UPDATE Schip met ijzererts vaart veilig door naar Gent

De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en Veiligheidsregio Zeeland geven samen met North Sea Port groen licht voor het aanzetten van de opvaart naar de haven. Ook de Nautische Commissie stemde deze nacht (9februari)in met de huidige aanpak om op te varen naar Gent.

Doordat het schip vanop volle zee kon doorvaren en ten anker gaan in Everingen, kon meer krachtige apparatuur aan boord gebracht worden vanaf een ponton. De metingen van de externe experten bevestigen dat de zwaardere stikstofinstallatie, zoals vooropgesteld, zorgde voor een versneld herstel van een veilige situatie aan boord.

Het hele proces werd van dichtbij gemonitord door de autoriteiten in nauwe samenwerking met de betrokkenen.

Door de tijdige gunstige evolutie in meetresultaten zorgde de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit voor een beschikbaarheid van de sluis van Terneuzen. In overleg en met medewerking van alle ketenpartners kon het schip zo nog schutten voor het einde van het tijvenster deze ochtend.

Het schip met 16 bemanningsleden aan boord werd veilig aan de kade gebracht door de expertise en samenwerking van alle betrokken instanties.

Kust bereidt zich voor op eerste storm van 2020

Het wordt een stormachtig weekend. Zondagmiddag verwachten we een hoogwaterstand van 4,30m TAW en golven van ongeveer 2 meter. Op dat moment zullen enkel de havendammen van Oostende afgesloten zijn. De piek van de storm is pas voor zondagavond. De wind verandert dan naar westelijke richting en bereikt pieken van 100 tot 120km/u. De golven zullen dan rond de 3 meter zijn. In de nacht van zondag op maandag, om 1u30, is een waterstand van 5,05m TAW verwacht en golven van 2,75 meter.

Maandagmiddag rond 14u wordt in Oostende een hoogwater van 5,75m TAW verwacht door de combinatie van springtij en het stormweer. Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) stuurt daarom vandaag een bericht “stormtij kust” uit aan de kustburgemeesters, hulpdiensten en andere organisatie die acties moeten ondernemen. Afdeling Kust van MDK sluit maandag de staketsels van Nieuwpoort en Blankenberge af. Ook in Wenduine gaan de mobiele keringen maandag dicht.

Wellicht zal de storm opnieuw kliffen veroorzaken op de stranden. Onze diensten meten de schade na de storm op. Waar nodig en van zodra we kunnen zullen de kliffen voor de veiligheid van wandelaars gebroken worden.

Impact op de scheepvaart

Ook de andere diensten van het agentschap MDK (Vloot, Loodswezen en Scheepvaartbegeleiding) volgen de situatie op de voet om een vlotte en veilige scheepvaart te kunnen blijven garanderen.

Wanneer afdeling Kust het bericht “stormtij kust” uitstuurt, evalueert de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit (GNA, de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland voor een vlot en veilig scheepvaartverkeer) wat de impact is op het scheepvaartverkeer. Zij gaan ook na wat de maatregelen zijn die de havens nemen (bv: stilleggen van sluizen). Op basis van alle beschikbare gegevens kunnen zij beslissen om bepaalde scheepvaart stil te leggen. Daarvoor wordt, in samenspraak met het Loodswezen, ook gekeken naar het type schip. Zo zal een containerschip met groter windvlak sneller stilgelegd worden.

Beloodsingen voor kleinere zeevaart vinden niet meer plaats vanaf een gemiddelde golfhoogte van 2m50, grotere schepen blijven bediend tot een significante golfhoogte van 3m50. Voor kleine zeevaart kan Loodsen op afstand (LOA) ingezet worden. De LOA-loodsen gaan vanaf een gemiddelde golfhoogte van 2m naar de verkeerscentrale in Zeebrugge alles in voorbereiding te brengen voor eventuele LOA-beloodsing.
Zij zorgen dan vanuit de radarcentrale via radarbeelden en VHF-communicatie voor de beloodsing van de schepen. De schepen die hiervoor in aanmerking komen moeten aan bepaalde veiligheidscriteria voldoen.

Schepen die de haven verlaten kunnen een loods meenemen tot aan de volgende bestemming als ze dat willen. Dit gebeurt in overleg met de haven, de agent van het vaartuig en het loodswezen.

De veerdiensten in Oostende en Nieuwpoort kunnen hinder ondervinden door het stormweer.

Vessel Traffic Systems monitort en begeleidt de scheepvaart vanuit de verkeerscentrales. De verkeersbegeleiders houden altijd, maar nog meer in geval van storm, de schepen in de gaten die voor anker liggen. Zo kunnen zij tijdig zien wanneer ankers eventueel loslaten en beginnen krabben (over de bodem slepen).
Het MRCC houdt, zoals steeds, goed in de gaten wat er op zee gebeurt en onderneemt actie bij incidenten.

OMS

De weersomstandigheden worden door de mensen in het Oceanografisch Meteorologisch Station (OMS) in Oostende nauwgezet opgevolgd. De voorspellers beschikken over real-time gegevens van het hele Meetnet Vlaamse Banken en de daaraan gekoppelde meetnetten van de Nederlandse Rijkswaterstaat. De meteorologen van het OMS maken zeer accurate en plaatsgebonden hydrometeoverwachtingen op. Zij hebben zicht op golfhoogten, getij, windrichting, windkracht en het zicht op zee. De berichten worden vier keer per dag verspreid aan professionele gebruikers van Vloot, Loodswezen, Scheepvaartbegeleiding, de havenbesturen en de beroepszeevaart. Het grote publiek kan de berichten raadplegen via www.kustweerbericht.be.

Schip opgevolgd 2 mijl uit ankergebied

Sinds 2 weken ligt er een schip voor anker in de Belgische wateren met aan boord een lading Hot Briquetted Iron (ijzerertsen). Dit is op zich geen gevaarlijke stof maar als ze begint te broeien dan ontsnappen er mogelijks gassen zoals waterstof.

Dat heeft mogelijk twee weken geleden voor een kleine ontploffing aan boord van het schip gezorgd. Dat gebeurde in Franse wateren. Het schip kon doorvaren tot in Belgische wateren. Waarop het MRCC van CapGriz-Nez, het MRCC in Oostende verwittigde. (MRCC= Het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum).

Het MRCC Oostende besliste, in samenspraak met de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, om het schip op 2 mijl van het ankergebied (= “parkeerplaats” op zee, waar schepen wachten op het juiste tij om door te kunnen varen richting Westerschelde) voor anker te leggen om de situatie te evalueren alvorens het verder door te laten varen richting North Sea Port –Gent. Het schip ligt ongeveer op 31 kilometer van de kustlijn en op 2 zeemijl van andere schepen die voor anker liggen.

Er is voor de veiligheid een perimeter van 1 zeemijl ingesteld. Andere schepen moeten uit de buurt blijven. Het schip hindert de scheepvaart op de Noordzee evenwel niet. Ondertussen blijft er een ‘wachtschip’ van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust in de buurt om het verkeer op een veilige afstand te houden en om de bemanning vlot te kunnen evacueren, moest dat nodig zijn.

“We houden het schip al 2 weken nauwlettend in de gaten. Er zijn al verschillende experts aan boord gegaan om de situatie te evalueren. Er gebeurden metingen om de concentraties aan boord op te volgen. Zo hebben zij geadviseerd stikstof te gebruiken om de aanwezige waterstof te verdrijven. Pas vanaf het moment dat we heel zeker zijn dat er geen gevaar meer is, geven we toestemming om verder te varen”, legt Eva Descamps van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust uit. Het MRCC is een onderdeel van dit Vlaams agentschap.

De situatie is op heden stabiel zowel voor de bemanning op het schip, het schip zelf als de omliggende schepen. Voor burgers is er geen gevaar.

UPDATE – 05/02/2020

De situatie met het schip dat voor anker is op zee, blijft verder onder controle. Desalniettemin willen we geen enkel risico nemen.

De betrokken autoriteiten (MRCC Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum Oostende, GNA Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit Vlissingen, Veiligheidsregio Zeeland en North Sea Port)

hebben daarom samen volgend voorstel van volgende stappen opgesteld:

  • Opstellen van een plan door de reder (voorbereiden van de opvaart van het schip en het verder zuiveren van de vertrekken)
  • De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit*  zal een externe expert aanstellen om dit plan te valideren

Als aan deze voorwaarden is voldaan, zal het schip mogen opvaren naar een rustige ankerplaats op de Westerschelde waar de ruimen verder zullen worden gezuiverd.

Tijdens die operatie legt de GNA de nodige bijzondere voorwaarden op.

Er is geen hinder voor ander scheepvaartverkeer. De situatie blijft gemonitord en is onder controle.

* Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit of GNA= samenwerking  tussen Vlaanderen en Nederland om vlotte en veilige scheepvaart op de Schelde en haar aanloopgebieden in zee te garanderen.

 

Afdeling Scheepvaartbegeleiding, de havenkapiteinsdiensten in de zeehavens en de Vlaamse Waterweg ontvangen een goed rapport van EMSA. 

Hoewel ons agentschap samen met tal van partners en overheden zorgt voor veilig scheepvaartverkeer, bestaat de kans dat het mis gaat.

In geval van incident, ongeval of andere gevaarlijke situatie op zee is snel actie ondernemen van cruciaal belang. Hiervoor zijn er regels vastgelegd in de Europese richtlijn 2002/59/EC.

Het Europese SafeSeaNet-systeem is een onderdeel van deze richtlijn; het is een monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart.

SafeSeaNet wil:

  • de veiligheid en efficiëntie van het maritiem verkeer in de EU-lidstaten, Noorwegen en IJsland verhogen;
  • de reactie van autoriteiten verbeteren bij incidenten, ongevallen en potentieel gevaarlijke situaties op zee (inclusief opsporings- en reddingsoperaties, gecoördineerd door MRCC Oostende voor het Belgische gedeelte van de Noordzee);
  • bijdragen aan het voorkomen en opsporen van verontreiniging door schepen.

Het European Maritime Safety Agency (EMSA) beheert het SafeSeaNet-systeem.

De deelnemende lidstaten aan Safe Sea Net

 

AFDELING SCHEEPVAARTBEGELEIDING ALS BELGISCHE SAFESEANET NATIONALE COMPETENTE AUTORITEIT

Alle Europese lidstaten zijn verplicht een nationaal SafeSeaNet-systeem in te richten. In België heeft afdeling Scheepvaartbegeleiding de rol heeft als Nationale Competente Aautoriteit (NCA) voor SafeSeaNet. De afdeling heeft hiervoor het SafeSeaBEL-systeem opgezet om de nodige informatie vanuit België automatisch aan te leveren aan het Europese SafeSeaNet.

Naast het beheer van het SafeSeaBEL-systeem, hoort ook de afstemming met de gebruikers en verstrekkers van de gegevens bij het takenpakket. Afdeling Scheepvaartbegeleiding vertegenwoordigt België daarnaast als SafeSeaNet NCA tijdens Europese vergaderingen met andere lidstaten en EMSA.

 

DATAKWALITEIT

De gegevens in SafeSeaNet zijn afkomstig van kapiteins, rederijen, agenten en de havenkapiteinsdiensten in de Belgische zeehavens en de Vlaamse Waterweg. Zij zijn verplicht deze informatie aan te leveren voor elke reis van een zeeschip naar een Belgische zeehaven en de binnenwateren. Hierbij is juistheid, volledigheid en tijdigheid van belang. Dankzij de inzet van al deze actoren zorgen we ervoor dat de datakwaliteit van de informatie aangeleverd vanuit België op een hoog niveau staat.

informatie uitwisseling binnen Safe Sea Net

Scheepvaartbegeleiding controleert op nationaal niveau deze datakwaliteit. Via steekproeven kijken we of de benodigde informatie correct en tijdig wordt aangeleverd. Op Europees niveau is het EMSA die op geregelde basis steekproeven uitvoert, ter ondersteuning van de Europese lidstaten. Begin januari 2020 heeft EMSA voor België het rapport uitgegeven waarbij wordt nagegaan hoe België voldoet aan de verschillende criteria. Daarbij is nogmaals bevestigd dat de datakwaliteit aangeleverd vanuit België op een hoog niveau blijft.

 

Mobiliteit en Openbare werken trekt groene kaart

Leidend ambtenaren ondertekenen engagementsverklaring klimaatcel

Brussel 21 januari 2020 – De Lijn, Lantis, De Werkvennootschap, het agentschap Wegen en Verkeer, De Vlaamse Waterweg nv, het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken bundelen de krachten om de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid tegen 2030 te halen. De doelstellingen zijn ambitieus: minstens 40% minder CO2-uitstoot en 27% minder energieverbruik t.o.v. 2015. Om die samenwerking kracht bij te zetten, ondertekenden vandaag alle leidend ambtenaren, met ondersteuning van bevoegd minister Lydia Peeters, een engagementsverklaring in het Errerahuis in Brussel.

Vlnr: Philip de Hollogne (Kabinet minister Lydia Peeters), Roger Kesteloot (De Lijn), Tom Roelants (agentschap Wegen en Verkeer); Wouter Casteels (De Werkvennootschap), Nathalie Balcaen (agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust), Hans Bruyninckx (Directeur Europees Milieu Agentschap), Filip Boelaert (departement Mobiliteit en Openbare Werken), Chris Danckaerts (De Vlaamse Waterweg nv).

“De uitdagingen zijn groot, zeker voor “het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW)”, verduidelijkt de minister. “Daarom willen de verschillende entiteiten van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken het klimaatdossier concreet, ambitieus en toonaangevend aanpakken, zowel op beleidsniveau als binnen de eigen werking.”

Kennis delen en initiatieven nemen via klimaatcel

De entiteiten van het beleidsdomein hebben op klimaatvlak niet stil gezeten de afgelopen jaren. Nu bundelen ze al hun krachten in een overkoepelende klimaatcel waar kennis gedeeld wordt en allerlei initiatieven samen opgestart. “Zo kunnen we als eigenaar van meer dan 40 overheidsvaartuigen bijvoorbeeld kennis delen over het gebruik van alternatieve brandstoffen aan boord van schepen met de Vlaamse Waterweg”, legt Nathalie Balcaen, administrateur-generaal van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust en tevens initiatiefneemster van de klimaatcel uit.

De klimaatcel gaat voortdurend op zoek naar nieuwe technologieën en studies om ze mogelijk ook in de werking van het beleidsdomein MOW te gebruiken. “VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) is bezig met studies rond vaste CO2, gaat Nathalie Balcaen verder. “Ik had daar nog nooit van gehoord maar we gaan nu onderzoeken of we deze stof bijvoorbeeld kunnen gebruiken als wegbedekking voor het Agentschap Wegen en Verkeer of voor allerlei zeeweringswerken.  Een win-win: minder CO2 in de lucht en meteen een grondstof voor de (wegen)bouw.” Alle aanwezigen op het ondertekeningsmoment kregen zo’n steentje vast CO2 mee naar huis. “Zo dragen wij allemaal letterlijk ons steentje bij”, aldus Balcaen.

De samenwerking binnen het beleidsdomein MOW verloopt via een vernieuwende structuur met 6 kenniscellen en 15 projecten. Die zijn vastgelegd door het managementcomité van het beleidsdomein en maken dat we grote uitdagingen met gebundelde krachten en vanuit één visie samen aanpakken. Zo zullen we beleidsplannen en beleidsmaatregelen samen ontwikkelen, uitvoeren en opvolgen, vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het hele beleidsdomein”, zegt Filip Boelaert, secretaris-generaal van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Gedrag veranderen

Ook Dr. Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieu Agentschap was getuige van dit ambitieuze startmoment van het beleidsdomein “Uiteraard sta ik positief tegenover een ambitieus plan om mobiliteit op een andere manier te gaan invullen,”  verduidelijkt Dr. Hans Bruyninckx. “ Ik woon nu in Kopenhagen waar 83% van de bevolking wandelt, fietst of gebruik maakt van het openbaar vervoer. Hier in Brussel, is dat een heel ander verhaal. Maar als het in Kopenhagen lukt- moet het hier ook lukken. We moeten ons gedrag veranderen, anders komen we écht in grote problemen. Dat is bovendien niet enkel goed voor het klimaat, maar ook voor luchtkwaliteit, geluidspollutie, onze gezondheid, en de leefbaarheid van onze steden.”

Minister Lydia Peeters vindt het logisch dat het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid een voortrekkersrol speelt in het behalen van de klimaatdoelstellingen. “Dat staat ook letterlijk in de engagementsverklaring die de leidend ambtenaren vandaag ondertekenden”, aldus minister Lydia Peeters. “Het beleidsdomein MOW heeft de kracht, de wil en de kennis om minimaal de klimaatdoelstellingen van de Vlaamse overheid mee te realiseren. Maar we zullen verder gaan in onze ambities zodat we vanuit die rol ook anderen inspireren: andere Vlaamse departementen, organisaties, maar ook het brede publiek Onze verregaande ambities zullen blijken uit de aard en grootte van onze acties, maar eveneens door de innovatieve technologieën die we inzetten. Dit alles om op termijn klimaatneutraal te kunnen werken.”

Philip de Hollogne, woordvoerder van minister Lydia Peeters, verving de minister tijdens de plechtigheid.

Enkele voorbeelden van concrete beleidsmaatregelen (in onderzoek, opgestart of al in uitvoering)

  • Vervangen van maritieme seinen en lichten door ledlampen
  • Toekennen van hogere scores bij aanbestedingen met een duidelijke energiewinst en minder CO2-uitstoot
  • Advies om percentages gerecycleerd materiaal te gebruiken in betonconstructies
  • Sensibilisering bemanningen schepen rond ‘ecovaren’ waardoor minder brandstof wordt verbruikt
  • Ontwikkeling van energieneutrale projecten (vb Zeesluis in Zeebrugge)
  • Campagnes rond ‘mental shift’
  • Samenwerkingen met bv Blue Bike en Cambio
  • Uitbreiding van het netwerk ‘walstroom’ langs onze bevaarbare rivieren (schepen kunnen groenere elektriciteit vanop het land gebruiken in plaats van hun dieselmotoren te laten draaien)
  • Vergroening van binnenvaart, inclusief onderzoek naar alternatieve brandstoffen
  • Geactualiseerd Sigmaplan, Masterplan Kustveiligheid en Rivierverruiming Maas
  • Pompinstallaties en waterkrachtcentrales op het Albertkanaal
  • Actieplan Droogte en Wateroverlast (korte termijn) of het Waterschaarste en Droogterisicobeheerplan (lange termijn)
  • Investering in elektrische bussen bij het openbaar vervoer

Maar ook binnen de eigen werking van het beleidsdomein MOW is er aandacht voor verlaagde CO2uitstoot en energie-efficiëntie. Enkele voorbeelden:

  • het bestaande wagenpark vervangen door groenere alternatieven (elektrische fietsen, abonnement openbaar vervoer) en elektrische wagen
  • installatie thermostatische kranen
  • energiezuinig bouwen/verbouwen
  • waterrecuperatie
  • zelf energie opwekken
  • gebruik van groene stroom
  • sensibilisering eigen personeel

 

Sleepdiensten varen mee met rivierloodsen

Een optimale dienstverlening vereist een goede samenwerking tussen de verschillende ketenpartners waaronder sleepbedrijven.

Daarom is een project opgestart waarbij personeelsleden van de sleepbedrijven Boluda Towage en Antwerp Towage N.V. meevaren met de rivierloodsen vanaf Vlissingen Rede tot en met de kade/sluis te Antwerpen. Hierbij kan men onderling expertise delen en de samenwerking versterken. Ook krijgt men hierbij een andere kijk op het sleepbootgebruik.

Dit moet leiden tot het versterken van de ketenwerking.

Een blik achter de schermen…

De scheepvaart staat niet stil. Ook niet tijdens de feestdagen.

Bedankt aan al onze collega’s die ook tijdens deze periode, elke dag, op of naast het water, het beste van zichzelf geven!

 

Ook de veren varen uit om pendelaars of feestgangers op hun bestemmingen te brengen. Sommige werden tijdens deze periode ook in een feestelijk jasje gestoken. 🎆

 

Warme feestdagen gewenst! 🎄

Bedanking voor veergebruikers na afronding werken Meulestedebrug

Op 19 december 2019 eindigde de eerste fase van de herstellingswerken. Deze werken zijn verlopen zoals gepland. De gebruikers van het veer in Langerbrugge werden getrakteerd op een ontbijtkoek en een kleine attentie. Daarmee willen afdeling Bovenschelde van De Vlaamse Waterweg nv en VLOOT van het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust hen bedanken voor het geduld tijdens de werken aan de Meulestedebrug. Tijdens de herstelling van de Meulestedebrug legden beide partners een extra veerboot in. Ruim 50.000 extra automobilisten benutten deze minder-hindermaatregel.

VLOOT zag dat het aanzienlijk drukker was aan het veer. “Wij telden ruim 50.000 extra gebruikers in Langerbrugge. De aanschuifrijen waren langer dan normaal, maar door de inzet van een tweede veerboot, bleef de wachttijd al bij al beperkt”, stelt Yves Goossens, algemeen directeur van VLOOT vast. Ook het aantal veergebruikers in Terdonk steeg in diezelfde periode. De bemanningen van VLOOT die ervoor zorgden dat dit dubbel veer mogelijk was, worden ook heel nadrukkelijk bedankt voor hun flexibiliteit en hun extra inspanningen.

De Vlaamse Waterweg nv, North Sea Port Gent en VLOOT lieten begin december ook een bevraging los op de veergebruikers. Zowat 52% van de bevraagde veergebruikers in Langerbrugge kozen naar aanleiding van de werken voor de veerboot voor hun verplaatsingen. Ook in Terdonk gaf 38% van de veergebruikers aan het veer te nemen door de werken. Verder gaf 62% van de veergebruikers aan het veer quasi dagelijks te nemen en dit hoofdzakelijk voor woon-werkverplaatsingen.

“We hebben ingezet op zoveel mogelijk minder-hinder maatregelen en een actieve communicatie in samenwerking met alle betrokken diensten”, bevestigt Lieven Dejonckheere, afdelingshoofd Bovenschelde bij De Vlaamse Waterweg nv. “De Meulestedebrug is een cruciale verkeersas voor de stad en de haven, maar dit herstel konden we niet uitstellen. Er is hinder geweest, maar dankzij de extra veerboot, de fiets- en voetgangersbrug en de alternatieve routes die we samen met stad Gent en VLOOT realiseerden, kon dit beperkt worden. Tijdens de tweede fase zullen we deze uitstekende samenwerking met alle partners verderzetten.”

Klik hier voor enkele sfeerbeelden.

Forse stijging aantal veergebruikers in Gent

In samenwerking met De Vlaamse Waterweg legt Vloot in Langerbrugge tijdens de spits een extra veerboot in naar aanleiding van de werken aan de Meulestedebrug.  Zo willen we samen met De Vlaamse Waterweg de hinder tijdens de werkzaamheden beperken.

Na de eerste week werd vastgesteld dat in totaal 25.854 gebruikers kozen voor de veerdienst in Langerbrugge. Dit is een quasi verdubbeling van het aantal veergebruikers. Ook de veerdienst in Terdonk zette heel wat meer passagiers over met een totaal van 8.671. Dit is een stijging van 40%.

Om de wachttijden te beperken, wordt het veer in Langerbrugge nog tot en met 20 december 2019 verdubbeld tussen 7 en 19 uur. Een vijftal kilometer verderop vind je als alternatief de veerdienst van Terdonk.

Fietsers en voetgangers kunnen gebruik maken van een tijdelijke brug.

European Coast Guard Functions Forum: focus op samenwerking en opleiding

Van 12 tot en met 15 november 2019 vond de algemene vergadering van het European Coast Guard Functions Forum (EUCGFF) plaats in Venetië.

Dit forum is opgestart in 2009 en wordt ondersteund door de Europese Commissie, die hiermee de banden wil aanhalen tussen de kustwachtautoriteiten van verschillende lidstaten. De focus ligt op multilaterale samenwerking en het ontwikkelen van een opleidingsnetwerk.

In Venetië werd de tool for cooperation voorgesteld, een leidraad die de verschillende kustwachtfuncties in kaart brengt mét de opleidingsbehoefte die hiermee gepaard gaat. Op die manier zouden de kustwachtfuncties in de Europese Unie kunnen geharmoniseerd worden.

Verschillende kustwachtfuncties

Onze kustwachtpartners vaardigden drie vertegenwoordigers af naar Italië:Leen Depuydt, voorzitter van het beleidsorgaan Kustwacht en directeur noodplanning van het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken,  Pascal Depoorter, secretaris Kustwacht en Nadia Bos, afdelingshoofd van Scheepvaartbegeleiding. Om de belangen van onze kustwachtpartners te verdedigen, hebben ze de noodtoestand door extreme overstromingen mogen trotseren. Het zogenoemde ‘acqua alta’ bereikte een hoogte van 187 centimeter boven het gemiddelde zeeniveau met elektriciteitsstoringen en zware materiële schade tot gevolg.

Meer lezen over de trainingstool? https://ecgff-trainingportal.efca.europa.eu/