschelde zal er iets netter uitzien wanneer er alleen nog kunststof boeien in dobberen.”  

Ook binnen de Vlaamse overheid is Herman Van Driessche, wnd. Hoofd van Vloot en bevoegd voor de bebakening tevreden met deze oplossing. “Het was een grote oefening binnen MDK waarbij we de experten hebben geraadpleegd. Het is een weloverwogen beslissing om op deze manier verder samen te werken en heeft voor beide partijen voordelen. De échte winnaars van dit verhaal? Toch wel het milieu en de veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer op de Westerschelde. De modulaire kunststofboeien passen binnen de klimaatambitie van MDK.
Hoe een oud verdrag toch nog aan de basis kan liggen voor een innovatieve samenwerking.

Rechts in de kraan zie je een kunststof boei, op het dek staan twee stalen boeien.

Ra…ra…radar

De locatie waar een schip zich bevindt, is geen giswerk. Deze wordt nauwkeurig bepaald door onder andere radartechnologie.  De scheepvaart op zee strekt zich uit over een groter gebied dan we met het blote oog kunnen waarnemen.  Daarom wordt gebruik gemaakt van verschillende vernuftige technologie, zoals: radar, Automatisch Identificatie Systeem (AIS) en Informatie Verwerkend Systeem (IVS) om de locatie, verplaatsing en snelheid van schepen in kaart te brengen.  

Vijf bemande verkeerscentrales en een vijftigtal onbemande radarposten van de Schelderadarketen (SRK) brengen de scheepvaart in het Scheldegebied in beeld. Op elke verkeerscentrale ontvangen en bewerken de verkeersleiders radargegevens, zodat ze een verkeersbeeld kunnen opbouwen.  

Hoe werkt een radar in de scheepvaart? 

Er zijn radars aan wal en scheepsradars. Een scheepsradar is veel kleiner dan een radarinstallatie aan wal. Maar beiden functioneren op dezelfde manier. 

De radar zendt via een ronddraaiende radarantenne hoogfrequente energie in verschillende zendimpulsen uit naar een schip. De radar ontvangt dan de echosignalen van de uitgezonden frequentie in de tijd tussen de zendimpulsen.  

Er wordt dus korte tijd een signaal uitgezonden (schakelaar in zend-stand) en vervolgens het echosignaal ontvangen (schakelaar in ontvang-stand), zo gaat dit proces onverminderd door. 

De hoogfrequente energie wordt opgewekt door een krachtige zender en weer ontvangen door een zeer gevoelige ontvanger. Dit is nodig omdat de uitgezonden energie weerstand ondervindt door de atmosfeer (demping) in functie van de afstand die het moet afleggen tot het te detecteren object. 

Logisch dus dat de echo van een schip dichter bij de radar, ook een sterkere intensiteit zal kennen dan de echo van een schip verder van de radar.  

Een zeer gevoelige ontvanger zet de hoogfrequente echosignalen om in een videosignaal en scheidt de gewenste echosignalen van ongewenste ruis (of interferentiesignalen) die onderweg wordt opgepikt.  

Het radarscherm geeft de video-impulsen weer die door de ontvangen echosignalen worden gegenereerd. 

verkeerscentrale Zandvliet

Maakt een loods er ook gebruik van aan boord?  

Loodsen gaan aan boord van een schip met eigen draagbaar scherm waarop hij of zij de actuele radarinformatie kan zien. Zij maken hiervoor gebruik van “Qastor”. Het gaat dus om een “mobiel radarscherm” dat gevoed wordt door zeer nauwkeurige gegevens uit de Schelderadarketen.  

Aanloop Boudewijnsluis op de radar

 Wat is het grote voordeel van radar ten opzichte van beelden met het blote oog of een camera? 

Een radar zal ongeacht de weersomstandigheden, dag of nacht, schepen blijven detecteren. 

Camera’s zullen bij slecht weer zoals (veel) regen of mist gezichtsvermogen verliezen. Ook de kwaliteit van camerabeelden kan beïnvloed worden naarmate er minder licht is. 

Zeegerichte radars detecteren schepen tot op zo’n 60 tot 70 km afstand van de kust. Vanzelfsprekend dragen radarbeelden op deze manier sterk bij tot een veilige en vlotte scheepvaart.

Radartoren in Oostende

Opstart proefvaarten voor schepen met 16 meter diepgang naar Antwerpen- Loodsen versterken competitiviteit van de haven

Westerschelde: geen makkelijke rivier
Antwerpen ligt ver in het hinterland en heeft goede verbindingen met de rest van Europa.  Om een schip van volle zee tot aan de kade in de haven te laten varen, komt heel wat kijken. De Westerschelde is een getijderivier die twee keer per dag eb en vloed kent. Bovendien is het bodemprofiel grillig. Reken daarbij dat het scheepvaartverkeer in onze regio erg druk is waardoor een goede planning en opvolging essentieel zijn om de nautische keten veilig en vlot te laten draaien. Dit gebeurt zowel op de brug van een schip als in de verkeerscentrales aan de wal. De toelatingsvoorwaarden voor schepen met een uitzonderlijke diepgang of afmetingen staan in de zogenaamde ‘Op- en Afvaartregeling’. Hierin legt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) de voorwaarden vast, samen met de havens en het Vlaams en Nederlands Loodswezen.

Van 15,56m naar 16m diepgang
Op dit moment varen schepen met een maximum diepgang van 15,56 meter naar Antwerpen op. Om de concurrentiepositie van de haven te versterken is het belangrijk om de eerste aanloophaven of  ‘first port of call’ te kunnen zijn. Een schip met meer lading dat dus dieper in het water ligt, kan zo ook de haven van Antwerpen aandoen. Dit verhoogt de economische bijdrage en welvaart in Vlaanderen.

Optimalisatie van de diepgang
De opvaart voor deze diepliggende schepen wordt bepaald door het getij. Op 24uur is er twee keer eb en twee keer vloed. Een tijvenster is het moment waar er voldoende waterstand is om diepere schepen op de rivier te laten varen.  Zowel de berekening van de tijvensters als simulaties toonden aan dat scheepvaart met een diepgang tot 16 meter op de Westerschelde effectief mogelijk is.

Door de verhoging van de toegestane diepgang met 5 dm (160 -155 dm) wordt de laadcapaciteit van het schip aanzienlijk verhoogd. Deze lading hoeft dus niet meer via alternatieve  transportmodi naar Antwerpen te komen.  Dit is een economische en ecologische stap vooruit.
De verruiming geldt voorlopig enkel voor containerschepen die naar de terminals in het Deurganckdok varen. 

Sleutelrol voor de loodsen
Het continu zoeken naar de optimalisatie van nautische toegankelijkheid en de toegelaten diepgang zijn cruciaal voor de competitiviteit van de havens en hierin vervullen de loodsen van het Vlaamse en Nederlandse korps een sleutelrol. Zij bevaren de vaarwateren en leveren adviezen aan de gezagvoerder van een commercieel schip.

Sedert januari 2019 heeft een werkgroep van loodsen de mogelijkheid onderzocht om naar Antwerpen te varen met een diepgang van 16 meter.

“Ik ben zeer enthousiast dat we na meer dan een jaar grondig voorbereidend werk nu testen in de praktijk zullen kunnen uitvoeren om schepen met een grotere diepgang veilig en vlot naar onder andere Port of Antwerp te brengen, en om zo het concurrentiële voordeel van de havens in Vlaanderen  te vergroten.” stelt bevoegd Minister Lydia Peeters.

Knap reken- en onderzoekswerk
Hoe zijn de loodsen tot deze stap kunnen komen?  Een opsomming van enkele  samenhangende parameters tonen dit aan:

  • Door de opgebouwde ervaring met de Ultra Large Container Schepen (350m tot 400m lang) in op- en afvaart naar Antwerpen Deurganckdok in verschillende weersomstandigheden en tij situaties worden deze schepen als veilig beschouwd.
  • De ervaring is gebouwd op toenemende ervaring en simulatie in het Waterbouwkundig Laboratorium.
  • De ondersteuning door essentiële,  up-to-date en digitale info aan boord biedt de loodsen aan boord en aan de wal (VBS-loods) de onontbeerlijke tools om de opvaart veilig en vlot te verzekeren. 

De expertise van de loodsen is op elk ogenblik cruciaal en omvat zowel de planning, de samenwerking, de monitoring als  de beloodsing zelf.

Loodsen worden ondersteund door de verkeersleiders die het scheepvaartverkeer overzien aan de hand van radarbeelden, telecommunicatie, informatieverwerkend systeem (IVS) en het automatisch identificatie systeem (AIS). Tevens zal op de wal bijkomende ondersteuning worden voorzien om optimale veiligheid te kunnen waarborgen: vanop de verkeerscentrale van Zeebrugge zal een Western Approaches Pilot actief zijn die specifiek voor deze schepen speciale aandacht besteedt aan het tijvenster. Deze kan tevens proactief op zaken reageren met het oog op het totale verkeersbeeld.

Nu al deze voorbereidingen en gesprekken met alle betrokken partijen zijn afgerond, kunnen proefvaarten met schepen met 16m diepgang effectief van start gaan. Hierbij wordt de concurrentiepositie van de haven in Antwerpen opnieuw versterkt.

Zeven stagiairs Vessel Traffic Services (VTS)

1 september is de start van een nieuw schooljaar en dit jaar is het ook voor zeven nieuwkomers bij  afd. Scheepvaartbegeleiding een bijzondere dag. Op die dag starten ze namelijk met hun opleiding tot VTS-operator (verkeersleider).

Negen maanden lang krijgen ze zowel theorie als praktijk die hen klaarstoomt voor het echte werk op de verkeerscentrale. Als ze voor alle testen slagen, krijgen zij het VTS-certificaat.  De opleiding is vastgelegd volgens de internationale standaarden van IALA.

De opleidingen en trainingen gaan grotendeels intern bij de afdeling Scheepvaartbegeleiding door en voor een aantal specifieke modules doen we beroep op externe lesgevers. “Al voor de coronacrisis zetten we in op e-learning, dat is dit jaar ook zo, “ zegt Stefaan Priem, hoofd van de Opleidingen. “Met deze pakketten kunnen de stagiairs  zelfstandig en onafhankelijk van plaats en tijd hun leerstof inoefenen. Uiteraard besteden we de nodige aandacht aan de COVID-19 maatregelen zodat alle opleidingen en trainingen op een veilige manier kunnen gebeuren.”

“Als alles volgens plan verloopt, krijgen verkeerscentrale Zeebrugge en verkeerscentrale Zandvliet er in het voorjaar 2021 respectievelijk vijf en twee nieuwe collega’s bij. Hierdoor kunnen we de nautische keten verder verstevigen” besluit Stefaan.