Raadgevend comité MDK komt voor de eerste keer samen

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) kan sinds vandaag beroep doen op een onafhankelijk adviesorgaan: het raadgevend comité. Dit overlegcomité zal een klankbord vormen voor het agentschap. Hierdoor kan MDK nog nauwer samenwerken met de stakeholders en op structurele basis advies van de partners verkrijgen.

Adviesorgaan

“Via de oprichting van dit overlegcomité kunnen bepaalde topics structureel besproken worden, in plaats van op een ‘ad hoc-basis’, dit biedt mogelijkheden. Het is positief dat het agentschap MDK op deze manier een klankbord krijgt om zo de optimalisatie van de dienstverlening te blijven garanderen,” zegt minister Lydia Peeters.
Het raadgevend comité kan op vraag van het agentschap niet enkel adviezen verlenen, maar ook zelf voorstellen formuleren aan het hoofd van het agentschap MDK, dit vanuit hun eigen expertise.

Samenstelling raadgevend comité

Het raadgevend comité van het agentschap MDK bestaat uit dertien leden. Deze werden benoemd door de bevoegde Vlaamse minister voor een periode van vier jaar. Wie erin zetelt, werd vastgelegd door een beslissing van de Vlaamse Regering. Het raadgevend comité bestaat uit volgende leden: Jacques Vandermeiren (Port of Antwerp), Tessy Vanhoenacker (GHA), Astrid Vliebergh (North Sea Port), Dirk Declerck (Port Ostend), Ghanima Van de Venne (Port of Zeebrugge), Katrien Moens (VegHO), Stefaan Hoppe (APZI), Annemie Vermeylen (OHV), Stephan Vanfraechem (Alfaport), Eddy Wouters (NAVES), Jan Blomme (Havencommissaris), Désirée Oen (EC) en voorzitter Isabelle Ryckbost (ESPO).

“Het is tweerichtingsverkeer, als raadgevend comité kunnen we niet alleen advies verlenen, we kunnen ook een initiator zijn en actief voorstellen doen. Er zit heel wat expertise vervat onder de leden, het raadgevend comité zal als een belangrijke partner fungeren voor het agentschap,” aldus de voorzitter van het raadgevend comité, Isabelle Ryckbost.    

Nieuwe ebbedeuren voor Mercatorsluis Oostende

Vanaf 1 maart vernieuwt het agentschap van Maritieme Dienstverlening en Kust de afwaartse ebbedeuren van de Mercatorsluis in Oostende, dat zijn de ebbedeuren richting zee. De sluis zal hierdoor gedurende 2 à 3 weken volledig gestremd zijn. Vaartuigen zullen in die periode enkel bij hoog water in en uit het dok kunnen varen. Doordat de werken buiten het vaarseizoen gebeuren blijft de hinder voor de pleziervaart beperkt.

De huidige ebbedeuren zijn aan vervanging toe. Er gaat te veel water door de deuren waardoor het dok niet meer op peil gehouden kan worden.

Op deze tekening kan je zien wat de ebbe- en vloeddeuren van een sluis zijn.

Duin voor dijk

Stormweer aan de kust zorgt in Raversijde vaak voor extreme zandoverlast op de kustbaan en de tramsporen. Een duin voor dijk moet daar een structurele oplossing vormen. Ons agentschap en stad Oostende starten in maart met de aanleg ervan.

Ons land heeft een zandige kust. Het strand zorgt voor een natuurlijke bescherming tegen overstromingen. Tegelijkertijd is er zo ruimte voor recreatie en natuur. Wind zorgt ervoor dat het zand beweegt, van west naar oost langs de kust maar ook landinwaarts. Zand dat zich richting het land beweegt kan duinen gaan vormen, wat opnieuw goed is voor de bescherming tegen overstromingen. Waar er geen duinen zijn, maar waar bijvoorbeeld dijken de bescherming vormen, kan het zand voor overlast zorgen bij hevige storm.

Vooral in Raversijde kost het jaarlijks heel wat inspanningen om de kustbaan en de tramsporen vrij te maken van overgewaaid zand. De betonnen muurtjes die nu al op de zeedijk staan, houden een deel van het opwaaiend zand tegen maar zijn onvoldoende bij hevige storm.

Een duin voor dijk moet er in de toekomst meer zand vasthouden op het strand bij stormweer en hevige wind. Tegelijk zal de groeiende duin hier zorgen voor meer gevarieerde natuur en betere bescherming tegen overstromingen. Over een lengte van ongeveer 700 meter planten we voor de dijk verschillende vakken van 10 maal 10 meter aan met rijshouthagen en helmgras.

Proefproject

De vakken met helmgras zullen door de wind natuurlijk aangroeien met zand waardoor op termijn een duinstrook ontstaat. Dit zorgt ervoor dat het zand op het strand blijft, wat een goede zaak is voor de zeewering. De zone met de duin voor dijk is voor het agentschap MDK en Stad Oostende tegelijkertijd ook een proefproject.

“ In eerste instantie willen we nagaan in welke mate de duinenstrook zand kan opvangen. We weten dat er een groot potentieel is om het zand op te vangen maar concrete cijfers ontbreken. Graag zouden we in de vakken experimenteren met verschillende samenstellingen” vertelt projectingenieur Daphné Thoon. “Variatie brengen in de hoogte of dichtheid van de rijshouthagen of in de dichtheid van het helmgras kan ons meer informatie geven over de ideale aanlegmethode van het duin. Samen met de academische wereld zullen we met dit proefproject lessen trekken op vlak van zandtransport en de natuurontwikkeling zodat we deze oplossing in de toekomst ook kunnen toepassen in andere zones langs onze kust .”

De aanplant van het helmgras start op 1 maart en moet tegen eind maart afgewerkt zijn. De aangeplante vakken zullen nog niet meteen hun volledige zandvangende capaciteit hebben. Tussen de dijk en de vakken met helmgras zal daarom een geul van ongeveer één meter diep dienen als eerste zandvang.

Nieuwe vloer op de zeedijk

Tegelijkertijd met de duin voor dijk vernieuwen we ook de zeedijkvloer tussen de Westlaan en de Diksmuidestraat. De betonnen new jerseys die al aanwezig zijn op de zeedijk plaatsen we na de heraanleg van de vloer terug. Waar er nog geen new jerseys staan, plaatsen we nieuwe. Die moeten verhinderen dat er zand doorwaait op de sporen en de kustbaan. Ze vormen meteen ook een veilige afscheiding tussen de gebruikers van de zeedijk en de tramsporen. Na de paasvakantie starten we aan het stuk tussen de Westlaan tot aan de Dorpstraat. Na de zomervakantie is het de beurt aan de zone tussen de Dorpstraat en de Diksmuidestraat. Voor wandelaars en fietsers zal een omleiding voorzien zijn.

Project met Europese steun

Het project in Raversijde is een proefproject binnen het Interreg Project SARCC – Sustainable and Resilient Coastal Cities. De projectpartners gaan hier op zoek naar natuurgebaseerde oplossingen (nature based solutions) om schade veroorzaakt door overstromingen aan de kust te voorkomen. Zowel het agentschap MDK als stad Oostende zijn partner in het Europees project.

Suppletie Duinbergen vroeger van start

Onder een stralende lentezon en met heel wat kijklustigen is gisteren een week vroeger dan gepland de strandsuppletie in Duinbergen gestart. Tot aan de Paasvakantie brengt het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust ruim 900.000m³ zand aan op het strand tussen de Parkstraat en de Zeerobbenlaan.

Vanuit de haven van Zeebrugge loopt een persleiding over het hele strand rond de Baai van Heist tot net voorbij Duin 45. Hier is aannemer Jan De Nul gisteren gestart met opspuiten. De werken zullen stelselmatig opschuiven tot net voorbij de Zeerobbenlaan.

De sleephopperzuiger Pedro Álvares Cabral spuit vanuit de haven zand via de persleiding op het strand. Doordat het schip vanuit de haven kan werken zijn de werken minder afhankelijk van het getij en kan de suppletie vlugger en vlotter verlopen.

Waarom suppleren we?

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert afdeling Kust sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaan we uit van het principe “zacht waar het kan, hard waar het moet”. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Zandsuppleties blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing.

Om ervoor te zorgen dat het veiligheidsniveau behouden wordt, namelijk bescherming bieden tegen een 1000-jarige stormvloed, zijn regelmatig onderhoudssuppleties nodig.

Werken Havenstraat – Franchommelaan in Blankenberge

In september 2020 startte het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) aan de noodzakelijke maatregelen om Blankenberge en het achterland te beschermen tegen zware stormvloeden. Bij de bouw van de nieuwe kaaimuren in de Franchommelaan en de Havenstraat werden we in het najaar vorig jaar geconfronteerd met onvoorziene omstandigheden. Hierdoor lagen de werken noodgedwongen een hele periode stil. Dat betekent ook dat de voorziene einddatum van juni 2021 niet meer haalbaar is en februari 2022 wordt. Het goede nieuws is dat de aannemer na bijkomend onderzoek begin dit jaar de werken opnieuw heeft kunnen aanvatten. 

Aanpassing aan ontwerp

“Zowel in de Franchommelaan als in de Havenstraat stelden we een probleem vast met het aanvulzand achter de damwanden”, vertelt projectingenieur Niels Vanmassenhove.“Daarom werd beslist om eerst nog extra grond op te voeren vooraleer de verharding aan te brengen. Zo kan de verharding in de toekomst niet verzakken.”
Bij het plaatsen van de damwand zelf in de Havenstraat botste de aannemer op een tweede probleem. De grondlagen in het water blijken grote afwijkingen te vertonen ten opzichte van de grondlagen op het land. Om later stabiliteitsproblemen aan de kaaimuur te voorkomen, moet de damwand er terug uit en is een aanpassing aan het ontwerp nodig. De damwand moet langer worden, zodat hij dieper in de grond kan. Hetzelfde moet gebeuren met de ankerwand aan de voorzijde van het windscherm. Voor die ankerwand is bovendien extra verankering nodig.

Impact

  • De einddatum van de werken verschuift van juni 2021 naar februari 2022
  • We onderzoeken momenteel om in de zomervakantie, behalve tijdens het bouwverlof, enkele geluidsarme activiteiten uit te kunnen voeren maar dat staat nog niet vast.
  • In de zomervakantie zullen de parkeerplaatsen aan de Barcadère en de Havenstraat niet beschikbaar zijn. Het Lokaal Bestuur zoekt momenteel naar een alternatief.
  • De Havenstraat blijft volledig afgesloten. Voetgangers kunnen door het Leopoldpark tot in de Franchommelaan of zeedijk. Fietsers en auto’s dienen de aangeduide omleidingsroute te volgen.
  • Voor de jachtclubs voorzien we in het voorjaar tijdelijke steigers zodat zij toch van het vaarseizoen kunnen genieten.
  • Van 22/2/2021 tot 26/2/2021 moeten er palen in de bodem geklopt worden. Dit zal heel wat geluidshinder met zich meebrengen. Het inkloppen gebeurt telkens van 9u tot 17u.

Desondanks deze vertraging, zet het agentschap MDK zich volop in om aan veilig en mooi Blankenberge te werken.

Meer info over het project vind je hier.

Elektrisch veer als duurzaam baken op de Schelde

Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) start met de uitvoering van het project om een tweede elektrische veerboot toe te voegen aan de Vlaamse vloot. Deze keer krijgt de nieuwe veerboot ‘Antwerpen’ als thuishaven. “Een sterk staaltje technologie en opnieuw enkele stappen richting een groenere toekomst voor personenmobiliteit in Vlaanderen,” aldus Vlaams minister voor Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters.

Dat personenmobiliteit via het water aan belang wint, is al langer duidelijk. We staan met z’n allen veel te vaak in de file, terwijl er mooie alternatieven zijn om de bestemming te bereiken. MDK zet jaarlijks heel wat passagiers over, waarvan een groot deel puur woon-werkverkeer is. “Zeker als we naar de regio rond Antwerpen kijken, zien we dat veel mensen kiezen voor het veer in het kader van hun woon-werk- of woon-schoolverplaatsing,” duidt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van MDK. “Duurzame mobiliteit is dan ook de toekomst waar we met ons agentschap ten volle in willen investeren.

Veerdiensten zijn belangrijke schakels in onze mobiliteit. Door gericht te investeren, verhogen we niet alleen de kwaliteit van de dienstverlening voor de gebruikers, maar dragen we ook bij aan een kwalitatieve omgeving,” duidt minister Lydia Peeters. “Met een investering van 5,4 miljoen euro in een elektrisch veer, zetten we weer enkele stappen om een groenere toekomst te realiseren.

Vloot, afdeling van het agentschap MDK, volgt de scheepsbouwprojecten op. Het elektrisch veer zal 150 passagiers kunnen overzetten en daarnaast ruimte bieden voor 75 fietsen. Voor Vloot zal dit het tweede elektrische exemplaar zijn, maar de eerste op de Schelde. De veerboot zal uitgerust zijn met de modernste technologie. Zo is LED-verlichting de norm, zullen zonnepanelen voorzien zijn en werken de elektrische motoren als prime-movers voor het schip. “Wanneer we de veerboot exact zullen zien varen op de Schelde, is nog te vroeg om te zeggen. We verwachten dit schip ergens in het najaar van 2022,” vult Nathalie Balcaen aan.

Het elektrisch veer voor de Schelde is één van de twee nieuwe veerboten voor deze regio aangekondigd door MDK en het tweede elektrisch vaartuig dat zal ingezet worden voor personenmobiliteit in Vlaanderen.  

Semiautonome vaart op traject tussen Zeebrugge en Antwerpen

Op 15 februari zijn de eerste vaarten gestart met een op afstand bestuurd schip tussen de haven van Zeebrugge en de haven van Antwerpen.

Seafar, Citymesh en het schip Deseo zetten de eerste stappen om een geautomatiseerd binnenschip in te zetten tussen de havens van Zeebrugge en Antwerpen. Ook ons agentschap ondersteunt dit project. Vlaanderen heeft de ambitie uitgesproken om pionier te zijn in innovaties op de waterweg. Dit project sluit perfect aan bij de toekomstvisie van deze regio.

Proefproject

Seafar ontwikkelde de technologie om geautomatiseerde schepen vanuit een gecentraliseerd controlecentrum aan te sturen. De operatoren in dit centrum hebben een reeks van hoogtechnologische systemen op basis van artificiële intelligentie, sensorfusie en objectdetectie ter beschikking om een veilige navigatie te garanderen.

Seafar wil geautomatiseerde en autonome vaart mogelijk maken door de operaties van het schip vanuit een Shore Control Center op te volgen en waar nodig door menselijke tussenkomst in te grijpen. Het resultaat is een graad van veiligheid evenwaardig aan conventionele vaart.

Filmpje van Seafar over de semiautonome vaart

Communicatie: betrouwbaar en stabiel

Citymesh zorgt voor een betrouwbare en stabiele communicatieverbinding tussen het schip en het Shore Control Center, met behulp van een hybride wifi-netwerk, privé LTE/5G en een openbaar 4G-netwerk. Zo blijft het semi-autonome schip overal op het water geconnecteerd.

Op deze manier kan dit project aantonen dat een schip, ondersteund door een controlecentrum aan de wal, kan navigeren met een beperkte bemanning. Varen met een gereduceerde bemanning met ondersteuning van een SCC (Shore Control Center) is de eerste stap naar autonome vaart.

Vergunning verleend: veiligheid voorop

In samenwerking met Departement MOW, de Vlaamse Waterweg, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het loket Smart Shipping van RWS heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit een vergunning verleend om de technologie en processen te testen.

“Om de veiligheid voor alle vaarweggebruikers te garanderen, zijn de voorwaarden voor zo’n testvaart uitgewerkt,“ zegt Rebecca Andries van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. “Zo vaart een ervaren bemanning mee die de controle meteen kan overnemen als dat nodig is. De Westerschelde is één van de drukst bevaren rivieren ter wereld, de veiligheid primeert.”

Impact

De samenwerking heeft als doel om de mogelijkheden rond geautomatiseerd varen te valideren, alsook de overheden te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe navigatie methoden.

Het geautomatiseerd varen biedt een oplossing aan het groeiende bemanningsprobleem, en biedt de mogelijkheid om de competitiviteit van het watergebonden transport te vergroten. Eveneens is het project een voorbereiding op de ontwikkeling van een nieuwe generatie, geautomatiseerde en groene schepen.

Vlaams Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Innovaties met betrekking tot automatisering in de binnenvaart helpen de sector vooruit en we willen hier met Vlaanderen een voortrekkersrol in opnemen. Het project geautomatiseerd varen biedt namelijk een antwoord op de mobiliteitsuitdagingen van de toekomst. Het sterkt onze maatschappij om op zo’n een vooruitstrevende manier te digitaliseren en te innoveren.“

Het proefproject met de ‘Deseo’ krijgt de steun van de Blauwe Cluster, het Agentschap Innoveren & Ondernemen, het departement MOW en Rijkswaterstaat.

Goed rapport van EMSA

Bij een ongeval of een andere gevaarlijke voorval op zee is een snelle reactie van de autoriteiten cruciaal. De correcte uitwisseling van informatie speelt hierbij een essentiële rol.

Na het ongeval met de tanker Erika (1999, Frankrijk) en de Prestige (2002, Galicië) vaardigde de Europese Unie verschillende richtlijnen uit ter preventie van ongevallen en vervuiling op zee. SafeSeaNet werd hiervoor opgezet. Het is een Europees maritiem informatienetwerk en wisselt geharmoniseerde en gestandaardiseerde info uit.

Traffic Density Map.

Scheepvaartbegeleiding als Nationale Competente Autoriteit (NCA)

Alle Europese lidstaten zijn verplicht een nationaal SafeSeaNet-systeem in te richten. Voor België neemt afd. Scheepvaartbegeleiding deze rol op als Nationale Competente Autoriteit voor SafeSeaNet. Hiervoor hebben we het SafeSeaBEL-systeem opgezet om de nodige informatie automatisch aan te leveren aan het Europese SafeSeaNet. Naast het beheer van SafeSeaBEL stemmen we ook af met de gebruikers en verstrekkers van de gegevens.

Scheepvaartbegeleiding is op Belgisch niveau aanspreekpunt om deze datakwaliteit te bewaken. Via steekproeven kijken we of de nodige informatie correct en tijdig wordt aangeleverd. Op Europees niveau voert EMSA geregeld steekproeven uit.  

Begin 2021 gaf  EMSA voor België een rapport uit waarbij ze nagaan hoe België voldoet aan de verschillende criteria. Hierbij is nogmaals bevestigd dat onze datakwaliteit op een hoog niveau blijft.

Juiste, volledige en tijdige data

De gegevens in SafeSeaNet zijn afkomstig van kapiteins, rederijen, agenten en de havenkapiteinsdiensten in de Belgische zeehavens en op de binnenwateren. Dit is verplicht voor elke reis van een zeeschip. Hierbij is juistheid, volledigheid en tijdigheid van belang. Dankzij de inzet van al deze actoren zorgen we er samen voor dat de kwaliteit van de aangeleverde data op een hoog niveau blijft staan.

Start suppletiewerken in Bredene 

Op het strand van Bredene voert DC Industrial (DCI) binnenkort alle materiaal aan voor een onderhoudssuppletie. In opdracht van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) zal vanaf 15 februari zo’n 350.000m³ zand aangevoerd worden. Dit is nodig om de kustlijn tussen Bredene en de Vosseslag te beschermen tegen het geweld van de zee.

350 000 m³ zand als onderhoudssuppletie 

Begin volgende week starten de voorbereidende werken voor de zandopspuitingen. De aanvoer van de persleidingen en ander materiaal zal voornamelijk via Oosteroever in Oostende verlopen.  Vanaf 15 februari tot aan de paasvakantie zal  aannemer DCI in opdracht van MDK extra zand  aanbrengen op het strand, iets minder dan 350.000m³ om precies te zijn.  Het gaat om een onderhoudssuppletie, zodat het veiligheidsniveau om ons te beschermen tegen zeer zware stormvloed in deze zone en de robuustheid van de duinengordel behouden blijft. De suppletie start ter hoogte van strandpost 6 (Bredene Hippodroom) richting strandpost 3.  

De aanvoer van het zand gebeurt met twee sleephopperzuigers. Deze kunnen enkel aankoppelen aan de zinkerleiding op het strand rond hoog water. Om gebruik te maken van beide hoogwaters op een dag, wordt er dag en nacht gewerkt. De planning van de werken is daarnaast ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Tegen de start van de paasvakantie zouden de werken klaar moeten zijn.  

‘Zacht waar het kan, hard waar het moet’ 

Om onze kust te beschermen tegen overstromingen voert MDK sinds 2011 de maatregelen uit het Masterplan Kustveiligheid uit. Bij de uitvoering gaat MDK uit van het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’. Dat wil zeggen dat we waar het aangewezen is, een hoger en breder strand creëren door extra zand aan te voeren op het strand. Het technische team en de ingenieurs brengen de meest kwetsbare zones in kaart door het strandpeil op frequente tijdstippen te meten.  

Zandopspuitingen blijven nog steeds de meest effectieve maatregel om ons te beschermen tegen overstromingen vanuit zee, ook al vragen ze regelmatig onderhoud. Een breed en hoog strand zorgt ervoor dat de golven gebroken worden en dat ze hun energie verliezen vóór ze schade kunnen toebrengen aan de zeedijk en de bebouwing. Bovendien creëren we met suppleties een natuurlijke omgeving waar naast de mens ook planten en dieren hun plaats kunnen hebben.