Strandredders op post vanaf 27 juni

Klaar voor een drukke zomer
Dit jaar openen de reddersposten wat later dan gewoon, maar vanaf zaterdag 27 juni staan de redders aan zee meteen paraat in volledige bezetting. Alle 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn dagelijks open van 10:30u tot 18:30u.
Het wordt een drukke zomer nu veel mensen kiezen voor een vakantie in eigen land.


Wat als het toch fout gaat?

Voor mensen in nood (o.a. verloren gelopen kinderen) langs de stranden is er de afsprakenregeling drenkelingen. We zetten hierbij zowel instanties op zee als aan land in, zoals de strandredders en de hulpcentrale 112, maar ook het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende.

Hoe werkt de zeereddingsdienst?

Iedere kuststaat is internationaal verplicht om een Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum te hebben. Het MRCC Oostende is hét centrale meldpunt voor alle incidenten op zee zoals schepen in nood, ongevallen en olieverontreiniging, maar ook personen in nood.

Op het MRCC wordt iedere dag van het jaar in shiften gewerkt, 24/7 om de veiligheid op zee en een vlotte afhandeling van incidenten te kunnen garanderen. Het MRCC beluistert continu de internationale noodfrequenties zodat een noodoproep onmiddellijk wordt opgevangen. Zodra een noodoproep binnenkomt op het MRCC, analyseert de (nautisch) verkeersleider het incident. Hoewel ieder ongeval uniek is, werken ze er met draaiboeken en procedures. Al naar gelang het soort incident, zetten we reddingsboten en/of de helikopter in van onze partners. Tijdens de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt voor badgasten in nood.

Zeevarenden in tijden van COVID-19

Op 25 juni vindt de 10e editie van de Dag van de Zeevaarder plaats. Zeevarenden spelen een onmisbare rol in de industrie en economie. Zij zijn echter bijzonder hard getroffen door de COVID-19 pandemie: ver van huis, moeilijke bereikbaarheid voor de familie, geen idee wanneer zij terug naar huis kunnen keren, …. Daarom maken de stoere zeemansverhalen dit jaar plaats voor een oproep om zeevarenden te erkennen als “key workers”, een blijk van appreciatie dat ook zij blijven doorwerken.

Iedere dag van het jaar wordt besteed aan een bepaald onderwerp: is het niet de dag van de chocolade, dan is het de dag van de armoede of dag van de verpleegkundige. Maar ook een dag van de zeevaarder bestaat, wat dit jaar op 25 juni voor de 10e keer op rij wordt gevierd.

Om het beroep van zeevaarder extra in de kijker te zetten, zouden we enkele stoere zeemansverhalen kunnen vertellen. Zij kunnen immers als geen ander meespreken over zeer zware stormen, strandingen, moderne piraterij en noem maar op. Het is een uitdagende job waarbij je verschillende mensen ontmoet en diverse uithoeken van de wereld ontdekt. Denk maar aan al die verre oorden, blauwe zeeën en soms palmbomen. Ze zien het allemaal.

Dit jaar is echter geen jaar zoals een ander. Ook de scheepvaart wordt bijzonder hard getroffen door de COVID-19 pandemie. Achter de maritieme schermen op schepen kampen zeemannen- en vrouwen wereldwijd met verschillende ongeziene uitdagingen. Met hun schip bezoeken zij vele havens overal ter wereld, waaronder geïndustrialiseerde landen die drastisch optreden tegen het virus, maar ook minder welstellende landen waar de bestrijding van COVID-19 anders verloopt. Alle zeevarenden worden geconfronteerd met onzekerheid en lopen dagelijks risico’s om hun job te blijven uitvoeren.

Vele landen hebben hun grenzen gesloten en luchtvaartmaatschappijen lagen lange tijd stil. Hierdoor waren vele mannen en vrouwen op zee als het ware verplicht om aan boord te blijven. “Als zeevaarder ben je vaak lange tijd weg van huis. Maar nu, tijdens deze pandemie,  zelfs met de moderne communicatiemiddelen beschikbaar, blijf je erg lang en ver weg met soms moeilijke bereikbaarheid voor je familie”, zegt kapitein Eric Poirier, vroeger kapitein ter lange omvaart (1985 – 1999), nu nautisch diensthoofd te Loodswezen Antwerpen voor het agentschap MDK.

Daarom staat dag van de Zeevaarder dit jaar in het teken van de zeevaarder in de frontlinie tegen COVID-19. De Internationale Maritieme Organisatie te London, doet op 25 juni dan ook een speciale oproep en maakt het thema van deze editie Day of the Seafarer tot “Seafarers are Key Workers: Essential to Shipping, Essential to the World”.

Of het nu gaat om een kiwi bij je ontbijt of een nieuw tuinmeubel, vaak komen deze tot bij ons via de duizenden zeelieden die wereldwijd voedingsmiddelen en levensnoodzakelijke producten of grondstoffen over de verschillende oceanen vervoeren.

Daarom mogen we hen niet vergeten, en zeker niet op een dag als vandaag. We denken aan hen en wensen hen dankbaar een goede gezondheid en spoedige hereniging met hun geliefden.

#SeafarersAreKeyWorkers
http://www.imo.org/en/About/Events/dayoftheseafarer/Pages/Day-of-the-Seafarer-2020.aspx

Nieuwe editie kaartenset Belgische Kustzone

De K107, de deelkaartenset van de Belgische Kustzone, heeft een nieuwe editie. De zes kaartbladen brengen het Noordzeegebied van Bray-Dunes tot en met het Zwin in kaart en ze bevatten een detail van de havens van Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge en Zeebrugge. Door zijn handige formaat (A3) is de kaartenset makkelijk hanteerbaar. De nieuwe editie is beschikbaar in onze webshop en in de verkooppunten die je vindt in de catalogus.

World Hydrography Day

Op 21 juni vieren we World Hydrography Day. Hoog tijd dus om ook ons eigen team Vlaamse Hydrografie en het belang van hun werk eens in de schijnwerpers te plaatsen. Het thema van de World Hydrography Day dit jaar is “Hydrography enabling autonomous technologies”, een thema dat ook sterk leeft binnen het team Vlaamse Hydrografie. Deze week werd immers het eerste onbemande vaartuig voor peilingen overgedragen aan het team. 

Hydrografie is de wetenschap die zich bezighoudt met het beschrijven van de waterbodem. Je zou kunnen zeggen dat het landmeten op het water is. Hydrografen meten de diepte, de samenstelling van het water en de zeebodem, het getij, de golven en de stroming. De peilingen of metingen gebeuren met allerlei hydrografische meetapparatuur van op een hydrografisch vaartuig. Het hoofddoel van de peilingen die het team Vlaamse Hydrografie sinds midden 19de eeuw uitvoert, is het garanderen van een veilige scheepvaart in de Noordzee en op de Schelde. Maar ook het groeiende aantal activiteiten op zee ondersteunen is belangrijk. 

Sinds de start van de activiteiten is er een enorme evolutie geweest. In de meeste gevallen gaat een surveyor van het team Vlaamse Hydrografie aan boord van een hydrografisch vaartuig van Vloot. Met multibeam of singlebeam-apparatuur wordt de bodem van de zee of de Schelde dan in kaart gebracht.  

Eind 2018 zette het team Vlaamse Hydrografie voor het eerst een onbemand vaartuig in voor het verzamelen van stromingsgegevens. Bijkomend werd ook de bathymetrie bepaald (bathymetrie is de diepte en de vorm van de zeebodem in detail in kaart brengen) in het Zwin. De telegeleide Q-boat voer de Zwingeul in dwarsrichting op en af om de volledige zone te kunnen opmeten. De Q-boat heeft een vrij kleine diepgang, ideaal dus om een gebied met lage waterstanden op te meten. De metingen zijn de voorbije jaren regelmatig herhaald om de evolutie van de zwingeul beter in kaart te brengen. 

De Q-boat heeft een vrij kleine diepgang, ideaal om een gebied met lage waterstand te peilen.

De Q-boat is ondertussen verder aangepast zodat het nu ook singlebeam dieptemetingen in de Vlaamse kustjachthavens kan uitvoeren. De kustjachthavens worden elk jaar gepeild, vóór en na de baggerwerken. Enerzijds om de gebaggerde volumes te kunnen berekenen, anderzijds om zeker te zijn dat de jachthavens voldoende op diepte zijn. Opdrachtnemer Aquavision leverde de aangepaste versie van de Q-boat deze week, de week van World Hydrography Day, over aan het team Vlaamse Hydrografie. 

Innovatie staat nooit stil, dus ook bij het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust houden we op dat vlak de vinger aan de pols. In mei 2019 ondersteunde ons agentschap de oversteek van een onbemand vaartuig van Groot-Brittannië naar Oostende. Vanuit de verkeerscentrale in Zeebrugge volgden verkeersleiders het vaartuig nauwlettend op. Andere schepen werden ingelicht over deze proefvaart via een bericht aan zeevarenden.

Recent werd bovendien ook een intern innovatieproject opgestart om de toekomstige rol van onbemande vaartuigen binnen de Vlaamse Hydrografie verder uit te zoeken. De eerste resultaten daarvan verwachten we in 2021. 


Windmolenpark SEAMADE gaat van start

Vanuit de haven van Oostende vond donderdagochtend 18 juni het eerste transport plaats met windmolenonderdelen voor het nieuwe windmolenpark Seamade.Onder deskundige begeleiding van twee kustloodsen voer het offshore support vessel APOLLO uit.

Het Seamade windmolenpark is het achtste project in de Belgische Noordzee en is een fusie van de voormalige Seastar en Mermaid projecten en zal bijgevolg uit twee zones bestaan: Seastar zone en Mermaid zone. In totaal zullen er 58 turbines komen.

Zulke projecten vergen voorafgaandelijk intens en veelvuldig overleg tussen alle betrokken partijen. Bijzondere voorwaarden voor dit transport worden opgelegd door Scheepvaartbegeleiding (MRCC) in nauwe samenspraak met het Loodswezen, beide onderdeel van het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust. 

Deze voorwaarden hebben betrekking op verschillende componenten zoals laadoperaties, nautisch-technische aspecten (weer, wind, aantal loodsen, tijvenster, stroomvester, …), verkeersregulerende maateregelen, ….

Tevens hebben de loodsen extra technische ondersteuning nodig zoals de fullSNMS. De full SNMS ADX-XR is een draadloos draagbaar positioneringssysteem dat communiceert via standaard draadloze technologie met het draagbare ECS (Electronic Chart System) van de loods. 

Om tegemoet te komen aan de hoge eisen van het navigeren, manoeuvreren en het dokken van zeer grote schepen levert het toestel zeer precieze gegevens over de snelheid, de koers en de draaibewegingen van het schip. Het systeem bestaat uit drie kleine, lichte en geharde POD (Portable Open Database) eenheden, ideaal voor het transport en het gebruik van het toestel in verscheidenen omstandigheden aan boord van schepen. Dank zij het gebruik van twee modems waarlangs de correctiesignalen via twee verschillende UMTS (Universal Mobile Telecommunications System) providers aangeleverd worden is een hoge bedrijfszekerheid verzekerd in grensgebieden zoals die op de Schelde voorkomen. 

Op 5 juni werd een kustloods naar Duinkerke gestuurd om de Full SNMS te gaan inmeten. Hierbij wordt het schip en locatie opgemeten om een onafhankelijke RTK positiesysteem te plaatsen, dit volledig los van het systeem aan boord. Dit systeem is tot op 1cm nauwkeurig en geeft de loods de nauwkeurigheid om deze transporten mogelijk te maken.

Zondag 14 juni hebben twee kustloodsen het support vessel APOLLO naar Oostende geloodst. hier heeft men dan de eerste onderdelen geladen om vervolgens 18 juni voor de eerste maal uit te varen naar het windmolenpark. 

In totaal zullen vanuit Oostende 29 reizen naar het windmolenpark en terug plaatsvinden. In geval van slecht weer of onvoorziene omstandigheden kan het aantal reizen verhoogd worden bv. als het vaartuig moet binnenlopen met nog windmolencomponenten aan boord.

Meer info over dit project kan je terugvinden op de website van Belgian Offshore Platform

Geef ons jouw mening over kustweerbericht.be

Voortdurend verbeteren is een belangrijke waarde binnen ons agentschap. Om dat te kunnen doen is jouw mening belangrijk voor ons. We horen graag hoe jij de huidige website van het kustweerbericht ervaart. Neem je even vijf minuten tijd om deze bevraging in te vullen? Dank je wel.

Klik hier om de bevraging in te vullen.

Met de resultaten gaan wij aan de slag om de website verder te optimaliseren.

De liefde voor de zee: van vader op zoon

Vader Bart en zoon Tim Deckmyn werken allebei bij Vloot. Bart is al vier jaar matroos op de Zeeleeuw, de douaneboot in Oostende. Tim is sinds anderhalf jaar aan de slag als losse matroos en komt zo op veel verschillende vaartuigen terecht. Naar aanleiding van Vaderdag hadden we een kort gesprek met hen.

Vinden jullie het fijn om voor hetzelfde bedrijf te werken?

Tim: Meestal heel leuk. Het gebeurt wel eens dat collega’s denken dat ze mij kennen omdat ze mijn papa al kennen, maar we zijn natuurlijk twee verschillende personen. We lijken wel sterk op elkaar, alleen in een ander formaat (lacht). Als we met de collega’s onder elkaar zijn, ook met mijn papa, dan is dat plezant.

Bart: Het is leuk dat hij dezelfde aantrekkingskracht voelt voor de zee. We komen uit een vissersfamilie. Ik heb destijds ook visserijschool gevolgd en het is fijn dat mijn oudste dezelfde richting uitgaat. Hij is nog jong, dus er kan veel veranderen, maar hij ziet er toch gelukkig uit.

Zien jullie elkaar soms op het werk?

Bart: Zelden. Tim heeft mij wel al eens vervangen aan boord van de Zeeleeuw als ik met vakantie was.

Bart, denk je dat jij Tim geïnspireerd hebt om deze job te doen?

Bart: Dat weet ik eigenlijk niet, dat zou je aan hem moeten vragen. Ik denk wel dat hij opkijkt naar mij, maar dat is omgekeerd ook zo.

Tim: Misschien wel. De Marine, de visserij, het zit in mijn bloed. Mijn achtergrond zal er dus zeker iets mee te maken hebben.

Jullie werken nu allebei als matroos. Wat deden jullie hiervoor?

Tim: Hiervoor heb ik eerst vier jaar bij de Marine gewerkt en twee jaar bij het VLIZ als technisch medewerker.

Bart: Ik ben altijd bedrijfsleider geweest. Ik was manager van Kinepolis Oostende en daarvoor van Gamma en Brico Centers.

Vanwaar die ommezwaai in jouw carrière, Bart?

Bart: Ik hou van de zee. Ik ben een fervent wind- en kitesurfer. In het verleden heb ik ook nog bij de toenmalige Regie voor Maritiem Transport, of beter gekend als de RMT, gewerkt. Ik ben daarna de commerciële weg ingeslagen, maar ik miste de zee. Mijn vorige jobs waren enorm stresserend en emotioneel zeer belastend. Ik verlangde naar de rust die ze zee en het water me geven. Vorig jaar ben ik mijn mama verloren en dat heeft bij mij definitief de knop omgedraaid. Nu ik terug aan boord ben, voel ik me thuis.


Grootste containerschip HMM Algeciras naar haven Antwerpen

Het grootste containerschip ter wereld vaart op 11 juni naar de haven van Antwerpen. De HMM Algeciras, het eerste schip van deze serie, wordt rond 13:00 bij de loodskruispost Steenbank verwacht. Twee zeeloodsen doen het traject van de Steenbank naar Vlissingen Rede en van Vlissingen Rede tot aan de Noordzee Terminal in Antwerpen varen twee rivierloodsen mee.

Conform de Gezamenlijke Bekendmaking heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit alle scheepsdata van het schip opgevraagd en besproken met zowel het Nederlandse als het Vlaamse loodswezen en het Waterbouwkundig Laboratorium.

Deze instanties zijn samen tot de conclusie gekomen dat ze de HMM Algeciras kunnen toestaan op- en af te varen zonder bijkomend simulatoronderzoek in het Waterbouwkundig Labo omdat het in grote mate overeenkomt met de al op Antwerpen varende schepen met dezelfde afmetingen. De reis  van 11 juni (en de terugreis op 13 juni) is een proefvaart naar en van Antwerpen.

Vanuit de verkeerscentrales zal dit schip ook Vessel Traffic Services krijgen.

Na deze proefreis zal een evaluatie plaatsvinden of deze voorwaarden voldoende zijn of dat er eventueel bijkomende voorwaarden moeten gesteld worden voor dit scheepstype.

Op de MDK-instagram zullen we foto’s posten van dit schip!

Tien VTS-verkeersleiders brengen opleiding tot een goed eind.

De voorbije weken beëindigden tien collega’s van afd. Scheepvaartbegeleiding met succes hun opleidingsperiode tot VTS-verkeersleider. In september ’19 startten ze met hun basisopleiding waarin nautische kennis, wetgeving, apparatuur, verkeersbeheer, communicatie en simulatortraining aan bod kwamen.

Vanaf december begon het regio-specifieke luik van hun training dat zich toespitste op lokale reglementen, regiokennis, On-the-Job-Training, specifieke simulatortraining en diverse werkbezoeken, waaronder loodsvergezelreizen in het eigen werkingsgebied.

“Door COVID-19 kwamen de laatste weken van hun opleiding in moeilijk vaarwater terecht, maar door extra inspanningen en door te focussen op de essentiële opleidingsmodules kwam hun inzetbaarheid niet in het gedrang”, volgens Stefaan Priem, hoofd Opleidingen.
De administrateur-generaal van MDK en het afdelingshoofd Scheepvaartbegeleiding konden dan ook voor alle tien de nodige certificaten toekennen. We wensen hen alle succes in hun verdere loopbaan binnen ons agentschap en zijn opgetogen dat de nautische keten verder verzekerd wordt, mede door hun inspanningen.

Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.