GO! Tuinbouwschool Melle en ons agentschap slaan vandaag de handen in elkaar om 1000m² helmgras te planten

GO! Tuinbouwschool Melle en ons agentschap slaan vandaag de handen in elkaar om 1000m² helmgras in de duinen in Oostduinkerke aan te planten. Met de actie “Bossen voor Brossers” willen de leerlingen hun steentje bijdragen aan een beter milieu. Als agentschap verantwoordelijk voor kustbescherming, werken we hier graag aan mee!

Duingebieden aan onze kust vormen een natuurlijke kustbescherming. Ze moeten voorkomen dat de kust onder water loopt door stormvloeden vanuit zee. Duinen het dichtst bij de zee zijn het meest kwetsbaar omdat de wind er vaak het krachtigst is en omdat ze vaak de klappen van de zeegolven moeten opvangen. Om duingebieden te beschermen plant men helmgras aan. Dankzij zijn diepe wortels en snelle groei is het één van de meest efficiënte zandbinders van het plantenrijk. De duinen zullen zo nog steviger worden en ons nog beter beschermen tegen overstromingen.

In de zones waar de Tuinbouwschool aan de slag is zijn helmgras en biestarwegras de natuurlijke begroeiing. Door de jaren heen zijn in het gebied echter ook planten gaan groeien die er niet thuishoren, zogenaamde exoten. Hier in Oostduinkerke gaat het specifiek om (zilver)populieren. Die zijn gegroeid uit takken van de rijshouthagen die het opwaaiend zand opvangen om zo duinen te maken. De exoten zijn de voorbije weken door MDK in nauw overleg met het agentschap voor Natuur en Bos verwijderd uit de duinen.

Vandaag wordt het helmgras aangeplant. Na verloop van tijd zullen ook andere typische plantensoorten zoals zeewolfsmelk en de blauwe zeedistel zich hier op natuurlijke wijze vestigen.

Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap heette de leerlingen welkom op het strand van Oostduinkerke en bedankte hen alvast voor het harde werk. We hopen dan ook dat alle leerlingen vanavond met een voldaan gevoel naar huis terugkeren. Zij maakten vandaag een stukje aan onze kust veiliger, met een natuurlijke en sterke zeewering, maar ook een beetje mooier door het oog voor biodiversiteit.

SIMON STEVIN’s droogdok: sterk teamwerk!

Ieder schip moet op regelmatige basis in droogdok voor allerlei inspectie- en onderhoudswerkzaamheden. Deze periodieke droogzettingen die om de tweeënhalf jaar plaatsvinden, kaderen in de verplichte klassekeuring van het schip. Net omdat een schip niet elke maand droog komt te staan, wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om grote werkzaamheden op dat moment uit te voeren.

Zo ging begin januari het zeewetenschappelijk onderzoeksvaartuig SIMON STEVIN in droogdok voor een zestal weken. De bemanning van het schip in samenwerking met superintendent Benedikt Claeys, hielp mee om alle werkzaamheden uit te voeren. Veel handen om het tempo hoog te houden, maar vooral de kennis en expertise over het schip en de technologische systemen zijn cruciaal tijdens zo’n dokbeurt.

Op korte termijn is er veel gebeurd. Het plaatsen van een nieuwe generator, controle van de roeren en de schroeven, het volledig herzien van de elektrische installatie, enzovoort. Het was ook de eerste keer dat de mast eraf ging. Dit lijkt misschien eenvoudig, maar met alle bekabeling die afgekoppeld en later opnieuw aangekoppeld moet worden, is dit toch een huzarenstuk,” volgens chief engineer Mark Depaepe.

Niet alleen de bemanning van de SIMON STEVIN werkte mee, maar ook een aantal andere collega’s kwamen dagelijks helpen” vult officier dek Jens Moerman aan.

Het onder- en bovenwatergedeelte van het schip werden volledig gereinigd, de verf werd op enkele plaatsen hersteld en er werd een nieuwe laag antifouling aangebracht om aangroei van algen tegen te gaan. De scheepsromp kreeg nieuwe zinkanodes en er werd een nieuwe reling gemonteerd. Het houten achterdek dat intensief gebruikt wordt, werd ook grondig aangepakt. Binnenin het schip werden heel wat technische punten aangepakt zoals de revisie van de motoren. Ook de bijboot kreeg een grondig onderhoud en is nu weer zo goed als nieuw. De bemanning, maar ook het VLIZ als gebruiker van het schip, hebben al enkele jaren ervaring met alle systemen waardoor nog enkele kleine verbeteringen konden gerealiseerd worden.

Bekijk de beelden hier

De Permanente Commissie zorgt mee voor een vlotte en veilige scheepvaart in het Scheldegebied

Rondom de Schelde zijn veel mensen, organisaties én instanties bezig om te werken aan veiligheid, toegankelijkheid en een gezonde natuur. De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart (of kortweg: PC) leidt de scheepvaart in het Scheldebied al ruim 180 jaar in goede banen. Maar hoe ziet dat eruit in de praktijk?

Met het scheidingsverdrag in 1839 werden België en Nederland onafhankelijke verklaard.Vanaf dat moment waren regels nodig om met de scheepvaart tussen de Belgische en Nederlandse havens in het Scheldegebied om te gaan.

In april 1840 kwam de PC voor een eerste maal samen. Zij moesten toezien dat het scheepvaartverkeer veilig en vlot van en naar de zeehavens in het Scheldegebied liepen.

In de Permanente Commissie zetelen vier commissarissen:

  • Brigit Gijsbers, directeur Maritieme Zaken van het Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken (Nederland)
  • Ilse Hoet, afdelingshoofd Beleid van het departement Mobiliteit en Openbare Werken (Vlaanderen)
  • Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (Vlaanderen)
  • Theo van de Gazelle, hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zee en Delta (Nederland)

Zij vergaderen als beleids- en operationele verantwoordelijken over kansen en knelpunten.

Lees het volledige interview over de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart: https://www.vnsc.eu/nieuws/11726-de-permanente-commissie-vlotte-en-veilige-scheepvaart-in-de-scheldegebied.html

Testen met nieuwe generatie reddingsboeien

Reddingsboeien zijn sinds vele jaren onveranderd gebleven. De iconische ronde vorm, al dan niet voorzien van een stuk touw, is herkenbaar voor iedereen. Ondertussen kent deze markt ook nieuwe spelers die een meer innovatieve richting inslaan en de modernste technologie verwerken in een hulpmiddel om levens te redden. Een upgrade die ook voor de reddingsdienst nuttig kan zijn. Veiligheid op zee, voor de zeevarenden, de eigen bemanningen en de Kustwachtpartners, zijn prioritair voor ons agentschap.

Sinds kort zijn er op afstand bestuurbare varende reddingsboeien op de markt. Na een aantal demo’s, besliste Vloot in samenwerking met het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) van afdeling Scheepvaartbegeleiding om deze nieuwe technologie verder te testen om op termijn als aanvullend hulpmiddel te gebruiken tijdens reddingsacties. Ondertussen kreeg een delegatie van het Loodswezen een demo en werd gerapporteerd over de eerste bevindingen op het overleg met de kustwachtpartners.

De U-vormige boeien beschikken over in de zijvleugels ingebouwde elektrische waterjets en halen een snelheid van ongeveer 15 km/u om tot bij het slachtoffer te varen. In de kop van de boei zit ledverlichting ingebouwd voor een optimale zichtbaarheid in het donker. De helderheid van de verlichting kan ook op afstand geregeld worden.

Tijdens enkele tests aan boord van het reddingsvaartuig ORKA bleek dat dit soort reddingsboei een meerwaarde kan bieden tijdens interventies. “Deze nieuwe generatie boei biedt een houvast voor het slachtoffer, zeker in situaties waarbij het slachtoffer soms moeilijker te bereiken is met het schip. Met deze boei kunnen we het slachtoffer tegen beperkte snelheid van maximaal 5 km/u richting het schip brengen en zo veilig aan boord nemen,” verduidelijkt de bemanning. Deze nieuwe reddingsboei werd ook getest vanop het strand om het gedrag in de branding te bekijken en vanop grotere afstanden om de connectiviteit tussen de afstandsbediening en de boei na te gaan. Vanuit een intern innovatieproject zullen verder uitvoerig testen uitgevoerd worden in verschillende omstandigheden vooraleer deze nieuwe technologie definitief toe te voegen aan de reddingsuitrusting.

Klik hier voor enkele foto’s.

Klik hier voor enkele videobeelden.

Ondertekening intentieverklaring waterbeleving

 Vijf entiteiten bundelen krachten voor meer waterbeleving in Vlaanderen

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, het departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW), De Vlaamse Waterweg, Sport Vlaanderen en Toerisme Vlaanderen bundelen de krachten om de waterbeleving in Vlaanderen te verhogen en te versterken. Om die samenwerking kracht bij te zetten, ondertekenden de leidend ambtenaren vandaag een intentieverklaring in het Herman Teirlinckgebouw in Brussel.

Klimaat: 

Voor ons agentschap is deze intentieverklaring ook nauw verbonden met de klimaatuitdagingen waar we mee te maken hebben. Onze kust zal er in de toekomst anders uitzien. De klimaatuitdagingen kunnen ook opportuniteiten in zich dragen. Opportuniteiten voor de toerist, recreant en waterbelever.

Waterland Vlaanderen

Vlaanderen telt meer dan 1.000 km bevaarbare waterwegen die tal van steden en gemeenten aandoen én een kustlijn van 67 km. “De komende jaren willen we deze troeven verder uitspelen en meer toerisme, sport en recreatie mogelijk maken op onze waterwegen. Vooral op het gebied van watertoerisme zijn er veel mogelijkheden”, zegt Chris Danckaerts, gedelegeerd bestuurder van De Vlaamse Waterweg.

Inzetten op meerdere sporen

Om dit engagement waar te maken zal, voor het eerst een structureel overleg komen tussen alle betrokken entiteiten. “Binnen het beleidsdomein MOW bekijken we samen hoe we waterbeleving kunnen versterken bij operationeel waterweg- en kustbeheer én bij waterbeheersingsprojecten, zoals het Masterplan Kustveiligheid, het Sigmaplan Vlaanderen en rivierverruiming Maas”, zegt Filip Boelaert, secretaris-generaal van het Departement MOW.

Toerisme Vlaanderen zal onderzoeken hoe ze onze waterwegen kunnen inzetten als toeristische troeven. Sport Vlaanderen zal watersportfederaties en hun sportclubs financieel en beleidsmatig ondersteunen en daarnaast inzetten op watersportcentra, trainingsopleidingen en topsportprogramma’s voor onze topsporters.

 

UPDATE Schip met ijzererts vaart veilig door naar Gent

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en Veiligheidsregio Zeeland geven samen met North Sea Port groen licht voor het aanzetten van de opvaart naar de haven. Ook de Nautische Commissie stemde deze nacht (9februari)in met de huidige aanpak om op te varen naar Gent.

Doordat het schip vanop volle zee kon doorvaren en ten anker gaan in Everingen, kon meer krachtige apparatuur aan boord gebracht worden vanaf een ponton. De metingen van de externe experten bevestigen dat de zwaardere stikstofinstallatie, zoals vooropgesteld, zorgde voor een versneld herstel van een veilige situatie aan boord.

Het hele proces werd van dichtbij gemonitord door de autoriteiten in nauwe samenwerking met de betrokkenen.

Door de tijdige gunstige evolutie in meetresultaten zorgde de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit voor een beschikbaarheid van de sluis van Terneuzen. In overleg en met medewerking van alle ketenpartners kon het schip zo nog schutten voor het einde van het tijvenster deze ochtend.

Het schip met 16 bemanningsleden aan boord werd veilig aan de kade gebracht door de expertise en samenwerking van alle betrokken instanties.

Kust bereidt zich voor op eerste storm van 2020

Het wordt een stormachtig weekend. Zondagmiddag verwachten we een hoogwaterstand van 4,30m TAW en golven van ongeveer 2 meter. Op dat moment zullen enkel de havendammen van Oostende afgesloten zijn. De piek van de storm is pas voor zondagavond. De wind verandert dan naar westelijke richting en bereikt pieken van 100 tot 120km/u. De golven zullen dan rond de 3 meter zijn. In de nacht van zondag op maandag, om 1u30, is een waterstand van 5,05m TAW verwacht en golven van 2,75 meter.

Maandagmiddag rond 14u wordt in Oostende een hoogwater van 5,75m TAW verwacht door de combinatie van springtij en het stormweer. Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) stuurt daarom vandaag een bericht “stormtij kust” uit aan de kustburgemeesters, hulpdiensten en andere organisatie die acties moeten ondernemen. Afdeling Kust van MDK sluit maandag de staketsels van Nieuwpoort en Blankenberge af. Ook in Wenduine gaan de mobiele keringen maandag dicht.

Wellicht zal de storm opnieuw kliffen veroorzaken op de stranden. Onze diensten meten de schade na de storm op. Waar nodig en van zodra we kunnen zullen de kliffen voor de veiligheid van wandelaars gebroken worden.

Impact op de scheepvaart

Ook de andere diensten van het agentschap MDK (Vloot, Loodswezen en Scheepvaartbegeleiding) volgen de situatie op de voet om een vlotte en veilige scheepvaart te kunnen blijven garanderen.

Wanneer afdeling Kust het bericht “stormtij kust” uitstuurt, evalueert de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA, de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland voor een vlot en veilig scheepvaartverkeer) wat de impact is op het scheepvaartverkeer. Zij gaan ook na wat de maatregelen zijn die de havens nemen (bv: stilleggen van sluizen). Op basis van alle beschikbare gegevens kunnen zij beslissen om bepaalde scheepvaart stil te leggen. Daarvoor wordt, in samenspraak met het Loodswezen, ook gekeken naar het type schip. Zo zal een containerschip met groter windvlak sneller stilgelegd worden.

Beloodsingen voor kleinere zeevaart vinden niet meer plaats vanaf een gemiddelde golfhoogte van 2m50, grotere schepen blijven bediend tot een significante golfhoogte van 3m50. Voor kleine zeevaart kan Loodsen op afstand (LOA) ingezet worden. De LOA-loodsen gaan vanaf een gemiddelde golfhoogte van 2m naar de verkeerscentrale in Zeebrugge alles in voorbereiding te brengen voor eventuele LOA-beloodsing.
Zij zorgen dan vanuit de radarcentrale via radarbeelden en VHF-communicatie voor de beloodsing van de schepen. De schepen die hiervoor in aanmerking komen moeten aan bepaalde veiligheidscriteria voldoen.

Schepen die de haven verlaten kunnen een loods meenemen tot aan de volgende bestemming als ze dat willen. Dit gebeurt in overleg met de haven, de agent van het vaartuig en het loodswezen.

De veerdiensten in Oostende en Nieuwpoort kunnen hinder ondervinden door het stormweer.

Vessel Traffic Systems monitort en begeleidt de scheepvaart vanuit de verkeerscentrales. De verkeersbegeleiders houden altijd, maar nog meer in geval van storm, de schepen in de gaten die voor anker liggen. Zo kunnen zij tijdig zien wanneer ankers eventueel loslaten en beginnen krabben (over de bodem slepen).
Het MRCC houdt, zoals steeds, goed in de gaten wat er op zee gebeurt en onderneemt actie bij incidenten.

OMS

De weersomstandigheden worden door de mensen in het Oceanografisch Meteorologisch Station (OMS) in Oostende nauwgezet opgevolgd. De voorspellers beschikken over real-time gegevens van het hele Meetnet Vlaamse Banken en de daaraan gekoppelde meetnetten van de Nederlandse Rijkswaterstaat. De meteorologen van het OMS maken zeer accurate en plaatsgebonden hydrometeoverwachtingen op. Zij hebben zicht op golfhoogten, getij, windrichting, windkracht en het zicht op zee. De berichten worden vier keer per dag verspreid aan professionele gebruikers van Vloot, Loodswezen, Scheepvaartbegeleiding, de havenbesturen en de beroepszeevaart. Het grote publiek kan de berichten raadplegen via www.kustweerbericht.be.

Schip opgevolgd 2 mijl uit ankergebied

Sinds 2 weken ligt er een schip voor anker in de Belgische wateren met aan boord een lading Hot Briquetted Iron (ijzerertsen). Dit is op zich geen gevaarlijke stof maar als ze begint te broeien dan ontsnappen er mogelijks gassen zoals waterstof.

Dat heeft mogelijk twee weken geleden voor een kleine ontploffing aan boord van het schip gezorgd. Dat gebeurde in Franse wateren. Het schip kon doorvaren tot in Belgische wateren. Waarop het MRCC van CapGriz-Nez, het MRCC in Oostende verwittigde. (MRCC= Het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum).

Het MRCC Oostende besliste, in samenspraak met de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, om het schip op 2 mijl van het ankergebied (= “parkeerplaats” op zee, waar schepen wachten op het juiste tij om door te kunnen varen richting Westerschelde) voor anker te leggen om de situatie te evalueren alvorens het verder door te laten varen richting North Sea Port –Gent. Het schip ligt ongeveer op 31 kilometer van de kustlijn en op 2 zeemijl van andere schepen die voor anker liggen.

Er is voor de veiligheid een perimeter van 1 zeemijl ingesteld. Andere schepen moeten uit de buurt blijven. Het schip hindert de scheepvaart op de Noordzee evenwel niet. Ondertussen blijft er een ‘wachtschip’ van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in de buurt om het verkeer op een veilige afstand te houden en om de bemanning vlot te kunnen evacueren, moest dat nodig zijn.

“We houden het schip al 2 weken nauwlettend in de gaten. Er zijn al verschillende experts aan boord gegaan om de situatie te evalueren. Er gebeurden metingen om de concentraties aan boord op te volgen. Zo hebben zij geadviseerd stikstof te gebruiken om de aanwezige waterstof te verdrijven. Pas vanaf het moment dat we heel zeker zijn dat er geen gevaar meer is, geven we toestemming om verder te varen”, legt Eva Descamps van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust uit. Het MRCC is een onderdeel van dit Vlaams agentschap.

De situatie is op heden stabiel zowel voor de bemanning op het schip, het schip zelf als de omliggende schepen. Voor burgers is er geen gevaar.

UPDATE – 05/02/2020

De situatie met het schip dat voor anker is op zee, blijft verder onder controle. Desalniettemin willen we geen enkel risico nemen.

De betrokken autoriteiten (MRCC Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum Oostende, GNA Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit Vlissingen, Veiligheidsregio Zeeland en North Sea Port)

hebben daarom samen volgend voorstel van volgende stappen opgesteld:

  • Opstellen van een plan door de reder (voorbereiden van de opvaart van het schip en het verder zuiveren van de vertrekken)
  • De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit*  zal een externe expert aanstellen om dit plan te valideren

Als aan deze voorwaarden is voldaan, zal het schip mogen opvaren naar een rustige ankerplaats op de Westerschelde waar de ruimen verder zullen worden gezuiverd.

Tijdens die operatie legt de GNA de nodige bijzondere voorwaarden op.

Er is geen hinder voor ander scheepvaartverkeer. De situatie blijft gemonitord en is onder controle.

* Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit of GNA= samenwerking  tussen Vlaanderen en Nederland om vlotte en veilige scheepvaart op de Schelde en haar aanloopgebieden in zee te garanderen.

 

Afdeling Scheepvaartbegeleiding, de havenkapiteinsdiensten in de zeehavens en de Vlaamse Waterweg ontvangen een goed rapport van EMSA. 

Hoewel ons agentschap samen met tal van partners en overheden zorgt voor veilig scheepvaartverkeer, bestaat de kans dat het mis gaat.

In geval van incident, ongeval of andere gevaarlijke situatie op zee is snel actie ondernemen van cruciaal belang. Hiervoor zijn er regels vastgelegd in de Europese richtlijn 2002/59/EC.

Het Europese SafeSeaNet-systeem is een onderdeel van deze richtlijn; het is een monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart.

SafeSeaNet wil:

  • de veiligheid en efficiëntie van het maritiem verkeer in de EU-lidstaten, Noorwegen en IJsland verhogen;
  • de reactie van autoriteiten verbeteren bij incidenten, ongevallen en potentieel gevaarlijke situaties op zee (inclusief opsporings- en reddingsoperaties, gecoördineerd door MRCC Oostende voor het Belgische gedeelte van de Noordzee);
  • bijdragen aan het voorkomen en opsporen van verontreiniging door schepen.

Het European Maritime Safety Agency (EMSA) beheert het SafeSeaNet-systeem.

De deelnemende lidstaten aan Safe Sea Net

 

AFDELING SCHEEPVAARTBEGELEIDING ALS BELGISCHE SAFESEANET NATIONALE COMPETENTE AUTORITEIT

Alle Europese lidstaten zijn verplicht een nationaal SafeSeaNet-systeem in te richten. In België heeft afdeling Scheepvaartbegeleiding de rol heeft als Nationale Competente Aautoriteit (NCA) voor SafeSeaNet. De afdeling heeft hiervoor het SafeSeaBEL-systeem opgezet om de nodige informatie vanuit België automatisch aan te leveren aan het Europese SafeSeaNet.

Naast het beheer van het SafeSeaBEL-systeem, hoort ook de afstemming met de gebruikers en verstrekkers van de gegevens bij het takenpakket. Afdeling Scheepvaartbegeleiding vertegenwoordigt België daarnaast als SafeSeaNet NCA tijdens Europese vergaderingen met andere lidstaten en EMSA.

 

DATAKWALITEIT

De gegevens in SafeSeaNet zijn afkomstig van kapiteins, rederijen, agenten en de havenkapiteinsdiensten in de Belgische zeehavens en de Vlaamse Waterweg. Zij zijn verplicht deze informatie aan te leveren voor elke reis van een zeeschip naar een Belgische zeehaven en de binnenwateren. Hierbij is juistheid, volledigheid en tijdigheid van belang. Dankzij de inzet van al deze actoren zorgen we ervoor dat de datakwaliteit van de informatie aangeleverd vanuit België op een hoog niveau staat.

informatie uitwisseling binnen Safe Sea Net

Scheepvaartbegeleiding controleert op nationaal niveau deze datakwaliteit. Via steekproeven kijken we of de benodigde informatie correct en tijdig wordt aangeleverd. Op Europees niveau is het EMSA die op geregelde basis steekproeven uitvoert, ter ondersteuning van de Europese lidstaten. Begin januari 2020 heeft EMSA voor België het rapport uitgegeven waarbij wordt nagegaan hoe België voldoet aan de verschillende criteria. Daarbij is nogmaals bevestigd dat de datakwaliteit aangeleverd vanuit België op een hoog niveau blijft.

 

Mobiliteit en Openbare werken trekt groene kaart

Leidend ambtenaren ondertekenen engagementsverklaring klimaatcel

Brussel 21 januari 2020 – De Lijn, Lantis, De Werkvennootschap, het agentschap Wegen en Verkeer, De Vlaamse Waterweg nv, het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken bundelen de krachten om de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid tegen 2030 te halen. De doelstellingen zijn ambitieus: minstens 40% minder CO2-uitstoot en 27% minder energieverbruik t.o.v. 2015. Om die samenwerking kracht bij te zetten, ondertekenden vandaag alle leidend ambtenaren, met ondersteuning van bevoegd minister Lydia Peeters, een engagementsverklaring in het Errerahuis in Brussel.

Vlnr: Philip de Hollogne (Kabinet minister Lydia Peeters), Roger Kesteloot (De Lijn), Tom Roelants (agentschap Wegen en Verkeer); Wouter Casteels (De Werkvennootschap), Nathalie Balcaen (agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust), Hans Bruyninckx (Directeur Europees Milieu Agentschap), Filip Boelaert (departement Mobiliteit en Openbare Werken), Chris Danckaerts (De Vlaamse Waterweg nv).

“De uitdagingen zijn groot, zeker voor “het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)”, verduidelijkt de minister. “Daarom willen de verschillende entiteiten van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken het klimaatdossier concreet, ambitieus en toonaangevend aanpakken, zowel op beleidsniveau als binnen de eigen werking.”

Kennis delen en initiatieven nemen via klimaatcel

De entiteiten van het beleidsdomein hebben op klimaatvlak niet stil gezeten de afgelopen jaren. Nu bundelen ze al hun krachten in een overkoepelende klimaatcel waar kennis gedeeld wordt en allerlei initiatieven samen opgestart. “Zo kunnen we als eigenaar van meer dan 40 overheidsvaartuigen bijvoorbeeld kennis delen over het gebruik van alternatieve brandstoffen aan boord van schepen met de Vlaamse Waterweg”, legt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en tevens initiatiefneemster van de klimaatcel uit.

De klimaatcel gaat voortdurend op zoek naar nieuwe technologieën en studies om ze mogelijk ook in de werking van het beleidsdomein MOW te gebruiken. “VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) is bezig met studies rond vaste CO2, gaat Nathalie Balcaen verder. “Ik had daar nog nooit van gehoord maar we gaan nu onderzoeken of we deze stof bijvoorbeeld kunnen gebruiken als wegbedekking voor het Agentschap Wegen en Verkeer of voor allerlei zeeweringswerken.  Een win-win: minder CO2 in de lucht en meteen een grondstof voor de (wegen)bouw.” Alle aanwezigen op het ondertekeningsmoment kregen zo’n steentje vast CO2 mee naar huis. “Zo dragen wij allemaal letterlijk ons steentje bij”, aldus Balcaen.

De samenwerking binnen het beleidsdomein MOW verloopt via een vernieuwende structuur met 6 kenniscellen en 15 projecten. Die zijn vastgelegd door het managementcomité van het beleidsdomein en maken dat we grote uitdagingen met gebundelde krachten en vanuit één visie samen aanpakken. Zo zullen we beleidsplannen en beleidsmaatregelen samen ontwikkelen, uitvoeren en opvolgen, vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het hele beleidsdomein”, zegt Filip Boelaert, secretaris-generaal van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Gedrag veranderen

Ook Dr. Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieu Agentschap was getuige van dit ambitieuze startmoment van het beleidsdomein “Uiteraard sta ik positief tegenover een ambitieus plan om mobiliteit op een andere manier te gaan invullen,”  verduidelijkt Dr. Hans Bruyninckx. “ Ik woon nu in Kopenhagen waar 83% van de bevolking wandelt, fietst of gebruik maakt van het openbaar vervoer. Hier in Brussel, is dat een heel ander verhaal. Maar als het in Kopenhagen lukt- moet het hier ook lukken. We moeten ons gedrag veranderen, anders komen we écht in grote problemen. Dat is bovendien niet enkel goed voor het klimaat, maar ook voor luchtkwaliteit, geluidspollutie, onze gezondheid, en de leefbaarheid van onze steden.”

Minister Lydia Peeters vindt het logisch dat het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid een voortrekkersrol speelt in het behalen van de klimaatdoelstellingen. “Dat staat ook letterlijk in de engagementsverklaring die de leidend ambtenaren vandaag ondertekenden”, aldus minister Lydia Peeters. “Het beleidsdomein MOW heeft de kracht, de wil en de kennis om minimaal de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid mee te realiseren. Maar we zullen verder gaan in onze ambities zodat we vanuit die rol ook anderen inspireren: andere Vlaamse departementen, organisaties, maar ook het brede publiek Onze verregaande ambities zullen blijken uit de aard en grootte van onze acties, maar eveneens door de innovatieve technologieën die we inzetten. Dit alles om op termijn klimaatneutraal te kunnen werken.”

Philip de Hollogne, woordvoerder van minister Lydia Peeters, verving de minister tijdens de plechtigheid.

Enkele voorbeelden van concrete beleidsmaatregelen (in onderzoek, opgestart of al in uitvoering)

  • Vervangen van maritieme seinen en lichten door ledlampen
  • Toekennen van hogere scores bij aanbestedingen met een duidelijke energiewinst en minder CO2-uitstoot
  • Advies om percentages gerecycleerd materiaal te gebruiken in betonconstructies
  • Sensibilisering bemanningen schepen rond ‘ecovaren’ waardoor minder brandstof wordt verbruikt
  • Ontwikkeling van energieneutrale projecten (vb Zeesluis in Zeebrugge)
  • Campagnes rond ‘mental shift’
  • Samenwerkingen met bv Blue Bike en Cambio
  • Uitbreiding van het netwerk ‘walstroom’ langs onze bevaarbare rivieren (schepen kunnen groenere elektriciteit vanop het land gebruiken in plaats van hun dieselmotoren te laten draaien)
  • Vergroening van binnenvaart, inclusief onderzoek naar alternatieve brandstoffen
  • Geactualiseerd Sigmaplan, Masterplan Kustveiligheid en Rivierverruiming Maas
  • Pompinstallaties en waterkrachtcentrales op het Albertkanaal
  • Actieplan Droogte en Wateroverlast (korte termijn) of het Waterschaarste en Droogterisicobeheerplan (lange termijn)
  • Investering in elektrische bussen bij het openbaar vervoer

Maar ook binnen de eigen werking van het beleidsdomein MOW is er aandacht voor verlaagde CO2uitstoot en energie-efficiëntie. Enkele voorbeelden:

  • het bestaande wagenpark vervangen door groenere alternatieven (elektrische fietsen, abonnement openbaar vervoer) en elektrische wagen
  • installatie thermostatische kranen
  • energiezuinig bouwen/verbouwen
  • waterrecuperatie
  • zelf energie opwekken
  • gebruik van groene stroom
  • sensibilisering eigen personeel