Rustige zomer op zee

Cijfers zomermaanden Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum MRCC Oostende.

De zomermaanden juli en augustus waren dit jaar rustiger dan andere jaren op het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum in Oostende.

In juli en augustus werden er op het MRCC respectievelijk 39 en 40 incidenten geregistreerd, dat is minder dan de vorige jaren.

De strandredders van IKWV telden 1079 verloren gelopen kinderen (dit tegenover 1021 in de zomer van 2019).

Ondanks die lichte stijging van verloren gelopen kinderen werd de ‘afsprakenregeling reddingen Belgische kust’ maar 16 keer geactiveerd. Dat is een procedure waarbij alle hulpdiensten, aan land én op zee, nauw samenwerken voor de hulp aan personen in nood of die vermist zijn nabij de waterlijn.  “Gelet op het goede weer valt dit cijfer erg mee. Zonder de coronamaatregelen had het naar alle waarschijnlijkheid veel hoger gelegen. Maar ook de strandredders vormden opnieuw een goede eerste lijn.” Volgens Dries Boodts wnd. directeur MRCC. 

Door de coronamaatregelen was pleziervaart een tijdje verboden en kwam het seizoen later op gang, wat zich dan vertaalde in wat ‘typische’ oproepen, zoals meer motorpannes in juni, terwijl dat anders eerder in april en mei gebeurde.

Minister Peeters “Een job op het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum is uitdagend. Door heldere procedures, draaiboeken en oefeningen zijn onze medewerkers steeds voorbereid op het onverwachte. De zomer 2020 was ook op zee bijzonder. Want door de coronamaatregelen kwam er een extra dimensie bij de hulpverlening.  Toch kenden we deze zomer gelukkig geen grote incidenten, onder meer dankzij de goede samenwerking, expertise en professionaliteit van alle kustwachtpartners.” 

Varende en vliegende eenheden, de NH90 (Defensie) en de Orka (Vloot, MDK)

Indrukwekkende bloei van Zeevonk (Noctiluca) op de Noordzee

Op 15 augustus meldde een zeiler een ‘oranje vlek met dode vogels aan het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC).

bloei van de zeevonk in zee

Dat was ter hoogte van de Buitenratel zandbank. Na controle door verschillende kustwachtpartners werd duidelijk dat het om een ongeziene bloei van de ééncellige planktonsoort ‘zeevonk’ ging. Het warme en rustige weer van de voorbije dagen is wellicht een belangrijke verklarende factor. De massa is aan het rotten, wat mogelijk tot zuurstoftekort en vissterfte kan leiden. Modelsimulaties geven aan dat resten ervan deze week op onze stranden zouden kunnen aanspoelen. Zeker is dit niet. Maar als het gebeurt, zal het eerder verspreid gebeuren omdat het om levende organismen gaat en de wind van richting kan veranderen. We hebben geen weet van opvallende schuimvorming zoals dit voorjaar het geval was met de algenbloei (van Phaeocystis) en het tragische ongeval in Scheveningen waarbij vijf surfers gestorven zijn. Het gaat nu om totaal andere planktonsoorten.
Behalve enige geurhinder van rottende Noctiluca zien we dan ook geen echt risico voor badgasten of voor brandingssporten. Het gaat dus om een onschadelijke soort, die vanzelf zal verdwijnen.

Meer weten? naturalsciences.be

Oefening Seacoast 2020

Een kiter en een zodiac die met elkaar botsen. Een vrouw die dit ziet gebeuren vanop het strand en de reddingsdiensten wil contacteren, maar hierbij haar kind uit het oog verliest en niet meer terugvindt. Dat was het scenario van de reddings-en communicatieoefening ‘Seacoast 2020’. Een scenario waar twee interventies in en door elkaar lopen, omdat dit in de realiteit ook kan gebeuren.

Bij het redden van drenkelingen uit zee en bij vermisten aan de kust werken verschillende reddingsdiensten samen op land, zee en in de lucht. De afstemming van acties en communicatie tussen die hulpverleners is dan ook van cruciaal belang voor het succesvol afhandelen van een oproep.  De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen werkte een ‘afsprakenregeling drenkelingen’ uit met de verschillende hulpverleningsinstanties die kunnen worden ingezet. 

Om de principes ervan uit te testen, is er ieder jaar een grote oefening tussen de verschillende partners. Dit jaar was die in De Panne op 7 juli.

Belangrijkste update in de afsprakenregeling 2020

De updates in de afsprakenregeling 2020 hebben voornamelijk te maken met aanpassing contactgegevens. Dé grote uitdaging ligt dit jaar vooral in de integratie van de coronamaatregelen bij interventies.

Redden aan zee, coronaproof

Activering van de afsprakenregeling in 2020

Dit jaar werd de afsprakenregeling al dertien keer geactiveerd van de maanden januari tot juni, door corona liggen deze cijfers iets lager dan andere jaren.

Doelstellingen

Er waren vier doelstellingen voorop gesteld voor de oefening.

  1. Testen van de afsprakenregeling reddingen aan onze kust (groene periode – dit wil zeggen tijdens de opening van de strandreddingsdiensten)
  2. Testen van de alarmering van de betrokken interventiediensten
  3. Testen van de onderlinge communicatie tussen de betrokken diensten
  4. Testen van de uitbouw van de commandopost operaties (CP-OPS) op het terrein: hierin zitten de betrokken hulpverleningsinstanties die samen de reddingsoperatie coördineren.

Deelnemende instanties

  • Alarmeringscentrales:
    • Noodcentrale 112 West-Vlaanderen (NC112)
    • Communicatie- en InformatieCentrum West-Vlaanderen (de 101)
    • Maritieme Reddings- en CoördinatieCentrum (MRCC)
    • Maritiem Informatie Kruispunt (MIK)
  • Hulpverleningszone Westhoek
    • CP-OPS-wagen
    • Eén directeur leider in de commandopost-operaties (CP-OPS)
    • twee operatoren
  • Lokale politiezone Westkust
  • Scheepvaartpolitie
  • Strandreddingsdiensten: één ploeg van strandredders De Panne
  • 40ste SAR Koksijde (Search And Rescue)
  • DAB VLOOT
  • Ship Support
  • Medische middelen
    • Ziekenwagen De Panne
    • MUG AZ West
  • Simulanten: strandredders IKWV en militairen SAR Koksijde
  • Geleverde oefenmateriaal: Side Shore Surfers De Panne, Luchtmachtbasis Koksijde

Klaar voor de zomer

Na de reddingsoefening is gebleken dat de hulpdiensten aan land, op het water en in de lucht klaar zijn voor de zomermaanden, wanneer er traditioneel wat meer interventies nodig zijn dan anders. Ook vanuit het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust staan we paraat om de interventies te coördineren via het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) en uit te voeren via de reddingsvaartuigen van Vloot.

Meer foto’s? Op onze instagram!

Strandredders op post vanaf 27 juni

Klaar voor een drukke zomer
Dit jaar openen de reddersposten wat later dan gewoon, maar vanaf zaterdag 27 juni staan de redders aan zee meteen paraat in volledige bezetting. Alle 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn dagelijks open van 10:30u tot 18:30u.
Het wordt een drukke zomer nu veel mensen kiezen voor een vakantie in eigen land.


Wat als het toch fout gaat?

Voor mensen in nood (o.a. verloren gelopen kinderen) langs de stranden is er de afsprakenregeling drenkelingen. We zetten hierbij zowel instanties op zee als aan land in, zoals de strandredders en de hulpcentrale 112, maar ook het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende.

Hoe werkt de zeereddingsdienst?

Iedere kuststaat is internationaal verplicht om een Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum te hebben. Het MRCC Oostende is hét centrale meldpunt voor alle incidenten op zee zoals schepen in nood, ongevallen en olieverontreiniging, maar ook personen in nood.

Op het MRCC wordt iedere dag van het jaar in shiften gewerkt, 24/7 om de veiligheid op zee en een vlotte afhandeling van incidenten te kunnen garanderen. Het MRCC beluistert continu de internationale noodfrequenties zodat een noodoproep onmiddellijk wordt opgevangen. Zodra een noodoproep binnenkomt op het MRCC, analyseert de (nautisch) verkeersleider het incident. Hoewel ieder ongeval uniek is, werken ze er met draaiboeken en procedures. Al naar gelang het soort incident, zetten we reddingsboten en/of de helikopter in van onze partners. Tijdens de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt voor badgasten in nood.

Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.

Dag van de buren (29/05)

De Noordzee en de Schelde stoppen niet aan onze grenzen.
En dus ook de zorg voor een veilige scheepvaart niet!
Daarom werken we heel nauw samen met onze buurlanden.

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de zeekaarten en de ECS-kaarten (Electronic Chart System) voor loodsen. Voor de opmaak van de zeekaarten wisselt Vlaamse Hydrografie meetgegevens uit met de hydrografische diensten van Nederland (Dienst der Hydrografie), Frankrijk (SHOM) en het Verenigd Koninkrijk (UK Hydrographic Office). De ECS-kaarten, intelligente elektronische kaarten met o.a. gedetailleerde dieptegegevens, zijn het resultaat van een geslaagde samenwerking met onze noorderburen van Rijkswaterstaat. De ECS-kaarten worden zowel door Vlaamse als Nederlandse loodsen gebruikt.

Verkeersleiders in Nederland en Vlaanderen houden de verkeersstroom op de Westerschelde en de Noordzee in de gaten en verlenen Vessel Traffic Services (VTS).

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) bepaalt onder andere het toelatingsbeleid voor diepstekende schepen. In Vlissingen werken Vlaamse en Nederlandse ambtenaren samen op nautisch en technisch vlak om een veilige en vlotte scheepvaart te garanderen. De Schelderadarketen is met vijf bemande centrales (Zeebrugge, Vlissingen, Terneuzen, Hansweert en Zandvliet) en 30 onbemande radarantennes hét toonbeeld van samenwerking over de grenzen heen. Ook achter de schermen is de apparatuur dezelfde zodat de vaarweggebruiker geen hinder mag ondervinden van de landsgrenzen.

Loopt er toch iets fout op het Belgisch gedeelte van de Noordzee? Dan komt het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in actie. Zij werken nauw samen met de kustwachtstations van de buurlanden, MRCC Dover, Cross Gris Nez en Kustwacht Den Helder.

Maar ook de dagelijkse samenwerking tussen de loodsen van het Vlaams en het Nederlands Loodswezen is een sprekend voorbeeld.

Covid-19 en pleziervaart

Vanaf vrijdag 29 mei zijn de regels voor pleziervaart verder versoepeld.

De recreatieve vaart moet wel altijd de nodige maatregelen nemen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van minstens 1,5 m afstand tussen elke persoon, behalve tussen personen die onder hetzelfde dak wonen.

Een aantal activiteiten blijven nog niet toegelaten, met name vaartochten met schipper, evenementen, groepsactiviteiten (uitgezonderd regelmatige trainingen en lessen), wedstrijden en competities. Ook reizen vanuit of naar het buitenland of door buitenlandse wateren (o.a. Westerschelde, delen van het Kanaal Gent-Terneuzen, de Maas) kunnen niet.

Renovatie afdelingszetel en MRCC Oostende

Omdat de dienstverlening operationeel blijft, zijn de werkzaamheden in verschillende fases opgesplitst.

Fase één – renovatie tweede verdieping MRCC.

Tijdens deze fase wordt de tweede verdieping aangepast om een meer ergonomische en duurzame klimaatregeling te realiseren. Tijdens de verbouwing in 2004 werd er een verdieping toegevoegd op het bestaande gebouw, hier werd de operationele werkvloer van het MRCC ondergebracht. Door deze opbouw zijn er problemen met het binnenklimaat; de meest voorkomende klachten zijn oververhitting, slechte ventilatie en koude luchtstromen. Om dit op te lossen wordt de bestaande schuine glasgevel volledig herzien en opgevat als een klimaatgevel. Zo’n klimaatgevel zorgt voor een betere isolatie van de binnenruimte, door een dubbele glasstructuur. Het dak wordt gedeeltelijk extra geïsoleerd en bekleed met witte roofing met porfierschilfers voor een maximale reflectie van de zon. Deze ingrepen, in combinatie met een aanpassing van het ventilatiesysteem (verdringingsventilatie), moeten ervoor zorgen dat het binnenklimaat op een aangename, constante temperatuur gehouden kan worden. Om de klimaatgevel optimaal te laten renderen is het noodzakelijk om het bestaande terras op de tweede verdieping om te vormen tot een bijkomende binnenruimte. Tijdens deze fase wordt er ook een nieuwe noodtrap gebouwd, in het gebouw. Ook wordt de bakstenen gevel gerenoveerd.

Het gebouw waar oa de afdelingszetel van Scheepvaartbegeleiding en het MRCC zijn ondergebracht.

Fase twee – renovatie gelijkvloers en buitenaanleg inkomzones

Het gelijkvloers wordt omgevormd tot een crisisruimte, diverse vergaderruimtes en een polyvalente tentoonstellingsruimte. Tot midden 2016 was er een horecazaak in het gebouw ondergebracht. Door de integratie van deze ruimtes is het mogelijk om opnieuw de oorspronkelijke sfeer van het gebouw te benaderen en de symmetrische opbouw rond twee centrale assen te versterken. De hoofdingang wordt verplaatst naar de gevel aan de noordkant. In de kelder voorzien we een fietsenstalling.

Fase drie – plaatsen ventilatie eerste verdieping

De aanpassingen op de eerste verdieping worden tot het minimum beperkt: er werd enkel beslist om de eerste verdieping van ventilatie te voorzien.

De werken zijn nog niet begonnen.

Covid-19 en pleziervaart: update

Protocol betreffende de regels waaronder pleziervaart, brandingssporten en watersporten toegelaten zijn

BELANGRIJK: op ieder moment moeten de nodige maatregelen genomen worden om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van de afstand van minstens 1,5 m tussen elke persoon (behalve onderling tussen de personen die onder hetzelfde dak wonen).


Deze regels zijn geldig vanaf 11 mei tot en met 17 mei 2020.
Zij kunnen worden aangepast aan nieuwe beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad in functie van het verloop van de Covid-19 pandemie


Zijn toegelaten op zee enkel binnen België:

  • brandingsporten (vb surfen, kleinzeilerij, kitesurfen, suppen, kayakken, roeien,…)
  • het varen met zeiljachten, motorboten (inclusief vissen op zee), waterscooters
  • onderhoudswerken aan vaartuigen
  • het te water laten van vaartuigen

Volgende activiteiten zijn niet toegelaten:

  • Vaartochten met schipper
  • Lesgeven (praktijk)
  • Evenementen, groepsactiviteiten, wedstrijden en competities zijn nog altijd verboden
  • Reizen vanuit of naar het buitenland of door buitenlandse wateren (vb Westerschelde, delen van het Kanaal Gent-Terneuzen, delen van de Maas)

Meer info? Protocol pleziervaart

COVID-19 maatregelen voor pleziervaart versoepeld

Naast wandelen, lopen en fietsen zijn andere sporten in de buitenlucht toegestaan met maximaal twee personen, bovenop de mensen die onder hetzelfde dak wonen, zolang 1,5 meter afstand wordt bewaard. Je mag bijvoorbeeld gaan tennissen, vissen, golfen, kajakken of kitesurfen.
Check hier de regels waaronder pleziervaart, brandingssporten en watersporten toegelaten zijn sinds 4 mei.

 

Zijn toegelaten op zee en binnenwateren enkel binnen België:
– brandingsporten en watersport (vb surfen, kleinzeilerij, kitesurfen, suppen, kayakken,     roeien,…)
– het varen met zeiljachten, motorboten (inclusief vissen op zee), waterscooters op zee    en op de binnenwateren
– onderhoudswerken aan vaartuigen
– het te water laten van vaartuigen

Deze activiteiten zijn toegelaten onder volgende voorwaarden:
– individueel of met personen die onder hetzelfde dak wonen. Gelet op de aard van de
activiteiten, de beperkte ruimte op een pleziervaartuig of tuig voor brandingsport/watersport en de omstandigheden van zee, golven, weer en wind, kan de social distance in de praktijk niet te allen tijde en onder alle omstandigheden verzekerd worden, bijgevolg kunnen geen andere personen (naast de personen die onder hetzelfde dak wonen) mee aan boord genomen worden.
– gebruik van eigen materiaal
– de noodzakelijke infrastructuren voor de uitoefening van de sporten in open lucht mogen open zijn, met uitzondering van de kleedkamers, douches en cafetaria’s.
– De nodige maatregelen moeten genomen worden om de verspreiding van het virus te beperken door het nemen van de nodige voorzorgsmaatregelen betreffende het desinfecteren van het materiaal
– Op het water moet voldoende afstand worden gehouden met andere watersporters
– Binnen de jachthavens, strand/watersportclubs moeten maatregelen genomen worden om de regels van social distance te respecteren

Volgende activiteiten zijn niet toegelaten:
– Verhuur van pleziervaartuigen of materiaal voor brandingsporten en watersporten
– Lesgeven (praktijk)
– Evenementen, groepsactiviteiten en wedstrijden zijn nog steeds verboden
– Reizen vanuit of naar het buitenland of door buitenlandse wateren (vb Westerschelde, delen van het Kanaal Gent-Terneuzen, delen van de Maas)

Meer weten? Protocol Pleziervaart 

Deze regels gelden van 4 mei tot en met 10 mei 2020 en kunnen na beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad opnieuw wijzigen.