Het agentschap MDK presenteert de jaarcijfers van een bewogen werkjaar.

Het kalenderjaar 2020 zit erop. Het was een jaar als geen ander. Ondanks de wereldwijde pandemie en de uitdagingen die dit met zich meebracht, bleef het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) haar diensten leveren en samenwerken met al haar stakeholders, in de nautische keten en daarbuiten. Dit vertaalt zich naar volgende concrete cijfers.

2020 in cijfers

Veiligheid voorop

Het Masterplan Kustveiligheid werd verder uitgevoerd om de 67 kilometer lange kust te beschermen tegen zware stormvloed. MDK investeert in de nodige maatregelen om de kust en het achterliggende land te beschermen tegen overstromingen vanuit zee. Het agentschap handelt daarbij volgens het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. Waar het aangewezen is, creëert MDK een breder en hoger strand of extra aanplanting voor sterkere duinen, waar het niet anders kan voorziet het agentschap stormmuren of een stormvloedkering.

Zandsuppleties blijven echter nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Bovendien creëren suppleties een natuurlijke omgeving waar naast de mens ook planten en dieren hun plaats kunnen hebben. In totaal werd er in 2020, 899.973 m³ zand toegevoegd aan onze stranden.

Ook Nieuwpoort kende in 2020 heel wat bedrijvigheid waar ijverig verder gewerkt werd aan de bouw van de stormvloedkering. Hiervoor werden in 2020 maar liefst 1.230 m³ beton, 198.987 kg wapeningsstaal, 1.253.566 kg damplanken en 2.169.025 kg buispalen gebruikt.

Stormvloedkering Nieuwpoort

Veilige scheepvaart

Een onmisbare schakel die achter de schermen bijdraagt aan een optimale werking van de nautische keten is het team Vlaamse Hydrografie. En dat was het afgelopen jaar niet anders, zij voerden peilingen uit van de zeebodem en de Schelde, peilden naar wrakken om hun plaats in de vaargeulen te bepalen en brachten al deze informatie samen op zee- en Scheldekaarten. Deze kaarten zijn vitale informatie voor de scheepvaart. Het team Vlaamse Hydrografie deed het afgelopen jaar 517 peilingen op zee en 410 op de Schelde. Ze maakten zo’n 936 elektronische kaarten voor de scheepvaart.

Onze loodsen voerden samen maar liefst een totaal van 53.110 loodsreizen uit in 2020 en bleven dus ook in deze moeilijke tijd doorwerken. Concreet gaat dit over 4.180 loodsreizen op het kanaaltraject, 6.001 op het kusttraject, 21.221 op het riviertraject en 21.634 op het zeetraject. We stellen ondanks de pandemie dus slechts een lichte daling vast ten opzichte van het aantal loodsreizen in 2019 (59.644). De rol van een loods als nautisch expert is niet te onderschatten. Schepen worden steeds groter, langer en in 2020 ook dieper. Het agentschap en betrokken partners staan klaar om in 2021 proefvaarten te doen met schepen tot 16 meter diepgang naar de haven van Antwerpen.

Voor veilige en vlotte scheepvaart op de Westerschelde werken de bevoegde Vlaamse en Nederlandse overheden nauw samen onder het verdragsrechtelijk verankerd “Gemeenschappelijk Nautisch Beheer”. In 2021 viert de Schelderadarketen (SRK) haar dertigjarig jubileum. De 29 radartorens van de SRK zorgen voor de radarbeelden op basis waarvan verkeersleiders in 5 verkeerscentrales (Zeebrugge en Zandvliet in Vlaanderen, Vlissingen, Terneuzen en Hansweert in Nederland) het scheepvaartverkeer kunnen begeleiden aan wal.

Veiligheid op zee

In 2020 kwamen er 283 noodoproepen binnen bij het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende. Het MRCC coördineert alle (mogelijke) reddingsoperaties op zee en vanaf de waterlijn en zet daarbij zowel vliegende als varende eenheden in. Dit aantal is ook gedaald tegenover het vorige jaar, een grote factor is de corona-uitbraak met heel wat recreatieve beperkingen en bijvoorbeeld een tijdelijk verbod op pleziervaart.

MRCC

Meer dan 2 miljoen passagiers over water

Het agentschap zet via Vloot, ook heel wat diverse overheidsvaartuigen in. Naast vaartuigen voor beloodsingen, de ondersteuning van de kustwachtpartners, het onderhouden van de vaarwegmarkering, ter ondersteuning voor hydrografisch en zeewetenschappelijk onderzoek, verzorgt het agentschap 7 veerdiensten in Vlaanderen. Ondanks de bijzondere veiligheidsmaatregelen (tijdelijke onderbreking van toeristisch/recreatieve veren aan de kust, het veer tussen Bazel en Hemiksem en het Sint-Annaveer, alsook de capaciteitsbeperking) vervoerden de veren in 2020, 2.393.079 passagiers. Dit zijn ruim een miljoen minder passagiers dan in 2019 wat te verklaren is door de coronamaatregelen, veel meer telewerken, minder recreatieve verplaatsingen en de scholen die gedeeltelijk afstandsonderwijs inrichtten.

Het agentschap kon 2020 afsluiten met een opsteker want op 1 januari 2021 kwam DeWaterbus onder haar bevoegdheid. Dit is een belangrijke eerste stap om verder te investeren in personenmobiliteit over het water in Vlaanderen.

Samen tegen corona

Er werden het voorbije jaar grote inspanningen geleverd door alle 1.228 medewerkers van het agentschap om de werking te blijven garanderen. De nautische keten kon het voorbije jaar 100% operationeel blijven dankzij versterkte samenwerkingen waarin het agentschap MDK een spilfiguur mocht spelen. Minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Lydia Peeters gaf MDK in maart de opdracht om een grensoverschrijdende Taskforce Nautische Keten bij elkaar te roepen om te waken over de werking van de volledige nautische keten tijdens deze bijzonder uitdagende periode.

Deze taskforce bundelde de verschillende ketenpartners die nodig zijn om een schip vanop volle zee veilig tot aan de kade in elk van de havens in Vlaanderen te krijgen. De zeehavens zijn belangrijke schakels in onze economie. Medewerkers en partners in de nautische en logistieke keten vervullen dan ook een cruciale rol in de processen om voeding, medisch materiaal en essentiële producten naar de leveranciers en bevolking te krijgen. Het agentschap werkt hiervoor nog steeds nauw samen met De Vlaamse Waterweg, afdeling Maritieme Toegang van het departement Mobiliteit en Openbare Werken, Rijkswaterstaat (NL) en het Nederlands Loodswezen, de vier zeehavens: Port of Antwerp, North Sea Port, Port of Zeebrugge en Port of Oostende, én de verenigingen van havenloodsen en sleepbedrijven.

Blik vooruit op 2021

Het agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust blijft in het volgende jaar uiteraard ijveren voor veilig en vlot scheepvaartverkeer en een optimale nautische ketenwerking, personenmobiliteit over water en een performante kustbescherming. MDK zet verder in op innovatie en trekt waar mogelijk de duurzaamheidskaart: van groenere suppleties en baggerwerken, tot havenseinen en boeien met ledverlichting en elektrische veren. Het agentschap streeft daarnaast naar een versterkte en structurele samenwerking met haar stakeholders via het Raadgevend Comité dat voor het eerst zal samenkomen in 2021.

Onbemand peilen: hydrografie van de toekomst

Autonoom varen zit sinds een paar jaar in de lift. Ook ons agentschap  zet hier volop op in. In 2019 startten we een intern innovatieproject rond het thema van onbemand varen, met de focus op hydrografie. Projectleider Samuel Deleu van het team Vlaamse Hydrografie deed hiervoor een internationale bevraging met als einddoel in 2022 de eerste peilingen  met een eigen onbemand vaartuig te kunnen uitvoeren.

“Het einddoel van ons project is een eigen onbemand vaartuig kunnen inzetten om de zeebodem gedetailleerd op te meten of te peilen,” licht Samuel toe. “Een hydrografisch moederschip zou het Unmanned Surface Vehicle (USV) vervoeren en uitzetten op locatie om simultaan te peilen. Mogelijks bekijken we in een latere fase of de inzet van een USV vanuit de haven in volledige autonome modus haalbaar en interessant is.. Voor het zover is, moeten we uitzoeken welke verschillende innovaties operationeel en financieel mogelijk zijn.” 

Eerste stappen zijn al gezet

De eerste stappen richting peilen met een onbemand vaartuig zijn al gezet. Het team Vlaamse Hydrografie heeft sinds vorig jaar een klein Unmanned Surface Vehicle (USV), de Q-boat om stromingsmetingen uit te voeren in het Zwin. Daarnaast zal het team met de Q-boat singlebeam dieptemetingen uitvoeren in de Vlaamse kustjachthavens. Met zijn vrij kleine diepgang en zijn grote wendbaarheid is de Q-boat ideaal om gebieden met een lage waterstand of moeilijk bereikbare zones te peilen. Ook andere overheidsinstellingen tonen interesse in het gebruik van de Q-boat. “Dit jaar rustten we de Q-boat uit met een multibeam systeem. Voor het vervoer ervan en om het in het water te laten, lieten we een aanhangwagen op maat ontwerpen”, vertelt Samuel.

Onbemand peilen op zee

“Het belangrijkste werkterrein van het team Vlaamse Hydrografie is echter de Noordzee. De Q-boat is hiervoor niet geschikt,” legt Samuel uit. “Een onbemand vaartuig voor op zee moet aan bepaalde golfkrachten kunnen weerstaan enerzijds om de kwaliteit van de metingen te kunnen garanderen en anderzijds naar veiligheid toe. Het voorbije jaar deden we een uitgebreide marktverkenning. We bekeken alle USV’s die geschikt zijn voor de open zee. We beoordeelden de vaartuigen op een aantal criteria zoals rompvorm, materiaal, snelheid, grootte en gewicht, datakwaliteit, software, gebruikerservaringen, ondersteuning, veiligheid, het Launch and Recovery System (LARS of het systeem om het in en uit het water te hijsen), en de prijs,” verduidelijkt Samuel.

 “Tijdens de marktverkenning bleek dat de aanbieders voor een USV voor open zee niet zo talrijk zijn”, stelt Samuel. “De markt voor kleine USV’s voor inzet in beschutte gebieden is veel groter, op zee gelden natuurlijk heel andere omstandigheden waar we goed moeten over nadenken. Ook buitenlandse hydrografische diensten denken na over hoe ze USV’s gaan gebruiken in de toekomst. Bij het team Vlaamse Hydrografie is het echt de bedoeling om die dagdagelijks te kunnen inzetten.”

Dubbele winst

Het inzetten van USV’s zou een efficiëntieslag voor hydrografische activiteiten betekenen.

“Op die manier zouden we maximaal kunnen profiteren van dagen met goed ‘peilweer’,” oppert Samuel. “Je moet weten dat het voor een peiling op zee al snel slechte weerscondities zijn. Hoge golven zorgen ervoor dat we met de meetapparatuur geen kwaliteitsvolle metingen meer kunnen doen. Door op de dagen met goede weersomstandigheden te peilen met een USV én op hetzelfde moment met het moederschip, kunnen we een veel groter gebied in kaart brengen. Dat zou een enorme efficiëntiewinst opleveren.” 

Next steps

Op basis van de marktbevraging en de gebruikerservaring zal een eigen autonoom vaartuig aangekocht worden. In 2021 zet het projectteam hiervoor een bestek op de markt. “Wij hopen in 2022 de eerste testvaarten te kunnen doen met ons eigen autonoom vaartuig”, besluit Samuel. 

Nieuwe duurzame veerboten klaar voor vertrek naar Vlaamse thuishaven

Twee hypermoderne veerboten zijn zo goed als klaar om te vertrekken van de scheepswerf naar hun nieuwe thuishaven in Oostende en Antwerpen. Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) kijkt uit naar de komst van de nieuwe vaartuigen om de Vlaamse vloot verder te verduurzamen. Momenteel teistert de pandemie zowat elke sector en zorgen de beperkingen voor allerlei vertragingen. Zo ook bij Vloot die instaat voor de opvolging van de scheepsbouwprojecten binnen het agentschap MDK.

We moeten momenteel wachten tot het weer veilig is om naar de scheepswerf te kunnen afreizen om de laatste proeven uit te voeren zodat de nieuwe veerboten kunnen overvaren naar België,” duidt ir. Piet Leeuwerck, scheepsbouw en R&D manager bij Vloot. Deze laatste proeven dienen om alle systemen van de schepen te testen en zijn noodzakelijk om groen licht te geven aan de scheepswerf voor de overtocht. Door de huidige maatregelen in de strijd tegen het virus zijn de finale testen uitgesteld. “Wanneer de finale proeven zullen doorgaan, is voorlopig nog onduidelijk, maar we hopen natuurlijk dat dit zo snel mogelijk kan,” vult ir. Piet Leeuwerck aan.

Het is nog even spannend afwachten vooraleer deze twee duurzame veerboten te verwelkomen. Met een volledig elektrische veerboot voegt MDK een uiterst duurzaam exemplaar toe aan haar vloot. Een absolute primeur voor de locatie in Oostende is de ‘Raveel ontmoet Ensor’. Deze veerboot maakt gebruik van zeer innovatieve technieken. “Het veer vaart met een elektrisch voortstuwingssysteem dat half zo groot is als een dieselelektrisch voortstuwingssysteem dankzij de kleinere, zeer efficiënte en lichte elektromotoren. Enkel in geval van nood, bijvoorbeeld bij lange uitval van de walvoeding, zal het voorstuwingssysteem aangedreven worden door een dieselgenerator,” legt ir. Piet Leeuwerck uit. De veerboot zal opladen via een automatische lader. De laadtoren en pantograaf bevinden zich op het drijvend ponton aan de oosteroever. Ook de zonnepanelen die op het dak geïnstalleerd zijn, leveren voldoende energie om in de volledige energiebehoefte van het veer te voorzien met uitzondering van het voortstuwingssysteem.

De ‘Marnix Van Sint Aldegonde’ heeft Antwerpen als thuishaven. Ook dit veer is door de vele groene maatregelen een enorme toegevoegde waarde. “Deze veerboot beschikt over twee onafhankelijke voortstuwingseenheden. Dit maakt het mogelijk om in geval van nood met slechts één motor naar de kant te varen. Op het dak zijn er zonnepanelen geïnstalleerd die met een zonneladercontroller aangesloten zijn op het systeem voor een optimaal rendement.

De ‘Raveel ontmoet Ensor’ is ontworpen om 100 passagiers te kunnen overzetten, wat een verdubbeling is van de huidige capaciteit van de veerboten aan de kust. Het schip is 23 meter lang en 6,5 meter breed en kan een maximale snelheid halen van 16 km/u.
De ‘Marnix Van Sint Aldegonde’ is ontworpen om 200 passagiers te kunnen overzetten. De overzetboot is 30 meter lang en 9,5 meter breed en kan een maximale snelheid van 18 km/u halen.

Vogels tellen? Het gebeurt ook aan boord van de Simon Stevin!

Op zaterdag 30 en zondag 31 januari 2021 vindt het jaarlijkse Grote Vogelweekend van Natuurpunt plaats. Je kan zelf meehelpen door de vogels in je tuin te tellen. En nee, je hoeft helemaal geen vogelkenner te zijn. 

Niet alleen de tuin maar ook de Noordzee vormt een belangrijke biotoop voor vogels. Wist je dat het zeewetenschappelijk vaartuig Simon Stevin daarom maandelijks onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek aan boord ontvangt? Deze onderzoekers tellen zeevogels zoals alken, kleine mantelmeeuwen, visdieven en zeekoeten en migrerende landvogels zoals spreeuwen, ganzen, eenden, roofvogels en zelfs uilen! Ook andere zeezoogdieren komen in aanmerking zoals bruinvissen en zeehonden. Vaar in dit filmpje even mee met de Simon Stevin en spot een bultrug in de Noordzee!

Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) staat in voor de organisatie en de planning van alle zeewetenschappelijk onderzoek dat gebeurt met de Simon Stevin. Vloot, de rederij van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, zorgt voor het bemannen en bedrijfsklaar inzetten van het schip. Een sterke samenwerking die expertise, kennis en ondersteuning bundelt om onderzoek in de beste omstandigheden te laten plaatsvinden. 

Zelf aan de slag gaan in je tuin? Natuurpunt geeft enkele handige tips om vogels van elkaar te onderscheiden en om de meest voorkomende tuinvogels te herkennen. Alle info over Het Grote Vogelweekend vind je hier.

Nieuwe havensignalisatie kondigt einde werken Oostendse havengeul aan

Wie gaat wandelen langs de strekdammen in Oostende, zal getuige worden van een waar spektakel. MDK zal in samenwerking met onderaannemer Engie Solutions en Oostende, drie grote masten op de site omhoog hijsen. Het opleveren van deze masten vormt het sluitstuk van de werken aan de Oostendse havengeul.

Havensignalisatie

Het opstellen van de respectievelijke grijze, groene en rode mast, die instaan voor de havensignalisatie zullen voor heel wat bekijks zorgen. Dit staat de komende weken op het programma van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en onderaannemer Engie. De drie masten markeren de toegang van de haven voor schepen, waarbij links rood bakboord is en groen rechts stuurboord (vanuit zee gezien). Opvallend is ook dat niet enkel de seinlichten deze typische maritieme aanwijzingen zullen hebben, maar de masten zelf zullen ook volledig groen en rood zijn, een primeur aan onze kust. De masten zullen opgetrokken worden op het einde van de nieuwe strekdammen.

De groene mast werd deze ochtend geplaatst.


Groen licht

De Vlaamse regering heeft als operationele doelstelling vooropgesteld om duurzaam en innovatief aan te besteden en het energiegebruik in gebouwen en ook qua technische infrastructuur te doen dalen. Het resoluut kiezen voor een ledverlichting bij deze hernieuwde havensignalisatie, past in deze aanpak. Ledverlichting is niet enkel duurzamer, ook zijn deze lampen minder snel aan vervanging toe.

Deze lampen zorgen ook voor een betere zichtbaarheid ten behoeve van de scheepvaart en vergen quasi geen onderhoud.

Single Window For Inland Navigation vlot gestart

Het Single Window for Inland Navigation werd op 4 januari 2021 gelanceerd. Sindsdien worden de digitale meldingen van binnenvaartondernemers via dit slimme communicatieplatform gedeeld met alle vaarweg- en havenautoriteiten op de vaarroute. Het gebruik van het Single Window for Inland Navigation verloopt tot nu toe zeer vlot. Bedankt aan iedereen die digitaal meldt!

Opgelet digitale melders:

> Dien jouw melding in ruim vóór de start van je reis zodat de haven- en waterwegautoriteiten op jouw vaarroute de gegevens tijdig ontvangen.

> Voeg zeker routepunten toe om aan te geven via welk traject je vaart zodat de juiste autoriteiten je melding ontvangen.

> Omwille van lokale reglementeringen moet je je op sommige plaatsen nog via VHF identificeren en jouw reeds gemelde gegevens bevestigen. We werken er echter hard aan om ook die meldingen te vereenvoudigen of zelfs weg te werken.

Met het Single Window for Inland Navigation zorgen De Vlaamse Waterweg nv, Port of Antwerp, Port Oostende, Port of Zeebrugge, North Sea Port, agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en Gemeenschappelijk Nautisch Beheer voor meer veiligheid en een vereenvoudiging van de administratie in de binnenvaart.

Meer weten over dit innovatieve project? Ga naar www.swing-platform.be.

Eerste 100% duurzame zandsuppleties – primeur voor Vlaanderen

Op het strand van Raversijde start op 1 februari een onderhoudssuppletie. We brengen 500.000m³ extra zand aan om de bescherming tegen zware stormvloed weer op peil te brengen. Voor het eerst in ons land gebeurt dit op 100% duurzame wijze. Het materieel dat aannemer Jan De Nul inzet beantwoordt aan de strengste duurzaamheidsnormen.

Ons agentschap bevestigt met deze aanpak en de keuze voor Jan De Nul opnieuw hoe het een voortrekker is binnen de Vlaamse overheid om de reductiedoelstellingen voor België te halen.

Binnen de Vlaamse Klimaatstrategie 2050 streeft ons land een reductie van 85% van broeikasgasemmissie na in vergelijking met 2005.  

Als de maritieme overheidspartner willen we op alle mogelijke manieren inzetten op het beperken van onze milieu-impact. Bij de bestekken die we in de markt zetten, besteden we dan ook bijzondere aandacht aan milieucriteria. Dat leidt vandaag al tot concrete CO₂-reductie door de milieuvriendelijke uitvoering van de bagger- en suppletiewerken op basis van de initiatieven van de aannemers waarmee we samenwerken,” zegt administrateur-generaal Nathalie Balcaen. 

Voor de baggerwerken in Raversijde zet Jan De Nul Group in op duurzame brandstof. Het baggerschip Pedro Álvares Cabral zal tijdens de werken op 100% duurzame drop-in biobrandstof varen. Dat is een duurzame vervanger van fossiele diesel, gemaakt van oliën uit plantaardige afvalstromen en dus niet van voedselgewassen. ‘Drop-in’ houdt in dat motoren niet aangepast moeten worden om deze biobrandstof te kunnen gebruiken.  

Deze duurzame variant reduceert niet alleen de CO₂-uitstoot, er belandt ook fors minder fijnstof in de lucht. De verbranding gebeurt heel wat efficiënter dan de verbranding van conventionele diesel. Omdat drop-in biobrandstof afvalstromen als grondstof gebruikt, is het ook nog eens bevorderlijk voor de circulaire economie.  

Voor de grondwerken op het strand mobiliseert Jan De Nul de meest geavanceerde bulldozers en graafkranen, allemaal voorzien van uitlaatgasfiltersystemen. En het projectmanagementteam ter plaatse zal kunnen beschikken over de nieuwste generatie van ecologische werfkantoren, voorzien van goed isolerende materialen en een warmtepomp.

Lees hier het volledige persbericht.

De timing voor deze en andere onderhoudssuppleties dit jaar vind je hier.

Grote puzzel van helmgras om zandvangende capaciteit te meten

Op het strand op Oosteroever in Oostende staand sinds 2020 houten palen. Die bakenen een zone af om spontane duingroei alle kansen te geven. Om dat proces van duingroei te versnellen, planten we in één zone tussen de palen helmgras aan. De zone vormt meteen ook het terrein voor wetenschappelijk onderzoek van de KULeuven.

De zone met helmgras zal door de wind natuurlijk aangroeien met zand. Op termijn zal een duinstrook ontstaan die zorgt dat het zand op het strand blijft. Dat is een goede zaak voor de zeewering. We weten al dat helmgras een goede zandvanger is. Maar welke patroon van plantjes het beste werkt om zand vast te houden en zo de vorming van embryonale duinen te stimuleren is nog een vraagteken.

De KULeuven koppelde hier een masterproef aan. Jennifer Derijckere, masterstudente industrieel ingenieur aan de Brugse campus, zal gedurende zes maanden de impact van het helmgras op het strand onderzoeken. De proefopstelling bestaat uit zes verschillende vakken van elk 20 vierkante meter. In elk vak planten we het helmgras volgens een ander patroon.

De X-as is evenwijdig aan de Spinoladijk, de Y-as is loodrecht op de Spinoladijk.
Zone 1: zes plantjes per vierkante meter
Zone 2: negen plantjes per vierkante meter. Elke vierkante meter wordt grafisch nogmaals opgesplitst in vier vakken van een halve m². In drie vlakken komt telkens één plantje te staan, in het vierde vak komen zes plantjes. Bij de volgende vierkante meter wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak gevuld is.
Zone 3: negen plantjes per vierkante meter, telkens op een gelijke afstand van elkaar.
Zone 4: negen plantjes per vierkante meter, maar nu staan de rijen geschrankt ten opzichte van elkaar.
Zone 5: negen plantjes per vierkante meter in een random opstelling. Na de aanplant van de eerste m²  wordt het rooster een kwartslag gedraaid. Zo gaat het telkens verder tot het volledige vlak aangeplant is.
Zone 6: 15 plantjes per vierkante meter.

VERLOOP VAN HET ONDERZOEK

Eens de plantjes er staan is het tijd voor het effectieve onderzoek. De metingen gebeuren bij wind uit zee. Er komen dan bij elke zone zes zandvangers: twee vóór, twee in het midden en twee na de zone. Uit de zandvangers kan afgeleid worden hoeveel massa aan zand over een bepaalde afstand gedurende een bepaalde tijd is opgevangen.

Naast de zandvangers komen op drie verschillende hoogtes in de vegetatie windmeters: net boven het oppervlak, op de helft van de hoogte van de plant en boven de plant. De mate waarin de aanwezigheid van helm de windsnelheid beïnvloedt, speelt een cruciale rol in de duinaangroei, vooral in de beginfase. Daarom gebruikt Jennifer mobiele windmeters, die tijdens de ene meting tussen twee planten kunnen staan en tijdens een andere meting achter de plant.

Zowel de zandvangers als de windmeter worden op het einde van een meetdag weggehaald.

BUILDING WITH NATURE

Dit project past binnen een wereldwijde tendens om over te stappen naar een natuurlijkere manier van zeewering. Het Building with Nature principe maakt positief gebruik van de krachten van de natuur: de wind en de golven. Zo ontstaat een dynamische en veerkrachtige kust, die bestand is tegen stormen en klimaatwijziging. 

DeWaterbus, sinds 1 januari onder onze vleugels

Sinds begin januari vaart DeWaterbus met het nieuwe logo de Schelde op- en af. Op 1 januari 2021 droeg Havenschepen Annick De Ridder de geliefde veerdienst van Port of Antwerp contractueel over aan de goede zorgen van het Vlaams agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK).
Vorig jaar besliste de Vlaamse Regering al dat alle personenmobiliteit over water in Vlaanderen onder de bevoegdheid van het agentschap MDK zou vallen. Eind november kondigde de Vlaams minister bevoegd voor mobiliteit Lydia Peeters de overdracht aan. “Een nieuw jasje, maar verder blijft alles hetzelfde voor de gebruiker,” benadrukken de verschillende partijen.

Basisbereikbaarheid

Port of Antwerp droeg op 1 januari 2021 officieel DeWaterbus over aan MDK. Met deze overdracht werd uitvoering gegeven aan het besluit van de Vlaamse Regering dat alle persoonsgebonden watermobiliteit in Vlaanderen onderbrengt bij MDK. Havenschepen Annick De Ridder legt uit: “DeWaterbus heeft als initiatief van Port of Antwerp echt haar plaats gevonden in het woon-werkverkeer. De 1.417.269 passagiers zijn een bewijs van het succesverhaal dat we samen met uitbater Aqualiner hebben geschreven. We zijn dan ook blij dat het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust de toekomst van DeWaterbus voor de vele gebruikers verzekert.”

Drukke verbinding

Met het vooruitzicht van de nieuwe werken aan de Oosterweelverbinding in april 2021, is een vlotte verplaatsing over het water van uitermate groot belang, beklemtoont Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “We zijn erg blij dat we DeWaterbus onder onze vleugels kunnen brengen. Het agentschap MDK heeft alle nautische expertise in huis als maritiem agentschap en zal deze drukke verbinding over water garanderen, die voor tal van mensen dagelijks een cruciale schakel in hun woon-werkverkeer vormt. Samen met alle partijen gaan we voor een optimale service naar de gebruiker toe.”

Voor de gebruiker verandert niets            

Ook de CEO’s van Aqualiner, uitbaters van DeWaterbus, Gerbrand Schutten en Maurice Swets beklemtonen dat er voor de gebruiker niets verandert:
“Wij zien heel erg uit naar de samenwerking met het Vlaams agentschap MDK en zijn ervan overtuigd dat we een mooie toekomst op het water tegemoet gaan. In de eerste plaats willen we onze expertise op gebied van snelle openbaar vervoer veerverbindingen graag inbrengen voor heel Vlaanderen. Daarbij hebben we de afgelopen jaren veel onderzoek verricht en ervaring opgedaan in het verduurzamen van schepen, en dat is kennis die we uiteraard volop gaan delen met MDK en al onze varende collega’s. Immers; alleen door een intensieve samenwerking met alle betrokkenen, kunnen we succesvol zijn en de waterwegen nog beter benutten als alternatief voor het drukke wegennet. In dat verband willen we het Havenbedrijf Antwerpen overigens bijzonder hartelijk danken voor de zeer prettige samenwerking van de afgelopen jaren. Zonder hun planvisie en ondersteuning was het simpelweg nooit gelukt om van DeWaterbus zo’n succesvol mobiliteitsalternatief te maken!”.

Consulteer de dienstregeling hier: www.dewaterbus.be of www.agentschapmdk.be/DeWaterbus.

DeWaterbus in een nieuw jasje

LNG bunkeren op de Westerschelde

Primeur

Bunkeren betekent brandstof leveren aan vaartuigen. Dit gebeurt doorgaans in de zeehavens. In de scheepvaart is een overgang bezig naar schonere brandstoffen. Tot een paar jaar geleden werd er alleen met fossiele brandstoffen gevaren. Sinds een aantal jaren is Liquefied Natural Gas (LNG) ook beschikbaar voor zeeschepen.

In het gebied van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer (GNB) loopt nu een proefproject om LNG te bunkeren op ankerplaatsen op de Westerschelde. Dus op de rivier in plaats van in de haven, en dat is een primeur.

Omdat er geen ervaring is met LNG-bunkeren op stroom levert de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) een vergunning voor één jaar af. Na evaluatie van deze proef kan al dan niet doorgegaan worden met LNG bunkeren op de rivier.

Titan LNG heeft de aanvraag gedaan en de GNA heeft samen met de Veiligheidsregio Zeeland een advies opgesteld. De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart heeft dit advies goedgekeurd. Ook de gemeente Borssele is op de hoogte gebracht.

“We zijn klaar voor het LNG bunkeren op de rivier. Dit heeft voor het eerst succesvol plaatsgevonden op 30 december,” zegt Eric Adan van de GNA, “Het gebruik van LNG zorgt ervoor dat er geen uitstoot van zwaveloxiden (SOx ) is. Ook is er een grote vermindering van andere schadelijke stoffen, zoals stikstofoxiden (NOx). De vraag naar LNG-bunkering kwam van de markt. Tot nog toe ging het daar enkel om bunkeren van  fossiele brandstoffen vooraleer schepen hun reis vervolgen.”

bunkeren van LNG op de Westerschelde op 30/12/2020

Bijzondere voorwaarden

Bunkeren kan enkel op de ankerplaatsen ‘Charlie’ en ‘Delta’ van de Everingen onder de volgende voorwaarden:

  • Windkracht: max 6 bft;
  • Golfhoogte: max 1,2 m;
  • Het bunkerschip moet afgemeerd zijn met voldoende trossen en springen;
  • Veiligheidszone van 75 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarbinnen geen ander scheepvaartverkeer plaatsvindt;
  • Zone van 150 m rondom het bunkerschip en zeeschip waarin alle verkeer voorzichtig moet passeren.

Het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer is een verdragsrechtelijke samenwerking tussen de Vlaamse en de Nederlandse overheid en staat in voor veilig en vlot scheepvaartverkeer in het Scheldegebied.
Meer info: www.vts-scheldt.net