Virtuele rondleiding vuurtoren

Zondag 13 september was het wereldwijd Open Monumentendag. Door de coronamaatregelen verliep de erfgoeddag volgens strikte veiligheidsvoorschriften en vaak gingen bezoeken digitaal door. Zo ook in Oostende, waar de vuurtoren Lange Nelle enkel virtueel te bezoeken was.

Projectingenieur Nick Goethals is o.a. technisch verantwoordelijk voor de vuurtoreninstallatie. Hij behoort tot een zeer beperkte groep die toegang heeft tot de vuurtoren Lange Nelle in Oostende. Hij voert de controle uit van de installaties en inspecteert de onderhoudswerken, hiervoor moet Nick wel eerst 324 trappen naar boven doen.

De vuurtoren blijft belangrijk voor de navigatie van de scheepvaart. Vroeger waren er geen radarinstallaties of AIS en waren de vuurtorens het herkenningspunt van een haven. Naast het vuurtorenlicht zorgen de aanwezige antennes nu mee voor de communicatie met de scheepvaart.

De Lange Nelle zendt elke tien seconden drie flashtekens uit, deze komen overeen met de letter O in morsecode. De O verwijst naar Oostende.

Bekijk hier de reportage in het kader van de virtuele Open Monumentendag.

Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in zee met het VEB voor een forse energiebesparing

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) en het Vlaams EnergieBedrijf (VEB) gaan nauw samenwerken op het vlak van energiebesparing. Beide partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst getekend.  Ze zetten gezamenlijk de schouders onder een ‘Masterplan Energie’ met drie doelen: ten eerste de CO2-uitstoot verminderen, ten tweede het energieverbruik verminderen en ten derde het gebruik van hernieuwbare energie  stimuleren. Deze drie doelen zijn ook vooropgesteld door Europa in de klimaatdoelstellingen.

Samenwerken werkt

Het agentschap MDK wil inzetten op energie-efficiënte infrastructuur en zo meewerken aan het Actieplan Energie-efficiëntie van het Vlaams Gewest. Uit dat actieplan heeft de Vlaamse regering in haar regeerakkoord de volgende doelstelling overgenomen:  “Een vermindering van minstens 80% aan uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) tegen 2050”.
De uiteindelijke ambitie is om te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit.

Het VEB heeft het realiseren van een duurzamer en efficiënter energiebeheer van de Vlaamse publieke sector als missie. Het VEB, als agentschap van de Vlaamse overheid, beschikt over expertise in en ervaring met duurzame energie en energie-efficiëntie en stelt deze kennis nu ook ter beschikking van het agentschap MDK. Het VEB ontzorgt als aankoopcentrale publieke diensten ook van het aanbestedingsluik.

Op die manier helpt het VEB de Vlaamse overheid en haar administraties (waaronder MDK) bij het behalen van de energie-efficiëntiedoelstellingen.

Een energie- en innovatiebeleid en energetisch masterplan

Het agentschap MDK wil groene uitdagingen ambitieus en toonaangevend aanpakken.
Het VEB zal MDK ondersteunen in het schrijven van het energie- en innovatiebeleid van het agentschap om de klimaatdoelstellingen te realiseren.

Het VEB zal ook haar expertise verlenen bij het omzetten van dit beleid naar een meetbaar en richtinggevend ‘Masterplan Energie’ dat het patrimonium en de energiebesparende maatregelen in kaart brengt, de prioriteiten en acties vastlegt en de resultaten opvolgt in de praktijk. Voor dit masterplantraject komen een achttiental gebouwen van MDK in aanmerking. De grootte varieert van 7m² tot bijna 3400m² en gaat van vuurtorens tot kantoorgebouwen.

“De samenwerking met het VEB kadert in een ruimere groene visie van het agentschap MDK om onze voetafdruk te verkleinen. Om de ambitieuze klimaatdoelstellingen te bereiken, zal het agentschap MDK onder meer inzetten op het renoveren van de bestaande gebouwen om deze klimaatvriendelijker te maken of, indien nodig, haar patrimonium vervangen. We doen beroep de expertise van het VEB en bekijken natuurlijk zelf ook het totaalplaatje van onze gebouwen, scheepsvloot en andere specifieke infrastructuur, om op al deze posten de energie-efficiëntie zo groot mogelijk te maken”, stelt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust

Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van MDK

Indrukwekkende bloei van Zeevonk (Noctiluca) op de Noordzee

Op 15 augustus meldde een zeiler een ‘oranje vlek met dode vogels aan het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC).

bloei van de zeevonk in zee

Dat was ter hoogte van de Buitenratel zandbank. Na controle door verschillende kustwachtpartners werd duidelijk dat het om een ongeziene bloei van de ééncellige planktonsoort ‘zeevonk’ ging. Het warme en rustige weer van de voorbije dagen is wellicht een belangrijke verklarende factor. De massa is aan het rotten, wat mogelijk tot zuurstoftekort en vissterfte kan leiden. Modelsimulaties geven aan dat resten ervan deze week op onze stranden zouden kunnen aanspoelen. Zeker is dit niet. Maar als het gebeurt, zal het eerder verspreid gebeuren omdat het om levende organismen gaat en de wind van richting kan veranderen. We hebben geen weet van opvallende schuimvorming zoals dit voorjaar het geval was met de algenbloei (van Phaeocystis) en het tragische ongeval in Scheveningen waarbij vijf surfers gestorven zijn. Het gaat nu om totaal andere planktonsoorten.
Behalve enige geurhinder van rottende Noctiluca zien we dan ook geen echt risico voor badgasten of voor brandingssporten. Het gaat dus om een onschadelijke soort, die vanzelf zal verdwijnen.

Meer weten? naturalsciences.be

Eén melding voor binnenschippers om te varen in heel Vlaanderen en op de Westerschelde

Vanaf 2021 moeten schippers en binnenvaartondernemers slechts éénmaal en digitaal hun reis-, lading- en scheepsgegevens melden op vaarwegen in Vlaanderen en op de Westerschelde. De Vlaamse Waterweg nv, Port of Antwerp, Port of Oostende, Port of Zeebrugge, North Sea Port, Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust en Gemeenschappelijk Nautisch Beheer investeren namelijk in SWINg. Dit innovatief online meldplatform ontvangt de gegevens via (bestaande) meldsoftware van de melder en stuurt ze door naar alle autoriteiten op de vaarroute. SWINg zorgt voor een administratieve vereenvoudiging en maakt de binnenvaart nog veiliger en efficiënter. Wie nu al digitaal meldt hoeft geen nieuwe software aan boord te halen: de bestaande meldsoftwarepakketten worden compatibel gemaakt aan SWINg. Met deze samenwerking en dit initiatief, waarbij ook het Nederlandse Rijkswaterstaat en andere actoren mee aan tafel zaten, behoren de samenwerkingspartners tot de voorlopers in Europa op het vlak van digitalisering.

Voor meer informatie kan je terecht op www.swing-platform.be

MARITIME SINGLE WINDOW

Als een zeeschip een haven aandoet, zijn agenturen en rederijen verplicht bij de autoriteiten een aantal aangiftes te doen over o.a. het schip, de reis, de goederen, de passagiers en de bemanning. De rapporteringsrichtlijn 2010/65/EU zorgt dat sinds juni 2015 elke Europese lidstaat een Maritiem Single Window heeft zodat deze meldingen elektronisch en eenmalig gebeuren.

Oefening Seacoast 2020

Een kiter en een zodiac die met elkaar botsen. Een vrouw die dit ziet gebeuren vanop het strand en de reddingsdiensten wil contacteren, maar hierbij haar kind uit het oog verliest en niet meer terugvindt. Dat was het scenario van de reddings-en communicatieoefening ‘Seacoast 2020’. Een scenario waar twee interventies in en door elkaar lopen, omdat dit in de realiteit ook kan gebeuren.

Bij het redden van drenkelingen uit zee en bij vermisten aan de kust werken verschillende reddingsdiensten samen op land, zee en in de lucht. De afstemming van acties en communicatie tussen die hulpverleners is dan ook van cruciaal belang voor het succesvol afhandelen van een oproep.  De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen werkte een ‘afsprakenregeling drenkelingen’ uit met de verschillende hulpverleningsinstanties die kunnen worden ingezet. 

Om de principes ervan uit te testen, is er ieder jaar een grote oefening tussen de verschillende partners. Dit jaar was die in De Panne op 7 juli.

Belangrijkste update in de afsprakenregeling 2020

De updates in de afsprakenregeling 2020 hebben voornamelijk te maken met aanpassing contactgegevens. Dé grote uitdaging ligt dit jaar vooral in de integratie van de coronamaatregelen bij interventies.

Redden aan zee, coronaproof

Activering van de afsprakenregeling in 2020

Dit jaar werd de afsprakenregeling al dertien keer geactiveerd van de maanden januari tot juni, door corona liggen deze cijfers iets lager dan andere jaren.

Doelstellingen

Er waren vier doelstellingen voorop gesteld voor de oefening.

  1. Testen van de afsprakenregeling reddingen aan onze kust (groene periode – dit wil zeggen tijdens de opening van de strandreddingsdiensten)
  2. Testen van de alarmering van de betrokken interventiediensten
  3. Testen van de onderlinge communicatie tussen de betrokken diensten
  4. Testen van de uitbouw van de commandopost operaties (CP-OPS) op het terrein: hierin zitten de betrokken hulpverleningsinstanties die samen de reddingsoperatie coördineren.

Deelnemende instanties

  • Alarmeringscentrales:
    • Noodcentrale 112 West-Vlaanderen (NC112)
    • Communicatie- en InformatieCentrum West-Vlaanderen (de 101)
    • Maritieme Reddings- en CoördinatieCentrum (MRCC)
    • Maritiem Informatie Kruispunt (MIK)
  • Hulpverleningszone Westhoek
    • CP-OPS-wagen
    • Eén directeur leider in de commandopost-operaties (CP-OPS)
    • twee operatoren
  • Lokale politiezone Westkust
  • Scheepvaartpolitie
  • Strandreddingsdiensten: één ploeg van strandredders De Panne
  • 40ste SAR Koksijde (Search And Rescue)
  • DAB VLOOT
  • Ship Support
  • Medische middelen
    • Ziekenwagen De Panne
    • MUG AZ West
  • Simulanten: strandredders IKWV en militairen SAR Koksijde
  • Geleverde oefenmateriaal: Side Shore Surfers De Panne, Luchtmachtbasis Koksijde

Klaar voor de zomer

Na de reddingsoefening is gebleken dat de hulpdiensten aan land, op het water en in de lucht klaar zijn voor de zomermaanden, wanneer er traditioneel wat meer interventies nodig zijn dan anders. Ook vanuit het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust staan we paraat om de interventies te coördineren via het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) en uit te voeren via de reddingsvaartuigen van Vloot.

Meer foto’s? Op onze instagram!

1 juli: World Marine Aids to Navigation day

1 juli is de dag van de navigatie-ondersteunende middelen, IALA riep deze dag in het leven om even stil te staan bij alle hulpmiddelen die er zijn om de scheepvaart te begeleiden in een vlotte en veilige vaart.

Vuurtorens zijn vanouds de bakens aan de wal, die de zeelui leiden en die bijdragen tot een veilige vaart. De evolutie in de navigatietechnologie heeft de Vlaamse lichttorens -op enkele na- hun taak ontnomen. In Nieuwpoort is de vuurtoren nog in gebruik, in Oostende de Lange Nelle. Ook Blankenberge heeft een werkende vuurtoren.

Tal van mensen en middelen zorgen nu voor een veilige scheepvaart. Vaarwegen zijn voorzien van een uitgebreid netwerk van boeien en bakens. De laatste jaren zijn heel wat inspanningen geleverd om het onderhoud te optimaliseren en de markeringen te moderniseren. Duurzame technologieën kregen hierbij bijzondere aandacht. Zo zijn ondertussen alle boeien uitgerust met een LED-lichtsysteem, gevoed door kleine zonnepanelen.

Het Scheldegebied is gecoverd door de hoogtechnologische Schelderadarketen, die Vessel Traffic Services (VTS) verleent. Vijf bemande verkeerscentrales en 30 onbemande radarantennes vormen het oog, oor en geheugen van de scheepvaart. Ook de vaste systemen die aan de wal staan, ondergaan een verduurzaming. Deze ‘vaste vaarwegmarkeringen’ krijgen ook een LED-lichtsysteem.

De loodsen brengen de grootste schepen veilig en vlot van en naar de havens in Vlaanderen. De Vlaamse Hydrografie verwerkt de op zee ingewonnen bathymetrische informatie tot navigatiekaarten.

Vuurtorens hebben al eeuwenlang de scheepvaart gediend. Zelfs als alle apparatuur zou uitvallen, kunnen ze nog altijd als baken functioneren. De overgebleven vuurtorens aan onze kust zijn stille getuigen van een groots zeevaartverleden en maken een onmisbaar deel uit van ons maritiem erfgoed.

Strandredders op post vanaf 27 juni

Klaar voor een drukke zomer
Dit jaar openen de reddersposten wat later dan gewoon, maar vanaf zaterdag 27 juni staan de redders aan zee meteen paraat in volledige bezetting. Alle 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn dagelijks open van 10:30u tot 18:30u.
Het wordt een drukke zomer nu veel mensen kiezen voor een vakantie in eigen land.


Wat als het toch fout gaat?

Voor mensen in nood (o.a. verloren gelopen kinderen) langs de stranden is er de afsprakenregeling drenkelingen. We zetten hierbij zowel instanties op zee als aan land in, zoals de strandredders en de hulpcentrale 112, maar ook het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende.

Hoe werkt de zeereddingsdienst?

Iedere kuststaat is internationaal verplicht om een Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum te hebben. Het MRCC Oostende is hét centrale meldpunt voor alle incidenten op zee zoals schepen in nood, ongevallen en olieverontreiniging, maar ook personen in nood.

Op het MRCC wordt iedere dag van het jaar in shiften gewerkt, 24/7 om de veiligheid op zee en een vlotte afhandeling van incidenten te kunnen garanderen. Het MRCC beluistert continu de internationale noodfrequenties zodat een noodoproep onmiddellijk wordt opgevangen. Zodra een noodoproep binnenkomt op het MRCC, analyseert de (nautisch) verkeersleider het incident. Hoewel ieder ongeval uniek is, werken ze er met draaiboeken en procedures. Al naar gelang het soort incident, zetten we reddingsboten en/of de helikopter in van onze partners. Tijdens de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt voor badgasten in nood.

De liefde voor de zee: van vader op zoon

Vader Bart en zoon Tim Deckmyn werken allebei bij Vloot. Bart is al vier jaar matroos op de Zeeleeuw, de douaneboot in Oostende. Tim is sinds anderhalf jaar aan de slag als losse matroos en komt zo op veel verschillende vaartuigen terecht. Naar aanleiding van Vaderdag hadden we een kort gesprek met hen.

Vinden jullie het fijn om voor hetzelfde bedrijf te werken?

Tim: Meestal heel leuk. Het gebeurt wel eens dat collega’s denken dat ze mij kennen omdat ze mijn papa al kennen, maar we zijn natuurlijk twee verschillende personen. We lijken wel sterk op elkaar, alleen in een ander formaat (lacht). Als we met de collega’s onder elkaar zijn, ook met mijn papa, dan is dat plezant.

Bart: Het is leuk dat hij dezelfde aantrekkingskracht voelt voor de zee. We komen uit een vissersfamilie. Ik heb destijds ook visserijschool gevolgd en het is fijn dat mijn oudste dezelfde richting uitgaat. Hij is nog jong, dus er kan veel veranderen, maar hij ziet er toch gelukkig uit.

Zien jullie elkaar soms op het werk?

Bart: Zelden. Tim heeft mij wel al eens vervangen aan boord van de Zeeleeuw als ik met vakantie was.

Bart, denk je dat jij Tim geïnspireerd hebt om deze job te doen?

Bart: Dat weet ik eigenlijk niet, dat zou je aan hem moeten vragen. Ik denk wel dat hij opkijkt naar mij, maar dat is omgekeerd ook zo.

Tim: Misschien wel. De Marine, de visserij, het zit in mijn bloed. Mijn achtergrond zal er dus zeker iets mee te maken hebben.

Jullie werken nu allebei als matroos. Wat deden jullie hiervoor?

Tim: Hiervoor heb ik eerst vier jaar bij de Marine gewerkt en twee jaar bij het VLIZ als technisch medewerker.

Bart: Ik ben altijd bedrijfsleider geweest. Ik was manager van Kinepolis Oostende en daarvoor van Gamma en Brico Centers.

Vanwaar die ommezwaai in jouw carrière, Bart?

Bart: Ik hou van de zee. Ik ben een fervent wind- en kitesurfer. In het verleden heb ik ook nog bij de toenmalige Regie voor Maritiem Transport, of beter gekend als de RMT, gewerkt. Ik ben daarna de commerciële weg ingeslagen, maar ik miste de zee. Mijn vorige jobs waren enorm stresserend en emotioneel zeer belastend. Ik verlangde naar de rust die ze zee en het water me geven. Vorig jaar ben ik mijn mama verloren en dat heeft bij mij definitief de knop omgedraaid. Nu ik terug aan boord ben, voel ik me thuis.


Grootste containerschip HMM Algeciras naar haven Antwerpen

Het grootste containerschip ter wereld vaart op 11 juni naar de haven van Antwerpen. De HMM Algeciras, het eerste schip van deze serie, wordt rond 13:00 bij de loodskruispost Steenbank verwacht. Twee zeeloodsen doen het traject van de Steenbank naar Vlissingen Rede en van Vlissingen Rede tot aan de Noordzee Terminal in Antwerpen varen twee rivierloodsen mee.

Conform de Gezamenlijke Bekendmaking heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit alle scheepsdata van het schip opgevraagd en besproken met zowel het Nederlandse als het Vlaamse loodswezen en het Waterbouwkundig Laboratorium.

Deze instanties zijn samen tot de conclusie gekomen dat ze de HMM Algeciras kunnen toestaan op- en af te varen zonder bijkomend simulatoronderzoek in het Waterbouwkundig Labo omdat het in grote mate overeenkomt met de al op Antwerpen varende schepen met dezelfde afmetingen. De reis  van 11 juni (en de terugreis op 13 juni) is een proefvaart naar en van Antwerpen.

Vanuit de verkeerscentrales zal dit schip ook Vessel Traffic Services krijgen.

Na deze proefreis zal een evaluatie plaatsvinden of deze voorwaarden voldoende zijn of dat er eventueel bijkomende voorwaarden moeten gesteld worden voor dit scheepstype.

Op de MDK-instagram zullen we foto’s posten van dit schip!

Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.