De strandredders staan terug op post!

Vanaf dinsdag 15 juni vind je in elke kustgemeente minstens één geopende redderpost

“We zijn klaar voor een fantastische zomer”, zegt de voorzitter van IKWV Daphné Dumery. “Onze 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn vanaf 1 juli opnieuw dagelijks open van 10u30-18u30.
Vanaf 15 juni kan je bovendien in elke kustgemeente op minstens één redderspost terecht voor een veilige plons in het water. Zo kan iedereen genieten van het strand en de zee in zijn/haar favoriete badplaats.
Op de website kan je per gemeente nagaan op welke post(en) je terecht kan.”

Net zoals vorige zomer blijft Covid-19 impact hebben op de werking van de strandreddingsdiensten. We rekenen er dan ook op dat de strandbezoekers ook dit jaar hun gezond verstand gebruiken en de nodige veiligheids-maatregelen in acht nemen.
De strandbezoekers kunnen er echter van op aan: de strandredders staan voor hen klaar!

Gekend zeezicht in de zomermaanden: de reddingsboten staan paraat ®ikwv

Zeereddingsdienst

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Zee en strand associëren we vaak met vakantie en ontspanning. Maar de zee kan ook gevaarlijk zijn. Het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum in Oostende staat elke dag 24/7 paraat. Als er een ongeval is op onze Noordzee, komt de eerste oproep daar binnen en verloopt de verdere coördinatie vanuit het MRCC Oostende. Vanzelfsprekend is een goede afstemming en communicatie met àlle partners essentieel. In de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt bij problemen op het strand en in de branding. Het is erg belangrijk dat ze in goede verbinding staan met de diensten van de zeereddingsdienst, zodat het MRCC in geval van nood de varende en de vliegende eenheden kan activeren. Wij voorzien via het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust de centrale communicatieapparatuur voor de strandredders. Hierdoor garanderen we een goede communicatie tussen strandredders onderling en de zeereddingsdienst van het MRCC.” 

De contactgegevens van het MRCC

Meer dan redden: preventie!
Vorig jaar kwamen de strandredders 594 keer tussen voor baders en watersporters in moeilijkheden. Daarnaast vervulden ze ook een belangrijke rol voor 1079 verloren gelopen personen. “Wij zijn het eerste aanspreekpunt van de toeristen op het strand. Een onmisbare schakel!”, besluit Dumery.

“Maar ook preventie en sensibilisering zijn onze stokpaardjes: via diverse campagnes maken we de strandbezoekers ervan bewust dat ze in eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor een geslaagde en veilige strandvakantie.”

Zo worden er voor het achtste jaar op rij 750.000 gratis polsbandjes met de afbeeldingen van Samson en Plop verdeeld. Dit initiatief wordt mogelijk gemaakt door Studio100, AXA en de Vlaamse Milieumaatschappij.

Redders blijven ook aandacht schenken aan het risico dat diepe putten graven met zich meebrengt en ze blijven uiteraard ook waarschuwen voor de gevaren van de zon.

Polsbandjes met gegevens op: een grote hulp ®ikwv

Binnenvaartpassagiersschepen op de Westerschelde: geen sinecure

Binnenvaartpassagiersschepen zitten in de lift. Elk jaar vinden meer en meer binnenvaartpassagiersschepen hun weg naar de Westerschelde. Het coronavirus zorgde voor een onderbreking van het cruisetoerisme. Maar binnen afzienbare tijd kan het terug op gang komen. De Westerschelde is echter geen eenvoudige rivier om te bevaren. Hieronder lees je waar je op moet letten en welke regels je in acht moet nemen. We zetten alles nog eens op een rijtje in onze gloednieuwe folder!

De Westerschelde strekt zich uit over Nederlands en Belgisch grondgebied. Drie instanties waken over een veilige en vlotte scheepvaart op de Westerschelde: de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, de verkeerscentrales en de loodsen. Maar binnenvaartpassagiersschepen dragen vooral zelf een grote verantwoordelijkheid om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde veilig te laten verlopen.

Een rivier vol uitdagingen

Eric Adan, diensthoofd Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit bij Rijkswaterstaat Zee en Delta: “De Westerschelde is een van de drukst bevaren rivieren ter wereld. Elke dag deelt een groot aantal zeeschepen de Westerschelde met binnenvaart en pleziervaart. Mastodonten volgeladen met containers varen naast riviercruises-schepen en plezierjachtjes. Het is opletten geblazen om dat allemaal zonder kleerscheuren te laten verlopen. Het aantal binnenvaartpassagiersschepen stijgt bovendien elk jaar, wat het scheepvaartverkeer nog drukker maakt.”

“Naast de drukte, kan ook de golfslag een reëel gevaar vormen. Binnenvaartpassagiersschepen zijn door hun bouw kwetsbaarder voor hoge golfslag dan andere schepen. Bovendien hebben ze vaak een groot aantal opvarenden (vergeleken met een binnenvaartschip of zeeschip). Als er iets mis gaat, zijn er meteen veel meer mensen in gevaar. Daarom is varen voor binnenvaartpassagiersschepen maar toegestaan tot een maximale golfhoogte van anderhalve meter”, vervolgt Rebecca Andries, Vlaams hoofd Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit bij het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.

De Westerschelde is bovendien een open zeearm, die onderhevig is aan het getij. De verschillen in waterstand tussen eb en vloed zijn groot. Bij laagtij komen tal van zandbanken bloot te liggen, waarop schepen kunnen stranden. Er zijn ook verraderlijke stromingen die een gevaar kunnen betekenen. Ook daar moeten binnenvaartpassagiersschepen rekening mee houden.

Regels op het water

Om het vaarverkeer veilig te laten verlopen, moeten binnenvaartpassagiersschepen een aantal regels volgen:

  • Kennis hebben van de marifoonprocedures. Via de marifoon dienen schepen hun binnenkomst in het vaargebied mee te delen. Alle info over de marifoonprocedures is terug te vinden via deze link.
  • Communiceren in het Nederlands of in het Engels.
  • Het aantal personen aan boord van het schip melden bij binnenkomst van het gebied.
  • Varen is toegestaan bij een golfhoogte van maximaal anderhalve meter en een zicht van minimaal 1000 meter
Deze info is terug te vinden in onze gloednieuwe folder ‘Binnenvaartpassagiersschepen op de Westerschelde, info & reglementering’.

Diepterecord verbroken in Deurganckdok

De eerste proefvaart in het kader van een mogelijke uitbreiding van de maximale diepgang van de Westerschelde is met succes uitgevoerd. Op zondag 28 februari 2021 is de MSC Regulus de haven van Antwerpen binnengekomen met een diepgang van 15,7 meter, een nieuw record. Het is de eerste in een reeks proefvaarten waar de diepgang zal worden opgevoerd tot 16 meter. Deze diepgang is nodig om in de toekomst de allergrootste containerschepen te kunnen blijven ontvangen. Het proefproject is een samenwerking tussen Port of Antwerp, het Vlaams en Nederlands Loodswezen, de Vessel Traffic Services, de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en rederij MSC.

MSC Regulus vaart Port of Antwerp binnen.


De huidige maximumdiepgang van de Westerschelde voor containerschepen die naar Antwerpen opvaren, bedraagt 15,5 meter. Om in de toekomst de allergrootste zeeschepen toe te laten om Antwerpen als eerste aanloophaven te kiezen, is een diepgang bij opvaart van 16 meter nodig. Daarom werd besloten om een reeks proefvaarten uit te voeren waarbij de maximale diepgang gradueel wordt opgevoerd naar 16 meter. Door deze verhoging wordt de laadcapaciteit van de schepen aanzienlijk groter. Vijf decimeter extra kan circa 1000 TEU winst opleveren.

De opvaart voor diepliggende schepen wordt bepaald door het getij. Tijdens de hogere waterstand spreekt men van een ‘tijvenster’ waarbij een dieper schip kan op- of afvaren. Om vlot en veilig scheepvaartverkeer te garanderen, voerde het agentschap MDK eerst een zorgvuldig theoretisch onderzoek. Zowel de berekening van de tijvensters als de simulaties hebben aangetoond dat scheepvaart met een diepgang van 16 meter mogelijk is op de Westerschelde.

De graduele verhoging van de diepgang wordt door zowel Vlaamse als Nederlandse loodsen getest. Na elke diepgangtest volgt een evaluatie en worden de ervaringen uitgewisseld waarbij ook de GNA betrokken is. Na zes proefvaarten volgt een eindevaluatie en wordt een finale beslissing genomen over de opvaart van schepen met een diepgang van 16 meter.

“De graduele verhoging van scheepvaart tot een maximum diepgang van 16 meter betekent een aanzienlijke optimalisatie van de laadcapaciteit. Jarenlange ervaring, nautisch expertise en een sterke samenwerking over de landsgrenzen heen maken deze testvaarten mogelijk en verhogen de economische welvaart in Vlaanderen. De nautische keten wordt steeds robuuster en zoekt – met succes – de grenzen op van wat veilig haalbaar is,” aldus Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap MDK én Permanent Commissaris van Toezicht op de Scheldevaart.

Lees het volledige persbericht.

Raadgevend comité MDK komt voor de eerste keer samen

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) kan sinds vandaag beroep doen op een onafhankelijk adviesorgaan: het raadgevend comité. Dit overlegcomité zal een klankbord vormen voor het agentschap. Hierdoor kan MDK nog nauwer samenwerken met de stakeholders en op structurele basis advies van de partners verkrijgen.

Adviesorgaan

“Via de oprichting van dit overlegcomité kunnen bepaalde topics structureel besproken worden, in plaats van op een ‘ad hoc-basis’, dit biedt mogelijkheden. Het is positief dat het agentschap MDK op deze manier een klankbord krijgt om zo de optimalisatie van de dienstverlening te blijven garanderen,” zegt minister Lydia Peeters.
Het raadgevend comité kan op vraag van het agentschap niet enkel adviezen verlenen, maar ook zelf voorstellen formuleren aan het hoofd van het agentschap MDK, dit vanuit hun eigen expertise.

Samenstelling raadgevend comité

Het raadgevend comité van het agentschap MDK bestaat uit dertien leden. Deze werden benoemd door de bevoegde Vlaamse minister voor een periode van vier jaar. Wie erin zetelt, werd vastgelegd door een beslissing van de Vlaamse Regering. Het raadgevend comité bestaat uit volgende leden: Jacques Vandermeiren (Port of Antwerp), Tessy Vanhoenacker (GHA), Astrid Vliebergh (North Sea Port), Dirk Declerck (Port Ostend), Ghanima Van de Venne (Port of Zeebrugge), Katrien Moens (VegHO), Stefaan Hoppe (APZI), Annemie Vermeylen (OHV), Stephan Vanfraechem (Alfaport), Eddy Wouters (NAVES), Jan Blomme (Havencommissaris), Désirée Oen (EC) en voorzitter Isabelle Ryckbost (ESPO).

“Het is tweerichtingsverkeer, als raadgevend comité kunnen we niet alleen advies verlenen, we kunnen ook een initiator zijn en actief voorstellen doen. Er zit heel wat expertise vervat onder de leden, het raadgevend comité zal als een belangrijke partner fungeren voor het agentschap,” aldus de voorzitter van het raadgevend comité, Isabelle Ryckbost.    

Nieuwe ebbedeuren voor Mercatorsluis Oostende

Vanaf 1 maart vernieuwt het agentschap van Maritieme Dienstverlening en Kust de afwaartse ebbedeuren van de Mercatorsluis in Oostende, dat zijn de ebbedeuren richting zee. De sluis zal hierdoor gedurende 2 à 3 weken volledig gestremd zijn. Vaartuigen zullen in die periode enkel bij hoog water in en uit het dok kunnen varen. Doordat de werken buiten het vaarseizoen gebeuren blijft de hinder voor de pleziervaart beperkt.

De huidige ebbedeuren zijn aan vervanging toe. Er gaat te veel water door de deuren waardoor het dok niet meer op peil gehouden kan worden.

Op deze tekening kan je zien wat de ebbe- en vloeddeuren van een sluis zijn.

Semiautonome vaart op traject tussen Zeebrugge en Antwerpen

Op 15 februari zijn de eerste vaarten gestart met een op afstand bestuurd schip tussen de haven van Zeebrugge en de haven van Antwerpen.

Seafar, Citymesh en het schip Deseo zetten de eerste stappen om een geautomatiseerd binnenschip in te zetten tussen de havens van Zeebrugge en Antwerpen. Ook ons agentschap ondersteunt dit project. Vlaanderen heeft de ambitie uitgesproken om pionier te zijn in innovaties op de waterweg. Dit project sluit perfect aan bij de toekomstvisie van deze regio.

Proefproject

Seafar ontwikkelde de technologie om geautomatiseerde schepen vanuit een gecentraliseerd controlecentrum aan te sturen. De operatoren in dit centrum hebben een reeks van hoogtechnologische systemen op basis van artificiële intelligentie, sensorfusie en objectdetectie ter beschikking om een veilige navigatie te garanderen.

Seafar wil geautomatiseerde en autonome vaart mogelijk maken door de operaties van het schip vanuit een Shore Control Center op te volgen en waar nodig door menselijke tussenkomst in te grijpen. Het resultaat is een graad van veiligheid evenwaardig aan conventionele vaart.

Filmpje van Seafar over de semiautonome vaart

Communicatie: betrouwbaar en stabiel

Citymesh zorgt voor een betrouwbare en stabiele communicatieverbinding tussen het schip en het Shore Control Center, met behulp van een hybride wifi-netwerk, privé LTE/5G en een openbaar 4G-netwerk. Zo blijft het semi-autonome schip overal op het water geconnecteerd.

Op deze manier kan dit project aantonen dat een schip, ondersteund door een controlecentrum aan de wal, kan navigeren met een beperkte bemanning. Varen met een gereduceerde bemanning met ondersteuning van een SCC (Shore Control Center) is de eerste stap naar autonome vaart.

Vergunning verleend: veiligheid voorop

In samenwerking met Departement MOW, de Vlaamse Waterweg, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het loket Smart Shipping van RWS heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit een vergunning verleend om de technologie en processen te testen.

“Om de veiligheid voor alle vaarweggebruikers te garanderen, zijn de voorwaarden voor zo’n testvaart uitgewerkt,“ zegt Rebecca Andries van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. “Zo vaart een ervaren bemanning mee die de controle meteen kan overnemen als dat nodig is. De Westerschelde is één van de drukst bevaren rivieren ter wereld, de veiligheid primeert.”

Impact

De samenwerking heeft als doel om de mogelijkheden rond geautomatiseerd varen te valideren, alsook de overheden te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe navigatie methoden.

Het geautomatiseerd varen biedt een oplossing aan het groeiende bemanningsprobleem, en biedt de mogelijkheid om de competitiviteit van het watergebonden transport te vergroten. Eveneens is het project een voorbereiding op de ontwikkeling van een nieuwe generatie, geautomatiseerde en groene schepen.

Vlaams Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Innovaties met betrekking tot automatisering in de binnenvaart helpen de sector vooruit en we willen hier met Vlaanderen een voortrekkersrol in opnemen. Het project geautomatiseerd varen biedt namelijk een antwoord op de mobiliteitsuitdagingen van de toekomst. Het sterkt onze maatschappij om op zo’n een vooruitstrevende manier te digitaliseren en te innoveren.“

Het proefproject met de ‘Deseo’ krijgt de steun van de Blauwe Cluster, het Agentschap Innoveren & Ondernemen, het departement MOW en Rijkswaterstaat.

Goed rapport van EMSA

Bij een ongeval of een andere gevaarlijke voorval op zee is een snelle reactie van de autoriteiten cruciaal. De correcte uitwisseling van informatie speelt hierbij een essentiële rol.

Na het ongeval met de tanker Erika (1999, Frankrijk) en de Prestige (2002, Galicië) vaardigde de Europese Unie verschillende richtlijnen uit ter preventie van ongevallen en vervuiling op zee. SafeSeaNet werd hiervoor opgezet. Het is een Europees maritiem informatienetwerk en wisselt geharmoniseerde en gestandaardiseerde info uit.

Traffic Density Map.

Scheepvaartbegeleiding als Nationale Competente Autoriteit (NCA)

Alle Europese lidstaten zijn verplicht een nationaal SafeSeaNet-systeem in te richten. Voor België neemt afd. Scheepvaartbegeleiding deze rol op als Nationale Competente Autoriteit voor SafeSeaNet. Hiervoor hebben we het SafeSeaBEL-systeem opgezet om de nodige informatie automatisch aan te leveren aan het Europese SafeSeaNet. Naast het beheer van SafeSeaBEL stemmen we ook af met de gebruikers en verstrekkers van de gegevens.

Scheepvaartbegeleiding is op Belgisch niveau aanspreekpunt om deze datakwaliteit te bewaken. Via steekproeven kijken we of de nodige informatie correct en tijdig wordt aangeleverd. Op Europees niveau voert EMSA geregeld steekproeven uit.  

Begin 2021 gaf  EMSA voor België een rapport uit waarbij ze nagaan hoe België voldoet aan de verschillende criteria. Hierbij is nogmaals bevestigd dat onze datakwaliteit op een hoog niveau blijft.

Juiste, volledige en tijdige data

De gegevens in SafeSeaNet zijn afkomstig van kapiteins, rederijen, agenten en de havenkapiteinsdiensten in de Belgische zeehavens en op de binnenwateren. Dit is verplicht voor elke reis van een zeeschip. Hierbij is juistheid, volledigheid en tijdigheid van belang. Dankzij de inzet van al deze actoren zorgen we er samen voor dat de kwaliteit van de aangeleverde data op een hoog niveau blijft staan.

Start suppletiewerken in Bredene 

Op het strand van Bredene voert DC Industrial (DCI) binnenkort alle materiaal aan voor een onderhoudssuppletie. In opdracht van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) zal vanaf 15 februari zo’n 350.000m³ zand aangevoerd worden. Dit is nodig om de kustlijn tussen Bredene en de Vosseslag te beschermen tegen het geweld van de zee.

350 000 m³ zand als onderhoudssuppletie 

Begin volgende week starten de voorbereidende werken voor de zandopspuitingen. De aanvoer van de persleidingen en ander materiaal zal voornamelijk via Oosteroever in Oostende verlopen.  Vanaf 15 februari tot aan de paasvakantie zal  aannemer DCI in opdracht van MDK extra zand  aanbrengen op het strand, iets minder dan 350.000m³ om precies te zijn.  Het gaat om een onderhoudssuppletie, zodat het veiligheidsniveau om ons te beschermen tegen zeer zware stormvloed in deze zone en de robuustheid van de duinengordel behouden blijft. De suppletie start ter hoogte van strandpost 6 (Bredene Hippodroom) richting strandpost 3.  

De aanvoer van het zand gebeurt met twee sleephopperzuigers. Deze kunnen enkel aankoppelen aan de zinkerleiding op het strand rond hoog water. Om gebruik te maken van beide hoogwaters op een dag, wordt er dag en nacht gewerkt. De planning van de werken is daarnaast ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Tegen de start van de paasvakantie zouden de werken klaar moeten zijn.  

‘Zacht waar het kan, hard waar het moet’ 

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert MDK sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaat MDK uit van het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Het technische team en de ingenieurs brengen de meest kwetsbare zones in kaart door het strandpeil op frequente tijdstippen te meten.  

Zandopspuitingen blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing. Bovendien creëren we met suppleties een natuurlijke omgeving waar naast de mens ook planten en dieren hun plaats kunnen hebben. 

Nieuwe havensignalisatie kondigt einde werken Oostendse havengeul aan

Wie gaat wandelen langs de strekdammen in Oostende, zal getuige worden van een waar spektakel. MDK zal in samenwerking met onderaannemer Engie Solutions en Oostende, drie grote masten op de site omhoog hijsen. Het opleveren van deze masten vormt het sluitstuk van de werken aan de Oostendse havengeul.

Havensignalisatie

Het opstellen van de respectievelijke grijze, groene en rode mast, die instaan voor de havensignalisatie zullen voor heel wat bekijks zorgen. Dit staat de komende weken op het programma van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en onderaannemer Engie. De drie masten markeren de toegang van de haven voor schepen, waarbij links rood bakboord is en groen rechts stuurboord (vanuit zee gezien). Opvallend is ook dat niet enkel de seinlichten deze typische maritieme aanwijzingen zullen hebben, maar de masten zelf zullen ook volledig groen en rood zijn, een primeur aan onze kust. De masten zullen opgetrokken worden op het einde van de nieuwe strekdammen.

De groene mast werd deze ochtend geplaatst.


Groen licht

De Vlaamse regering heeft als operationele doelstelling vooropgesteld om duurzaam en innovatief aan te besteden en het energiegebruik in gebouwen en ook qua technische infrastructuur te doen dalen. Het resoluut kiezen voor een ledverlichting bij deze hernieuwde havensignalisatie, past in deze aanpak. Ledverlichting is niet enkel duurzamer, ook zijn deze lampen minder snel aan vervanging toe.

Deze lampen zorgen ook voor een betere zichtbaarheid ten behoeve van de scheepvaart en vergen quasi geen onderhoud.

DeWaterbus, sinds 1 januari onder onze vleugels

Sinds begin januari vaart DeWaterbus met het nieuwe logo de Schelde op- en af. Op 1 januari 2021 droeg Havenschepen Annick De Ridder de geliefde veerdienst van Port of Antwerp contractueel over aan de goede zorgen van het Vlaams agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK).
Vorig jaar besliste de Vlaamse Regering al dat alle personenmobiliteit over water in Vlaanderen onder de bevoegdheid van het agentschap MDK zou vallen. Eind november kondigde de Vlaams minister bevoegd voor mobiliteit Lydia Peeters de overdracht aan. “Een nieuw jasje, maar verder blijft alles hetzelfde voor de gebruiker,” benadrukken de verschillende partijen.

Basisbereikbaarheid

Port of Antwerp droeg op 1 januari 2021 officieel DeWaterbus over aan MDK. Met deze overdracht werd uitvoering gegeven aan het besluit van de Vlaamse Regering dat alle persoonsgebonden watermobiliteit in Vlaanderen onderbrengt bij MDK. Havenschepen Annick De Ridder legt uit: “DeWaterbus heeft als initiatief van Port of Antwerp echt haar plaats gevonden in het woon-werkverkeer. De 1.417.269 passagiers zijn een bewijs van het succesverhaal dat we samen met uitbater Aqualiner hebben geschreven. We zijn dan ook blij dat het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust de toekomst van DeWaterbus voor de vele gebruikers verzekert.”

Drukke verbinding

Met het vooruitzicht van de nieuwe werken aan de Oosterweelverbinding in april 2021, is een vlotte verplaatsing over het water van uitermate groot belang, beklemtoont Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “We zijn erg blij dat we DeWaterbus onder onze vleugels kunnen brengen. Het agentschap MDK heeft alle nautische expertise in huis als maritiem agentschap en zal deze drukke verbinding over water garanderen, die voor tal van mensen dagelijks een cruciale schakel in hun woon-werkverkeer vormt. Samen met alle partijen gaan we voor een optimale service naar de gebruiker toe.”

Voor de gebruiker verandert niets            

Ook de CEO’s van Aqualiner, uitbaters van DeWaterbus, Gerbrand Schutten en Maurice Swets beklemtonen dat er voor de gebruiker niets verandert:
“Wij zien heel erg uit naar de samenwerking met het Vlaams agentschap MDK en zijn ervan overtuigd dat we een mooie toekomst op het water tegemoet gaan. In de eerste plaats willen we onze expertise op gebied van snelle openbaar vervoer veerverbindingen graag inbrengen voor heel Vlaanderen. Daarbij hebben we de afgelopen jaren veel onderzoek verricht en ervaring opgedaan in het verduurzamen van schepen, en dat is kennis die we uiteraard volop gaan delen met MDK en al onze varende collega’s. Immers; alleen door een intensieve samenwerking met alle betrokkenen, kunnen we succesvol zijn en de waterwegen nog beter benutten als alternatief voor het drukke wegennet. In dat verband willen we het Havenbedrijf Antwerpen overigens bijzonder hartelijk danken voor de zeer prettige samenwerking van de afgelopen jaren. Zonder hun planvisie en ondersteuning was het simpelweg nooit gelukt om van DeWaterbus zo’n succesvol mobiliteitsalternatief te maken!”.

Consulteer de dienstregeling hier: www.dewaterbus.be of www.agentschapmdk.be/DeWaterbus.

DeWaterbus in een nieuw jasje