Oefening Seacoast 2020

Een kiter en een zodiac die met elkaar botsen. Een vrouw die dit ziet gebeuren vanop het strand en de reddingsdiensten wil contacteren, maar hierbij haar kind uit het oog verliest en niet meer terugvindt. Dat was het scenario van de reddings-en communicatieoefening ‘Seacoast 2020’. Een scenario waar twee interventies in en door elkaar lopen, omdat dit in de realiteit ook kan gebeuren.

Bij het redden van drenkelingen uit zee en bij vermisten aan de kust werken verschillende reddingsdiensten samen op land, zee en in de lucht. De afstemming van acties en communicatie tussen die hulpverleners is dan ook van cruciaal belang voor het succesvol afhandelen van een oproep.  De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen werkte een ‘afsprakenregeling drenkelingen’ uit met de verschillende hulpverleningsinstanties die kunnen worden ingezet. 

Om de principes ervan uit te testen, is er ieder jaar een grote oefening tussen de verschillende partners. Dit jaar was die in De Panne op 7 juli.

Belangrijkste update in de afsprakenregeling 2020

De updates in de afsprakenregeling 2020 hebben voornamelijk te maken met aanpassing contactgegevens. Dé grote uitdaging ligt dit jaar vooral in de integratie van de coronamaatregelen bij interventies.

Redden aan zee, coronaproof

Activering van de afsprakenregeling in 2020

Dit jaar werd de afsprakenregeling al dertien keer geactiveerd van de maanden januari tot juni, door corona liggen deze cijfers iets lager dan andere jaren.

Doelstellingen

Er waren vier doelstellingen voorop gesteld voor de oefening.

  1. Testen van de afsprakenregeling reddingen aan onze kust (groene periode – dit wil zeggen tijdens de opening van de strandreddingsdiensten)
  2. Testen van de alarmering van de betrokken interventiediensten
  3. Testen van de onderlinge communicatie tussen de betrokken diensten
  4. Testen van de uitbouw van de commandopost operaties (CP-OPS) op het terrein: hierin zitten de betrokken hulpverleningsinstanties die samen de reddingsoperatie coördineren.

Deelnemende instanties

  • Alarmeringscentrales:
    • Noodcentrale 112 West-Vlaanderen (NC112)
    • Communicatie- en InformatieCentrum West-Vlaanderen (de 101)
    • Maritieme Reddings- en CoördinatieCentrum (MRCC)
    • Maritiem Informatie Kruispunt (MIK)
  • Hulpverleningszone Westhoek
    • CP-OPS-wagen
    • Eén directeur leider in de commandopost-operaties (CP-OPS)
    • twee operatoren
  • Lokale politiezone Westkust
  • Scheepvaartpolitie
  • Strandreddingsdiensten: één ploeg van strandredders De Panne
  • 40ste SAR Koksijde (Search And Rescue)
  • DAB VLOOT
  • Ship Support
  • Medische middelen
    • Ziekenwagen De Panne
    • MUG AZ West
  • Simulanten: strandredders IKWV en militairen SAR Koksijde
  • Geleverde oefenmateriaal: Side Shore Surfers De Panne, Luchtmachtbasis Koksijde

Klaar voor de zomer

Na de reddingsoefening is gebleken dat de hulpdiensten aan land, op het water en in de lucht klaar zijn voor de zomermaanden, wanneer er traditioneel wat meer interventies nodig zijn dan anders. Ook vanuit het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust staan we paraat om de interventies te coördineren via het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) en uit te voeren via de reddingsvaartuigen van Vloot.

Meer foto’s? Op onze instagram!

1 juli: World Marine Aids to Navigation day

1 juli is de dag van de navigatie-ondersteunende middelen, IALA riep deze dag in het leven om even stil te staan bij alle hulpmiddelen die er zijn om de scheepvaart te begeleiden in een vlotte en veilige vaart.

Vuurtorens zijn vanouds de bakens aan de wal, die de zeelui leiden en die bijdragen tot een veilige vaart. De evolutie in de navigatietechnologie heeft de Vlaamse lichttorens -op enkele na- hun taak ontnomen. In Nieuwpoort is de vuurtoren nog in gebruik, in Oostende de Lange Nelle. Ook Blankenberge heeft een werkende vuurtoren.

Tal van mensen en middelen zorgen nu voor een veilige scheepvaart. Vaarwegen zijn voorzien van een uitgebreid netwerk van boeien en bakens. De laatste jaren zijn heel wat inspanningen geleverd om het onderhoud te optimaliseren en de markeringen te moderniseren. Duurzame technologieën kregen hierbij bijzondere aandacht. Zo zijn ondertussen alle boeien uitgerust met een LED-lichtsysteem, gevoed door kleine zonnepanelen.

Het Scheldegebied is gecoverd door de hoogtechnologische Schelderadarketen, die Vessel Traffic Services (VTS) verleent. Vijf bemande verkeerscentrales en 30 onbemande radarantennes vormen het oog, oor en geheugen van de scheepvaart. Ook de vaste systemen die aan de wal staan, ondergaan een verduurzaming. Deze ‘vaste vaarwegmarkeringen’ krijgen ook een LED-lichtsysteem.

De loodsen brengen de grootste schepen veilig en vlot van en naar de havens in Vlaanderen. De Vlaamse Hydrografie verwerkt de op zee ingewonnen bathymetrische informatie tot navigatiekaarten.

Vuurtorens hebben al eeuwenlang de scheepvaart gediend. Zelfs als alle apparatuur zou uitvallen, kunnen ze nog altijd als baken functioneren. De overgebleven vuurtorens aan onze kust zijn stille getuigen van een groots zeevaartverleden en maken een onmisbaar deel uit van ons maritiem erfgoed.

Strandredders op post vanaf 27 juni

Klaar voor een drukke zomer
Dit jaar openen de reddersposten wat later dan gewoon, maar vanaf zaterdag 27 juni staan de redders aan zee meteen paraat in volledige bezetting. Alle 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn dagelijks open van 10:30u tot 18:30u.
Het wordt een drukke zomer nu veel mensen kiezen voor een vakantie in eigen land.


Wat als het toch fout gaat?

Voor mensen in nood (o.a. verloren gelopen kinderen) langs de stranden is er de afsprakenregeling drenkelingen. We zetten hierbij zowel instanties op zee als aan land in, zoals de strandredders en de hulpcentrale 112, maar ook het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende.

Hoe werkt de zeereddingsdienst?

Iedere kuststaat is internationaal verplicht om een Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum te hebben. Het MRCC Oostende is hét centrale meldpunt voor alle incidenten op zee zoals schepen in nood, ongevallen en olieverontreiniging, maar ook personen in nood.

Op het MRCC wordt iedere dag van het jaar in shiften gewerkt, 24/7 om de veiligheid op zee en een vlotte afhandeling van incidenten te kunnen garanderen. Het MRCC beluistert continu de internationale noodfrequenties zodat een noodoproep onmiddellijk wordt opgevangen. Zodra een noodoproep binnenkomt op het MRCC, analyseert de (nautisch) verkeersleider het incident. Hoewel ieder ongeval uniek is, werken ze er met draaiboeken en procedures. Al naar gelang het soort incident, zetten we reddingsboten en/of de helikopter in van onze partners. Tijdens de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt voor badgasten in nood.

De liefde voor de zee: van vader op zoon

Vader Bart en zoon Tim Deckmyn werken allebei bij Vloot. Bart is al vier jaar matroos op de Zeeleeuw, de douaneboot in Oostende. Tim is sinds anderhalf jaar aan de slag als losse matroos en komt zo op veel verschillende vaartuigen terecht. Naar aanleiding van Vaderdag hadden we een kort gesprek met hen.

Vinden jullie het fijn om voor hetzelfde bedrijf te werken?

Tim: Meestal heel leuk. Het gebeurt wel eens dat collega’s denken dat ze mij kennen omdat ze mijn papa al kennen, maar we zijn natuurlijk twee verschillende personen. We lijken wel sterk op elkaar, alleen in een ander formaat (lacht). Als we met de collega’s onder elkaar zijn, ook met mijn papa, dan is dat plezant.

Bart: Het is leuk dat hij dezelfde aantrekkingskracht voelt voor de zee. We komen uit een vissersfamilie. Ik heb destijds ook visserijschool gevolgd en het is fijn dat mijn oudste dezelfde richting uitgaat. Hij is nog jong, dus er kan veel veranderen, maar hij ziet er toch gelukkig uit.

Zien jullie elkaar soms op het werk?

Bart: Zelden. Tim heeft mij wel al eens vervangen aan boord van de Zeeleeuw als ik met vakantie was.

Bart, denk je dat jij Tim geïnspireerd hebt om deze job te doen?

Bart: Dat weet ik eigenlijk niet, dat zou je aan hem moeten vragen. Ik denk wel dat hij opkijkt naar mij, maar dat is omgekeerd ook zo.

Tim: Misschien wel. De Marine, de visserij, het zit in mijn bloed. Mijn achtergrond zal er dus zeker iets mee te maken hebben.

Jullie werken nu allebei als matroos. Wat deden jullie hiervoor?

Tim: Hiervoor heb ik eerst vier jaar bij de Marine gewerkt en twee jaar bij het VLIZ als technisch medewerker.

Bart: Ik ben altijd bedrijfsleider geweest. Ik was manager van Kinepolis Oostende en daarvoor van Gamma en Brico Centers.

Vanwaar die ommezwaai in jouw carrière, Bart?

Bart: Ik hou van de zee. Ik ben een fervent wind- en kitesurfer. In het verleden heb ik ook nog bij de toenmalige Regie voor Maritiem Transport, of beter gekend als de RMT, gewerkt. Ik ben daarna de commerciële weg ingeslagen, maar ik miste de zee. Mijn vorige jobs waren enorm stresserend en emotioneel zeer belastend. Ik verlangde naar de rust die ze zee en het water me geven. Vorig jaar ben ik mijn mama verloren en dat heeft bij mij definitief de knop omgedraaid. Nu ik terug aan boord ben, voel ik me thuis.


Grootste containerschip HMM Algeciras naar haven Antwerpen

Het grootste containerschip ter wereld vaart op 11 juni naar de haven van Antwerpen. De HMM Algeciras, het eerste schip van deze serie, wordt rond 13:00 bij de loodskruispost Steenbank verwacht. Twee zeeloodsen doen het traject van de Steenbank naar Vlissingen Rede en van Vlissingen Rede tot aan de Noordzee Terminal in Antwerpen varen twee rivierloodsen mee.

Conform de Gezamenlijke Bekendmaking heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit alle scheepsdata van het schip opgevraagd en besproken met zowel het Nederlandse als het Vlaamse loodswezen en het Waterbouwkundig Laboratorium.

Deze instanties zijn samen tot de conclusie gekomen dat ze de HMM Algeciras kunnen toestaan op- en af te varen zonder bijkomend simulatoronderzoek in het Waterbouwkundig Labo omdat het in grote mate overeenkomt met de al op Antwerpen varende schepen met dezelfde afmetingen. De reis  van 11 juni (en de terugreis op 13 juni) is een proefvaart naar en van Antwerpen.

Vanuit de verkeerscentrales zal dit schip ook Vessel Traffic Services krijgen.

Na deze proefreis zal een evaluatie plaatsvinden of deze voorwaarden voldoende zijn of dat er eventueel bijkomende voorwaarden moeten gesteld worden voor dit scheepstype.

Op de MDK-instagram zullen we foto’s posten van dit schip!

Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.

Opvolging van het Marien Ruimtelijk Plan (2020-2026) (MRP).

De Noordzee is één van de meest gebruikte zeeën ter wereld met tal van activiteiten: scheepvaart, toerisme, visserij, zandwinning, windmolens,… Om te voorkomen dat verschillende activiteiten in elkaars vaarwater terechtkomen, werd in 2014 voor het eerst een Marien Ruimtelijk Plan opgesteld. Dat plan brengt onze Noordzee en haar gebruikers in kaart en probeert hun ruimtelijke impact met elkaar te verzoenen. Het loopt telkens over een periode van 6 jaar. Zo verplicht de overheid zichzelf om het plan regelmatig te evalueren. Tegelijkertijd weet iedereen wat waar wordt gepland en wat de visie op lange termijn is. Dit zorgt voor zekerheid voor degenen die nieuwe activiteiten willen ondernemen. De minister van de Noordzee neemt het initiatief voor dit plan. Een raadgevende commissie helpt het plan op te stellen, te evalueren en, indien nodig, aan te passen. In die commissie zitten ook verschillende kustwachtpartners  die op deze manier hun advies kunnen uitbrengen over het plan. Op 20 maart startte de tweede cyclus van het Marien Ruimtelijk Plan.

Wat betekent een nieuw Marien Ruimtelijk Plan nu voor het agentschap MDK?

Als kustwachtpartner draagt ook MDK bij aan de uitvoering van het Marien Ruimtelijk Plan, het duurzame gebruik en de bescherming van het Belgische deel van de Noordzee:

  • Beschermen van de kust tegen stormvloeden vanuit zee:: er zijn specifieke zones aangeduid waar zand gewonnen mag worden voor het ophogen van de stranden
  • Militaire oefeningen worden kenbaar gemaakt aan andere gebruikers via de Berichten aan Zeevarenden
  • Boeien, meetpalen, radars en masten zorgen voor een veilige scheepvaart
  • De ligging van meer dan 300 scheepswrakken is te vinden op onze wrakkendatabank.
  • Nieuwe zones voor windmolenparken en kabels
    • Opleggen bijzondere voorwaarden
    • Intern noodplan
    • Bebakeningsplan  + bebakenen
    • Nautische advies
  • Toezicht op het veilig en vlot scheepvaartverkeer
  • Adviseren bij de gebruiks- en milieuvergunning voor de activiteiten in de zones voor Commerciële en Industriële activiteiten
  • Toezicht op de veiligheid van alle activiteiten op zee

In deze tweede cyclus van het plan zijn ook een aantal nieuwe elementen toegevoegd. Zo is de Vlakte van de Raan  aangeduid als beschermd natuurgebied. In de Kwintegeul is een zone voorzien als akoestische referentiezone. Deze nieuwigheden vereisen ook een aanpassing aan de kaarten (en publicaties) die het team Vlaamse Hydrografie produceert. De nieuwe bestemmingen van de zones zijn toegevoegd op de nieuwe edities van de elektronische zeekaarten. Op de papieren zeekaarten zullen de aanpassingen zichtbaar zijn op de nieuwe edities. De zeekaartenset 107 zal de eerste papieren kaart zijn waarop het bijgewerkte MRP te zien is. Die zal in de komende weken beschikbaar zijn.  De wijzigingen staan wel al beschreven in de Berichten aan Zeevarenden van 26 maart.

Aanduiding van de referentiezone Kwinte op een papieren zeekaart
Aanduiding van het referentiegebied Kwinte op een papieren zeekaart.
Aanduiding van de Vlakte van de Raan als natuurgebied op een ECS (Elektronische zeekaart)

De brochure Er beweegt wat op zee. Het marien ruimtelijk plan 2020-2026’  geeft een mooi overzicht van de belangrijkste activiteiten in onze Noordzee.

Akoestische referentiezone Kwinte

Het team Vlaamse Hydrografie en de Dienst Continentaal Plat voeren sinds 2009 op verschillende tijdstippen metingen uit in de Kwintereferentiezone.  Ze gebruiken daarbij multibeamsystemen op verschillende schepen met elk een eigen opstelling. Meerdere metingen laten toe om de dieptes en posities ten opzichte van elkaar te bekijken en om een referentiemodel van het gebied op te bouwen. Uit alle metingen van de afgelopen tien jaar blijkt dat de zeebodem in die zone zeer stabiel blijft door de jaren heen. Er is geen uitgesproken erosie of aangroei van de zeebodem. Dat maakt van deze zone het ideale referentiegebied voor bathymetrische en backscattermetingen.

Het Kwintereferentiegebied en het model zijn beschikbaar voor iedereen die multibeammetingen uitvoert. Het bathymetrische model kan je opvragen bij de projectpartners. Je kan het gebruiken om je eigen multibeamopstelling te kalibreren en af te toetsen aan de hand van het model. Meer info is te vinden op de website .


Dag van de buren (29/05)

De Noordzee en de Schelde stoppen niet aan onze grenzen.
En dus ook de zorg voor een veilige scheepvaart niet!
Daarom werken we heel nauw samen met onze buurlanden.

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de zeekaarten en de ECS-kaarten (Electronic Chart System) voor loodsen. Voor de opmaak van de zeekaarten wisselt Vlaamse Hydrografie meetgegevens uit met de hydrografische diensten van Nederland (Dienst der Hydrografie), Frankrijk (SHOM) en het Verenigd Koninkrijk (UK Hydrographic Office). De ECS-kaarten, intelligente elektronische kaarten met o.a. gedetailleerde dieptegegevens, zijn het resultaat van een geslaagde samenwerking met onze noorderburen van Rijkswaterstaat. De ECS-kaarten worden zowel door Vlaamse als Nederlandse loodsen gebruikt.

Verkeersleiders in Nederland en Vlaanderen houden de verkeersstroom op de Westerschelde en de Noordzee in de gaten en verlenen Vessel Traffic Services (VTS).

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) bepaalt onder andere het toelatingsbeleid voor diepstekende schepen. In Vlissingen werken Vlaamse en Nederlandse ambtenaren samen op nautisch en technisch vlak om een veilige en vlotte scheepvaart te garanderen. De Schelderadarketen is met vijf bemande centrales (Zeebrugge, Vlissingen, Terneuzen, Hansweert en Zandvliet) en 30 onbemande radarantennes hét toonbeeld van samenwerking over de grenzen heen. Ook achter de schermen is de apparatuur dezelfde zodat de vaarweggebruiker geen hinder mag ondervinden van de landsgrenzen.

Loopt er toch iets fout op het Belgisch gedeelte van de Noordzee? Dan komt het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in actie. Zij werken nauw samen met de kustwachtstations van de buurlanden, MRCC Dover, Cross Gris Nez en Kustwacht Den Helder.

Maar ook de dagelijkse samenwerking tussen de loodsen van het Vlaams en het Nederlands Loodswezen is een sprekend voorbeeld.

SafeSeaNet: België blijft bij de koplopers

Het Belgisch SSN overleg was op 4 mei 2020 via een Teams teleconferentie. Op de agenda stond de SSN-rapporteringsverplichtingen in België. Concreet gaat het om het tijdig en correct melden van de nodige informatie over de reizen van zeeschepen naar Europese havens naar het Europese SafeSeaNet. België  zit bij de koplopers op Europees niveau en kreeg eerder dit jaar hiervoor een goed rapport.    

Daarnaast werd ook gesproken over de invoering in België van verplichtingen ten gevolge van nieuwe en gewijzigde Europese regelgeving, meer concreet het invoeren van de benodigde informatie uitwisseling via het Europese SafeSeaNet, ten behoeve de richtlijn opvarenden passagiersschepen 2017/2109, de richtlijn havenontvangstfaciliteiten 2019/883 en ten behoeve een verbeterde informatie uitwisseling over maritieme incidenten.  

Door computer gegenereerde alternatieve tekst:
SafeSeaNet 
Near real time 
vessel traffic 
image 
around Europe
kaart van Europa met wat scheepsbewegingen

Europese SSN-vergaderingen  

Op 12 en 13 mei waren er enkele virtuele Europese SSN-vergaderingen waaraan afdeling Scheepvaartbegeleiding  deelnam als Belgische SafeSeaNet nationale competente autoriteit. Tijdens de vergaderingen werd de invoering in alle EU-lidstaten besproken van de Europese SafeSeaNet verplichtingen, en werd ook besproken hoe de verplichtingen van de nieuwe/gewijzigde EU regelgeving in de komende jaren te implementeren. 

Door computer gegenereerde alternatieve tekst:
Hat'lavv 
Cheste 
Leiden 
Breda 
-Amsterdam 
Hilversum 
Amersfo - 
& -Hertog ene os ch 
/ Ze gern 
A Olst 
Antwerp 
ehussels
traffic density map in ons werkingsgebied (screenshot uit EModNet) 

COVID-19 maatregelen voor pleziervaart versoepeld

Naast wandelen, lopen en fietsen zijn andere sporten in de buitenlucht toegestaan met maximaal twee personen, bovenop de mensen die onder hetzelfde dak wonen, zolang 1,5 meter afstand wordt bewaard. Je mag bijvoorbeeld gaan tennissen, vissen, golfen, kajakken of kitesurfen.
Check hier de regels waaronder pleziervaart, brandingssporten en watersporten toegelaten zijn sinds 4 mei.

 

Zijn toegelaten op zee en binnenwateren enkel binnen België:
– brandingsporten en watersport (vb surfen, kleinzeilerij, kitesurfen, suppen, kayakken,     roeien,…)
– het varen met zeiljachten, motorboten (inclusief vissen op zee), waterscooters op zee    en op de binnenwateren
– onderhoudswerken aan vaartuigen
– het te water laten van vaartuigen

Deze activiteiten zijn toegelaten onder volgende voorwaarden:
– individueel of met personen die onder hetzelfde dak wonen. Gelet op de aard van de
activiteiten, de beperkte ruimte op een pleziervaartuig of tuig voor brandingsport/watersport en de omstandigheden van zee, golven, weer en wind, kan de social distance in de praktijk niet te allen tijde en onder alle omstandigheden verzekerd worden, bijgevolg kunnen geen andere personen (naast de personen die onder hetzelfde dak wonen) mee aan boord genomen worden.
– gebruik van eigen materiaal
– de noodzakelijke infrastructuren voor de uitoefening van de sporten in open lucht mogen open zijn, met uitzondering van de kleedkamers, douches en cafetaria’s.
– De nodige maatregelen moeten genomen worden om de verspreiding van het virus te beperken door het nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen betreffende het desinfecteren van het materiaal
– Op het water moet voldoende afstand worden gehouden met andere watersporters
– Binnen de jachthavens, strand/watersportclubs moeten maatregelen genomen worden om de regels van social distance te respecteren

Volgende activiteiten zijn niet toegelaten:
– Verhuur van pleziervaartuigen of materiaal voor brandingsporten en watersporten
– Lesgeven (praktijk)
– Evenementen, groepsactiviteiten en wedstrijden zijn nog steeds verboden
– Reizen vanuit of naar het buitenland of door buitenlandse wateren (vb Westerschelde, delen van het Kanaal Gent-Terneuzen, delen van de Maas)

Meer weten? Protocol Pleziervaart 

Deze regels gelden van 4 mei tot en met 10 mei 2020 en kunnen na beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad opnieuw wijzigen.