Minister Peeters bezoekt suppletiewerken in Bredene

Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters bracht vandaag een bezoek aan de suppletiewerken in Bredene. Die lopen stilaan op hun einde en het strand zal op 15 juli volledig toegankelijk zijn voor strandgangers. De werken zijn noodzakelijk om Bredene te beschermen tegen overstromingen vanuit zee. In totaal zal zo’n 313.000m³ zand op het strand van Bredene aangevoerd zijn.

Op het strand van Bredene verschijnen na elke zware winterstorm wel kliffen. Ook dit jaar, na onder andere storm Ciara, was dat het geval. De duinvoet was sterk aangetast. Er was geen acuut gevaar voor overstroming maar een verzwakte duinvoet is wel nadelig voor het behoud van een gezond kustfundament. Samen met de gemeente besliste het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) daarom om nog voor de zomervakantie extra zand aan te brengen aan de duinvoet. De herstelstelsuppletie, die op zijn einde loopt, moet zorgen voor het behoud van een gezond kustfundament en de zeewerende functie van de duinen blijven garanderen.

“Via de nodige investeringen blijven we inzetten op een aangename strandomgeving, economische activiteiten en kustveiligheid,” zegt minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters. “Op korte termijn zetten we in op het Masterplan Kustveiligheid waarmee we de  basisbescherming van onze kustlijn verzekeren. Op lange termijn houden we rekening met grotere zeespiegelstijgingen en het garanderen van kustbescherming na 2050. Om hierop een antwoord te bieden loopt het Complex Project Kustvisie. Dit project zal ons, na uitgebreid onderzoek en ruime inspraak van de burger, leiden naar de beste toekomstige kustlijn.”

Masterplan Kustveiligheid:

Het agentschap MDK voert met het Masterplan Kustveiligheid al bijna tien jaar maatregelen uit om onze kustlijn te beschermen tegen een 1000-jarige stormvloed. Bij de uitvoering van de maatregelen gaat MDK uit van het principe “zacht waar het kan, hard waar het moet”. Dat betekent dat we waar het aangewezen is, extra zand aanbrengen op het strand (strandsuppletie) om een hoger en breder strand te creëren. Stormgolven verliezen hierop hun kracht en energie vóór ze schade kunnen toebrengen aan de dijken of de bebouwing. Hoewel er na elke winterstorm hier en daar kliffen ontstaan op het strand toonde onderzoek ook aan dat na een storm het strand deels spontaan herstelt in de daaropvolgende maanden.

De focus van het agentschap MDK ligt steeds op kustbescherming. Toch zoekt MDK steeds naar een evenwicht tussen alle verschillende functies van onze kust: natuur, recreatie, economie. Het is de kunst om die allemaal op mekaar af te stemmen. Het is een constante evenwichtsoefening waar het agentschap niet licht over gaat. Over het belang van het Masterplan Kustveiligheid lanceerde het agentschap eerder deze week dit animatiefilmpje.

Oefening Seacoast 2020

Een kiter en een zodiac die met elkaar botsen. Een vrouw die dit ziet gebeuren vanop het strand en de reddingsdiensten wil contacteren, maar hierbij haar kind uit het oog verliest en niet meer terugvindt. Dat was het scenario van de reddings-en communicatieoefening ‘Seacoast 2020’. Een scenario waar twee interventies in en door elkaar lopen, omdat dit in de realiteit ook kan gebeuren.

Bij het redden van drenkelingen uit zee en bij vermisten aan de kust werken verschillende reddingsdiensten samen op land, zee en in de lucht. De afstemming van acties en communicatie tussen die hulpverleners is dan ook van cruciaal belang voor het succesvol afhandelen van een oproep.  De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen werkte een ‘afsprakenregeling drenkelingen’ uit met de verschillende hulpverleningsinstanties die kunnen worden ingezet. 

Om de principes ervan uit te testen, is er ieder jaar een grote oefening tussen de verschillende partners. Dit jaar was die in De Panne op 7 juli.

Belangrijkste update in de afsprakenregeling 2020

De updates in de afsprakenregeling 2020 hebben voornamelijk te maken met aanpassing contactgegevens. Dé grote uitdaging ligt dit jaar vooral in de integratie van de coronamaatregelen bij interventies.

Redden aan zee, coronaproof

Activering van de afsprakenregeling in 2020

Dit jaar werd de afsprakenregeling al dertien keer geactiveerd van de maanden januari tot juni, door corona liggen deze cijfers iets lager dan andere jaren.

Doelstellingen

Er waren vier doelstellingen voorop gesteld voor de oefening.

  1. Testen van de afsprakenregeling reddingen aan onze kust (groene periode – dit wil zeggen tijdens de opening van de strandreddingsdiensten)
  2. Testen van de alarmering van de betrokken interventiediensten
  3. Testen van de onderlinge communicatie tussen de betrokken diensten
  4. Testen van de uitbouw van de commandopost operaties (CP-OPS) op het terrein: hierin zitten de betrokken hulpverleningsinstanties die samen de reddingsoperatie coördineren.

Deelnemende instanties

  • Alarmeringscentrales:
    • Noodcentrale 112 West-Vlaanderen (NC112)
    • Communicatie- en InformatieCentrum West-Vlaanderen (de 101)
    • Maritieme Reddings- en CoördinatieCentrum (MRCC)
    • Maritiem Informatie Kruispunt (MIK)
  • Hulpverleningszone Westhoek
    • CP-OPS-wagen
    • Eén directeur leider in de commandopost-operaties (CP-OPS)
    • twee operatoren
  • Lokale politiezone Westkust
  • Scheepvaartpolitie
  • Strandreddingsdiensten: één ploeg van strandredders De Panne
  • 40ste SAR Koksijde (Search And Rescue)
  • DAB VLOOT
  • Ship Support
  • Medische middelen
    • Ziekenwagen De Panne
    • MUG AZ West
  • Simulanten: strandredders IKWV en militairen SAR Koksijde
  • Geleverde oefenmateriaal: Side Shore Surfers De Panne, Luchtmachtbasis Koksijde

Klaar voor de zomer

Na de reddingsoefening is gebleken dat de hulpdiensten aan land, op het water en in de lucht klaar zijn voor de zomermaanden, wanneer er traditioneel wat meer interventies nodig zijn dan anders. Ook vanuit het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust staan we paraat om de interventies te coördineren via het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) en uit te voeren via de reddingsvaartuigen van Vloot.

Meer foto’s? Op onze instagram!

1 juli: World Marine Aids to Navigation day

1 juli is de dag van de navigatie-ondersteunende middelen, IALA riep deze dag in het leven om even stil te staan bij alle hulpmiddelen die er zijn om de scheepvaart te begeleiden in een vlotte en veilige vaart.

Vuurtorens zijn vanouds de bakens aan de wal, die de zeelui leiden en die bijdragen tot een veilige vaart. De evolutie in de navigatietechnologie heeft de Vlaamse lichttorens -op enkele na- hun taak ontnomen. In Nieuwpoort is de vuurtoren nog in gebruik, in Oostende de Lange Nelle. Ook Blankenberge heeft een werkende vuurtoren.

Tal van mensen en middelen zorgen nu voor een veilige scheepvaart. Vaarwegen zijn voorzien van een uitgebreid netwerk van boeien en bakens. De laatste jaren zijn heel wat inspanningen geleverd om het onderhoud te optimaliseren en de markeringen te moderniseren. Duurzame technologieën kregen hierbij bijzondere aandacht. Zo zijn ondertussen alle boeien uitgerust met een LED-lichtsysteem, gevoed door kleine zonnepanelen.

Het Scheldegebied is gecoverd door de hoogtechnologische Schelderadarketen, die Vessel Traffic Services (VTS) verleent. Vijf bemande verkeerscentrales en 30 onbemande radarantennes vormen het oog, oor en geheugen van de scheepvaart. Ook de vaste systemen die aan de wal staan, ondergaan een verduurzaming. Deze ‘vaste vaarwegmarkeringen’ krijgen ook een LED-lichtsysteem.

De loodsen brengen de grootste schepen veilig en vlot van en naar de havens in Vlaanderen. De Vlaamse Hydrografie verwerkt de op zee ingewonnen bathymetrische informatie tot navigatiekaarten.

Vuurtorens hebben al eeuwenlang de scheepvaart gediend. Zelfs als alle apparatuur zou uitvallen, kunnen ze nog altijd als baken functioneren. De overgebleven vuurtorens aan onze kust zijn stille getuigen van een groots zeevaartverleden en maken een onmisbaar deel uit van ons maritiem erfgoed.

Zeevarenden in tijden van COVID-19

Op 25 juni vindt de 10e editie van de Dag van de Zeevaarder plaats. Zeevarenden spelen een onmisbare rol in de industrie en economie. Zij zijn echter bijzonder hard getroffen door de COVID-19 pandemie: ver van huis, moeilijke bereikbaarheid voor de familie, geen idee wanneer zij terug naar huis kunnen keren, …. Daarom maken de stoere zeemansverhalen dit jaar plaats voor een oproep om zeevarenden te erkennen als “key workers”, een blijk van appreciatie dat ook zij blijven doorwerken.

Iedere dag van het jaar wordt besteed aan een bepaald onderwerp: is het niet de dag van de chocolade, dan is het de dag van de armoede of dag van de verpleegkundige. Maar ook een dag van de zeevaarder bestaat, wat dit jaar op 25 juni voor de 10e keer op rij wordt gevierd.

Om het beroep van zeevaarder extra in de kijker te zetten, zouden we enkele stoere zeemansverhalen kunnen vertellen. Zij kunnen immers als geen ander meespreken over zeer zware stormen, strandingen, moderne piraterij en noem maar op. Het is een uitdagende job waarbij je verschillende mensen ontmoet en diverse uithoeken van de wereld ontdekt. Denk maar aan al die verre oorden, blauwe zeeën en soms palmbomen. Ze zien het allemaal.

Dit jaar is echter geen jaar zoals een ander. Ook de scheepvaart wordt bijzonder hard getroffen door de COVID-19 pandemie. Achter de maritieme schermen op schepen kampen zeemannen- en vrouwen wereldwijd met verschillende ongeziene uitdagingen. Met hun schip bezoeken zij vele havens overal ter wereld, waaronder geïndustrialiseerde landen die drastisch optreden tegen het virus, maar ook minder welstellende landen waar de bestrijding van COVID-19 anders verloopt. Alle zeevarenden worden geconfronteerd met onzekerheid en lopen dagelijks risico’s om hun job te blijven uitvoeren.

Vele landen hebben hun grenzen gesloten en luchtvaartmaatschappijen lagen lange tijd stil. Hierdoor waren vele mannen en vrouwen op zee als het ware verplicht om aan boord te blijven. “Als zeevaarder ben je vaak lange tijd weg van huis. Maar nu, tijdens deze pandemie,  zelfs met de moderne communicatiemiddelen beschikbaar, blijf je erg lang en ver weg met soms moeilijke bereikbaarheid voor je familie”, zegt kapitein Eric Poirier, vroeger kapitein ter lange omvaart (1985 – 1999), nu nautisch diensthoofd te Loodswezen Antwerpen voor het agentschap MDK.

Daarom staat dag van de Zeevaarder dit jaar in het teken van de zeevaarder in de frontlinie tegen COVID-19. De Internationale Maritieme Organisatie te London, doet op 25 juni dan ook een speciale oproep en maakt het thema van deze editie Day of the Seafarer tot “Seafarers are Key Workers: Essential to Shipping, Essential to the World”.

Of het nu gaat om een kiwi bij je ontbijt of een nieuw tuinmeubel, vaak komen deze tot bij ons via de duizenden zeelieden die wereldwijd voedingsmiddelen en levensnoodzakelijke producten of grondstoffen over de verschillende oceanen vervoeren.

Daarom mogen we hen niet vergeten, en zeker niet op een dag als vandaag. We denken aan hen en wensen hen dankbaar een goede gezondheid en spoedige hereniging met hun geliefden.

#SeafarersAreKeyWorkers
http://www.imo.org/en/About/Events/dayoftheseafarer/Pages/Day-of-the-Seafarer-2020.aspx

World Hydrography Day

Op 21 juni vieren we World Hydrography Day. Hoog tijd dus om ook ons eigen team Vlaamse Hydrografie en het belang van hun werk eens in de schijnwerpers te plaatsen. Het thema van de World Hydrography Day dit jaar is “Hydrography enabling autonomous technologies”, een thema dat ook sterk leeft binnen het team Vlaamse Hydrografie. Deze week werd immers het eerste onbemande vaartuig voor peilingen overgedragen aan het team. 

Hydrografie is de wetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven van de waterbodem. Je zou kunnen zeggen dat het landmeten op het water is. Hydrografen meten de diepte, de samenstelling van het water en de zeebodem, het getij, de golven en de stroming. De peilingen of metingen gebeuren met allerlei hydrografische meetapparatuur van op een hydrografisch vaartuig. Het hoofddoel van de peilingen die het team Vlaamse Hydrografie sinds midden 19de eeuw uitvoert, is het garanderen van een veilige scheepvaart in de Noordzee en op de Schelde. Maar ook het groeiende aantal activiteiten op zee ondersteunen is belangrijk. 

Sinds de start van de activiteiten is er een enorme evolutie geweest. In de meeste gevallen gaat een surveyor van het team Vlaamse Hydrografie aan boord van een hydrografisch vaartuig van Vloot. Met multibeam of singlebeam-apparatuur wordt de bodem van de zee of de Schelde dan in kaart gebracht.  

Eind 2018 zette het team Vlaamse Hydrografie voor het eerst een onbemand vaartuig in voor het verzamelen van stromingsgegevens. Bijkomend werd ook de bathymetrie bepaald (bathymetrie is de diepte en de vorm van de zeebodem in detail in kaart brengen) in het Zwin. De telegeleide Q-boat voer de Zwingeul in dwarsrichting op en af om de volledige zone te kunnen opmeten. De Q-boat heeft een vrij kleine diepgang, ideaal dus om een gebied met lage waterstanden op te meten. De metingen zijn de voorbije jaren regelmatig herhaald om de evolutie van de zwingeul beter in kaart te brengen. 

De Q-boat heeft een vrij kleine diepgang, ideaal om een gebied met lage waterstand te peilen.

De Q-boat is ondertussen verder aangepast zodat het nu ook singlebeam dieptemetingen in de Vlaamse kustjachthavens kan uitvoeren. De kustjachthavens worden elk jaar gepeild, vóór en na de baggerwerken. Enerzijds om de gebaggerde volumes te kunnen berekenen, anderzijds om zeker te zijn dat de jachthavens voldoende op diepte zijn. Opdrachtnemer Aquavision leverde de aangepaste versie van de Q-boat deze week, de week van World Hydrography Day, over aan het team Vlaamse Hydrografie. 

Innovatie staat nooit stil, dus ook bij het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust houden we op dat vlak de vinger aan de pols. In mei 2019 ondersteunde ons agentschap de oversteek van een onbemand vaartuig van Groot-Brittannië naar Oostende. Vanuit de verkeerscentrale in Zeebrugge volgden verkeersleiders het vaartuig nauwlettend op. Andere schepen werden ingelicht over deze proefvaart via een bericht aan zeevarenden.

Recent werd bovendien ook een intern innovatieproject opgestart om de toekomstige rol van onbemande vaartuigen binnen de Vlaamse Hydrografie verder uit te zoeken. De eerste resultaten daarvan verwachten we in 2021. 


Mobiliteit en Openbare werken trekt groene kaart

Leidend ambtenaren ondertekenen engagementsverklaring klimaatcel

Brussel 21 januari 2020 – De Lijn, Lantis, De Werkvennootschap, het agentschap Wegen en Verkeer, De Vlaamse Waterweg nv, het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken bundelen de krachten om de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid tegen 2030 te halen. De doelstellingen zijn ambitieus: minstens 40% minder CO2-uitstoot en 27% minder energieverbruik t.o.v. 2015. Om die samenwerking kracht bij te zetten, ondertekenden vandaag alle leidend ambtenaren, met ondersteuning van bevoegd minister Lydia Peeters, een engagementsverklaring in het Errerahuis in Brussel.

Vlnr: Philip de Hollogne (Kabinet minister Lydia Peeters), Roger Kesteloot (De Lijn), Tom Roelants (agentschap Wegen en Verkeer); Wouter Casteels (De Werkvennootschap), Nathalie Balcaen (agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust), Hans Bruyninckx (Directeur Europees Milieu Agentschap), Filip Boelaert (departement Mobiliteit en Openbare Werken), Chris Danckaerts (De Vlaamse Waterweg nv).

“De uitdagingen zijn groot, zeker voor “het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)”, verduidelijkt de minister. “Daarom willen de verschillende entiteiten van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken het klimaatdossier concreet, ambitieus en toonaangevend aanpakken, zowel op beleidsniveau als binnen de eigen werking.”

Kennis delen en initiatieven nemen via klimaatcel

De entiteiten van het beleidsdomein hebben op klimaatvlak niet stil gezeten de afgelopen jaren. Nu bundelen ze al hun krachten in een overkoepelende klimaatcel waar kennis gedeeld wordt en allerlei initiatieven samen opgestart. “Zo kunnen we als eigenaar van meer dan 40 overheidsvaartuigen bijvoorbeeld kennis delen over het gebruik van alternatieve brandstoffen aan boord van schepen met de Vlaamse Waterweg”, legt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en tevens initiatiefneemster van de klimaatcel uit.

De klimaatcel gaat voortdurend op zoek naar nieuwe technologieën en studies om ze mogelijk ook in de werking van het beleidsdomein MOW te gebruiken. “VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) is bezig met studies rond vaste CO2, gaat Nathalie Balcaen verder. “Ik had daar nog nooit van gehoord maar we gaan nu onderzoeken of we deze stof bijvoorbeeld kunnen gebruiken als wegbedekking voor het Agentschap Wegen en Verkeer of voor allerlei zeeweringswerken.  Een win-win: minder CO2 in de lucht en meteen een grondstof voor de (wegen)bouw.” Alle aanwezigen op het ondertekeningsmoment kregen zo’n steentje vast CO2 mee naar huis. “Zo dragen wij allemaal letterlijk ons steentje bij”, aldus Balcaen.

De samenwerking binnen het beleidsdomein MOW verloopt via een vernieuwende structuur met 6 kenniscellen en 15 projecten. Die zijn vastgelegd door het managementcomité van het beleidsdomein en maken dat we grote uitdagingen met gebundelde krachten en vanuit één visie samen aanpakken. Zo zullen we beleidsplannen en beleidsmaatregelen samen ontwikkelen, uitvoeren en opvolgen, vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het hele beleidsdomein”, zegt Filip Boelaert, secretaris-generaal van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Gedrag veranderen

Ook Dr. Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieu Agentschap was getuige van dit ambitieuze startmoment van het beleidsdomein “Uiteraard sta ik positief tegenover een ambitieus plan om mobiliteit op een andere manier te gaan invullen,”  verduidelijkt Dr. Hans Bruyninckx. “ Ik woon nu in Kopenhagen waar 83% van de bevolking wandelt, fietst of gebruik maakt van het openbaar vervoer. Hier in Brussel, is dat een heel ander verhaal. Maar als het in Kopenhagen lukt- moet het hier ook lukken. We moeten ons gedrag veranderen, anders komen we écht in grote problemen. Dat is bovendien niet enkel goed voor het klimaat, maar ook voor luchtkwaliteit, geluidspollutie, onze gezondheid, en de leefbaarheid van onze steden.”

Minister Lydia Peeters vindt het logisch dat het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid een voortrekkersrol speelt in het behalen van de klimaatdoelstellingen. “Dat staat ook letterlijk in de engagementsverklaring die de leidend ambtenaren vandaag ondertekenden”, aldus minister Lydia Peeters. “Het beleidsdomein MOW heeft de kracht, de wil en de kennis om minimaal de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid mee te realiseren. Maar we zullen verder gaan in onze ambities zodat we vanuit die rol ook anderen inspireren: andere Vlaamse departementen, organisaties, maar ook het brede publiek Onze verregaande ambities zullen blijken uit de aard en grootte van onze acties, maar eveneens door de innovatieve technologieën die we inzetten. Dit alles om op termijn klimaatneutraal te kunnen werken.”

Philip de Hollogne, woordvoerder van minister Lydia Peeters, verving de minister tijdens de plechtigheid.

Enkele voorbeelden van concrete beleidsmaatregelen (in onderzoek, opgestart of al in uitvoering)

  • Vervangen van maritieme seinen en lichten door ledlampen
  • Toekennen van hogere scores bij aanbestedingen met een duidelijke energiewinst en minder CO2-uitstoot
  • Advies om percentages gerecycleerd materiaal te gebruiken in betonconstructies
  • Sensibilisering bemanningen schepen rond ‘ecovaren’ waardoor minder brandstof wordt verbruikt
  • Ontwikkeling van energieneutrale projecten (vb Zeesluis in Zeebrugge)
  • Campagnes rond ‘mental shift’
  • Samenwerkingen met bv Blue Bike en Cambio
  • Uitbreiding van het netwerk ‘walstroom’ langs onze bevaarbare rivieren (schepen kunnen groenere elektriciteit vanop het land gebruiken in plaats van hun dieselmotoren te laten draaien)
  • Vergroening van binnenvaart, inclusief onderzoek naar alternatieve brandstoffen
  • Geactualiseerd Sigmaplan, Masterplan Kustveiligheid en Rivierverruiming Maas
  • Pompinstallaties en waterkrachtcentrales op het Albertkanaal
  • Actieplan Droogte en Wateroverlast (korte termijn) of het Waterschaarste en Droogterisicobeheerplan (lange termijn)
  • Investering in elektrische bussen bij het openbaar vervoer

Maar ook binnen de eigen werking van het beleidsdomein MOW is er aandacht voor verlaagde CO2uitstoot en energie-efficiëntie. Enkele voorbeelden:

  • het bestaande wagenpark vervangen door groenere alternatieven (elektrische fietsen, abonnement openbaar vervoer) en elektrische wagen
  • installatie thermostatische kranen
  • energiezuinig bouwen/verbouwen
  • waterrecuperatie
  • zelf energie opwekken
  • gebruik van groene stroom
  • sensibilisering eigen personeel

 

Live demo op zee toont snelheid van noodbakens en nieuwe generatie satellieten aan

Op donderdag 26 september 2019 organiseerde de Europese Commissie een live demonstratie van een reddingsoperatie op de Noordzee, ‘Operatie Shark Bait’.

Heli en reddingsboot R6 (Orka) van VLOOT

Deze demo wil de snelheid aantonen waarmee satellietnoodbakens reddingsoperaties kunnen opstarten. Deze noodbakens maken gebruik van de grotere precisie van de nieuwe generatie Galileo MEOSAR-satellieten, die geïntegreerd zijn in het Cospas-Sarsat International Rescue programma.

LEO: Low Earth Orbit GEO: Geostationary Earth Orbit MEO: Middle Earth Orbit SAR: Search and Rescue

Tijdens de demonstratie is sociale media influencer Tara Foster (@Taraustralis) alleen op een vlot met een 406MHz-noodbaken. Wanneer ze dit baken activeert, wordt haar positie snel en precies door Galileo berekend en naar het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum in Oostende uitgestuurd. Vervolgens snellen de NH90 helikopter en de Orka (reddingsboot van VLOOT) te hulp en halen Tara snel uit het water.

Door deze innovatie worden personen in nood sneller geholpen. Ook de reddingsteams moeten minder lang zoeken in soms gevaarlijke omstandigheden.

Werking van een noodbaken.

Gert Late Night meert aan in Oostende

Gert Late Night is deze en volgende week te gast in Oostende. De opnames lokken heel wat volk richting de Oosteroever. Op vraag van de Stad Oostende, breidde Vloot op basis van de huidige overeenkomst de uurregeling van de veerdienst uit tijdens opnamedagen. Tot en met 12 september, telkens van maandag tot en met donderdag, vaart de overzetboot tussen het stadscentrum en de Oosteroever tot 21.50 uur. Zo kan het publiek ook na de opnames nog terug richting het centrum met het veer.

De Evanna, het schip dat dienst doet voor de talkshow Gert Late Night, ligt veilig aangemeerd in het Visserijdok. Afdeling Kust voorzag de nodige toelatingen voor het gebruik van de kade langs het Vuurtorendok zodat ook de productie vlot kan verlopen.

Dag van de Zeevaarder

IMO, de Internationale Maritieme Organisatie binnen de Verenigde Naties wil meer vrouwen aantrekken in nautische beroepen.  Ook het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust wil deze dag graag aangrijpen om meisjes warm te maken voor de job van loods, kapitein, matroos of technieker.

“We hebben binnen het agentschap wel wat vacatures”, vertelt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, “We zoeken kapiteins, matrozen, scheepstechnici en we vinden daar niet onmiddellijk invulling voor.  Vandaar deze warme oproep op het einde van het schooljaar om OOK meisjes die nu afstuderen aan het lager- en secundair onderwijs aan te moedigen om een opleiding te kiezen in een maritieme richting.”
Dat kan onder andere aan de Hogere Zeevaartschool in Antwerpen, De Scheepvaartschool in Antwerpen of het Maritiem Instituut Mercator in Oostende.

Gendergelijkheid

“Gendergelijkheid is binnen ons agentschap ook belangrijk”, gaat Nathalie Balcaen verder,  “maar we zijn er nog lang niet.  Op dit ogenblik is maar een kleine 13% van ons personeelsbestand vrouwelijk.“

Foute perceptie 

Komt er nog bij dat berichten die eerder in de media verschenen – een vertekend beeld geven van de situatie.  Onderstaande grafiek werd een aantal weken geleden getoond op VRT nieuws.
Deze grafiek doet vermoeden dat er een hoge werkloosheid is voor afgestudeerden met een diploma Nautische Wetenschappen.  De onderzoekers keken naar het aantal afgestudeerden dat één jaar na afstuderen nog altijd ingeschreven staat als werkzoekend.  Ze meten dit slecht op 1 meetmoment in het jaar. Voor de Hogere Zeevaartschool, ging het in 2018 om 5 voormalige studenten op een totaal van 45. In percentages geeft dit een vertekend beeld. Vaak zijn dat mensen die op het einde van hun studie toch niet willen gaan varen.

Veel openstaande vacatures

Dit hoge cijfer strookt dus niet met de realiteit waarbij Belgische reders (en al zeker wereldwijd) veel vacatures hebben openstaan. Veruit de meesten van de afgestudeerden vinden meteen werk. Een diploma Nautische Wetenschappen leidt wel degelijk tot een goede kans op de arbeidsmarkt. Meer nog, de sector houdt ook meer en meer rekening met een goede work/life balance waardoor het makkelijker wordt om deze job te combineren met een gezinsleven.

“Do you need some vitamin sea, in our job it’s for free”
Het is een quote van Fay Gyssens.  Zij is een jonge vrouw die heel bewust de stap gezet heeft om aan de Hogere Zeevaartschool te gaan studeren.  Ze zit in het derde jaar en kreeg de liefde voor de zee mee van haar moeder, Réjane Gyssens.  Zij was de eerste vrouwelijk kapitein lange omvaart en nu hoofd van het Maritiem Reddings en Coördinatie Centrum (MRCC), een onderdeel van het agentschap.
“Join the merchant shipping to explore the world. What will you see? That’s up to the secrets of the sea.” besluit Fay.

De nautische beroepen zijn cruciaal om onze economie draaiende te houden. “Zonder loodsen zouden grote zeeschepen niet meer tot in onze havens geraken, zonder onze technische collega’s van de Schelderadarketen ook niet. Kapiteins, loodsen, matrozen en techniekers we blijven ze nodig hebben, nu maar zeker ook in de toekomst – en ik mag hopen dat er dan heel wat meer vrouwen zullen bij zijn”, besluit de administrateur-generaal.

 

Bijzonder transport: duikboot Foxtrot verlaat Zeebrugge naar laatste bestemming in Gent

De Russische duikboot lag 23 jaar in de jachthaven van Zeebrugge. Een zorgvuldige voorbereiding en planning van zowel  afdeling Scheepvaartbegeleiding, DAB Loodswezen én alle andere partners zorgen dat de laatste reis van dit monument richting Gent veilig kan verlopen.

Veiligheid boven alles

Het verslepen gebeurt over twee dagen  gespreid om tijdens de hele operatie daglicht te hebben. Er was veel tijd en voldoende water nodig  om de duikboot op 12 juni veilig uit de jachthaven van Zeebrugge naar de kade te verslepen.  Als we diezelfde dag nog starten met de rest van de reis, dan zouden we mogelijk het laatste deel in het donker moeten afleggen en dat is in het kader van de veiligheid niet de beste optie.  Ook de stromingen ter hoogte van het sluizencomplex aan het kanaal Gent – Terneuzen spelen mee. Voor sleeptransporten is er, net zoals bij diepstekende schepen, een ‘stromingsvenster’ voorzien. Dat is een moment met weinig stroming op de rivier zodat het transport niet zou wegdrijven wanneer het de bocht vanop de Westerschelde wil maken om de sluis van Terneuzen te bereiken.

Later deze week zal het Loodswezen  de deskundigheid van de loodsen inzetten om de rest van de reis veilig en vlot te laten verlopen. Twee zeeslepers zullen de Foxtrot naar zijn laatste bestemming brengen. Twee kustloodsen zullen bij vertrek aan boord gaan van deze sleepboten: één op de voorste en een tweede op de achterste sleepboot.

Ter hoogte van Vlissingen-rede worden de twee kustloodsen afgelost door één kanaalloods die aan boord gaat van de voorste sleepboot om de duikboot veilig en wel tot Gent te loodsen.

Toestemmingen en voorwaarden

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust geeft nautische voorwaarden voor het gedeelte op zee. De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (Rijkswaterstaat in Nederland en MDK in Vlaanderen)  verleent een vergunning voor het gedeelte op de Westerschelde en het Kanaal Gent-Terneuzen. Hierin zijn onder andere de weersomstandigheden opgenomen met het oog op een zo optimaal mogelijk verloop van  de reis. De reis moet bij daglicht gebeuren, er mag maximum drie beaufort staan, de golfhoogte mag niet meer dan één meter zijn en het zicht moet meer dan 2000 meter bedragen.

Wordt vervolgd!