In gesprek met Scheepsbouw – R&D Manager, Piet Leeuwerck


Tijdens de week van de ingenieur gingen wij op zoek naar enkele ingenieurs binnen ons agentschap. Maak kennis met Piet Leeuwerck, burgerlijk ingenieur van opleiding. Hij is Scheepsbouw – R&D Manager bij Vloot. Wij zochten uit wat dat precies inhoudt.



Sinds wanneer werk je voor MDK?

In juli 2002 begon ik aan mijn carrière bij de overheid.  Ik reageerde op een advertentie in Jobat. Ze zochten een scheepsbouwkundig ingenieur met minimum 6 jaar relevante ervaring in studiebureaus en op scheepswerven.  Ik was verkocht van zodra ik het Zeewezengebouw in Oostende binnengestapt kwam, het uitzicht op de havengeul van Oostende en de prachtige Raveelschilderingen in het gebouw.

Welk ‘soort’ ingenieur ben je: industrieel, handels, bio, burgerlijk?

Ik ben burgerlijk ingenieur van opleiding. Ik studeerde eerst vijf jaar Burgerlijk Ingenieur Bouwkunde en daarna nog twee jaar Scheepsbouwkunde.

Na mijn studies werkte ik eerst als assistent aan de universiteit van Luik.  Daarna kwam ik op de scheepswerf Béliard Polyship in Oostende terecht.

Mijn vader was ingenieur-architect en was mijn grote voorbeeld.
Het ingenieursfacet van de job vond ik altijd al boeiend. Ik was altijd al aangetrokken door de zee en schepen. De zee staat voor mij symbool voor de natuur in alle facetten: schoonheid, rust, maar ook kracht en geweld.

Ik herinner mij nog goed de beelden van de schipbreuk van de Torrey Canyon, een grote tanker die in twee brak. Als ingenieur kunnen we de grenzen altijd een beetje verleggen door ervoor te zorgen dat vaartuigen beter bestand zijn tegen dat geweld van de zee. Maar uiteindelijk zal de zee altijd het laatste woord hebben en daar moet men zich echt van bewust zijn.

Kan je kort je job omschrijven?

Ik sta in voor het overzien van de bouw van onze vaartuigen van A tot Z.
De A staat dan voor het uitschrijven van een goed bestek, waarbij we bepaalde performanties eisen. Dat gaat van het gedrag van het vaartuig in zeegang, over het geluidsniveau aan boord tot een laag energieverbruik. Een goed bestek vraagt een zware inspanning, maar we verwachten dan ook dat onze leveranciers topkwaliteit leveren. Door mijn ervaring op een scheepswerf, wist ik waar de pijnpunten in bestekken lagen. Toen ik bij Vloot aan de slag ging heb ik werk gemaakt van een nieuwe manier van bestekken opmaken waarbij de focus ligt op performantie.
De Z staat dan voor de definitieve oplevering.

Maar tussen de A en Z zijn er nog vele stappen.
En die weg bewandel ik niet alleen.  Ik laat mij ondersteunen door mijn management assistente, de superintendents, nautisch personeel en het juridisch team.  Een ploeg met toffe en competente collega’s!

Eens de bouw van start gaat, doe ik regelmatig werfbezoeken. Voor de detailinspecties gaan in latere fases ook technische en nautische mensen mee.  Tijdens die werfbezoeken kunnen we snel problemen detecteren en samen met de scheepswerf naar een oplossing zoeken.

Eens de vaartuigen geleverd zijn, vindt de voorlopige oplevering plaats. Dan gebeuren de laatste checks en inspecties, met het afleveren van de nodige certificaten.  De complete bemanning maakt dan voor het eerst kennis met het nieuwe vaartuig en krijgt de nodige opleidingen.  Het duurt dan nog twee jaar vooraleer het vaartuig definitief is opgeleverd.

In mijn volledige carrière bij Vloot volgde ik een veertigtal nieuwbouwprojecten en twee renovatieprojecten van de Mercator op voor MDK.

Wat vind je leuk aan je job?

Elk nieuw project is een nieuwe uitdaging. We zoeken altijd naar betere systemen, bijvoorbeeld op vlak van milieu en duurzaamheid.  Ik ben ook blij dat we als overheid voor nieuwe technologieën mogen kiezen. Ik zit op de eerste rij om de evolutie van deze technologieën op een scheepswerf mee te volgen.

Voor het toekomstige elektrische veer “Raveel Ontmoet Ensor” ligt de uitdaging erin om materiaal aan boord te brengen dat bestand is tegen zeewater.  Je kan niet zomaar iedere elektronica gebruiken in deze omstandigheden. Dat vraagt het nodige onderzoek.

Wat ik ook fijn vind, is dat mijn job absoluut geen one man show is.
Een nieuwbouwproject is het werk van een volledig team. Ik raadpleeg heel wat mensen bij het begin van een nieuw project.  We vertrekken met een sneuvelnota.  Dat zijn de krijtlijnen van wat een vaartuig zeker moet kunnen.  Deze nota bespreken we met de directie, met de operationele directeur, met de technische mensen en eventueel met klanten.  Daarna stel ik een bestek op.  Dat wordt opnieuw besproken met de belanghebbenden vooraleer het op de markt gezet wordt.

Ik geef trouwens gastcolleges voor studenten en geef altijd mee dat de Vlaamse overheid echt wel een boeiende werkgever is.  In het kader van de voorbeeldfunctie van de overheid moeten we durven innoveren en op de kar van nieuwe technologieën springen.  Alternatieve en milieuvriendelijke energiebronnen aan boord van onze schepen toepassen, is daar een voorbeeld van.  De evolutie zien van denkwerk naar fysische werken en verwezenlijkingen die een meerwaarde bieden voor onze maatschappij, dat vind ik super.

Op welk project uit je carrière ben je het meest trots?

Moeilijke vraag!  Ik ben gepassioneerd door mijn werk en ben trots op alle projecten die ik overzag. Maar als ik er eentje moet kiezen, dan is het wel de legendarische dame die we in een nieuw kleedje gestoken hebben, de renovatie van de Mercator.

Dankzij de toepassing van het Handvest van Barcelona konden we bij de renovatie moderne technologieën toepassen, en tegelijkertijd ervoor zorgen dat het schip er hetzelfde uitzag als vroeger.  Bepaalde materialen kun je nu niet meer gebruiken, zoals henneptouw bijvoorbeeld, gezien het permanente onderhoud die dit vergt.  Dan moet je dus op zoek naar een alternatief dat duurzamer is maar toch dezelfde uitstraling heeft als vroeger.  Voor de schilderwerken van de romp hebben we verf gehanteerd die gebruikt wordt bij ijsbrekers. Heel duurzaam dus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *