Suppletie Duinbergen vroeger van start

Onder een stralende lentezon en met heel wat kijklustigen is gisteren een week vroeger dan gepland de strandsuppletie in Duinbergen gestart. Tot aan de Paasvakantie brengt het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust ruim 900.000m³ zand aan op het strand tussen de Parkstraat en de Zeerobbenlaan.

Vanuit de haven van Zeebrugge loopt een persleiding over het hele strand rond de Baai van Heist tot net voorbij Duin 45. Hier is aannemer Jan De Nul gisteren gestart met opspuiten. De werken zullen stelselmatig opschuiven tot net voorbij de Zeerobbenlaan.

De sleephopperzuiger Pedro Álvares Cabral spuit vanuit de haven zand via de persleiding op het strand. Doordat het schip vanuit de haven kan werken zijn de werken minder afhankelijk van het getij en kan de suppletie vlugger en vlotter verlopen.

Waarom suppleren we?

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert afdeling Kust sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaan we uit van het principe “zacht waar het kan, hard waar het moet”. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Zandsuppleties blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing.

Om ervoor te zorgen dat het veiligheidsniveau behouden wordt, namelijk bescherming bieden tegen een 1000-jarige stormvloed, zijn regelmatig onderhoudssuppleties nodig.

Start suppletiewerken in Bredene 

Op het strand van Bredene voert DC Industrial (DCI) binnenkort alle materiaal aan voor een onderhoudssuppletie. In opdracht van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) zal vanaf 15 februari zo’n 350.000m³ zand aangevoerd worden. Dit is nodig om de kustlijn tussen Bredene en de Vosseslag te beschermen tegen het geweld van de zee.

350 000 m³ zand als onderhoudssuppletie 

Begin volgende week starten de voorbereidende werken voor de zandopspuitingen. De aanvoer van de persleidingen en ander materiaal zal voornamelijk via Oosteroever in Oostende verlopen.  Vanaf 15 februari tot aan de paasvakantie zal  aannemer DCI in opdracht van MDK extra zand  aanbrengen op het strand, iets minder dan 350.000m³ om precies te zijn.  Het gaat om een onderhoudssuppletie, zodat het veiligheidsniveau om ons te beschermen tegen zeer zware stormvloed in deze zone en de robuustheid van de duinengordel behouden blijft. De suppletie start ter hoogte van strandpost 6 (Bredene Hippodroom) richting strandpost 3.  

De aanvoer van het zand gebeurt met twee sleephopperzuigers. Deze kunnen enkel aankoppelen aan de zinkerleiding op het strand rond hoog water. Om gebruik te maken van beide hoogwaters op een dag, wordt er dag en nacht gewerkt. De planning van de werken is daarnaast ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Tegen de start van de paasvakantie zouden de werken klaar moeten zijn.  

‘Zacht waar het kan, hard waar het moet’ 

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert MDK sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaat MDK uit van het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Het technische team en de ingenieurs brengen de meest kwetsbare zones in kaart door het strandpeil op frequente tijdstippen te meten.  

Zandopspuitingen blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing. Bovendien creëren we met suppleties een natuurlijke omgeving waar naast de mens ook planten en dieren hun plaats kunnen hebben. 

Nieuwe duurzame veerboten klaar voor vertrek naar Vlaamse thuishaven

Twee hypermoderne veerboten zijn zo goed als klaar om te vertrekken van de scheepswerf naar hun nieuwe thuishaven in Oostende en Antwerpen. Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) kijkt uit naar de komst van de nieuwe vaartuigen om de Vlaamse vloot verder te verduurzamen. Momenteel teistert de pandemie zowat elke sector en zorgen de beperkingen voor allerlei vertragingen. Zo ook bij Vloot die instaat voor de opvolging van de scheepsbouwprojecten binnen het agentschap MDK.

We moeten momenteel wachten tot het weer veilig is om naar de scheepswerf te kunnen afreizen om de laatste proeven uit te voeren zodat de nieuwe veerboten kunnen overvaren naar België,” duidt ir. Piet Leeuwerck, scheepsbouw en R&D manager bij Vloot. Deze laatste proeven dienen om alle systemen van de schepen te testen en zijn noodzakelijk om groen licht te geven aan de scheepswerf voor de overtocht. Door de huidige maatregelen in de strijd tegen het virus zijn de finale testen uitgesteld. “Wanneer de finale proeven zullen doorgaan, is voorlopig nog onduidelijk, maar we hopen natuurlijk dat dit zo snel mogelijk kan,” vult ir. Piet Leeuwerck aan.

Het is nog even spannend afwachten vooraleer deze twee duurzame veerboten te verwelkomen. Met een volledig elektrische veerboot voegt MDK een uiterst duurzaam exemplaar toe aan haar vloot. Een absolute primeur voor de locatie in Oostende is de ‘Raveel ontmoet Ensor’. Deze veerboot maakt gebruik van zeer innovatieve technieken. “Het veer vaart met een elektrisch voortstuwingssysteem dat half zo groot is als een dieselelektrisch voortstuwingssysteem dankzij de kleinere, zeer efficiënte en lichte elektromotoren. Enkel in geval van nood, bijvoorbeeld bij lange uitval van de walvoeding, zal het voorstuwingssysteem aangedreven worden door een dieselgenerator,” legt ir. Piet Leeuwerck uit. De veerboot zal opladen via een automatische lader. De laadtoren en pantograaf bevinden zich op het drijvend ponton aan de oosteroever. Ook de zonnepanelen die op het dak geïnstalleerd zijn, leveren voldoende energie om in de volledige energiebehoefte van het veer te voorzien met uitzondering van het voortstuwingssysteem.

De ‘Marnix Van Sint Aldegonde’ heeft Antwerpen als thuishaven. Ook dit veer is door de vele groene maatregelen een enorme toegevoegde waarde. “Deze veerboot beschikt over twee onafhankelijke voortstuwingseenheden. Dit maakt het mogelijk om in geval van nood met slechts één motor naar de kant te varen. Op het dak zijn er zonnepanelen geïnstalleerd die met een zonneladercontroller aangesloten zijn op het systeem voor een optimaal rendement.

De ‘Raveel ontmoet Ensor’ is ontworpen om 100 passagiers te kunnen overzetten, wat een verdubbeling is van de huidige capaciteit van de veerboten aan de kust. Het schip is 23 meter lang en 6,5 meter breed en kan een maximale snelheid halen van 16 km/u.
De ‘Marnix Van Sint Aldegonde’ is ontworpen om 200 passagiers te kunnen overzetten. De overzetboot is 30 meter lang en 9,5 meter breed en kan een maximale snelheid van 18 km/u halen.

Nieuwe havensignalisatie kondigt einde werken Oostendse havengeul aan

Wie gaat wandelen langs de strekdammen in Oostende, zal getuige worden van een waar spektakel. MDK zal in samenwerking met onderaannemer Engie Solutions en Oostende, drie grote masten op de site omhoog hijsen. Het opleveren van deze masten vormt het sluitstuk van de werken aan de Oostendse havengeul.

Havensignalisatie

Het opstellen van de respectievelijke grijze, groene en rode mast, die instaan voor de havensignalisatie zullen voor heel wat bekijks zorgen. Dit staat de komende weken op het programma van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en onderaannemer Engie. De drie masten markeren de toegang van de haven voor schepen, waarbij links rood bakboord is en groen rechts stuurboord (vanuit zee gezien). Opvallend is ook dat niet enkel de seinlichten deze typische maritieme aanwijzingen zullen hebben, maar de masten zelf zullen ook volledig groen en rood zijn, een primeur aan onze kust. De masten zullen opgetrokken worden op het einde van de nieuwe strekdammen.

De groene mast werd deze ochtend geplaatst.


Groen licht

De Vlaamse regering heeft als operationele doelstelling vooropgesteld om duurzaam en innovatief aan te besteden en het energiegebruik in gebouwen en ook qua technische infrastructuur te doen dalen. Het resoluut kiezen voor een ledverlichting bij deze hernieuwde havensignalisatie, past in deze aanpak. Ledverlichting is niet enkel duurzamer, ook zijn deze lampen minder snel aan vervanging toe.

Deze lampen zorgen ook voor een betere zichtbaarheid ten behoeve van de scheepvaart en vergen quasi geen onderhoud.

Eerste 100% duurzame zandsuppleties – primeur voor Vlaanderen

Op het strand van Raversijde start op 1 februari een onderhoudssuppletie. We brengen 500.000m³ extra zand aan om de bescherming tegen zware stormvloed weer op peil te brengen. Voor het eerst in ons land gebeurt dit op 100% duurzame wijze. Het materieel dat aannemer Jan De Nul inzet beantwoordt aan de strengste duurzaamheidsnormen.

Ons agentschap bevestigt met deze aanpak en de keuze voor Jan De Nul opnieuw hoe het een voortrekker is binnen de Vlaamse overheid om de reductiedoelstellingen voor België te halen.

Binnen de Vlaamse Klimaatstrategie 2050 streeft ons land een reductie van 85% van broeikasgasemmissie na in vergelijking met 2005.  

Als de maritieme overheidspartner willen we op alle mogelijke manieren inzetten op het beperken van onze milieu-impact. Bij de bestekken die we in de markt zetten, besteden we dan ook bijzondere aandacht aan milieucriteria. Dat leidt vandaag al tot concrete CO₂-reductie door de milieuvriendelijke uitvoering van de bagger- en suppletiewerken op basis van de initiatieven van de aannemers waarmee we samenwerken,” zegt administrateur-generaal Nathalie Balcaen. 

Voor de baggerwerken in Raversijde zet Jan De Nul Group in op duurzame brandstof. Het baggerschip Pedro Álvares Cabral zal tijdens de werken op 100% duurzame drop-in biobrandstof varen. Dat is een duurzame vervanger van fossiele diesel, gemaakt van oliën uit plantaardige afvalstromen en dus niet van voedselgewassen. ‘Drop-in’ houdt in dat motoren niet aangepast moeten worden om deze biobrandstof te kunnen gebruiken.  

Deze duurzame variant reduceert niet alleen de CO₂-uitstoot, er belandt ook fors minder fijnstof in de lucht. De verbranding gebeurt heel wat efficiënter dan de verbranding van conventionele diesel. Omdat drop-in biobrandstof afvalstromen als grondstof gebruikt, is het ook nog eens bevorderlijk voor de circulaire economie.  

Voor de grondwerken op het strand mobiliseert Jan De Nul de meest geavanceerde bulldozers en graafkranen, allemaal voorzien van uitlaatgasfiltersystemen. En het projectmanagementteam ter plaatse zal kunnen beschikken over de nieuwste generatie van ecologische werfkantoren, voorzien van goed isolerende materialen en een warmtepomp.

Lees hier het volledige persbericht.

De timing voor deze en andere onderhoudssuppleties dit jaar vind je hier.

Grote puzzel van helmgras om zandvangende capaciteit te meten

Op het strand op Oosteroever in Oostende staand sinds 2020 houten palen. Die bakenen een zone af om spontane duingroei alle kansen te geven. Om dat proces van duingroei te versnellen, planten we in één zone tussen de palen helmgras aan. De zone vormt meteen ook het terrein voor wetenschappelijk onderzoek van de KULeuven.

De zone met helmgras zal door de wind natuurlijk aangroeien met zand. Op termijn zal een duinstrook ontstaan die zorgt dat het zand op het strand blijft. Dat is een goede zaak voor de zeewering. We weten al dat helmgras een goede zandvanger is. Maar welke patroon van plantjes het beste werkt om zand vast te houden en zo de vorming van embryonale duinen te stimuleren is nog een vraagteken.

De KULeuven koppelde hier een masterproef aan. Jennifer Derijckere, masterstudente industrieel ingenieur aan de Brugse campus, zal gedurende zes maanden de impact van het helmgras op het strand onderzoeken. De proefopstelling bestaat uit zes verschillende vakken van elk 20 vierkante meter. In elk vak planten we het helmgras volgens een ander patroon.

De X-as is evenwijdig aan de Spinoladijk, de Y-as is loodrecht op de Spinoladijk.
Zone 1: zes plantjes per vierkante meter
Zone 2: negen plantjes per vierkante meter. Elke vierkante meter wordt grafisch nogmaals opgesplitst in vier vakken van een halve m². In drie vlakken komt telkens één plantje te staan, in het vierde vak komen zes plantjes. Bij de volgende vierkante meter wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak gevuld is.
Zone 3: negen plantjes per vierkante meter, telkens op een gelijke afstand van elkaar.
Zone 4: negen plantjes per vierkante meter, maar nu staan de rijen geschrankt ten opzichte van elkaar.
Zone 5: negen plantjes per vierkante meter in een random opstelling. Na de aanplant van de eerste m²  wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak aangeplant is.
Zone 6: 15 plantjes per vierkante meter.

VERLOOP VAN HET ONDERZOEK

Eens de plantjes er staan is het tijd voor het effectieve onderzoek. De metingen gebeuren bij wind uit zee. Er komen dan bij elke zone zes zandvangers: twee vóór, twee in het midden en twee na de zone. Uit de zandvangers kan afgeleid worden hoeveel massa aan zand over een bepaalde afstand gedurende een bepaalde tijd is opgevangen.

Naast de zandvangers komen op drie verschillende hoogtes in de vegetatie windmeters: net boven het oppervlak, op de helft van de hoogte van de plant en boven de plant. De mate waarin de aanwezigheid van helm de windsnelheid beïnvloedt, speelt een cruciale rol in de duinaangroei, vooral in de beginfase. Daarom gebruikt Jennifer mobiele windmeters, die tijdens de ene meting tussen twee planten kunnen staan en tijdens een andere meting achter de plant.

Zowel de zandvangers als de windmeter worden op het einde van een meetdag weggehaald.

BUILDING WITH NATURE

Dit project past binnen een wereldwijde tendens om over te stappen naar een natuurlijkere manier van zeewering. Het Building with Nature principe maakt positief gebruik van de krachten van de natuur: de wind en de golven. Zo ontstaat een dynamische en veerkrachtige kust, die bestand is tegen stormen en klimaatwijziging. 

Onderzoeksdijk op het strand van Raversijde

Wie in de komende weken op het strand van Raversijde gaat wandelen, zal misschien wat raar opkijken. In januari start het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) er met de bouw van een kunstmatige dijk. De dijk van 20 op 20 meter komt op het strand tussen laag- en hoogwater. Zeven jaar lang zullen verschillende partijen onderzoek voeren naar de golfslag en -kracht op de dijk. Het uiteindelijke doel: meer inzicht krijgen in de impact van stormen op onze infrastructuren om onze kustbescherming nog efficiënter te maken.

Op het strand ter hoogte van Domein Raversijde, tussen laag- en hoogwater zal dit voorjaar een kunstmatige dijk verrijzen. Het gaat om innovatief onderzoek dat voortvloeit uit het Crest-project (Climate Resilient Coast).  Om meer inzicht te krijgen op de impact van stormen op onze infrastructuren zoals dijken, is de voorspelling van golfslag tijdens stormen een noodzaak. De inzichten moeten leiden tot een nog efficiëntere kustbescherming in de toekomst.

Dijk op het strand

Het lijkt vreemd om een dijk op het strand te plaatsen. Toch is de locatie voor de onderzoeksdijk niet zomaar gekozen. Enkel bij extreem zwaar stormweer slaan de golven over de bestaande zeedijk. Om op korte termijn de impact van de golven op de zeedijk te kennen, bouwen we de testdijk op het strand. De zone vóór Domein Raversijde heeft bijna geen droog strand. De Universiteit Gent en het Waterbouwkundig Laboratorium zullen zeven jaar lang de golfslag en -kracht monitoren.  We verwachten dat er tijdens  het onderzoek zo’n veertig relevante stormen op de testdijk zullen inbeuken. Het dijklichaam zal ongeveer 20 meter op 20 meter zijn. We bouwen de dijk uit gewapend beton op in een bouwkuip van damplanken en buispalen. Dat is nodig om in het droge te kunnen werken. In het dijklichaam zullen we een aantal typerende dwarsdoorsnedes simuleren.  Sensoren in de dijk zullen de golfoverslag en -kracht opmeten. Daarnaast zal een golfmeetboei in dieper water de opkomende golfcondities opmeten. Drie meetpalen in het intergetijdengebied, de zone die boven water blijft bij laagwater en onder water komt bij hoogwater, zullen tot slot de golftransformaties tot aan de testdijk opmeten. Alle data komt binnen in een labokeet op de zeedijk.

Samenwerken werkt

Dit innovatieve onderzoeksproject is een samenwerking tussen verschillende partijen. MDK staat in voor de bouw van de dijk en de meetapparatuur. De Universiteit Gent en het Waterbouwkundig Laboratorium zullen aan de slag gaan met de verzamelde gegevens.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters benadrukt hoe belangrijk dergelijk innovatief onderzoek is voor onze kustbescherming: “Gelet op de zeespiegelstijging en de grote gevolgen voor onze kustlijn is dit een meer dan noodzakelijk onderzoek. Door meer inzicht te krijgen op de processen van golfoverslag en golfkracht, zal het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in de toekomst de kustveiligheid met nog grotere efficiëntie kunnen opzetten.”

3D constructie van de dijk
Opstart van de werken op 05/01/2021

Binnenkort overal duurzame boeien op de Westerschelde

Boeien zijn essentieel om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde mee in goede banen te leiden. Een deel van de boeien in de Westerschelde is van staal en heeft zijn beste tijd gehad. Binnenkort worden ze vervangen door kunststof boeien. Die zijn makkelijker in onderhoud, goedkoper en milieuvriendelijker.

In 1959 sloten Vlaanderen en Nederland een verdrag in verband met het beheer en onderhoud van lichtboeien en bakens op de Westerschelde. De Westerschelde is Nederlands grondgebied, maar is ook een cruciale doorgang voor het scheepvaartverkeer naar de havens van Antwerpen en Gent (North Sea Port). Daarom heeft Vlaanderen er alle belang bij dat het scheepvaartverkeer op de Westerschelde goed verloopt en draagt het bij in de kosten voor de boeien. Er liggen dus zowel Vlaamse als Nederlandse boeien in de Westerschelde.

Laatste stalen boeien verdwijnen

“Jaarlijks maken Vlaanderen en Nederland een stand van zaken over de toestand van de boeien op”, zegt Jeroen Hollaers, Nederlands secretaris van de Permanente Commissie van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer. “We bekijken welke boeien onderhoud nodig hebben of aan vervanging toe zijn. In Nederland is de Westerschelde de enige plek waar nog stalen boeien te vinden zijn. Op alle andere vaarwegen werden die vervangen door kunststof boeien. Het zijn de boeien die op de Vlaamse ligplaatsen liggen die nog niet zijn vervangen. We zijn nu met onze Vlaamse collega’s tot een akkoord gekomen om ook de ‘Vlaamse’ stalen boeien in te wisselen voor exemplaren in kunststof.”

Boeien leasen

Binnen Rijkswaterstaat is de Vaarwegmarkeringsdienst bevoegd voor het beheer en onderhoud van boeien op Nederlands grondgebied. “Waar de oude stalen boeien in de jaren 80 door Vlaanderen werden aangekocht en door ons werden onderhouden, kiezen we nu voor een andere formule. Het Vlaamse Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust zal 94 kunststof boeien bij ons huren. Een soort van leasingcontract, zeg maar”, vertelt Laura Snoep van de Vaarwegmarkeringsdienst. “Vlaanderen betaalt alleen voor de huur en het onderhoud. Als een boei stuk is, zorgen wij voor de vervanging. Deze oplossing is lucratief, veilig en betrouwbaar.”

Voordelen kunststof boeien

Kunststof boeien bieden heel wat voordelen vergeleken met stalen boeien. Snoep: “Om te beginnen zijn ze goedkoper in aankoop en vragen ze minder onderhoud, wat op zijn beurt de kosten drukt. Een stalen boei is één geheel. Als ze schade oploopt, bijvoorbeeld door aanvaring met een schip, moet je de volledige boei vervangen. Een kunststof boei bestaat uit vier segmenten. Bij schade kan je vaak makkelijk een segment vervangen. Een boei is gemiddeld één keer om de drie jaar aan onderhoud toe. Stalen boeien met je daarvoor uit het water halen, terwijl dat bij een kunststof boei gewoon vanop het water kan.”

Veel stalen boeien hebben het einde van hun levensduur bereikt; ze beginnen storingen te vertonen en vallen uit. “Dat is gevaarlijk”, zegt Snoep. “Het is dus ook in het belang van de veiligheid dat we ze vervangen. Bovendien zijn kunststof boeien beter voor het milieu: in tegenstelling tot kunststof boeien moeten stalen exemplaren regelmatig gereinigd of opnieuw geverfd worden met schadelijke stoffen.”

Nog een plus is de levensduur. “Aanvankelijk werd gedacht dat een kunststof boei zo’n acht jaar mee zou gaan. In de praktijk liggen sommige kunststof boeien al achttien jaar in het water. Ze gaan dus veel langer mee dan verwacht. Ten slotte wil het oog ook wat: de Westerschelde zal er iets netter uitzien wanneer er alleen nog kunststof boeien in dobberen.”  

Ook binnen de Vlaamse overheid is Herman Van Driessche, wnd. Hoofd van Vloot en bevoegd voor de bebakening tevreden met deze oplossing. “Het was een grote oefening binnen MDK waarbij we de experten hebben geraadpleegd. Het is een weloverwogen beslissing om op deze manier verder samen te werken en heeft voor beide partijen voordelen. De échte winnaars van dit verhaal? Toch wel het milieu en de veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer op de Westerschelde. De modulaire kunststofboeien passen binnen de klimaatambitie van MDK.
Hoe een oud verdrag toch nog aan de basis kan liggen voor een innovatieve samenwerking.

Rechts in de kraan zie je een kunststof boei, op het dek staan twee stalen boeien.

Ontwerp nieuwe zeedijk Westende bekroond

Het project van de metamorfose van de Westendse zeedijk, #Mk Promenade, sleepte deze week twee ‘Blue Innovation Awards’ in de wacht. Deze erkenning van De Blauwe Cluster vzw beloont de grote impact van dit opmerkelijke openbare project op de zogenaamde ‘blauwe economie’ waarbij duurzaamheid en innovatie absolute prioriteit krijgen. Dankzij #mkpromenade ontpopt de zeedijk van Westende zich tot een groene, duurzame en prachtige wandelpromenade met ruimte voor recreatie en betere kustbescherming. De eigenlijke werken gaan hopelijk nog in het voorjaar 2021 van start. 

Het project voor de nieuwe zeedijk in Westende is een samenwerking tussen verschillende stakeholders: gemeente Middelkerke, het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en ontwerppartner MOP Urban Design. De jury van de Blue Captain Award was dan ook lovend over deze intense samenwerking.  

Het project is een mooi voorbeeld van hoe functionaliteit en beleving hand in hand kunnen gaan én dat op een duurzame manier. 

“Voor ons agentschap is de bescherming tegen stormvloeden prioritair,” vertelt projectingenieur Niels Vanmassenhove. “Net als op andere plaatsen langs de kust werken we hier samen met de gemeente om er ook een esthetisch mooi geheel van te maken. De zeedijk krijgt meer zon, meer groen en meer beleving en Westende zal optimaal beschermd zijn tegen stormvloeden. Het innovatieve karakter zit in de aanleg van de grasdijk als duin-voor-dijk, die net zoals een stormmuur de kustzone beschermt tegen overstromingen maar een duidelijke esthetische meerwaarde biedt.”

Naast de Blue Captain Award won het project ook de Inspirational Blue Wave-award of publieksprijs. Dat betekent dat dit project vooruitstrevend is door zijn innovatieve karakter en beantwoordt aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Dat is ook een beloning voor het communicatietraject dat het gemeentebestuur samen met de verschillende partners de afgelopen twee jaar doorliep. 

De omgevingsvergunning voor het project wordt nog dit jaar verwacht. De aanbestedingen zijn bijna afgerond. De werken zullen wellicht in het voorjaar van 2021 kunnen starten. 

Eerste fase grootse vooroeversuppletie Knokke-Heist van start.

Deze week start ons agentschap met een eerste fase van de vooroeversuppletie in Knokke-Heist. Tegen het eind van het jaar zal er 160.000m³ zand op de vooroever gestort zijn. De werken zijn onderdeel van het Masterplan Kustveiligheid waarbij we onze kust beschermen tegen zware stormvloeden. Tegen 2023 zal er op de vooroever van Knokke-Heist in totaal zo’n 2 miljoen m³ zand gestort zijn.

Ter hoogte van het Albertstrand kan je dezer dagen de splijthoppers Pagadder of Sloeber zien liggen. Deze schepen kleppen of storten zand op de vooroever, het strand net onder de laagwaterlijn. Tegen eind dit jaar zal daar zo’n 160.000m³ zand extra gestort zijn. De vooroever doet dienst als een soort fundering zodat we in een latere fase een minder steil strand kunnen creëren dat stabieler is en goed standhoudt bij stormen. Door de natuurlijke dynamiek van getij, stroming en golven kan het zand bewegen naar het strand boven de laagwaterlijn, het getijdenstrand.  Op die manier wordt het strand op natuurlijk wijze gevoed om bij zware stormvloed bescherming te bieden tegen overstromingen. Het voordeel van een vooroeversuppletie is dat er minder hinder is op het strand bij de aanleg ervan.

Op deze tekening zie je dat de vooroever net onder de laagwaterlijn ligt.

In het voorjaar van 2021 krijgt het strand in Knokke-Heist nog een onderhoudssuppletie. Een exacte timing hiervoor is nog niet gekend.
Tot en met 2023 zal het agentschap MDK in verschillende fases nog meer vooroeversuppleties uitvoeren. Hierna zal ook het droog strand aangevuld worden zodat het ook voldoet aan de veiligheidseisen uit het Masterplan Kustveiligheid

Synergie met Nieuwe Sluis Terneuzen
Het zand voor de vooroeversuppletie is afkomstig van de werken aan de Nieuwe Sluis in Terneuzen. Het gaat om zand uit de diepere, ongeroerde zandlagen. Het zand is op voorhand uitgebreid beproefd en voldoet aan alle kwaliteitscriteria om opnieuw te gebruiken. Ook tijdens de suppletie worden monsters genomen en geanalyseerd.

“Dit is een belangrijke synergie waarbij we kwalitatief zand hergebruiken” ,vertelt minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters. “Op die manier vormt de uitgegraven grond uit een sluisproject een waardevolle grondstof voor de versterking van de kustveiligheid. Niet enkel gaan we zo duurzaam om met grondstoffen volgens de principes van de circulaire economie, deze aanpak vormt ook een win-win voor beide projecten.”