De strandredders staan terug op post!

Vanaf dinsdag 15 juni vind je in elke kustgemeente minstens één geopende redderpost

“We zijn klaar voor een fantastische zomer”, zegt de voorzitter van IKWV Daphné Dumery. “Onze 82 reddersposten, verspreid over zo’n 34 km strand, zijn vanaf 1 juli opnieuw dagelijks open van 10u30-18u30.
Vanaf 15 juni kan je bovendien in elke kustgemeente op minstens één redderspost terecht voor een veilige plons in het water. Zo kan iedereen genieten van het strand en de zee in zijn/haar favoriete badplaats.
Op de website kan je per gemeente nagaan op welke post(en) je terecht kan.”

Net zoals vorige zomer blijft Covid-19 impact hebben op de werking van de strandreddingsdiensten. We rekenen er dan ook op dat de strandbezoekers ook dit jaar hun gezond verstand gebruiken en de nodige veiligheids-maatregelen in acht nemen.
De strandbezoekers kunnen er echter van op aan: de strandredders staan voor hen klaar!

Gekend zeezicht in de zomermaanden: de reddingsboten staan paraat ®ikwv

Zeereddingsdienst

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Zee en strand associëren we vaak met vakantie en ontspanning. Maar de zee kan ook gevaarlijk zijn. Het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum in Oostende staat elke dag 24/7 paraat. Als er een ongeval is op onze Noordzee, komt de eerste oproep daar binnen en verloopt de verdere coördinatie vanuit het MRCC Oostende. Vanzelfsprekend is een goede afstemming en communicatie met àlle partners essentieel. In de zomermaanden zijn de strandredders vaak het eerste aanspreekpunt bij problemen op het strand en in de branding. Het is erg belangrijk dat ze in goede verbinding staan met de diensten van de zeereddingsdienst, zodat het MRCC in geval van nood de varende en de vliegende eenheden kan activeren. Wij voorzien via het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust de centrale communicatieapparatuur voor de strandredders. Hierdoor garanderen we een goede communicatie tussen strandredders onderling en de zeereddingsdienst van het MRCC.” 

De contactgegevens van het MRCC

Meer dan redden: preventie!
Vorig jaar kwamen de strandredders 594 keer tussen voor baders en watersporters in moeilijkheden. Daarnaast vervulden ze ook een belangrijke rol voor 1079 verloren gelopen personen. “Wij zijn het eerste aanspreekpunt van de toeristen op het strand. Een onmisbare schakel!”, besluit Dumery.

“Maar ook preventie en sensibilisering zijn onze stokpaardjes: via diverse campagnes maken we de strandbezoekers ervan bewust dat ze in eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor een geslaagde en veilige strandvakantie.”

Zo worden er voor het achtste jaar op rij 750.000 gratis polsbandjes met de afbeeldingen van Samson en Plop verdeeld. Dit initiatief wordt mogelijk gemaakt door Studio100, AXA en de Vlaamse Milieumaatschappij.

Redders blijven ook aandacht schenken aan het risico dat diepe putten graven met zich meebrengt en ze blijven uiteraard ook waarschuwen voor de gevaren van de zon.

Polsbandjes met gegevens op: een grote hulp ®ikwv

Binnenvaartpassagiersschepen op de Westerschelde: geen sinecure

Binnenvaartpassagiersschepen zitten in de lift. Elk jaar vinden meer en meer binnenvaartpassagiersschepen hun weg naar de Westerschelde. Het coronavirus zorgde voor een onderbreking van het cruisetoerisme. Maar binnen afzienbare tijd kan het terug op gang komen. De Westerschelde is echter geen eenvoudige rivier om te bevaren. Hieronder lees je waar je op moet letten en welke regels je in acht moet nemen. We zetten alles nog eens op een rijtje in onze gloednieuwe folder!

De Westerschelde strekt zich uit over Nederlands en Belgisch grondgebied. Drie instanties waken over een veilige en vlotte scheepvaart op de Westerschelde: de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, de verkeerscentrales en de loodsen. Maar binnenvaartpassagiersschepen dragen vooral zelf een grote verantwoordelijkheid om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde veilig te laten verlopen.

Een rivier vol uitdagingen

Eric Adan, diensthoofd Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit bij Rijkswaterstaat Zee en Delta: “De Westerschelde is een van de drukst bevaren rivieren ter wereld. Elke dag deelt een groot aantal zeeschepen de Westerschelde met binnenvaart en pleziervaart. Mastodonten volgeladen met containers varen naast riviercruises-schepen en plezierjachtjes. Het is opletten geblazen om dat allemaal zonder kleerscheuren te laten verlopen. Het aantal binnenvaartpassagiersschepen stijgt bovendien elk jaar, wat het scheepvaartverkeer nog drukker maakt.”

“Naast de drukte, kan ook de golfslag een reëel gevaar vormen. Binnenvaartpassagiersschepen zijn door hun bouw kwetsbaarder voor hoge golfslag dan andere schepen. Bovendien hebben ze vaak een groot aantal opvarenden (vergeleken met een binnenvaartschip of zeeschip). Als er iets mis gaat, zijn er meteen veel meer mensen in gevaar. Daarom is varen voor binnenvaartpassagiersschepen maar toegestaan tot een maximale golfhoogte van anderhalve meter”, vervolgt Rebecca Andries, Vlaams hoofd Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit bij het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.

De Westerschelde is bovendien een open zeearm, die onderhevig is aan het getij. De verschillen in waterstand tussen eb en vloed zijn groot. Bij laagtij komen tal van zandbanken bloot te liggen, waarop schepen kunnen stranden. Er zijn ook verraderlijke stromingen die een gevaar kunnen betekenen. Ook daar moeten binnenvaartpassagiersschepen rekening mee houden.

Regels op het water

Om het vaarverkeer veilig te laten verlopen, moeten binnenvaartpassagiersschepen een aantal regels volgen:

  • Kennis hebben van de marifoonprocedures. Via de marifoon dienen schepen hun binnenkomst in het vaargebied mee te delen. Alle info over de marifoonprocedures is terug te vinden via deze link.
  • Communiceren in het Nederlands of in het Engels.
  • Het aantal personen aan boord van het schip melden bij binnenkomst van het gebied.
  • Varen is toegestaan bij een golfhoogte van maximaal anderhalve meter en een zicht van minimaal 1000 meter
Deze info is terug te vinden in onze gloednieuwe folder ‘Binnenvaartpassagiersschepen op de Westerschelde, info & reglementering’.

VACATURE adjunct directeur MRCC

Heb jij nautische kennis en een goed inzicht in de IAMSAR?

Wil je samen met je collega’s meehelpen aan de coördinatie en de behandeling van hulpverlening bij incidenten op zee? Dan zijn wij naar jou op zoek!

Als adjunct directeur MRCC ondersteun je de directeur in de aansturing van het team (nautische) verkeersleiders die instaan voor de continue dienstverlening van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum (MRCC). Je zorgt ervoor dat de medewerkers de nodige procedures en omkadering hebben om hun job goed uit te voeren. Je stelt richtlijnen en kwaliteitsnormen op en communiceert deze op een enthousiaste manier aan je team. Je krijgt mensen gemakkelijk mee in je verhaal en hecht belang aan een positieve groepssfeer. Je zorgt daarnaast voor een uniforme werking binnen de dienst, en evalueert de aanpak van incidenten. Geregeld organiseer je ook SAR-oefeningen om de werking van het team te optimaliseren.

Wil jij graag deel uitmaken van het boeiende Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum? Waag dan vandaag nog je kans!

Lees meer over de functie

Solliciteren kan tot en met 14 juni ’21. Standplaats is Oostende. Het contract is statutair.  

Vervanging koepels radartorens succesvol van start

De koepels van verschillende radartorens en verkeerscentrales binnen de Schelderadarketen zijn toe aan vervanging. We vervangen niet alleen de aandrijving en infrastructuur, ook het onderhoud kan efficiënter en vooral veiliger. De radartoren bij Hoofdplaat namen we als eerste onder handen, met succes.     

Een aantal van de radartorens en verkeerscentrales die deel uitmaken van de Schelderadarketen hebben intussen heel wat jaren op de teller staan. Bij de bouw ervan, in sommige gevallen zo’n 30 à 40 jaar geleden, werden verschillende materialen en conserveringsmiddelen gebruikt die nu als gevaarlijk bestempeld worden. Chroom 6 is zo’n materiaal. Het werd gebruikt als conserveringslaag onder de rode verf van de koepels van zeven radartorens en twee verkeerscentrales van de Schelderadarketen. Door het veiligheidsrisico en de verouderde infrastructuur worden de koepels de komende jaren vervangen. De aftrap werd gegeven door de radartoren bij Hoofdplaat.

de vernieuwde en oude radarkoepel


Gevaar tijdens onderhoud  

“Zolang chroom 6 afgedekt is door de toplaag, in het geval van de radartoren bij Hoofdplaat de rode verf, is er geen gevaar voor de gezondheid. Maar die toplaag moet soms opnieuw aangebracht of bijgewerkt worden. Daarvoor moet ze deels verwijderd worden. Bij dat schuren of verstuiven kan de uitvoerder van de werken blootgesteld worden aan chroom 6, en dat is gevaarlijk. Het is een beetje zoals bij asbest dus: dat wordt ook pas schadelijk wanneer het vrijkomt. Net zoals bij asbest, moeten deze werken gebeuren door gespecialiseerde firma’s. Dat kost bovendien handenvol geld,” zegt René Huijbregts, Technisch Beheerder Contractmanager van het Beheer & Exploitatieteam Schelderadarketen

Zowel de Vlaamse als de Nederlandse overheid voert een saneringsbeleid. Waar mogelijk, moet de bron van de vervuiling aangepakt worden. Pas wanneer dat echt niet lukt, wordt een beheerplan opgesteld om met het risico om te gaan. Voor dit soort koepels waarin chroom 6 verwerkt zit, bestaat de oplossing in het vervangen van de koepel. Huijbregts: “We saneren de radartoren door de onderdelen waarin chroom 6 aanwezig is af te voeren en die te laten verwerken door een daarvoor gecertifieerd bedrijf.” 


Hachelijke onderneming  

Huijbregts: “Koepels zoals die van de radartoren bij Hoofdplaat stellen een bijkomend gevaar voor de mensen die het onderhoud moeten doen. Het onderhoud gebeurt via twee laddertjes die langs de buitenkant over de koepel heen lopen. Die trapjes vertrekken vanop een bordes met beperkte oppervlakte om te manoeuvreren. Onderhoud aan de radartoren uitvoeren is bij normale weersomstandigheden dus al een hachelijke onderneming, laat staan bij zwaardere weersomstandigheden. Om dit allemaal veiliger te laten verlopen, nemen we de koepel weg en vervangen die door een nieuw bordes met reling. Ook het lager gelegen bestaande bordes wordt vervangen. We nemen de bestaande reling weg en plaatsen er een nieuw en groter bordes over.” 

“Ten slotte draaide de radartoren waar het hier over gaat nog op een verouderde motor. Die verbruikte niet alleen veel energie en maakte veel lawaai, maar vergde ook aardig wat onderhoud. We vervingen de oude motor door een stille onderhoudsarme zuinige aandrijving, waar je vanaf het bovenste bordes makkelijk bij kunt komen voor onderhoud.”

de oude en vernieuwde radartoren Hoofdplaat

Niet enkel functioneel, maar ook mooi resultaat 

Het resultaat? De radartoren bij Hoofdplaat is voortaan vrij van chroom 6, energiezuiniger, handig en veilig te onderhouden en produceert minder geluid. Huijbregts: “We kozen heel bewust voor dit ontwerp. De rode koepel is voor veel mensen iets kenmerkend voor een radartoren. Dat element wilden we dus niet volledig laten verdwijnen. De architect maakte een industrieel ontwerp, waarbij de rode kleur van de koepel nog steeds een prominent plek in de balustraden van de bordessen.” 

“De radartoren bij Hoofdplaat was een pilot, en een succesvolle. We evalueren nu wat goed gelopen is en waar misschien nog ruimte voor verbetering zit. Die leerpunten nemen we mee om de overige radartorens en verkeerscentrales onder handen te nemen. We willen de vervangingsoperatie in de toekomst nog efficiënter laten verlopen, zodat de radartoren zo kort mogelijk buiten bedrijf is. Dat proberen we te doen bij de volgende toren aan zet, die van Baarland,” besluit Huijbregts. 
​ 

vernieuwde radartoren, met kenmerkend rood element

Een bijkomende uitdaging bij de uitvoering van dit pilootproject was de coronapandemie. Daardoor konden er maar een beperkt aantal mensen tegelijk aan het werk zijn, en moest de aanwezigheid van de verschillende betrokkenen goed op elkaar afgestemd worden. Er werkten immers verschillende partijen samen: het bouwkundig bedrijf dat instond voor het ontwerp en de berekening, het staalbedrijf dat de uitvoering deed, een aannemer voor het elektrotechnische gedeelte. Deze pilot toont aan dat deze verschillende partijen goed samen kunnen werken om tot een mooi resultaat te komen.  

50ste bijeenkomst VTS Committee IALA

Van 10 tot en met 31 maart organiseerde IALA de 50ste bijeenkomst van het VTS Committee. Wim Smets, Els Bogaert en Stefaan Priem vertegenwoordigden afd Scheepvaartbegeleiding. Net zoals het VTS Commitee van oktober 2020 ging alles -door het virus- virtueel door. Met 170 deelnemers uit 33 verschillende landen en een goede outcome was de meeting opnieuw een groot succes. Een greep uit de voornaamste realisaties:

  • VTS Manual: IALA biedt dit handboek voor VTS vanaf dit jaar enkel nog digitaal aan. Hierdoor is het voor iedereen op elk moment beschikbaar en kunnen wijzigingen eenvoudig aangebracht worden.  
  • Herziening Guideline 1132 VTS Voice communications & phraseology: deze richtlijn is een mijlpaal voor de harmonisering van de VTS-communicatie wereldwijd. Gelet op het ontbreken van een update van de Standard Marine Communication Phrases (SMCP) door de IMO biedt dit document een stevige houvast voor VTS wereldwijd.
  • Herziening Guideline 1141 Operational Procedures for Delivering VTS
  • Voorbereidend werk voor nieuwe Guideline rond VTS-management
Internationaal en digitaal vergaderen over Vessel Traffic Services.
Internationaal en digitaal vergaderen over Vessel Traffic Services.

De komende maanden vinden verschillende intersessionele vergaderingen plaats en een workshop over VTS-training.

Van 12 tot 16 april organiseert IALA ook nog haar virtueel symposium met als thema Enhanced Maritime Safety and Efficiency by Connectivity. Ook op dit forum zijn we aanwezig.

Semiautonome vaart op traject tussen Zeebrugge en Antwerpen

Op 15 februari zijn de eerste vaarten gestart met een op afstand bestuurd schip tussen de haven van Zeebrugge en de haven van Antwerpen.

Seafar, Citymesh en het schip Deseo zetten de eerste stappen om een geautomatiseerd binnenschip in te zetten tussen de havens van Zeebrugge en Antwerpen. Ook ons agentschap ondersteunt dit project. Vlaanderen heeft de ambitie uitgesproken om pionier te zijn in innovaties op de waterweg. Dit project sluit perfect aan bij de toekomstvisie van deze regio.

Proefproject

Seafar ontwikkelde de technologie om geautomatiseerde schepen vanuit een gecentraliseerd controlecentrum aan te sturen. De operatoren in dit centrum hebben een reeks van hoogtechnologische systemen op basis van artificiële intelligentie, sensorfusie en objectdetectie ter beschikking om een veilige navigatie te garanderen.

Seafar wil geautomatiseerde en autonome vaart mogelijk maken door de operaties van het schip vanuit een Shore Control Center op te volgen en waar nodig door menselijke tussenkomst in te grijpen. Het resultaat is een graad van veiligheid evenwaardig aan conventionele vaart.

Filmpje van Seafar over de semiautonome vaart

Communicatie: betrouwbaar en stabiel

Citymesh zorgt voor een betrouwbare en stabiele communicatieverbinding tussen het schip en het Shore Control Center, met behulp van een hybride wifi-netwerk, privé LTE/5G en een openbaar 4G-netwerk. Zo blijft het semi-autonome schip overal op het water geconnecteerd.

Op deze manier kan dit project aantonen dat een schip, ondersteund door een controlecentrum aan de wal, kan navigeren met een beperkte bemanning. Varen met een gereduceerde bemanning met ondersteuning van een SCC (Shore Control Center) is de eerste stap naar autonome vaart.

Vergunning verleend: veiligheid voorop

In samenwerking met Departement MOW, de Vlaamse Waterweg, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het loket Smart Shipping van RWS heeft de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit een vergunning verleend om de technologie en processen te testen.

“Om de veiligheid voor alle vaarweggebruikers te garanderen, zijn de voorwaarden voor zo’n testvaart uitgewerkt,“ zegt Rebecca Andries van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. “Zo vaart een ervaren bemanning mee die de controle meteen kan overnemen als dat nodig is. De Westerschelde is één van de drukst bevaren rivieren ter wereld, de veiligheid primeert.”

Impact

De samenwerking heeft als doel om de mogelijkheden rond geautomatiseerd varen te valideren, alsook de overheden te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe navigatie methoden.

Het geautomatiseerd varen biedt een oplossing aan het groeiende bemanningsprobleem, en biedt de mogelijkheid om de competitiviteit van het watergebonden transport te vergroten. Eveneens is het project een voorbereiding op de ontwikkeling van een nieuwe generatie, geautomatiseerde en groene schepen.

Vlaams Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters: “Innovaties met betrekking tot automatisering in de binnenvaart helpen de sector vooruit en we willen hier met Vlaanderen een voortrekkersrol in opnemen. Het project geautomatiseerd varen biedt namelijk een antwoord op de mobiliteitsuitdagingen van de toekomst. Het sterkt onze maatschappij om op zo’n een vooruitstrevende manier te digitaliseren en te innoveren.“

Het proefproject met de ‘Deseo’ krijgt de steun van de Blauwe Cluster, het Agentschap Innoveren & Ondernemen, het departement MOW en Rijkswaterstaat.

Goed rapport van EMSA

Bij een ongeval of een andere gevaarlijke voorval op zee is een snelle reactie van de autoriteiten cruciaal. De correcte uitwisseling van informatie speelt hierbij een essentiële rol.

Na het ongeval met de tanker Erika (1999, Frankrijk) en de Prestige (2002, Galicië) vaardigde de Europese Unie verschillende richtlijnen uit ter preventie van ongevallen en vervuiling op zee. SafeSeaNet werd hiervoor opgezet. Het is een Europees maritiem informatienetwerk en wisselt geharmoniseerde en gestandaardiseerde info uit.

Traffic Density Map.

Scheepvaartbegeleiding als Nationale Competente Autoriteit (NCA)

Alle Europese lidstaten zijn verplicht een nationaal SafeSeaNet-systeem in te richten. Voor België neemt afd. Scheepvaartbegeleiding deze rol op als Nationale Competente Autoriteit voor SafeSeaNet. Hiervoor hebben we het SafeSeaBEL-systeem opgezet om de nodige informatie automatisch aan te leveren aan het Europese SafeSeaNet. Naast het beheer van SafeSeaBEL stemmen we ook af met de gebruikers en verstrekkers van de gegevens.

Scheepvaartbegeleiding is op Belgisch niveau aanspreekpunt om deze datakwaliteit te bewaken. Via steekproeven kijken we of de nodige informatie correct en tijdig wordt aangeleverd. Op Europees niveau voert EMSA geregeld steekproeven uit.  

Begin 2021 gaf  EMSA voor België een rapport uit waarbij ze nagaan hoe België voldoet aan de verschillende criteria. Hierbij is nogmaals bevestigd dat onze datakwaliteit op een hoog niveau blijft.

Juiste, volledige en tijdige data

De gegevens in SafeSeaNet zijn afkomstig van kapiteins, rederijen, agenten en de havenkapiteinsdiensten in de Belgische zeehavens en op de binnenwateren. Dit is verplicht voor elke reis van een zeeschip. Hierbij is juistheid, volledigheid en tijdigheid van belang. Dankzij de inzet van al deze actoren zorgen we er samen voor dat de kwaliteit van de aangeleverde data op een hoog niveau blijft staan.

Nieuwe havensignalisatie kondigt einde werken Oostendse havengeul aan

Wie gaat wandelen langs de strekdammen in Oostende, zal getuige worden van een waar spektakel. MDK zal in samenwerking met onderaannemer Engie Solutions en Oostende, drie grote masten op de site omhoog hijsen. Het opleveren van deze masten vormt het sluitstuk van de werken aan de Oostendse havengeul.

Havensignalisatie

Het opstellen van de respectievelijke grijze, groene en rode mast, die instaan voor de havensignalisatie zullen voor heel wat bekijks zorgen. Dit staat de komende weken op het programma van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en onderaannemer Engie. De drie masten markeren de toegang van de haven voor schepen, waarbij links rood bakboord is en groen rechts stuurboord (vanuit zee gezien). Opvallend is ook dat niet enkel de seinlichten deze typische maritieme aanwijzingen zullen hebben, maar de masten zelf zullen ook volledig groen en rood zijn, een primeur aan onze kust. De masten zullen opgetrokken worden op het einde van de nieuwe strekdammen.

De groene mast werd deze ochtend geplaatst.


Groen licht

De Vlaamse regering heeft als operationele doelstelling vooropgesteld om duurzaam en innovatief aan te besteden en het energiegebruik in gebouwen en ook qua technische infrastructuur te doen dalen. Het resoluut kiezen voor een ledverlichting bij deze hernieuwde havensignalisatie, past in deze aanpak. Ledverlichting is niet enkel duurzamer, ook zijn deze lampen minder snel aan vervanging toe.

Deze lampen zorgen ook voor een betere zichtbaarheid ten behoeve van de scheepvaart en vergen quasi geen onderhoud.

Binnenkort overal duurzame boeien op de Westerschelde

Boeien zijn essentieel om het scheepvaartverkeer op de Westerschelde mee in goede banen te leiden. Een deel van de boeien in de Westerschelde is van staal en heeft zijn beste tijd gehad. Binnenkort worden ze vervangen door kunststof boeien. Die zijn makkelijker in onderhoud, goedkoper en milieuvriendelijker.

In 1959 sloten Vlaanderen en Nederland een verdrag in verband met het beheer en onderhoud van lichtboeien en bakens op de Westerschelde. De Westerschelde is Nederlands grondgebied, maar is ook een cruciale doorgang voor het scheepvaartverkeer naar de havens van Antwerpen en Gent (North Sea Port). Daarom heeft Vlaanderen er alle belang bij dat het scheepvaartverkeer op de Westerschelde goed verloopt en draagt het bij in de kosten voor de boeien. Er liggen dus zowel Vlaamse als Nederlandse boeien in de Westerschelde.

Laatste stalen boeien verdwijnen

“Jaarlijks maken Vlaanderen en Nederland een stand van zaken over de toestand van de boeien op”, zegt Jeroen Hollaers, Nederlands secretaris van de Permanente Commissie van het Gemeenschappelijk Nautisch Beheer. “We bekijken welke boeien onderhoud nodig hebben of aan vervanging toe zijn. In Nederland is de Westerschelde de enige plek waar nog stalen boeien te vinden zijn. Op alle andere vaarwegen werden die vervangen door kunststof boeien. Het zijn de boeien die op de Vlaamse ligplaatsen liggen die nog niet zijn vervangen. We zijn nu met onze Vlaamse collega’s tot een akkoord gekomen om ook de ‘Vlaamse’ stalen boeien in te wisselen voor exemplaren in kunststof.”

Boeien leasen

Binnen Rijkswaterstaat is de Vaarwegmarkeringsdienst bevoegd voor het beheer en onderhoud van boeien op Nederlands grondgebied. “Waar de oude stalen boeien in de jaren 80 door Vlaanderen werden aangekocht en door ons werden onderhouden, kiezen we nu voor een andere formule. Het Vlaamse Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust zal 94 kunststof boeien bij ons huren. Een soort van leasingcontract, zeg maar”, vertelt Laura Snoep van de Vaarwegmarkeringsdienst. “Vlaanderen betaalt alleen voor de huur en het onderhoud. Als een boei stuk is, zorgen wij voor de vervanging. Deze oplossing is lucratief, veilig en betrouwbaar.”

Voordelen kunststof boeien

Kunststof boeien bieden heel wat voordelen vergeleken met stalen boeien. Snoep: “Om te beginnen zijn ze goedkoper in aankoop en vragen ze minder onderhoud, wat op zijn beurt de kosten drukt. Een stalen boei is één geheel. Als ze schade oploopt, bijvoorbeeld door aanvaring met een schip, moet je de volledige boei vervangen. Een kunststof boei bestaat uit vier segmenten. Bij schade kan je vaak makkelijk een segment vervangen. Een boei is gemiddeld één keer om de drie jaar aan onderhoud toe. Stalen boeien met je daarvoor uit het water halen, terwijl dat bij een kunststof boei gewoon vanop het water kan.”

Veel stalen boeien hebben het einde van hun levensduur bereikt; ze beginnen storingen te vertonen en vallen uit. “Dat is gevaarlijk”, zegt Snoep. “Het is dus ook in het belang van de veiligheid dat we ze vervangen. Bovendien zijn kunststof boeien beter voor het milieu: in tegenstelling tot kunststof boeien moeten stalen exemplaren regelmatig gereinigd of opnieuw geverfd worden met schadelijke stoffen.”

Nog een plus is de levensduur. “Aanvankelijk werd gedacht dat een kunststof boei zo’n acht jaar mee zou gaan. In de praktijk liggen sommige kunststof boeien al achttien jaar in het water. Ze gaan dus veel langer mee dan verwacht. Ten slotte wil het oog ook wat: de Westerschelde zal er iets netter uitzien wanneer er alleen nog kunststof boeien in dobberen.”  

Ook binnen de Vlaamse overheid is Herman Van Driessche, wnd. Hoofd van Vloot en bevoegd voor de bebakening tevreden met deze oplossing. “Het was een grote oefening binnen MDK waarbij we de experten hebben geraadpleegd. Het is een weloverwogen beslissing om op deze manier verder samen te werken en heeft voor beide partijen voordelen. De échte winnaars van dit verhaal? Toch wel het milieu en de veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer op de Westerschelde. De modulaire kunststofboeien passen binnen de klimaatambitie van MDK.
Hoe een oud verdrag toch nog aan de basis kan liggen voor een innovatieve samenwerking.

Rechts in de kraan zie je een kunststof boei, op het dek staan twee stalen boeien.