Grootste containerschip HMM Algeciras naar haven Antwerpen

Het grootste containerschip ter wereld vaart op 11 juni naar de haven van Antwerpen. De HMM Algeciras, het eerste schip van deze serie, wordt rond 13:00 bij de loodskruispost Steenbank verwacht. Twee zeeloodsen doen het traject van de Steenbank naar Vlissingen Rede en van Vlissingen Rede tot aan de Noordzee Terminal in Antwerpen varen twee rivierloodsen mee.

Conform de Gezamenlijke Bekendmaking heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit alle scheepsdata van het schip opgevraagd en besproken met zowel het Nederlandse als het Vlaamse loodswezen en het Waterbouwkundig Laboratorium.

Deze instanties zijn samen tot de conclusie gekomen dat ze de HMM Algeciras kunnen toestaan op- en af te varen zonder bijkomend simulatoronderzoek in het Waterbouwkundig Labo omdat het in grote mate overeenkomt met de al op Antwerpen varende schepen met dezelfde afmetingen. De reis  van 11 juni (en de terugreis op 13 juni) is een proefvaart naar en van Antwerpen.

Vanuit de verkeerscentrales zal dit schip ook Vessel Traffic Services krijgen.

Na deze proefreis zal een evaluatie plaatsvinden of deze voorwaarden voldoende zijn of dat er eventueel bijkomende voorwaarden moeten gesteld worden voor dit scheepstype.

Op de MDK-instagram zullen we foto’s posten van dit schip!

Tien VTS-verkeersleiders brengen opleiding tot een goed eind.

De voorbije weken beëindigden tien collega’s van afd. Scheepvaartbegeleiding met succes hun opleidingsperiode tot VTS-verkeersleider. In september ’19 startten ze met hun basisopleiding waarin nautische kennis, wetgeving, apparatuur, verkeersbeheer, communicatie en simulatortraining aan bod kwamen.

Vanaf december begon het regio-specifieke luik van hun training dat zich toespitste op lokale reglementen, regiokennis, On-the-Job-Training, specifieke simulatortraining en diverse werkbezoeken, waaronder loodsvergezelreizen in het eigen werkingsgebied.

“Door COVID-19 kwamen de laatste weken van hun opleiding in moeilijk vaarwater terecht, maar door extra inspanningen en door te focussen op de essentiële opleidingsmodules kwam hun inzetbaarheid niet in het gedrang”, volgens Stefaan Priem, hoofd Opleidingen.
De administrateur-generaal van MDK en het afdelingshoofd Scheepvaartbegeleiding konden dan ook voor alle tien de nodige certificaten toekennen. We wensen hen alle succes in hun verdere loopbaan binnen ons agentschap en zijn opgetogen dat de nautische keten verder verzekerd wordt, mede door hun inspanningen.

Naar een waarschuwingssysteem voor schuim in de branding.

Schuim in Scheveningen gevolg van veel algen en harde noordenwind.

Het metershoge schuim tijdens het fatale ongeluk van vijf watersporters op 11 mei in het Nederlandse Scheveningen was zeer waarschijnlijk ontstaan door een uitzonderlijke combinatie van veel algenresten en een voor dit jaargetijde ongebruikelijk harde wind uit het noord-noordoosten. Dat concluderen Nederlandse en Belgische onderzoekers van verschillende organisaties in een rapport over de oorzaak van de schuimvorming. De auteurs hebben zich moeten beperken tot conclusies die op dit moment het meest redelijk lijken en de beschikbare data zullen nog verder worden geanalyseerd. De onderzoekers adviseren om nu vooral voorlichting te geven aan watersporters en kustwachtpartners, omdat het ontwikkelen van een adequaat geautomatiseerd waarschuwingssysteem tijd zal kosten.

Reconstructie van de laatste vier dagen

Op maandag 11 mei kwamen vijf watersporters jammerlijk om het leven voor de kust van Scheveningen in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Om inzicht te krijgen in de omstandigheden waarin het ongeval plaatsvond sloegen onderzoekers van allerhande disciplines de handen in elkaar. In hun rapport schetsen ze het meest aannemelijke scenario op de dag van het gebeuren.

Uit de reconstructie van de beschikbare data blijkt dat een samenloop van weersomstandigheden vanaf eind april heeft geleid tot de grote hoeveelheid schuim die op die dag was opgehoopt in de hoek van het Noordelijk Havenhoofd en het strand van Scheveningen. Meest waarschijnlijk is dat in de voorafgaande periode veel zon eerst zorgde voor de groei van uitzonderlijk veel schuimalgen in zee. Rond 10 mei was de bloei aan het afnemen, onder meer door verminderd licht door bewolking en meer menging door de toenemende golfhoogte. Daardoor kwamen de algenresten vrij in zee. Op maandag 11 mei stond de noord-noordoostenwind min of meer parallel aan de kust en had aan het begin van de middag kracht 7 Beaufort. De wind dreef het gevormde schuim vervolgens naar het zuiden, waardoor het zich ophoopte tegen obstakels die dwars op het strand in zee steken, zoals het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen.

Kolonievormende algen

Algenonderzoeker Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) coördineerde dit onderzoek en licht toe hoe er begin mei zoveel algen in het zeewater aanwezig konden zijn. “Deze soort algen met de wetenschappelijke naam Phaeocystis globosa kan in zee leven als solitaire cellen of in kolonies. In kolonies worden de cellen bij elkaar gehouden door een slijmachtige beschermende matrix en kan de schuimalg snel in biomassa toenemen.”

Om deze kolonies te kunnen vormen hebben de algen veel licht en een ruime aanvoer van de voedingsstoffen stikstof en fosfaat nodig. Begin mei waren de omstandigheden daarvoor goed en bereikten de algenkolonies een zeer grote biomassa. Bij een tekort aan licht en een sterkere menging vallen de kolonies echter weer uiteen. Philippart: “De bewolking van zondag 10 mei triggerde waarschijnlijk het uiteenvallen van de kolonies tot losse, solitaire cellen. Hierbij kwamen de suikerachtige overblijfselen van de matrix in zee terecht, en door infecties met virussen kwamen ook de eiwitten uit de cellen vrij in het water. Wanneer eiwitten en suikers samen door wind- en golfwerking worden opgeklopt, dan krijg je schuim.”

Satellietbeelden onthullen algenbloei en schuimpatronen

Het team voor Remote Sensing en Ecosysteemmonitoring (REMSEM) van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) heeft een uitgebreide expertise in het gebruik van instrumenten voor teledetectie, en analyseerde en interpreteerde een combinatie van beelden van de Sentinel-2 en Sentinel-3 satellieten uit de periode voor het tragische ongeluk. Dimitry Van der Zande besluit dat deze bruikbaar zijn voor de observatie van algenbiomassa en schuim in het zeewater: “Een tijdsreeks van Sentinel-3-beelden met een ruimtelijke nauwkeurigheid van 300m toont eind april 2020 een sterke algenbloei in de nabijheid van Scheveningen en langs de kust van Zuid-Holland. Begin mei waren dichtbij de kust nog steeds hoge concentraties meetbaar. Op de hoge resolutie Sentinel-2-beelden, die een detail van 10m tonen, kan dan weer het schuim worden opgespoord.”

Het detecteren en combineren van dergelijke satellietinformatie kan bijdragen aan een automatisch waarschuwingssysteem voor schuim langs de kust. Satellieten leveren echter geen continue beeldenstroom van een vaste locatie op, en geven als gevolg van bedekking door wolken ook slechts een gedeeltelijk beeld. Omdat de ophoping van schuim aan de kust snel kan gebeuren en zeer lokaal kan optreden, zijn satellietbeelden dan ook niet geschikt om als enige bron voor een schuim-waarschuwingssysteem te fungeren. De daadwerkelijke observatie van schuimvorming kan het best worden uitgevoerd met camera’s.

Onderzoekers adviseren meer voorlichting

Ondanks het feit dat de onderzoekers het meest waarschijnlijke scenario voor het ontstaan van de uitzonderlijke hoeveelheid algenschuim op 11 mei hebben kunnen achterhalen, zal het lastig zijn om een betrouwbaar geautomatiseerd waarschuwingssysteem op te zetten. Daarvoor moeten immers niet alleen de hoeveelheid algen en het schuim nauwkeurig opgevolgd worden, ook de actuele windsterkte en -richting moeten real time, tot in groot detail én zeer lokaal voorspeld kunnen worden. Daarom pleiten de onderzoekers van deze studie ervoor om op korte termijn watersporters, hun clubs en de kustwachtpartners meer voorlichting te geven, zodat ze in staat zijn om eventuele ophoping van schuim zelf goed in te schatten.

Ook bij ons mogelijk

Kort na het incident in Scheveningen contacteerde het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in Oostende de Belgische onderzoekers met de vraag of een dergelijk schuimincident zich ook aan onze kust kan voordoen. Het antwoord was helaas dat dit in gelijkaardige omstandigheden ook bij ons niet ondenkbaar is. Het MRCC is het eerste meldpunt voor noodgevallen op zee en volgt de ontwikkeling van een waarschuwingssysteem dan ook op de voet. Dries Boodts, waarnemend hoofd van het MRCC: “Ook aan de onze  kust willen we dit advies volgen. De satellietinformatie die ons door het KBIN wordt bezorgd is in deze context zeer geschikt om als early warning te dienen. Het zal helpen om gebruikers van de zee tot verhoogde waakzaamheid op te roepen, en ook van pas komen bij het plannen van Search and Rescue­-operaties. We kijken uit naar de ontwikkeling van verdere mogelijkheden om iedereen op zee van zo gedetailleerd mogelijke informatie te voorzien. Voorkomen is beter dan genezen.”

Lees het volledige rapport op de website van het NIOZ.

Aan de analyse werkten ecologen, algenonderzoekers, weer- en waterdeskundigen van de volgende onderzoeksinstituten, universiteiten, overheidsinstellingen en adviesbureaus mee:  Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), Universiteit Utrecht (UU), Deltares, Universiteit van Amsterdam (UvA), Technische Universiteit Delft (TUD), Water Insight, Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Bureau Waardenburg (BuWa), Rijkswaterstaat, Istituto di Scienze del Mare (ISMAR)-CNR (Italië), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN; België), Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) en Highland Statistics.

Opvolging van het Marien Ruimtelijk Plan (2020-2026) (MRP).

De Noordzee is één van de meest gebruikte zeeën ter wereld met tal van activiteiten: scheepvaart, toerisme, visserij, zandwinning, windmolens,… Om te voorkomen dat verschillende activiteiten in elkaars vaarwater terechtkomen, werd in 2014 voor het eerst een Marien Ruimtelijk Plan opgesteld. Dat plan brengt onze Noordzee en haar gebruikers in kaart en probeert hun ruimtelijke impact met elkaar te verzoenen. Het loopt telkens over een periode van 6 jaar. Zo verplicht de overheid zichzelf om het plan regelmatig te evalueren. Tegelijkertijd weet iedereen wat waar wordt gepland en wat de visie op lange termijn is. Dit zorgt voor zekerheid voor degenen die nieuwe activiteiten willen ondernemen. De minister van de Noordzee neemt het initiatief voor dit plan. Een raadgevende commissie helpt het plan op te stellen, te evalueren en, indien nodig, aan te passen. In die commissie zitten ook verschillende kustwachtpartners  die op deze manier hun advies kunnen uitbrengen over het plan. Op 20 maart startte de tweede cyclus van het Marien Ruimtelijk Plan.

Wat betekent een nieuw Marien Ruimtelijk Plan nu voor het agentschap MDK?

Als kustwachtpartner draagt ook MDK bij aan de uitvoering van het Marien Ruimtelijk Plan, het duurzame gebruik en de bescherming van het Belgische deel van de Noordzee:

  • Beschermen van de kust tegen stormvloeden vanuit zee:: er zijn specifieke zones aangeduid waar zand gewonnen mag worden voor het ophogen van de stranden
  • Militaire oefeningen worden kenbaar gemaakt aan andere gebruikers via de Berichten aan Zeevarenden
  • Boeien, meetpalen, radars en masten zorgen voor een veilige scheepvaart
  • De ligging van meer dan 300 scheepswrakken is te vinden op onze wrakkendatabank.
  • Nieuwe zones voor windmolenparken en kabels
    • Opleggen bijzondere voorwaarden
    • Intern noodplan
    • Bebakeningsplan  + bebakenen
    • Nautische advies
  • Toezicht op het veilig en vlot scheepvaartverkeer
  • Adviseren bij de gebruiks- en milieuvergunning voor de activiteiten in de zones voor Commerciële en Industriële activiteiten
  • Toezicht op de veiligheid van alle activiteiten op zee

In deze tweede cyclus van het plan zijn ook een aantal nieuwe elementen toegevoegd. Zo is de Vlakte van de Raan  aangeduid als beschermd natuurgebied. In de Kwintegeul is een zone voorzien als akoestische referentiezone. Deze nieuwigheden vereisen ook een aanpassing aan de kaarten (en publicaties) die het team Vlaamse Hydrografie produceert. De nieuwe bestemmingen van de zones zijn toegevoegd op de nieuwe edities van de elektronische zeekaarten. Op de papieren zeekaarten zullen de aanpassingen zichtbaar zijn op de nieuwe edities. De zeekaartenset 107 zal de eerste papieren kaart zijn waarop het bijgewerkte MRP te zien is. Die zal in de komende weken beschikbaar zijn.  De wijzigingen staan wel al beschreven in de Berichten aan Zeevarenden van 26 maart.

Aanduiding van de referentiezone Kwinte op een papieren zeekaart
Aanduiding van het referentiegebied Kwinte op een papieren zeekaart.
Aanduiding van de Vlakte van de Raan als natuurgebied op een ECS (Elektronische zeekaart)

De brochure Er beweegt wat op zee. Het marien ruimtelijk plan 2020-2026’  geeft een mooi overzicht van de belangrijkste activiteiten in onze Noordzee.

Akoestische referentiezone Kwinte

Het team Vlaamse Hydrografie en de Dienst Continentaal Plat voeren sinds 2009 op verschillende tijdstippen metingen uit in de Kwintereferentiezone.  Ze gebruiken daarbij multibeamsystemen op verschillende schepen met elk een eigen opstelling. Meerdere metingen laten toe om de dieptes en posities ten opzichte van elkaar te bekijken en om een referentiemodel van het gebied op te bouwen. Uit alle metingen van de afgelopen tien jaar blijkt dat de zeebodem in die zone zeer stabiel blijft door de jaren heen. Er is geen uitgesproken erosie of aangroei van de zeebodem. Dat maakt van deze zone het ideale referentiegebied voor bathymetrische en backscattermetingen.

Het Kwintereferentiegebied en het model zijn beschikbaar voor iedereen die multibeammetingen uitvoert. Het bathymetrische model kan je opvragen bij de projectpartners. Je kan het gebruiken om je eigen multibeamopstelling te kalibreren en af te toetsen aan de hand van het model. Meer info is te vinden op de website .


Dag van de buren (29/05)

De Noordzee en de Schelde stoppen niet aan onze grenzen.
En dus ook de zorg voor een veilige scheepvaart niet!
Daarom werken we heel nauw samen met onze buurlanden.

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de zeekaarten en de ECS-kaarten (Electronic Chart System) voor loodsen. Voor de opmaak van de zeekaarten wisselt Vlaamse Hydrografie meetgegevens uit met de hydrografische diensten van Nederland (Dienst der Hydrografie), Frankrijk (SHOM) en het Verenigd Koninkrijk (UK Hydrographic Office). De ECS-kaarten, intelligente elektronische kaarten met o.a. gedetailleerde dieptegegevens, zijn het resultaat van een geslaagde samenwerking met onze noorderburen van Rijkswaterstaat. De ECS-kaarten worden zowel door Vlaamse als Nederlandse loodsen gebruikt.

Verkeersleiders in Nederland en Vlaanderen houden de verkeersstroom op de Westerschelde en de Noordzee in de gaten en verlenen Vessel Traffic Services (VTS).

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA) bepaalt onder andere het toelatingsbeleid voor diepstekende schepen. In Vlissingen werken Vlaamse en Nederlandse ambtenaren samen op nautisch en technisch vlak om een veilige en vlotte scheepvaart te garanderen. De Schelderadarketen is met vijf bemande centrales (Zeebrugge, Vlissingen, Terneuzen, Hansweert en Zandvliet) en 30 onbemande radarantennes hét toonbeeld van samenwerking over de grenzen heen. Ook achter de schermen is de apparatuur dezelfde zodat de vaarweggebruiker geen hinder mag ondervinden van de landsgrenzen.

Loopt er toch iets fout op het Belgisch gedeelte van de Noordzee? Dan komt het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC) in actie. Zij werken nauw samen met de kustwachtstations van de buurlanden, MRCC Dover, Cross Gris Nez en Kustwacht Den Helder.

Maar ook de dagelijkse samenwerking tussen de loodsen van het Vlaams en het Nederlands Loodswezen is een sprekend voorbeeld.

Covid-19 en pleziervaart

Vanaf vrijdag 29 mei zijn de regels voor pleziervaart verder versoepeld.

De recreatieve vaart moet wel altijd de nodige maatregelen nemen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van minstens 1,5 m afstand tussen elke persoon, behalve tussen personen die onder hetzelfde dak wonen.

Een aantal activiteiten blijven nog niet toegelaten, met name vaartochten met schipper, evenementen, groepsactiviteiten (uitgezonderd regelmatige trainingen en lessen), wedstrijden en competities. Ook reizen vanuit of naar het buitenland of door buitenlandse wateren (o.a. Westerschelde, delen van het Kanaal Gent-Terneuzen, de Maas) kunnen niet.

Werken in een omgeving waar iedereen zichzelf kan zijn

Op zondag 17 mei is het de Internationale Dag tegen Holebi- en Transfobie (IDAHOT). Een hele week lang hijsen we aan verschillende werkplekken van de Vlaamse overheid een regenboogvlag. Zo is zichtbaar dat we verdraagzaamheid en een inclusieve werkcultuur hoog in het vaandel dragen.

Ook ons agentschap hangt op verschillende locaties, net als in vele steden en gemeenten, regenboogvlaggen uit als steun voor deze actie. Dit jaar zijn er wat minder mensen aanwezig op de administratieve werkvloeren, maar wappert de vlag nog steeds op verschillende werkposten. Ook de actieve veerboten zijn varen uit met een regenboogvlag.

Veerdienst Bazel-Hemiksem
Oostende
Oostende
Schelde Coördinatiecentrum (SCC) – Vlissingen
Veerdienst Terdonk

Renovatie afdelingszetel en MRCC Oostende

Omdat de dienstverlening operationeel blijft, zijn de werkzaamheden in verschillende fases opgesplitst.

Fase één – renovatie tweede verdieping MRCC.

Tijdens deze fase wordt de tweede verdieping aangepast om een meer ergonomische en duurzame klimaatregeling te realiseren. Tijdens de verbouwing in 2004 werd er een verdieping toegevoegd op het bestaande gebouw, hier werd de operationele werkvloer van het MRCC ondergebracht. Door deze opbouw zijn er problemen met het binnenklimaat; de meest voorkomende klachten zijn oververhitting, slechte ventilatie en koude luchtstromen. Om dit op te lossen wordt de bestaande schuine glasgevel volledig herzien en opgevat als een klimaatgevel. Zo’n klimaatgevel zorgt voor een betere isolatie van de binnenruimte, door een dubbele glasstructuur. Het dak wordt gedeeltelijk extra geïsoleerd en bekleed met witte roofing met porfierschilfers voor een maximale reflectie van de zon. Deze ingrepen, in combinatie met een aanpassing van het ventilatiesysteem (verdringingsventilatie), moeten ervoor zorgen dat het binnenklimaat op een aangename, constante temperatuur gehouden kan worden. Om de klimaatgevel optimaal te laten renderen is het noodzakelijk om het bestaande terras op de tweede verdieping om te vormen tot een bijkomende binnenruimte. Tijdens deze fase wordt er ook een nieuwe noodtrap gebouwd, in het gebouw. Ook wordt de bakstenen gevel gerenoveerd.

Het gebouw waar oa de afdelingszetel van Scheepvaartbegeleiding en het MRCC zijn ondergebracht.

Fase twee – renovatie gelijkvloers en buitenaanleg inkomzones

Het gelijkvloers wordt omgevormd tot een crisisruimte, diverse vergaderruimtes en een polyvalente tentoonstellingsruimte. Tot midden 2016 was er een horecazaak in het gebouw ondergebracht. Door de integratie van deze ruimtes is het mogelijk om opnieuw de oorspronkelijke sfeer van het gebouw te benaderen en de symmetrische opbouw rond twee centrale assen te versterken. De hoofdingang wordt verplaatst naar de gevel aan de noordkant. In de kelder voorzien we een fietsenstalling.

Fase drie – plaatsen ventilatie eerste verdieping

De aanpassingen op de eerste verdieping worden tot het minimum beperkt: er werd enkel beslist om de eerste verdieping van ventilatie te voorzien.

De werken zijn nog niet begonnen.

SafeSeaNet: België blijft bij de koplopers

Het Belgisch SSN overleg was op 4 mei 2020 via een Teams teleconferentie. Op de agenda stond de SSN-rapporteringsverplichtingen in België. Concreet gaat het om het tijdig en correct melden van de nodige informatie over de reizen van zeeschepen naar Europese havens naar het Europese SafeSeaNet. België  zit bij de koplopers op Europees niveau en kreeg eerder dit jaar hiervoor een goed rapport.    

Daarnaast werd ook gesproken over de invoering in België van verplichtingen ten gevolge van nieuwe en gewijzigde Europese regelgeving, meer concreet het invoeren van de benodigde informatie uitwisseling via het Europese SafeSeaNet, ten behoeve de richtlijn opvarenden passagiersschepen 2017/2109, de richtlijn havenontvangstfaciliteiten 2019/883 en ten behoeve een verbeterde informatie uitwisseling over maritieme incidenten.  

Door computer gegenereerde alternatieve tekst:
SafeSeaNet 
Near real time 
vessel traffic 
image 
around Europe
kaart van Europa met wat scheepsbewegingen

Europese SSN-vergaderingen  

Op 12 en 13 mei waren er enkele virtuele Europese SSN-vergaderingen waaraan afdeling Scheepvaartbegeleiding  deelnam als Belgische SafeSeaNet nationale competente autoriteit. Tijdens de vergaderingen werd de invoering in alle EU-lidstaten besproken van de Europese SafeSeaNet verplichtingen, en werd ook besproken hoe de verplichtingen van de nieuwe/gewijzigde EU regelgeving in de komende jaren te implementeren. 

Door computer gegenereerde alternatieve tekst:
Hat'lavv 
Cheste 
Leiden 
Breda 
-Amsterdam 
Hilversum 
Amersfo - 
& -Hertog ene os ch 
/ Ze gern 
A Olst 
Antwerp 
ehussels
traffic density map in ons werkingsgebied (screenshot uit EModNet) 

Veilig onderweg: mondmaskers verplicht op de veerdiensten

De Nationale Veiligheidsraad voorziet een graduele overgang met versoepelde en aangepaste maatregelen om het coronavirus de baas te blijven. Vanaf 4 mei worden mondmaskers aangeraden tot zelfs verplicht op plaatsen waar veel mensen samenkomen en op plekken waar de social distancing moeilijk gegarandeerd kan worden.

Op het openbaar vervoer is het dragen van neus- en mondbedekking verplicht voor alle passagiers vanaf 12 jaar.

Onze veerdiensten volgen de verplichtingen die gelden op het openbaar vervoer. Passagiers zijn verplicht hun neus en mond te bedekken met eigen middelen vóór zij zich in de wachtrij aan het veer begeven. Onze collega’s dragen ook een mondmasker voor jouw veiligheid. Zo beschermen we elkaar.

Naast het dragen van een mondmasker, gelden nog een aantal andere beperkingen om de veiligheid voor de passagiers en de bemanning te garanderen:

  • Veer Langerbrugge: bij een vol veer maximum 5 voetgangers/fietsers per overvaart, geen beperking op wagens of vrachtverkeer.
  • Veer Terdonk: bij een vol veer maximum 5 voetgangers/fietsers per overvaart, geen beperking op wagens of vrachtverkeer.
  • Veer Kruibeke-Hoboken: maximum 25 passagiers per overvaart.
  • Veer Bazel-Hemiksem: maximum 25 passagiers per overvaart.
  • Veer Sint-Anna: maximum 50 passagiers per overvaart, waarvan maximum 10 fietsen.
  • Veer Oostende: maximum 11 passagiers per overvaart, waarvan maximum 4 fietsen.
  • Veer Nieuwpoort: maximum 11 passagiers per overvaart, waarvan maximum 4 fietsen. Vaart enkel in het weekend, op feestdagen en tijdens schoolvakanties.

Op dit moment zijn strikt toeristische activiteiten nog altijd verboden. De veren mogen enkel gebruikt worden voor essentiële verplaatsingen zoals gedefinieerd door de Nationale Veiligheidsraad. De burger wordt gevraagd om het openbaar vervoer te vermijden indien men een alternatief heeft. Houd hier rekening mee als je jouw verplaatsing plant. Zorg er ook voor dat je een mondmasker bij de hand hebt, want het dragen ervan is verplicht op en rond de veerboot!