1 juli: World Marine Aids to Navigation day

1 juli is de dag van de navigatie-ondersteunende middelen, IALA riep deze dag in het leven om even stil te staan bij alle hulpmiddelen die er zijn om de scheepvaart te begeleiden in een vlotte en veilige vaart.

Vuurtorens zijn vanouds de bakens aan de wal, die de zeelui leiden en die bijdragen tot een veilige vaart. De evolutie in de navigatietechnologie heeft de Vlaamse lichttorens -op enkele na- hun taak ontnomen. In Nieuwpoort is de vuurtoren nog in gebruik, in Oostende de Lange Nelle. Ook Blankenberge heeft een werkende vuurtoren.

Tal van mensen en middelen zorgen nu voor een veilige scheepvaart. Vaarwegen zijn voorzien van een uitgebreid netwerk van boeien en bakens. De laatste jaren zijn heel wat inspanningen geleverd om het onderhoud te optimaliseren en de markeringen te moderniseren. Duurzame technologieën kregen hierbij bijzondere aandacht. Zo zijn ondertussen alle boeien uitgerust met een LED-lichtsysteem, gevoed door kleine zonnepanelen.

Het Scheldegebied is gecoverd door de hoogtechnologische Schelderadarketen, die Vessel Traffic Services (VTS) verleent. Vijf bemande verkeerscentrales en 30 onbemande radarantennes vormen het oog, oor en geheugen van de scheepvaart. Ook de vaste systemen die aan de wal staan, ondergaan een verduurzaming. Deze ‘vaste vaarwegmarkeringen’ krijgen ook een LED-lichtsysteem.

De loodsen brengen de grootste schepen veilig en vlot van en naar de havens in Vlaanderen. De Vlaamse Hydrografie verwerkt de op zee ingewonnen bathymetrische informatie tot navigatiekaarten.

Vuurtorens hebben al eeuwenlang de scheepvaart gediend. Zelfs als alle apparatuur zou uitvallen, kunnen ze nog altijd als baken functioneren. De overgebleven vuurtorens aan onze kust zijn stille getuigen van een groots zeevaartverleden en maken een onmisbaar deel uit van ons maritiem erfgoed.

Strandredders op post vanaf 27 juni

Klaar voor een drukke zomer
Dit jaar openen de reddersposten wat later dan gewoon, maar vanaf zaterdag 27 juni staan de redders aan zee meteen paraat in volledige bezetting. Alle 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn dagelijks open van 10:30u tot 18:30u.
Het wordt een drukke zomer nu veel mensen kiezen voor een vakantie in eigen land.


Wat als het toch fout gaat?

Voor mensen in nood (o.a. verloren gelopen kinderen) langs de stranden is er de afsprakenregeling drenkelingen. We zetten hierbij zowel instanties op zee als aan land in, zoals de strandredders en de hulpcentrale 112, maar ook het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende.

Hoe werkt de zeereddingsdienst?

Iedere kuststaat is internationaal verplicht om een Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum te hebben. Het MRCC Oostende is hét centrale meldpunt voor alle incidenten op zee zoals schepen in nood, ongevallen en olieverontreiniging, maar ook personen in nood.

Op het MRCC wordt iedere dag van het jaar in shiften gewerkt, 24/7 om de veiligheid op zee en een vlotte afhandeling van incidenten te kunnen garanderen. Het MRCC beluistert continu de internationale noodfrequenties zodat een noodoproep onmiddellijk wordt opgevangen. Zodra een noodoproep binnenkomt op het MRCC, analyseert de (nautisch) verkeersleider het incident. Hoewel ieder ongeval uniek is, werken ze er met draaiboeken en procedures. Al naar gelang het soort incident, zetten we reddingsboten en/of de helikopter in van onze partners. Tijdens de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt voor badgasten in nood.

Grootste containerschip HMM Algeciras naar haven Antwerpen

Het grootste containerschip ter wereld vaart op 11 juni naar de haven van Antwerpen. De HMM Algeciras, het eerste schip van deze serie, wordt rond 13:00 bij de loodskruispost Steenbank verwacht. Twee zeeloodsen doen het traject van de Steenbank naar Vlissingen Rede en van Vlissingen Rede tot aan de Noordzee Terminal in Antwerpen varen twee rivierloodsen mee.

Conform de Gezamenlijke Bekendmaking heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit alle scheepsdata van het schip opgevraagd en besproken met zowel het Nederlandse als het Vlaamse loodswezen en het Waterbouwkundig Laboratorium.

Deze instanties zijn samen tot de conclusie gekomen dat ze de HMM Algeciras kunnen toestaan op- en af te varen zonder bijkomend simulatoronderzoek in het Waterbouwkundig Labo omdat het in grote mate overeenkomt met de al op Antwerpen varende schepen met dezelfde afmetingen. De reis  van 11 juni (en de terugreis op 13 juni) is een proefvaart naar en van Antwerpen.

Vanuit de verkeerscentrales zal dit schip ook Vessel Traffic Services krijgen.

Na deze proefreis zal een evaluatie plaatsvinden of deze voorwaarden voldoende zijn of dat er eventueel bijkomende voorwaarden moeten gesteld worden voor dit scheepstype.

Op de MDK-instagram zullen we foto’s posten van dit schip!

Tien VTS-verkeersleiders brengen opleiding tot een goed eind.

De voorbije weken beëindigden tien collega’s van afd. Scheepvaartbegeleiding met succes hun opleidingsperiode tot VTS-verkeersleider. In september ’19 startten ze met hun basisopleiding waarin nautische kennis, wetgeving, apparatuur, verkeersbeheer, communicatie en simulatortraining aan bod kwamen.

Vanaf december begon het regio-specifieke luik van hun training dat zich toespitste op lokale reglementen, regiokennis, On-the-Job-Training, specifieke simulatortraining en diverse werkbezoeken, waaronder loodsvergezelreizen in het eigen werkingsgebied.

“Door COVID-19 kwamen de laatste weken van hun opleiding in moeilijk vaarwater terecht, maar door extra inspanningen en door te focussen op de essentiële opleidingsmodules kwam hun inzetbaarheid niet in het gedrang”, volgens Stefaan Priem, hoofd Opleidingen.
De administrateur-generaal van MDK en het afdelingshoofd Scheepvaartbegeleiding konden dan ook voor alle tien de nodige certificaten toekennen. We wensen hen alle succes in hun verdere loopbaan binnen ons agentschap en zijn opgetogen dat de nautische keten verder verzekerd wordt, mede door hun inspanningen.

Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.

Dag van de buren (29/05)

De Noordzee en de Schelde stoppen niet aan onze grenzen.
En dus ook de zorg voor een veilige scheepvaart niet!
Daarom werken we heel nauw samen met onze buurlanden.

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de zeekaarten en de ECS-kaarten (Electronic Chart System) voor loodsen. Voor de opmaak van de zeekaarten wisselt Vlaamse Hydrografie meetgegevens uit met de hydrografische diensten van Nederland (Dienst der Hydrografie), Frankrijk (SHOM) en het Verenigd Koninkrijk (UK Hydrographic Office). De ECS-kaarten, intelligente elektronische kaarten met o.a. gedetailleerde dieptegegevens, zijn het resultaat van een geslaagde samenwerking met onze noorderburen van Rijkswaterstaat. De ECS-kaarten worden zowel door Vlaamse als Nederlandse loodsen gebruikt.

Verkeersleiders in Nederland en Vlaanderen houden de verkeersstroom op de Westerschelde en de Noordzee in de gaten en verlenen Vessel Traffic Services (VTS).

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) bepaalt onder andere het toelatingsbeleid voor diepstekende schepen. In Vlissingen werken Vlaamse en Nederlandse ambtenaren samen op nautisch en technisch vlak om een veilige en vlotte scheepvaart te garanderen. De Schelderadarketen is met vijf bemande centrales (Zeebrugge, Vlissingen, Terneuzen, Hansweert en Zandvliet) en 30 onbemande radarantennes hét toonbeeld van samenwerking over de grenzen heen. Ook achter de schermen is de apparatuur dezelfde zodat de vaarweggebruiker geen hinder mag ondervinden van de landsgrenzen.

Loopt er toch iets fout op het Belgisch gedeelte van de Noordzee? Dan komt het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in actie. Zij werken nauw samen met de kustwachtstations van de buurlanden, MRCC Dover, Cross Gris Nez en Kustwacht Den Helder.

Maar ook de dagelijkse samenwerking tussen de loodsen van het Vlaams en het Nederlands Loodswezen is een sprekend voorbeeld.

Renovatie afdelingszetel en MRCC Oostende

Omdat de dienstverlening operationeel blijft, zijn de werkzaamheden in verschillende fases opgesplitst.

Fase één – renovatie tweede verdieping MRCC.

Tijdens deze fase wordt de tweede verdieping aangepast om een meer ergonomische en duurzame klimaatregeling te realiseren. Tijdens de verbouwing in 2004 werd er een verdieping toegevoegd op het bestaande gebouw, hier werd de operationele werkvloer van het MRCC ondergebracht. Door deze opbouw zijn er problemen met het binnenklimaat; de meest voorkomende klachten zijn oververhitting, slechte ventilatie en koude luchtstromen. Om dit op te lossen wordt de bestaande schuine glasgevel volledig herzien en opgevat als een klimaatgevel. Zo’n klimaatgevel zorgt voor een betere isolatie van de binnenruimte, door een dubbele glasstructuur. Het dak wordt gedeeltelijk extra geïsoleerd en bekleed met witte roofing met porfierschilfers voor een maximale reflectie van de zon. Deze ingrepen, in combinatie met een aanpassing van het ventilatiesysteem (verdringingsventilatie), moeten ervoor zorgen dat het binnenklimaat op een aangename, constante temperatuur gehouden kan worden. Om de klimaatgevel optimaal te laten renderen is het noodzakelijk om het bestaande terras op de tweede verdieping om te vormen tot een bijkomende binnenruimte. Tijdens deze fase wordt er ook een nieuwe noodtrap gebouwd, in het gebouw. Ook wordt de bakstenen gevel gerenoveerd.

Het gebouw waar oa de afdelingszetel van Scheepvaartbegeleiding en het MRCC zijn ondergebracht.

Fase twee – renovatie gelijkvloers en buitenaanleg inkomzones

Het gelijkvloers wordt omgevormd tot een crisisruimte, diverse vergaderruimtes en een polyvalente tentoonstellingsruimte. Tot midden 2016 was er een horecazaak in het gebouw ondergebracht. Door de integratie van deze ruimtes is het mogelijk om opnieuw de oorspronkelijke sfeer van het gebouw te benaderen en de symmetrische opbouw rond twee centrale assen te versterken. De hoofdingang wordt verplaatst naar de gevel aan de noordkant. In de kelder voorzien we een fietsenstalling.

Fase drie – plaatsen ventilatie eerste verdieping

De aanpassingen op de eerste verdieping worden tot het minimum beperkt: er werd enkel beslist om de eerste verdieping van ventilatie te voorzien.

De werken zijn nog niet begonnen.

SafeSeaNet: België blijft bij de koplopers

Het Belgisch SSN overleg was op 4 mei 2020 via een Teams teleconferentie. Op de agenda stond de SSN-rapporteringsverplichtingen in België. Concreet gaat het om het tijdig en correct melden van de nodige informatie over de reizen van zeeschepen naar Europese havens naar het Europese SafeSeaNet. België  zit bij de koplopers op Europees niveau en kreeg eerder dit jaar hiervoor een goed rapport.    

Daarnaast werd ook gesproken over de invoering in België van verplichtingen ten gevolge van nieuwe en gewijzigde Europese regelgeving, meer concreet het invoeren van de benodigde informatie uitwisseling via het Europese SafeSeaNet, ten behoeve de richtlijn opvarenden passagiersschepen 2017/2109, de richtlijn havenontvangstfaciliteiten 2019/883 en ten behoeve een verbeterde informatie uitwisseling over maritieme incidenten.  

Door computer gegenereerde alternatieve tekst:
SafeSeaNet 
Near real time 
vessel traffic 
image 
around Europe
kaart van Europa met wat scheepsbewegingen

Europese SSN-vergaderingen  

Op 12 en 13 mei waren er enkele virtuele Europese SSN-vergaderingen waaraan afdeling Scheepvaartbegeleiding  deelnam als Belgische SafeSeaNet nationale competente autoriteit. Tijdens de vergaderingen werd de invoering in alle EU-lidstaten besproken van de Europese SafeSeaNet verplichtingen, en werd ook besproken hoe de verplichtingen van de nieuwe/gewijzigde EU regelgeving in de komende jaren te implementeren. 

Door computer gegenereerde alternatieve tekst:
Hat'lavv 
Cheste 
Leiden 
Breda 
-Amsterdam 
Hilversum 
Amersfo - 
& -Hertog ene os ch 
/ Ze gern 
A Olst 
Antwerp 
ehussels
traffic density map in ons werkingsgebied (screenshot uit EModNet) 

Covid-19 en pleziervaart: update

Protocol betreffende de regels waaronder pleziervaart, brandingssporten en watersporten toegelaten zijn

BELANGRIJK: op ieder moment moeten de nodige maatregelen genomen worden om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van de afstand van minstens 1,5 m tussen elke persoon (behalve onderling tussen de personen die onder hetzelfde dak wonen).


Deze regels zijn geldig vanaf 11 mei tot en met 17 mei 2020.
Zij kunnen worden aangepast aan nieuwe beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad in functie van het verloop van de Covid-19 pandemie


Zijn toegelaten op zee enkel binnen België:

  • brandingsporten (vb surfen, kleinzeilerij, kitesurfen, suppen, kayakken, roeien,…)
  • het varen met zeiljachten, motorboten (inclusief vissen op zee), waterscooters
  • onderhoudswerken aan vaartuigen
  • het te water laten van vaartuigen

Volgende activiteiten zijn niet toegelaten:

  • Vaartochten met schipper
  • Lesgeven (praktijk)
  • Evenementen, groepsactiviteiten, wedstrijden en competities zijn nog altijd verboden
  • Reizen vanuit of naar het buitenland of door buitenlandse wateren (vb Westerschelde, delen van het Kanaal Gent-Terneuzen, delen van de Maas)

Meer info? Protocol pleziervaart

Nautische samenwerking North Sea Port zet forse stap vooruit

Op 06 mei 2020 hebben de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (Rijkswaterstaat en het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust), North Sea Port en  de nautische dienstverleners bestaande werkafspraken verruimd en geïntensifieerd voor een efficiëntere scheepsreis en betrouwbaardere planning voor de totale nautische keten en de havens.

Hierbij is het werkingsgebied uitgebreid: naast het Kanaal Gent-Terneuzen zijn nu ook het Sloegebied en de Braakmanhaven opgenomen samen met de ankerplaatsen. Ook het aantal partners is uitgebreid met in het bijzonder de bootlieden.

Schip centraal

De activiteiten op de vaarweg en in het havengebied van North Sea Port leiden soms tot pieksituaties in de scheepvaart met inefficiënties tot gevolg.

Een veilige, vlotte en tijdige afwikkeling van het zeevaartverkeer vraagt om een optimale samenwerking tussen alle betrokken partijen  Hierbij staat het schip centraal. Het is aan de klant om aan te geven wanneer het schip de bestemming in de haven moet bereiken en wanneer het weer moet vertrekken. Het is aan de haven, de overheden en aan de nautische dienstverleners om aan deze belangen tegemoet te komen.

Plannen

Voor de planning van het scheepvaartverkeer staat de havenplanning centraal. In verschillende fases wordt de informatie steeds relevanter en de planning steeds betrouwbaarder. Een realistische en accurate planning valt of staat met de input die vanuit de verschillende klanten ontvangen wordt. Het gezamenlijke ambitieniveau is gegroeid met de invoering van de strategische planningsfase waarbij de ketenpartners ook de lange termijn capaciteitsplanning op elkaar kunnen afstemmen en beter kunnen inspelen op verwachte pieksituaties, slecht weer of stremmingen.

Transparant en betrouwbaar

Bij het opstellen van de haven- en ketenplanning wordt een realistisch scenario gehanteerd waarbij rekening gehouden wordt met alle bekende en relevante factoren, zoals de  scheepseigenschappen, infrastructurele beperkingen, nautische randvoorwaarden,  het verkeersbeeld en de weersomstandigheden.

Afwijkingen van de definitieve ketenplanning tijdens de uitvoering mogen niet leiden tot vertragingen van andere schepen. De nodige informatie zal voor iedere betrokken partij plaatsvinden via een gemeenschappelijk platform en de eigen systemen.

Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA)

Significante ontwikkelingen binnen het beheersgebied, zoals bijvoorbeeld de ingebruikname van de Nieuwe Sluis Terneuzen of de evolutie van het scheepvaartverkeer kunnen aanleiding geven voor de GNA om samen met de partners de werkafspraken aan te passen en te optimaliseren.

Volgende stap

De volgende stap is de vertaling van de werkafspraken in het concrete procedurehandboek om duidelijkheid te creëren richting de verschillende werkvloeren en de benodigde systeemaanpassing door te voeren.

Het doel blijft een transparante planning en een optimale scheepvaart.

De werkafspraken zijn mee mogelijk gemaakt door  Boluda Towage Europe, DAB-Loodswezen, De Eendracht, Gemeenschappelijk Nautische Autoriteit, Montis Mooring, Multraship Towage&Salvage, North Sea Port, Regionale Loodsencorporatie Scheldemonden, Verenigde Bootlieden Terneuzen en de  Vlissingse Bootliedenwacht.