50ste bijeenkomst VTS Committee IALA

Van 10 tot en met 31 maart organiseerde IALA de 50ste bijeenkomst van het VTS Committee. Wim Smets, Els Bogaert en Stefaan Priem vertegenwoordigden afd Scheepvaartbegeleiding. Net zoals het VTS Commitee van oktober 2020 ging alles -door het virus- virtueel door. Met 170 deelnemers uit 33 verschillende landen en een goede outcome was de meeting opnieuw een groot succes. Een greep uit de voornaamste realisaties:

  • VTS Manual: IALA biedt dit handboek voor VTS vanaf dit jaar enkel nog digitaal aan. Hierdoor is het voor iedereen op elk moment beschikbaar en kunnen wijzigingen eenvoudig aangebracht worden.  
  • Herziening Guideline 1132 VTS Voice communications & phraseology: deze richtlijn is een mijlpaal voor de harmonisering van de VTS-communicatie wereldwijd. Gelet op het ontbreken van een update van de Standard Marine Communication Phrases (SMCP) door de IMO biedt dit document een stevige houvast voor VTS wereldwijd.
  • Herziening Guideline 1141 Operational Procedures for Delivering VTS
  • Voorbereidend werk voor nieuwe Guideline rond VTS-management
Internationaal en digitaal vergaderen over Vessel Traffic Services.
Internationaal en digitaal vergaderen over Vessel Traffic Services.

De komende maanden vinden verschillende intersessionele vergaderingen plaats en een workshop over VTS-training.

Van 12 tot 16 april organiseert IALA ook nog haar virtueel symposium met als thema Enhanced Maritime Safety and Efficiency by Connectivity. Ook op dit forum zijn we aanwezig.

Diepterecord verbroken in Deurganckdok

De eerste proefvaart in het kader van een mogelijke uitbreiding van de maximale diepgang van de Westerschelde is met succes uitgevoerd. Op zondag 28 februari 2021 is de MSC Regulus de haven van Antwerpen binnengekomen met een diepgang van 15,7 meter, een nieuw record. Het is de eerste in een reeks proefvaarten waar de diepgang zal worden opgevoerd tot 16 meter. Deze diepgang is nodig om in de toekomst de allergrootste containerschepen te kunnen blijven ontvangen. Het proefproject is een samenwerking tussen Port of Antwerp, het Vlaams en Nederlands Loodswezen, de Vessel Traffic Services, de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en rederij MSC.

MSC Regulus vaart Port of Antwerp binnen.


De huidige maximumdiepgang van de Westerschelde voor containerschepen die naar Antwerpen opvaren, bedraagt 15,5 meter. Om in de toekomst de allergrootste zeeschepen toe te laten om Antwerpen als eerste aanloophaven te kiezen, is een diepgang bij opvaart van 16 meter nodig. Daarom werd besloten om een reeks proefvaarten uit te voeren waarbij de maximale diepgang gradueel wordt opgevoerd naar 16 meter. Door deze verhoging wordt de laadcapaciteit van de schepen aanzienlijk groter. Vijf decimeter extra kan circa 1000 TEU winst opleveren.

De opvaart voor diepliggende schepen wordt bepaald door het getij. Tijdens de hogere waterstand spreekt men van een ‘tijvenster’ waarbij een dieper schip kan op- of afvaren. Om vlot en veilig scheepvaartverkeer te garanderen, voerde het agentschap MDK eerst een zorgvuldig theoretisch onderzoek. Zowel de berekening van de tijvensters als de simulaties hebben aangetoond dat scheepvaart met een diepgang van 16 meter mogelijk is op de Westerschelde.

De graduele verhoging van de diepgang wordt door zowel Vlaamse als Nederlandse loodsen getest. Na elke diepgangtest volgt een evaluatie en worden de ervaringen uitgewisseld waarbij ook de GNA betrokken is. Na zes proefvaarten volgt een eindevaluatie en wordt een finale beslissing genomen over de opvaart van schepen met een diepgang van 16 meter.

“De graduele verhoging van scheepvaart tot een maximum diepgang van 16 meter betekent een aanzienlijke optimalisatie van de laadcapaciteit. Jarenlange ervaring, nautisch expertise en een sterke samenwerking over de landsgrenzen heen maken deze testvaarten mogelijk en verhogen de economische welvaart in Vlaanderen. De nautische keten wordt steeds robuuster en zoekt – met succes – de grenzen op van wat veilig haalbaar is,” aldus Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap MDK én Permanent Commissaris van Toezicht op de Scheldevaart.

Lees het volledige persbericht.

Onbemand peilen: hydrografie van de toekomst

Autonoom varen zit sinds een paar jaar in de lift. Ook ons agentschap  zet hier volop op in. In 2019 startten we een intern innovatieproject rond het thema van onbemand varen, met de focus op hydrografie. Projectleider Samuel Deleu van het team Vlaamse Hydrografie deed hiervoor een internationale bevraging met als einddoel in 2022 de eerste peilingen  met een eigen onbemand vaartuig te kunnen uitvoeren.

“Het einddoel van ons project is een eigen onbemand vaartuig kunnen inzetten om de zeebodem gedetailleerd op te meten of te peilen,” licht Samuel toe. “Een hydrografisch moederschip zou het Unmanned Surface Vehicle (USV) vervoeren en uitzetten op locatie om simultaan te peilen. Mogelijks bekijken we in een latere fase of de inzet van een USV vanuit de haven in volledige autonome modus haalbaar en interessant is.. Voor het zover is, moeten we uitzoeken welke verschillende innovaties operationeel en financieel mogelijk zijn.” 

Eerste stappen zijn al gezet

De eerste stappen richting peilen met een onbemand vaartuig zijn al gezet. Het team Vlaamse Hydrografie heeft sinds vorig jaar een klein Unmanned Surface Vehicle (USV), de Q-boat om stromingsmetingen uit te voeren in het Zwin. Daarnaast zal het team met de Q-boat singlebeam dieptemetingen uitvoeren in de Vlaamse kustjachthavens. Met zijn vrij kleine diepgang en zijn grote wendbaarheid is de Q-boat ideaal om gebieden met een lage waterstand of moeilijk bereikbare zones te peilen. Ook andere overheidsinstellingen tonen interesse in het gebruik van de Q-boat. “Dit jaar rustten we de Q-boat uit met een multibeam systeem. Voor het vervoer ervan en om het in het water te laten, lieten we een aanhangwagen op maat ontwerpen”, vertelt Samuel.

Onbemand peilen op zee

“Het belangrijkste werkterrein van het team Vlaamse Hydrografie is echter de Noordzee. De Q-boat is hiervoor niet geschikt,” legt Samuel uit. “Een onbemand vaartuig voor op zee moet aan bepaalde golfkrachten kunnen weerstaan enerzijds om de kwaliteit van de metingen te kunnen garanderen en anderzijds naar veiligheid toe. Het voorbije jaar deden we een uitgebreide marktverkenning. We bekeken alle USV’s die geschikt zijn voor de open zee. We beoordeelden de vaartuigen op een aantal criteria zoals rompvorm, materiaal, snelheid, grootte en gewicht, datakwaliteit, software, gebruikerservaringen, ondersteuning, veiligheid, het Launch and Recovery System (LARS of het systeem om het in en uit het water te hijsen), en de prijs,” verduidelijkt Samuel.

 “Tijdens de marktverkenning bleek dat de aanbieders voor een USV voor open zee niet zo talrijk zijn”, stelt Samuel. “De markt voor kleine USV’s voor inzet in beschutte gebieden is veel groter, op zee gelden natuurlijk heel andere omstandigheden waar we goed moeten over nadenken. Ook buitenlandse hydrografische diensten denken na over hoe ze USV’s gaan gebruiken in de toekomst. Bij het team Vlaamse Hydrografie is het echt de bedoeling om die dagdagelijks te kunnen inzetten.”

Dubbele winst

Het inzetten van USV’s zou een efficiëntieslag voor hydrografische activiteiten betekenen.

“Op die manier zouden we maximaal kunnen profiteren van dagen met goed ‘peilweer’,” oppert Samuel. “Je moet weten dat het voor een peiling op zee al snel slechte weerscondities zijn. Hoge golven zorgen ervoor dat we met de meetapparatuur geen kwaliteitsvolle metingen meer kunnen doen. Door op de dagen met goede weersomstandigheden te peilen met een USV én op hetzelfde moment met het moederschip, kunnen we een veel groter gebied in kaart brengen. Dat zou een enorme efficiëntiewinst opleveren.” 

Next steps

Op basis van de marktbevraging en de gebruikerservaring zal een eigen autonoom vaartuig aangekocht worden. In 2021 zet het projectteam hiervoor een bestek op de markt. “Wij hopen in 2022 de eerste testvaarten te kunnen doen met ons eigen autonoom vaartuig”, besluit Samuel. 

Nieuwe havensignalisatie kondigt einde werken Oostendse havengeul aan

Wie gaat wandelen langs de strekdammen in Oostende, zal getuige worden van een waar spektakel. MDK zal in samenwerking met onderaannemer Engie Solutions en Oostende, drie grote masten op de site omhoog hijsen. Het opleveren van deze masten vormt het sluitstuk van de werken aan de Oostendse havengeul.

Havensignalisatie

Het opstellen van de respectievelijke grijze, groene en rode mast, die instaan voor de havensignalisatie zullen voor heel wat bekijks zorgen. Dit staat de komende weken op het programma van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en onderaannemer Engie. De drie masten markeren de toegang van de haven voor schepen, waarbij links rood bakboord is en groen rechts stuurboord (vanuit zee gezien). Opvallend is ook dat niet enkel de seinlichten deze typische maritieme aanwijzingen zullen hebben, maar de masten zelf zullen ook volledig groen en rood zijn, een primeur aan onze kust. De masten zullen opgetrokken worden op het einde van de nieuwe strekdammen.

De groene mast werd deze ochtend geplaatst.


Groen licht

De Vlaamse regering heeft als operationele doelstelling vooropgesteld om duurzaam en innovatief aan te besteden en het energiegebruik in gebouwen en ook qua technische infrastructuur te doen dalen. Het resoluut kiezen voor een ledverlichting bij deze hernieuwde havensignalisatie, past in deze aanpak. Ledverlichting is niet enkel duurzamer, ook zijn deze lampen minder snel aan vervanging toe.

Deze lampen zorgen ook voor een betere zichtbaarheid ten behoeve van de scheepvaart en vergen quasi geen onderhoud.

Single Window For Inland Navigation vlot gestart

Het Single Window for Inland Navigation werd op 4 januari 2021 gelanceerd. Sindsdien worden de digitale meldingen van binnenvaartondernemers via dit slimme communicatieplatform gedeeld met alle vaarweg- en havenautoriteiten op de vaarroute. Het gebruik van het Single Window for Inland Navigation verloopt tot nu toe zeer vlot. Bedankt aan iedereen die digitaal meldt!

Opgelet digitale melders:

> Dien jouw melding in ruim vóór de start van je reis zodat de haven- en waterwegautoriteiten op jouw vaarroute de gegevens tijdig ontvangen.

> Voeg zeker routepunten toe om aan te geven via welk traject je vaart zodat de juiste autoriteiten je melding ontvangen.

> Omwille van lokale reglementeringen moet je je op sommige plaatsen nog via VHF identificeren en jouw reeds gemelde gegevens bevestigen. We werken er echter hard aan om ook die meldingen te vereenvoudigen of zelfs weg te werken.

Met het Single Window for Inland Navigation zorgen De Vlaamse Waterweg nv, Port of Antwerp, Port Oostende, Port of Zeebrugge, North Sea Port, agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en Gemeenschappelijk Nautisch Beheer voor meer veiligheid en een vereenvoudiging van de administratie in de binnenvaart.

Meer weten over dit innovatieve project? Ga naar www.swing-platform.be.

LNG bunkeren op de Westerschelde

Primeur

Bunkeren betekent brandstof leveren aan vaartuigen. Dit gebeurt doorgaans in de zeehavens. In de scheepvaart is een overgang bezig naar schonere brandstoffen. Tot een paar jaar geleden werd er alleen met fossiele brandstoffen gevaren. Sinds een aantal jaren is Liquefied Natural Gas (LNG) ook beschikbaar voor zeeschepen.

In het gebied van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB) loopt nu een proefproject om LNG te bunkeren op ankerplaatsen op de Westerschelde. Dus op de rivier in plaats van in de haven, en dat is een primeur.

Omdat er geen ervaring is met LNG-bunkeren op stroom levert de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) een vergunning voor één jaar af. Na evaluatie van deze proef kan al dan niet doorgegaan worden met LNG bunkeren op de rivier.

Titan LNG heeft de aanvraag gedaan en de GNA heeft samen met de Veiligheidsregio Zeeland een advies opgesteld. De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart heeft dit advies goedgekeurd. Ook de gemeente Borssele is op de hoogte gebracht.

“We zijn klaar voor het LNG bunkeren op de rivier. Dit heeft voor het eerst succesvol plaatsgevonden op 30 december,” zegt Eric Adan van de GNA, “Het gebruik van LNG zorgt ervoor dat er geen uitstoot van zwaveloxiden (SOx ) is. Ook is er een grote vermindering van andere schadelijke stoffen, zoals stikstofoxiden (NOx). De vraag naar LNG-bunkering kwam van de markt. Tot nog toe ging het daar enkel om bunkeren van  fossiele brandstoffen vooraleer schepen hun reis vervolgen.”

bunkeren van LNG op de Westerschelde op 30/12/2020

Bijzondere voorwaarden

Bunkeren kan enkel op de ankerplaatsen ‘Charlie’ en ‘Delta’ van de Everingen onder de volgende voorwaarden:

  • Windkracht: max 6 bft;
  • Golfhoogte: max 1,2 m;
  • Het bunkerschip moet afgemeerd zijn met voldoende trossen en springen;
  • Veiligheidszone van 75 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarbinnen geen ander scheepvaartverkeer plaatsvindt;
  • Zone van 150 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarin alle verkeer voorzichtig moet passeren.

Het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer is een verdragsrechtelijke samenwerking tussen de Vlaamse en de Nederlandse overheid en staat in voor veilig en vlot scheepvaartverkeer in het Scheldegebied.
Meer info: www.vts-scheldt.net

Het Single Window for Inland Navigation vanaf 4 januari 2021 live

Afgelopen zomer hebben we het luid en breed aangekondigd: het Single Window for Inland Navigation komt eraan! Intussen is dit nieuwe platform door verschillende softwareleveranciers en binnenvaartondernemers uitvoerig getest en maken we ons op voor een officiële productiegang op 4 januari 2021.

Als je als binnenvaartondernemer al digitaal meldt, vraagt de overgang naar het Single Window for Inland Navigation weinig moeite. Het enige wat je moet doen is je gegevens correct invullen en steeds minstens twee routepunten ingeven. Zo zullen alle havens en vaarwegautoriteiten op je route meteen ingelicht worden van je komst en kunnen zij hun interne werking afstemmen. Meld je nog niet digitaal? Dan is het aangeraden om meldsoftware aan boord te halen.

Minder administratie Minder administratie dankzij het Single Window for Inland Navigation

Minder administratie dankzij het Single Window for Inland Navigation

Vanaf 4 januari 2021 hoef je als binnenvaartondernemer je reis-, lading- en scheepsgegevens niet meer via VHF of aan een loket te melden. Vanaf dan meld je de gegevens één keer, digitaal (via meldsoftware). Dit zorgt voor een efficiëntere afhandeling van je administratie en een vlotte en juiste facturatie.

Meer weten over SWINg? Surf naar www.swing-platform.be

Binnenkort overal duurzame boeien op de Westerschelde

Boeien zijn essentieel om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde mee in goede banen te leiden. Een deel van de boeien in de Westerschelde is van staal en heeft zijn beste tijd gehad. Binnenkort worden ze vervangen door kunststof boeien. Die zijn makkelijker in onderhoud, goedkoper en milieuvriendelijker.

In 1959 sloten Vlaanderen en Nederland een verdrag in verband met het beheer en onderhoud van lichtboeien en bakens op de Westerschelde. De Westerschelde is Nederlands grondgebied, maar is ook een cruciale doorgang voor het scheepvaartverkeer naar de havens van Antwerpen en Gent (North Sea Port). Daarom heeft Vlaanderen er alle belang bij dat het scheepvaartverkeer op de Westerschelde goed verloopt en draagt het bij in de kosten voor de boeien. Er liggen dus zowel Vlaamse als Nederlandse boeien in de Westerschelde.

Laatste stalen boeien verdwijnen

“Jaarlijks maken Vlaanderen en Nederland een stand van zaken over de toestand van de boeien op”, zegt Jeroen Hollaers, Nederlands secretaris van de Permanente Commissie van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer. “We bekijken welke boeien onderhoud nodig hebben of aan vervanging toe zijn. In Nederland is de Westerschelde de enige plek waar nog stalen boeien te vinden zijn. Op alle andere vaarwegen werden die vervangen door kunststof boeien. Het zijn de boeien die op de Vlaamse ligplaatsen liggen die nog niet zijn vervangen. We zijn nu met onze Vlaamse collega’s tot een akkoord gekomen om ook de ‘Vlaamse’ stalen boeien in te wisselen voor exemplaren in kunststof.”

Boeien leasen

Binnen Rijkswaterstaat is de Vaarwegmarkeringsdienst bevoegd voor het beheer en onderhoud van boeien op Nederlands grondgebied. “Waar de oude stalen boeien in de jaren 80 door Vlaanderen werden aangekocht en door ons werden onderhouden, kiezen we nu voor een andere formule. Het Vlaamse Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust zal 94 kunststof boeien bij ons huren. Een soort van leasingcontract, zeg maar”, vertelt Laura Snoep van de Vaarwegmarkeringsdienst. “Vlaanderen betaalt alleen voor de huur en het onderhoud. Als een boei stuk is, zorgen wij voor de vervanging. Deze oplossing is lucratief, veilig en betrouwbaar.”

Voordelen kunststof boeien

Kunststof boeien bieden heel wat voordelen vergeleken met stalen boeien. Snoep: “Om te beginnen zijn ze goedkoper in aankoop en vragen ze minder onderhoud, wat op zijn beurt de kosten drukt. Een stalen boei is één geheel. Als ze schade oploopt, bijvoorbeeld door aanvaring met een schip, moet je de volledige boei vervangen. Een kunststof boei bestaat uit vier segmenten. Bij schade kan je vaak makkelijk een segment vervangen. Een boei is gemiddeld één keer om de drie jaar aan onderhoud toe. Stalen boeien met je daarvoor uit het water halen, terwijl dat bij een kunststof boei gewoon vanop het water kan.”

Veel stalen boeien hebben het einde van hun levensduur bereikt; ze beginnen storingen te vertonen en vallen uit. “Dat is gevaarlijk”, zegt Snoep. “Het is dus ook in het belang van de veiligheid dat we ze vervangen. Bovendien zijn kunststof boeien beter voor het milieu: in tegenstelling tot kunststof boeien moeten stalen exemplaren regelmatig gereinigd of opnieuw geverfd worden met schadelijke stoffen.”

Nog een plus is de levensduur. “Aanvankelijk werd gedacht dat een kunststof boei zo’n acht jaar mee zou gaan. In de praktijk liggen sommige kunststof boeien al achttien jaar in het water. Ze gaan dus veel langer mee dan verwacht. Ten slotte wil het oog ook wat: de Westerschelde zal er iets netter uitzien wanneer er alleen nog kunststof boeien in dobberen.”  

Ook binnen de Vlaamse overheid is Herman Van Driessche, wnd. Hoofd van Vloot en bevoegd voor de bebakening tevreden met deze oplossing. “Het was een grote oefening binnen MDK waarbij we de experten hebben geraadpleegd. Het is een weloverwogen beslissing om op deze manier verder samen te werken en heeft voor beide partijen voordelen. De échte winnaars van dit verhaal? Toch wel het milieu en de veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer op de Westerschelde. De modulaire kunststofboeien passen binnen de klimaatambitie van MDK.
Hoe een oud verdrag toch nog aan de basis kan liggen voor een innovatieve samenwerking.

Rechts in de kraan zie je een kunststof boei, op het dek staan twee stalen boeien.

Ra…ra…radar

De locatie waar een schip zich bevindt, is geen giswerk. Deze wordt nauwkeurig bepaald door onder andere radartechnologie.  De scheepvaart op zee strekt zich uit over een groter gebied dan we met het blote oog kunnen waarnemen.  Daarom wordt gebruik gemaakt van verschillende vernuftige technologie, zoals: radar, Automatisch Identificatie Systeem (AIS) en Informatie Verwerkend Systeem (IVS) om de locatie, verplaatsing en snelheid van schepen in kaart te brengen.  

Vijf bemande verkeerscentrales en een vijftigtal onbemande radarposten van de Schelderadarketen (SRK) brengen de scheepvaart in het Scheldegebied in beeld. Op elke verkeerscentrale ontvangen en bewerken de verkeersleiders radargegevens, zodat ze een verkeersbeeld kunnen opbouwen.  

Hoe werkt een radar in de scheepvaart? 

Er zijn radars aan wal en scheepsradars. Een scheepsradar is veel kleiner dan een radarinstallatie aan wal. Maar beiden functioneren op dezelfde manier. 

De radar zendt via een ronddraaiende radarantenne hoogfrequente energie in verschillende zendimpulsen uit naar een schip. De radar ontvangt dan de echosignalen van de uitgezonden frequentie in de tijd tussen de zendimpulsen.  

Er wordt dus korte tijd een signaal uitgezonden (schakelaar in zend-stand) en vervolgens het echosignaal ontvangen (schakelaar in ontvang-stand), zo gaat dit proces onverminderd door. 

De hoogfrequente energie wordt opgewekt door een krachtige zender en weer ontvangen door een zeer gevoelige ontvanger. Dit is nodig omdat de uitgezonden energie weerstand ondervindt door de atmosfeer (demping) in functie van de afstand die het moet afleggen tot het te detecteren object. 

Logisch dus dat de echo van een schip dichter bij de radar, ook een sterkere intensiteit zal kennen dan de echo van een schip verder van de radar.  

Een zeer gevoelige ontvanger zet de hoogfrequente echosignalen om in een videosignaal en scheidt de gewenste echosignalen van ongewenste ruis (of interferentiesignalen) die onderweg wordt opgepikt.  

Het radarscherm geeft de video-impulsen weer die door de ontvangen echosignalen worden gegenereerd. 

verkeerscentrale Zandvliet

Maakt een loods er ook gebruik van aan boord?  

Loodsen gaan aan boord van een schip met eigen draagbaar scherm waarop hij of zij de actuele radarinformatie kan zien. Zij maken hiervoor gebruik van “Qastor”. Het gaat dus om een “mobiel radarscherm” dat gevoed wordt door zeer nauwkeurige gegevens uit de Schelderadarketen.  

Aanloop Boudewijnsluis op de radar

 Wat is het grote voordeel van radar ten opzichte van beelden met het blote oog of een camera? 

Een radar zal ongeacht de weersomstandigheden, dag of nacht, schepen blijven detecteren. 

Camera’s zullen bij slecht weer zoals (veel) regen of mist gezichtsvermogen verliezen. Ook de kwaliteit van camerabeelden kan beïnvloed worden naarmate er minder licht is. 

Zeegerichte radars detecteren schepen tot op zo’n 60 tot 70 km afstand van de kust. Vanzelfsprekend dragen radarbeelden op deze manier sterk bij tot een veilige en vlotte scheepvaart.

Radartoren in Oostende

Laat je STEM horen

STEM is een internationaal letterwoord dat staat voor een Science, Technology, Engineering en Mathematics.  Hierdoor denk je misschien meteen aan een ingenieur, maar STEM bevat veel meer dan dat. Denk maar aan moderne apparatuur die elke dag levens redt in onze ziekenhuizen of het computerscherm dat ervoor zorgt dat je deze tekst nu digitaal kan lezen. Het aanbod STEM-opleidingen in de secundaire scholen blijft groeien. Leerlingen leren om een wetenschappelijk, technisch en wiskundig inzicht te gebruiken, zowel in een conceptfase als in de praktijk. De arbeidsmarkt zoekt meer en meer STEM-profielen, zo ook ons agentschap!

En dus zijn we op zoek gegaan naar een STEM-ambassadeur voor het komende jaar, een straffe collega die uitblinkt in zijn job.   Maak kennis met Sven Vercammen, technisch beheerder van het Beheer en Exploitatieteam (BET).

Sinds wanneer werk je voor MDK?
In april 2019 startte ik aan een nieuwe uitdaging, namelijk die van projectingenieur IT bij Scheepvaatbegeleiding.  Daarvoor was ik actief in de telecomsector en als ICT-coördinator van Technische Scholen Mechelen (TSM).  Beide jobs heb ik zeer graag gedaan en heb er veel uit geleerd, maar het was tijd voor iets nieuws, iets met een extra uitdaging. En die uitdaging heb ik echt wel gevonden.

Kan je kort omschrijven wat je job precies inhoudt?
Samen met mijn collega’s volg ik het technische luik van de Schelderadarketen (SRK) mee op. Wij zorgen ervoor dat de digitale applicaties die de verkeersbegeleiders gebruiken up-to-date zijn, dat alle systemen blijven draaien en data vlot doorstroomt.  Elke dag is anders, dat vind ik zo leuk aan de job.  Normaal gezien werken wij vanuit het Schelde Coördinatiecentrum (SCC) in Vlissingen. Door corona werken we uiteraard de meeste tijd van thuis uit.  Enkel voor noodzakelijke werken aan onze apparatuur ga ik nog naar de werkvloer.

Kan je het BET even toelichten?
Het Beheer en Exploitatieteam is onderdeel van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB). Op nautisch vlak werken Vlaanderen en Nederland samen in het Scheldegebied om veilig en vlot scheepvaartverkeer te organiseren van en naar de Scheldehavens.

Een veilige scheepvaart beschermt de omgeving. Een vlotte scheepvaart draagt bij tot een snelle en onbelemmerde vaart naar de Scheldehavens en de economische bedrijvigheid.

Het operationeel, functioneel en technisch beheer van de systemen van de Schelderadarketen wordt uitgevoerd door het gemeenschappelijk Vlaams-Nederlands Beheer- en Exploitatieteam (BET) in Vlissingen.  De wijze waarop het BET deze taken op vandaag invult is ook enorm geëvolueerd en is een sterk voorbeeld van technisch project- en programmamanagement.
Een goede samenwerking maakt dit alles mogelijk. Het contact met de operationele werkvloer beperken we tijdens de huidige maatregelen wel tot het uiterste minimum, enkel voor noodzakelijke werken aan de apparatuur ga ik nog naar de werkvloer. 

Ons team bestaat uit 11 personen, gaande van technische profielen tot financiële en juridische mensen. Het is een mooie mix van zowel Vlaamse collega’s als Nederlanders. De internationale context waarin we werken, zorgt voor een extra uitdaging. We zijn trouwens op zoek naar een extra kracht om ons team compleet te maken. 

Wat heb je gestudeerd?
Ik heb Industriële Informatica gestudeerd.  Daarna heb ik een graduaat informatica gedaan via avondschool terwijl ik aan het werk was.
In mijn tijd sprak men nog niet over STEM-richtingen, maar gelukkig merk je dat heel veel scholen meer en meer inzetten op techniek.  De richting die ik volgde heet nu Industriële ICT. De focus ligt daarbij op het installeren, draaiende houden en onderhouden van onderhouden van computersystemen.  Je leert programmeren, proces gestuurd denken, maar je krijgt ook achtergrond van de technische aspecten van elektriciteit, elektronica en mechanica mee.

Op welk project uit je carrière ben je het meest trots? 
Ik ben nog niet zo lang bij MDK aan de slag, maar ik kan alvast meegeven dat ik wel een meerwaarde zie van onze uitdagende projecten.  We zijn een belangrijke schakel in de Nautische Keten.  De maatschappelijke relevantie van onze jobs maakt mij trots.

Ik ben ook heel fier op het laptopproject bij mijn vorige werkgever, een technische scholengroep. Op school heb je beperkte budgetten om de boel draaiende te houden.  Het ICT-team van de school heeft er toen voor gezorgd dat elke leerling een laptop kon ontvangen met alle nodige programma’s. Ik ben ervan overtuigd dat dit een gigantische meerwaarde heeft mogen betekenen in deze Corona-tijden.

Welke STEM letter past het beste bij jou?
Science, Technology, Engineering en Mathematics
Technology!  Ik ben altijd nieuwsgierig naar nieuwe technologische dingen.
Kijken hoe we onze organisatie kunnen verbeteren, met een kritisch blik, daar krijg ik energie van.  Eens we voor de vernieuwing gaan, dan spring ik graag mee op de kar.  Maar het is wel belangrijk dat we iedereen mee hebben.  De meerwaarde moet duidelijk zijn voor de gebruikers.


Ben jij de geschikte kandidaat om het team van Sven en zijn collega’s compleet te maken? De vacature verschijnt binnenkort op Werken voor Vlaanderen.