Terug naar school: maritiem onderwijs

Al enkele jaren promoot MDK samen met enkele partners via Areyouwaterproof de maritieme opleidingen in Vlaanderen. Naar aanleiding van de start van het nieuwe schooljaar hadden we een gesprek met een leerkracht en enkele leerlingen van het Maritiem Instituut Mercator in Oostende.

LEERLINGEN ROAN EN EMILE

Hoe heb je kennis gemaakt met het maritiem onderwijs?
ROAN: Ik heb het Maritiem Instituut Mercator leren kennen via een flyer van de school. Mijn broer had die eens mee naar huis gekregen. De school trok mij onmiddellijk aan en ik ben dan eens langsgegaan op een opendeurdag. Ondertussen zit ik al drie jaar in het MIM. Achteraf bleek dat er ook een familielink was. Mijn opa zat bij de marine en mijn bompa, die helaas overleden is, werkte voor de Scheepvaartpolitie op de Schelde.

EMILE: Ik heb de school ook leren kennen via een flyer. Ik ben vorig jaar in het 2de middelbaar naar het Maritiem Instituut Mercator gekomen. Mijn stiefpapa werkt aan boord van het vissersvaartuig Z.548 Flamingo. Daardoor kende ik de sector al een beetje.

Waarom koos je voor deze richting?
EMILE: Ik wil later echt aan de slag in de visserij. Ik ga nu al vaak mee aan boord van de Z.548 Flamingo. Ik doe dan klusjes aan de wal, zoals schilderen en heel af en toe mag ik mee op zee. Het is echt mijn ding!

ROAN: Ik zie mezelf op een containerschip of een tanker. Het is toch chique om later te kunnen zeggen “Ik kan een schip besturen van meer dan 200 meter lang”. In mijn vrije tijd zie ik me ook wel werken op een superyacht in Monaco.

Is er iets veranderd aan de manier van les krijgen in tijden van corona?
ROAN: Er is echt wel wat veranderd. Van maart tot juni hebben we vooral online les gehad. We kregen ook demo filmpjes van de praktijkleerkrachten om bepaalde handelingen onder de knie te krijgen. De lessen worden nu wel ingehaald.

Heb je deze zomer wat leerstof herhaald?
EMILE: Ik was de hele zomer te vinden aan boord van de Z.548.
Als ik eens mee mocht gaan vissen, dan vertrok ik met de bemanning op zee om 6:30.

ROAN: Ik heb mijn eigen lessen niet herhaald, maar ik heb mijn papa wel ondervraagd! Mijn papa heeft al jaren een vaarbewijs en volgde deze zomer een bijscholing. Ik heb zijn cursus bekeken en geholpen met kaartlezen. Tijdens het avondmaal heb ik hem getest of hij zijn leerstof wel kende.

LEERKRACHT KIM

Ik geef al 18 jaar les, waarvan 8 jaar in het Maritiem Instituut Mercator. Sinds dit schooljaar doe ik ook de PR van de school. Ik geef halftijds les aan het 1ste, 2de, 3de, 4de en 7de jaar. Daarnaast werk ik ook halftijds op het secretariaat, waarbij ik me vooral focus op de promotie van de school. Ik heb mijn leerlingen heel hard gemist! Niemand was op deze situatie voorbereid. Er bestonden geen procedures om plots online les te geven en terwijl ook je eigen kinderen op te vangen en te begeleiden in hun leerproces.

De school heeft zelf voor een tiental laptops gezorgd voor de leerlingen die er geen hadden. Wij zijn die persoonlijk naar de leerlingen gaan brengen. Om de leerlingen beter op te kunnen volgen heb ik verschillende taken gemaakt via Google Forms. Leerlingen konden deze dan ook invullen met een smartphone en ze kregen onmiddellijk feedback van hun resultaten.

We weten dat corona nog niet weg is en we hanteren strikte veiligheidsvoorschriften, zeker nu we allemaal terug aanwezig zijn op school. Overal staat er ontsmettingsgel. Al het werkmateriaal wordt na het gebruik ontsmet. De middagpauzes zijn opgesplitst.

De stages zijn pas voorzien in januari/februari 2021, maar ook hier zullen we de coronarichtlijnen nauwgezet opvolgen. De leerlingen van het Deeltijds Zeevisserijonderwijs gaan wel door aan boord, maar we garanderen je, de bemanning doet er alles aan om de veiligheidsvoorschriften aan boord op te volgen.

We gaan nu sensibiliseren bij de leerlingen om digitaal aan de slag te blijven met de online agenda, die verder geïntegreerd wordt, maar ook meldingen die de leerling alert maakt voor taken en toetsen. We willen hier zeker ook de ouders bij betrekken.

De leerlingen worden de komende weken getest, zodat we snel kunnen ingrijpen als er achterstand opgelopen is voor bepaalde vakken. Wij zullen dan nog (bij)lessen op maat aanbieden.

Onze leerkrachten zijn een heel hecht team. Wij zijn steeds contact blijven houden via Smartschool Live, maar er werden ook regelmatig berichten tijdens de vakantie gestuurd. Het doet echt deugd om hier terug fysiek te kunnen staan!

Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in zee met het VEB voor een forse energiebesparing

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) en het Vlaams EnergieBedrijf (VEB) gaan nauw samenwerken op het vlak van energiebesparing. Beide partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst getekend.  Ze zetten gezamenlijk de schouders onder een ‘Masterplan Energie’ met drie doelen: ten eerste de CO2-uitstoot verminderen, ten tweede het energieverbruik verminderen en ten derde het gebruik van hernieuwbare energie  stimuleren. Deze drie doelen zijn ook vooropgesteld door Europa in de klimaatdoelstellingen.

Samenwerken werkt

Het agentschap MDK wil inzetten op energie-efficiënte infrastructuur en zo meewerken aan het Actieplan Energie-efficiëntie van het Vlaams Gewest. Uit dat actieplan heeft de Vlaamse regering in haar regeerakkoord de volgende doelstelling overgenomen:  “Een vermindering van minstens 80% aan uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) tegen 2050”.
De uiteindelijke ambitie is om te evolueren naar volledige klimaatneutraliteit.

Het VEB heeft het realiseren van een duurzamer en efficiënter energiebeheer van de Vlaamse publieke sector als missie. Het VEB, als agentschap van de Vlaamse overheid, beschikt over expertise in en ervaring met duurzame energie en energie-efficiëntie en stelt deze kennis nu ook ter beschikking van het agentschap MDK. Het VEB ontzorgt als aankoopcentrale publieke diensten ook van het aanbestedingsluik.

Op die manier helpt het VEB de Vlaamse overheid en haar administraties (waaronder MDK) bij het behalen van de energie-efficiëntiedoelstellingen.

Een energie- en innovatiebeleid en energetisch masterplan

Het agentschap MDK wil groene uitdagingen ambitieus en toonaangevend aanpakken.
Het VEB zal MDK ondersteunen in het schrijven van het energie- en innovatiebeleid van het agentschap om de klimaatdoelstellingen te realiseren.

Het VEB zal ook haar expertise verlenen bij het omzetten van dit beleid naar een meetbaar en richtinggevend ‘Masterplan Energie’ dat het patrimonium en de energiebesparende maatregelen in kaart brengt, de prioriteiten en acties vastlegt en de resultaten opvolgt in de praktijk. Voor dit masterplantraject komen een achttiental gebouwen van MDK in aanmerking. De grootte varieert van 7m² tot bijna 3400m² en gaat van vuurtorens tot kantoorgebouwen.

“De samenwerking met het VEB kadert in een ruimere groene visie van het agentschap MDK om onze voetafdruk te verkleinen. Om de ambitieuze klimaatdoelstellingen te bereiken, zal het agentschap MDK onder meer inzetten op het renoveren van de bestaande gebouwen om deze klimaatvriendelijker te maken of, indien nodig, haar patrimonium vervangen. We doen beroep de expertise van het VEB en bekijken natuurlijk zelf ook het totaalplaatje van onze gebouwen, scheepsvloot en andere specifieke infrastructuur, om op al deze posten de energie-efficiëntie zo groot mogelijk te maken”, stelt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust

Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van MDK

Nieuw elektrisch veer staat in het wit

Vloot breidt in het najaar haar veerdienst in Oostende uit met een nieuw veer: RAVEEL ONTMOET ENSOR. Dit project is een absolute primeur binnen de Vlaamse vloot. Deze nieuwe veerboot is het eerste volledig elektrisch vaartuig dat Vloot in gebruik zal nemen. Met een lengte van 23 meter kan het schip tot 100 passagiers overzetten, wat een verdubbeling is van de capaciteit ten opzichte van de huidige veerboten. Het veer is uitgerust met zonnepanelen die de elektrische systemen aan boord voeden. Nieuw is ook de pantograaf (stroomafnemer) met een automatisch plug-systeem. Ir. Piet Leeuwerck (scheepsbouw – R&D manager) en ing. Steven Vandevyver (superintendent) van Vloot werken in dit pioniersproject nauw samen met de Estse scheepswerf Baltic Workboats en enkele andere partners.

Het veer kreeg onlangs een witte laag en bevindt zich ondertussen in de afbouwfase. RAVEEL ONTMOET ENSOR zal, net zoals de drie andere veerboten aan de kust, met kunst van meester Raveel afgewerkt worden.

Nieuwsgierig naar de foto’s?

Nieuwe veerboot voor de Schelde te water gelaten

MARNIX VAN SINT-ALDEGONDE, het nieuwe veer voor Antwerpen dat op termijn de veerboot SIMON STEVIN zal vervangen, is onlangs te water gelaten in Estland. De scheepswerf Baltic Workboats bleef tijdens de coronaperiode verder bouwen aan het nieuwe vaartuig. Ir. Piet Leeuwerck (scheepsbouw – R&D manager), ing. Maarten De Nolf (superintendent) en Michel Touzani (scheepstechnicus) gingen ondertussen ter plaatse voor een grondige inspectie.

De nieuwe veerboot zal ingezet worden voor de overtochten ter hoogte van Sint-Anna, Kruibeke-Hoboken of Bazel-Hemiksem. Met 30 meter lengte en 9,5 meter breedte zal er plaats zijn voor 200 passagiers en 75 fietsen. De rompvorm is in tegenstelling tot de andere veren op de Schelde, van het catamarantype. Dit zorgt ervoor dat het vaartuig koersstabiel en tegelijk zeer wendbaar is. Ook ging veel aandacht naar milieuvriendelijke en vernieuwende toepassingen. Zo zal een forse verlaging van het brandstofverbruik gerealiseerd kunnen worden. Het veer is uitgerust met de meest moderne en onderhoudsvriendelijke materialen en technieken. Er zijn zelfs zonnepanelen voorzien die als basis voor de stroomvoorziening aan boord zullen dienen.

Benieuwd naar het nieuwe veer? Check snel de foto’s en het filmpje.

Ontmoet Jarne: gemotiveerde jobstudent op de veerdienst in Oostende

Het is een vreemde zomer, maar ook nu zijn er bij Vloot gemotiveerde jobstudenten aan de slag. Jongeren kennis laten maken met de maritieme sector vinden we belangrijk. Op deze manier kunnen we onze knowhow en ervaring delen met de volgende generatie.

Maak kennis met Jarne Gekiere, 19 jaar en student ‘maritieme technieken dek’ aan het Maritiem Instituut Mercator. Hij werkt de hele maand juli als matroos op de veerboot in Oostende. We hadden een kort gesprek met hem. Al snel merken we dat Jarne zijn studentenjob met veel goesting uitvoert. “Ik hou van het sociaal contact, op veilige afstand natuurlijk, én ik leer bij van de schipper. De ideale vakantiejob dus!” aldus Jarne. Lees hieronder het interview.

Is dit je eerste studentenjob?
Mijn eerste ervaring als jobstudent was bij een strandbar in De Haan. Ook nu werk ik nog altijd in de horeca, als keukenhulp in een restaurant in Oostende. Daarnaast werk ik tijdens de maand juli op de veerdienst van Oostende.

Wat houdt je vakantie job in?
Ik ben matroos op de veerboot in Oostende. Ik help bij het aanleggen van de meertrossen en het klaarleggen of weghalen van de fenders. Ook het tellen van het aantal passagiers neem ik voor mijn rekening. Door de Corona-maatregelen mogen er momenteel maximum 30 passagiers aan boord per overvaart.

Wat vind je ervan?
Ik vind het een toffe job én ik leer bij dankzij de ervaringen van de schipper.

Hoe ben je hier terechtgekomen?
Via mijn school, het Maritiem Instituut Mercator in Oostende, die een e-mail had gestuurd met de link waar je kon solliciteren voor deze vakantiejob.

Wat houden je studies in en wat is je doel voor later?
Je leert navigeren en varen met zowel kleine als grote vrachtschepen. Je leert hoe je moet handelen in noodsituaties en welke reglementering van toepassing is. Ook het berekenen van de stabiliteit van een schip komt aan bod. Dit is belangrijk bij het laden van het schip. Mijn doel is om te werken in de baggersector.

Wat vind je het leukste aan je vakantiejob?
Het sociaal contact met de mensen vind ik het leukst. Op een veilige afstand uiteraard! En wanneer het wat minder druk is, leer ik ook nog eens bij van de schipper.

Wat heb je al geleerd tijdens je vakantiejob?
Ik leerde vooral hoe je moet aan- en afmeren met de overzetboot en hoe het vaartuig reageert op de verschillende handelingen van de schipper.

Heb je nog andere vakantieplannen?
Ik ga dit jaar niet op reis. Ik wil de kans op besmetting met het Coronavirus zoveel als mogelijk vermijden. Het plan is om de komende tijd vooral veel te werken om te sparen voor later!

Minister Peeters bezoekt suppletiewerken in Bredene

Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters bracht vandaag een bezoek aan de suppletiewerken in Bredene. Die lopen stilaan op hun einde en het strand zal op 15 juli volledig toegankelijk zijn voor strandgangers. De werken zijn noodzakelijk om Bredene te beschermen tegen overstromingen vanuit zee. In totaal zal zo’n 313.000m³ zand op het strand van Bredene aangevoerd zijn.

Op het strand van Bredene verschijnen na elke zware winterstorm wel kliffen. Ook dit jaar, na onder andere storm Ciara, was dat het geval. De duinvoet was sterk aangetast. Er was geen acuut gevaar voor overstroming maar een verzwakte duinvoet is wel nadelig voor het behoud van een gezond kustfundament. Samen met de gemeente besliste het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) daarom om nog voor de zomervakantie extra zand aan te brengen aan de duinvoet. De herstelstelsuppletie, die op zijn einde loopt, moet zorgen voor het behoud van een gezond kustfundament en de zeewerende functie van de duinen blijven garanderen.

“Via de nodige investeringen blijven we inzetten op een aangename strandomgeving, economische activiteiten en kustveiligheid,” zegt minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters. “Op korte termijn zetten we in op het Masterplan Kustveiligheid waarmee we de  basisbescherming van onze kustlijn verzekeren. Op lange termijn houden we rekening met grotere zeespiegelstijgingen en het garanderen van kustbescherming na 2050. Om hierop een antwoord te bieden loopt het Complex Project Kustvisie. Dit project zal ons, na uitgebreid onderzoek en ruime inspraak van de burger, leiden naar de beste toekomstige kustlijn.”

Masterplan Kustveiligheid:

Het agentschap MDK voert met het Masterplan Kustveiligheid al bijna tien jaar maatregelen uit om onze kustlijn te beschermen tegen een 1000-jarige stormvloed. Bij de uitvoering van de maatregelen gaat MDK uit van het principe “zacht waar het kan, hard waar het moet”. Dat betekent dat we waar het aangewezen is, extra zand aanbrengen op het strand (strandsuppletie) om een hoger en breder strand te creëren. Stormgolven verliezen hierop hun kracht en energie vóór ze schade kunnen toebrengen aan de dijken of de bebouwing. Hoewel er na elke winterstorm hier en daar kliffen ontstaan op het strand toonde onderzoek ook aan dat na een storm het strand deels spontaan herstelt in de daaropvolgende maanden.

De focus van het agentschap MDK ligt steeds op kustbescherming. Toch zoekt MDK steeds naar een evenwicht tussen alle verschillende functies van onze kust: natuur, recreatie, economie. Het is de kunst om die allemaal op mekaar af te stemmen. Het is een constante evenwichtsoefening waar het agentschap niet licht over gaat. Over het belang van het Masterplan Kustveiligheid lanceerde het agentschap eerder deze week dit animatiefilmpje.

Oefening Seacoast 2020

Een kiter en een zodiac die met elkaar botsen. Een vrouw die dit ziet gebeuren vanop het strand en de reddingsdiensten wil contacteren, maar hierbij haar kind uit het oog verliest en niet meer terugvindt. Dat was het scenario van de reddings-en communicatieoefening ‘Seacoast 2020’. Een scenario waar twee interventies in en door elkaar lopen, omdat dit in de realiteit ook kan gebeuren.

Bij het redden van drenkelingen uit zee en bij vermisten aan de kust werken verschillende reddingsdiensten samen op land, zee en in de lucht. De afstemming van acties en communicatie tussen die hulpverleners is dan ook van cruciaal belang voor het succesvol afhandelen van een oproep.  De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen werkte een ‘afsprakenregeling drenkelingen’ uit met de verschillende hulpverleningsinstanties die kunnen worden ingezet. 

Om de principes ervan uit te testen, is er ieder jaar een grote oefening tussen de verschillende partners. Dit jaar was die in De Panne op 7 juli.

Belangrijkste update in de afsprakenregeling 2020

De updates in de afsprakenregeling 2020 hebben voornamelijk te maken met aanpassing contactgegevens. Dé grote uitdaging ligt dit jaar vooral in de integratie van de coronamaatregelen bij interventies.

Redden aan zee, coronaproof

Activering van de afsprakenregeling in 2020

Dit jaar werd de afsprakenregeling al dertien keer geactiveerd van de maanden januari tot juni, door corona liggen deze cijfers iets lager dan andere jaren.

Doelstellingen

Er waren vier doelstellingen voorop gesteld voor de oefening.

  1. Testen van de afsprakenregeling reddingen aan onze kust (groene periode – dit wil zeggen tijdens de opening van de strandreddingsdiensten)
  2. Testen van de alarmering van de betrokken interventiediensten
  3. Testen van de onderlinge communicatie tussen de betrokken diensten
  4. Testen van de uitbouw van de commandopost operaties (CP-OPS) op het terrein: hierin zitten de betrokken hulpverleningsinstanties die samen de reddingsoperatie coördineren.

Deelnemende instanties

  • Alarmeringscentrales:
    • Noodcentrale 112 West-Vlaanderen (NC112)
    • Communicatie- en InformatieCentrum West-Vlaanderen (de 101)
    • Maritieme Reddings- en CoördinatieCentrum (MRCC)
    • Maritiem Informatie Kruispunt (MIK)
  • Hulpverleningszone Westhoek
    • CP-OPS-wagen
    • Eén directeur leider in de commandopost-operaties (CP-OPS)
    • twee operatoren
  • Lokale politiezone Westkust
  • Scheepvaartpolitie
  • Strandreddingsdiensten: één ploeg van strandredders De Panne
  • 40ste SAR Koksijde (Search And Rescue)
  • DAB VLOOT
  • Ship Support
  • Medische middelen
    • Ziekenwagen De Panne
    • MUG AZ West
  • Simulanten: strandredders IKWV en militairen SAR Koksijde
  • Geleverde oefenmateriaal: Side Shore Surfers De Panne, Luchtmachtbasis Koksijde

Klaar voor de zomer

Na de reddingsoefening is gebleken dat de hulpdiensten aan land, op het water en in de lucht klaar zijn voor de zomermaanden, wanneer er traditioneel wat meer interventies nodig zijn dan anders. Ook vanuit het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust staan we paraat om de interventies te coördineren via het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) en uit te voeren via de reddingsvaartuigen van Vloot.

Meer foto’s? Op onze instagram!

1 juli: World Marine Aids to Navigation day

1 juli is de dag van de navigatie-ondersteunende middelen, IALA riep deze dag in het leven om even stil te staan bij alle hulpmiddelen die er zijn om de scheepvaart te begeleiden in een vlotte en veilige vaart.

Vuurtorens zijn vanouds de bakens aan de wal, die de zeelui leiden en die bijdragen tot een veilige vaart. De evolutie in de navigatietechnologie heeft de Vlaamse lichttorens -op enkele na- hun taak ontnomen. In Nieuwpoort is de vuurtoren nog in gebruik, in Oostende de Lange Nelle. Ook Blankenberge heeft een werkende vuurtoren.

Tal van mensen en middelen zorgen nu voor een veilige scheepvaart. Vaarwegen zijn voorzien van een uitgebreid netwerk van boeien en bakens. De laatste jaren zijn heel wat inspanningen geleverd om het onderhoud te optimaliseren en de markeringen te moderniseren. Duurzame technologieën kregen hierbij bijzondere aandacht. Zo zijn ondertussen alle boeien uitgerust met een LED-lichtsysteem, gevoed door kleine zonnepanelen.

Het Scheldegebied is gecoverd door de hoogtechnologische Schelderadarketen, die Vessel Traffic Services (VTS) verleent. Vijf bemande verkeerscentrales en 30 onbemande radarantennes vormen het oog, oor en geheugen van de scheepvaart. Ook de vaste systemen die aan de wal staan, ondergaan een verduurzaming. Deze ‘vaste vaarwegmarkeringen’ krijgen ook een LED-lichtsysteem.

De loodsen brengen de grootste schepen veilig en vlot van en naar de havens in Vlaanderen. De Vlaamse Hydrografie verwerkt de op zee ingewonnen bathymetrische informatie tot navigatiekaarten.

Vuurtorens hebben al eeuwenlang de scheepvaart gediend. Zelfs als alle apparatuur zou uitvallen, kunnen ze nog altijd als baken functioneren. De overgebleven vuurtorens aan onze kust zijn stille getuigen van een groots zeevaartverleden en maken een onmisbaar deel uit van ons maritiem erfgoed.

Zeevarenden in tijden van COVID-19

Op 25 juni vindt de 10e editie van de Dag van de Zeevaarder plaats. Zeevarenden spelen een onmisbare rol in de industrie en economie. Zij zijn echter bijzonder hard getroffen door de COVID-19 pandemie: ver van huis, moeilijke bereikbaarheid voor de familie, geen idee wanneer zij terug naar huis kunnen keren, …. Daarom maken de stoere zeemansverhalen dit jaar plaats voor een oproep om zeevarenden te erkennen als “key workers”, een blijk van appreciatie dat ook zij blijven doorwerken.

Iedere dag van het jaar wordt besteed aan een bepaald onderwerp: is het niet de dag van de chocolade, dan is het de dag van de armoede of dag van de verpleegkundige. Maar ook een dag van de zeevaarder bestaat, wat dit jaar op 25 juni voor de 10e keer op rij wordt gevierd.

Om het beroep van zeevaarder extra in de kijker te zetten, zouden we enkele stoere zeemansverhalen kunnen vertellen. Zij kunnen immers als geen ander meespreken over zeer zware stormen, strandingen, moderne piraterij en noem maar op. Het is een uitdagende job waarbij je verschillende mensen ontmoet en diverse uithoeken van de wereld ontdekt. Denk maar aan al die verre oorden, blauwe zeeën en soms palmbomen. Ze zien het allemaal.

Dit jaar is echter geen jaar zoals een ander. Ook de scheepvaart wordt bijzonder hard getroffen door de COVID-19 pandemie. Achter de maritieme schermen op schepen kampen zeemannen- en vrouwen wereldwijd met verschillende ongeziene uitdagingen. Met hun schip bezoeken zij vele havens overal ter wereld, waaronder geïndustrialiseerde landen die drastisch optreden tegen het virus, maar ook minder welstellende landen waar de bestrijding van COVID-19 anders verloopt. Alle zeevarenden worden geconfronteerd met onzekerheid en lopen dagelijks risico’s om hun job te blijven uitvoeren.

Vele landen hebben hun grenzen gesloten en luchtvaartmaatschappijen lagen lange tijd stil. Hierdoor waren vele mannen en vrouwen op zee als het ware verplicht om aan boord te blijven. “Als zeevaarder ben je vaak lange tijd weg van huis. Maar nu, tijdens deze pandemie,  zelfs met de moderne communicatiemiddelen beschikbaar, blijf je erg lang en ver weg met soms moeilijke bereikbaarheid voor je familie”, zegt kapitein Eric Poirier, vroeger kapitein ter lange omvaart (1985 – 1999), nu nautisch diensthoofd te Loodswezen Antwerpen voor het agentschap MDK.

Daarom staat dag van de Zeevaarder dit jaar in het teken van de zeevaarder in de frontlinie tegen COVID-19. De Internationale Maritieme Organisatie te London, doet op 25 juni dan ook een speciale oproep en maakt het thema van deze editie Day of the Seafarer tot “Seafarers are Key Workers: Essential to Shipping, Essential to the World”.

Of het nu gaat om een kiwi bij je ontbijt of een nieuw tuinmeubel, vaak komen deze tot bij ons via de duizenden zeelieden die wereldwijd voedingsmiddelen en levensnoodzakelijke producten of grondstoffen over de verschillende oceanen vervoeren.

Daarom mogen we hen niet vergeten, en zeker niet op een dag als vandaag. We denken aan hen en wensen hen dankbaar een goede gezondheid en spoedige hereniging met hun geliefden.

#SeafarersAreKeyWorkers
http://www.imo.org/en/About/Events/dayoftheseafarer/Pages/Day-of-the-Seafarer-2020.aspx

De liefde voor de zee: van vader op zoon

Vader Bart en zoon Tim Deckmyn werken allebei bij Vloot. Bart is al vier jaar matroos op de Zeeleeuw, de douaneboot in Oostende. Tim is sinds anderhalf jaar aan de slag als losse matroos en komt zo op veel verschillende vaartuigen terecht. Naar aanleiding van Vaderdag hadden we een kort gesprek met hen.

Vinden jullie het fijn om voor hetzelfde bedrijf te werken?

Tim: Meestal heel leuk. Het gebeurt wel eens dat collega’s denken dat ze mij kennen omdat ze mijn papa al kennen, maar we zijn natuurlijk twee verschillende personen. We lijken wel sterk op elkaar, alleen in een ander formaat (lacht). Als we met de collega’s onder elkaar zijn, ook met mijn papa, dan is dat plezant.

Bart: Het is leuk dat hij dezelfde aantrekkingskracht voelt voor de zee. We komen uit een vissersfamilie. Ik heb destijds ook visserijschool gevolgd en het is fijn dat mijn oudste dezelfde richting uitgaat. Hij is nog jong, dus er kan veel veranderen, maar hij ziet er toch gelukkig uit.

Zien jullie elkaar soms op het werk?

Bart: Zelden. Tim heeft mij wel al eens vervangen aan boord van de Zeeleeuw als ik met vakantie was.

Bart, denk je dat jij Tim geïnspireerd hebt om deze job te doen?

Bart: Dat weet ik eigenlijk niet, dat zou je aan hem moeten vragen. Ik denk wel dat hij opkijkt naar mij, maar dat is omgekeerd ook zo.

Tim: Misschien wel. De Marine, de visserij, het zit in mijn bloed. Mijn achtergrond zal er dus zeker iets mee te maken hebben.

Jullie werken nu allebei als matroos. Wat deden jullie hiervoor?

Tim: Hiervoor heb ik eerst vier jaar bij de Marine gewerkt en twee jaar bij het VLIZ als technisch medewerker.

Bart: Ik ben altijd bedrijfsleider geweest. Ik was manager van Kinepolis Oostende en daarvoor van Gamma en Brico Centers.

Vanwaar die ommezwaai in jouw carrière, Bart?

Bart: Ik hou van de zee. Ik ben een fervent wind- en kitesurfer. In het verleden heb ik ook nog bij de toenmalige Regie voor Maritiem Transport, of beter gekend als de RMT, gewerkt. Ik ben daarna de commerciële weg ingeslagen, maar ik miste de zee. Mijn vorige jobs waren enorm stresserend en emotioneel zeer belastend. Ik verlangde naar de rust die ze zee en het water me geven. Vorig jaar ben ik mijn mama verloren en dat heeft bij mij definitief de knop omgedraaid. Nu ik terug aan boord ben, voel ik me thuis.